wbrakman.nl

Zes verhalen en een gedicht

Fotograaf

In de maand augustus van het jaar 1921 gingen Maria Leuntje de Broekert en Hendrik Brakman naar het 'Atelier voor moderne fotografie' van C. J. L. Vermeulen. De fotograaf bewoonde destijds in Den Haag het pand Toussaintkade nummer 11 en moet gezien de zeer vele roosjes, kransen, linten en oversierlijke krulletters een hoffelijk en artistiek man zijn geweest.

Lees verder op deze site.

De bedoelde foto van de ouders

De bedoelde foto van de ouders.

Rivalen

Verliefd worden in Den Haag in de jaren dertig ging even snel als nu, maar de complicaties ervan waren toen net zo onoverkomelijk als in de wereld van Proust.

Lees verder op deze site.

Engel

In de supermarkt werd hij aangesproken, alle grindpaadjes, bruggetjes, trappen en gangen voerden trouwens naar de supermarkt, iedereen uit de verzorgingsflats kwam daar terecht en daar werd hij dan ook aangesproken.
Uit: Zes subtiele verhalen, 1978

Engel in tuin Gemeente museum Den Haag

Engel in tuin Gemeente museum Den Haag.

De Gegoeden

'Hij groette je,' zei de vrouw tegen de man die op het bospad naast haar liep. Het was een zware, brede man, die, omdat de zon al zo laag stond, veel schaduw wierp, een lange, schommelende schim, waarbij die van de vrouw nauwelijks opviel.
Uit: Familiedrama, 1984 (eerder verschenen bij uitgeverij Reflex, 1980, gelimiteerde oplage)

Toeristen

Om het terrasje hing de lichte onbeschoftheid van een goed lopende, zonnige vakantiemiddag niet al te ver buiten het topseizoen.
Uit: Vijf, 1977, Boekhandel Nieuwscentrum Michon, Enschede

Over de oorlog:"Een zonnig toneelstuk"

Opeens gebeurde het onwaarschijnlijke dat 's ochtends rond een uur of vier, 10 mei 1940, een danig geknal boven ons huis losbarstte.
Uit: Duitsers(!?), Bzzth, Den Haag, 1990; deze - herziene- versie uit: De Pij Pers, 1995, gelimiteerde oplage.

Brakman als dichter

De gedichten die Willem Brakman in de jaren voorafgaand aan zijn debuut in 1961 schreef, vond hij toen niet goed genoeg voor publicatie. Veel later gaf hij toestemming om er enkele van te publiceren, maar niet zonder de toevoeging dat hij ze nog steeds 'van een onmetelijke zeikerigheid, van een ondraaglijke hysterie, door en door onecht en een 10e rangs aftreksel van Roland Holst' vond. De lezer oordele zelf. Hier hiernavolgend gedicht is uit de bundel Dichtoefeningen, [Bucheliuspers, Utrecht 1986]

OUD ZIJN, dat is lichaam worden;
is, eenzaam in de avond zijn.
Wel wijs misschien maar vreesverloren
en in de avond eenzaam zijn.

Voor wie als kind de avond vreesde,
is oud zijn een vertrouwde staat.
Hij kent de weemoed van de schemer
en vreest de nacht die komen gaat.

Want wie de avond wil verstaan,
moet in den dag niet willen leven.
Wie zich het zonlicht heeft gegeven,
zal in de avond ondergaan.

xhtml 1.0 | contact | disclaimer | copyright