wbrakman.nl

Verlangen naar nu

WILLEM BRAKMAN

Toespraak van Willem Brakman bij de presentatie van Het verlangen naar nu, van Alex Mol, donderdag 17 juni 2004

Dames en heren. Er zijn drie punten die de columnist goed in het oog moet houden en wel de ervaring, het waarnemen en de humor. Deze momenten vermengen zich niet gedurende het lezen van de column, het devies is hier gescheiden oprukken en gezamenlijk toeslaan. De ware columnist laat dit laatste nog even nagalmen over het geheel. Uiteraard zijn er ook nog lezers, maar dit is de draad van de structuur. Om met de ervaring te beginnen, ik weet waar ik over spreek want ik was een hoog begaafd knaapje destijds in Scheveningen, hoog begaafd in het kunnen ervaren. Wie hoog begaafd is in deze ervaart veel en wie veel ervaart wil daar over vertellen en wie daar over vertelt wil dat dit ook wordt ondergaan en begrepen. Nu, zo zult u zeggen, alle kinderen van prille leeftijd zijn begaafd, maar dat is beslist onwaar. Ik heb in die tijd van poppenkast en kijkdoos in zoveel dooie en doffe ogen gekeken om daarin iets anders dan onbegrip te zien. Dit begrijpen is zeer belangrijk want alleen als het te berde gebrachte wordt begrepen en ervaren, eerst dan wordt het ook de verteller geschonken en voegt hij het dankbaar bij zijn geestesgoed. Ervaringen in de jeugd opgedaan in bovengenoemde zin etsen de ziel, om dat woord eens te gebruiken, het diepst. Dat er echter veel zaad op rotsige bodem terecht komt deed mij al vroeg de toegesprokenen verdelen in knotwilgen en begenadigden.

Het waarnemen is wat gecompliceerder. Hier gaat het om een tweedeling van de geest en wel een die de mening is toegedaan dat de werkelijkheid is te omvatten door de algemeenheid der begrippen. Daar staat tegenover de mening dat de algemeenheid der begrippen niet in staat is het zogenaamde bijzondere te omvatten. Het bijzondere gezien als het overbodige, functieloze, nodeloze, over het hoofd geziene, kortom het interne verinnerlijkte, dat wat Rilke zijn 'Dinggedichte' noemde en Henriëtte Roland Holst deed verzuchten "waar moet ik met de zachte dingen heen". Het is een bijzondere blik, Walter Benjamin die een definitorisch genie was, vatte deze blik voor ons samen: "Het nopje aan het kleed van een mooie vrouw zegt meer over de eeuwigheid dan een idee". Deze blik is een kostbaarheid en ik noem die dan ook voor eigen gebruik de glans van de geest. Ik kan u dan ook een voorbeeld geven dat mogelijk meer verduidelijkt dan de theorie. In een van Kafka's kleine stukken verandert hij de titel, eerst stond er "Aan het venster", later veranderde hij dit tot "Verstrooid naar buiten kijken". Bepalend in deze kwalificering en precisering is het verstrooid en zonder vooroordeel vragen en feiten assimileren. In dit vertellen wordt de vraag tot waarneming en de waarneming tot vraag. Ik heb dat bij Wim Noordhoek vaak opgemerkt. Zet hem ergens op een bankje in Italië en er ontrolt zich een schitterende column. Let wel, er is hier dus geen sprake van een vijandigheid maar de verhouding is even slim als waar en als volgt te formuleren, het is een denken dat de subjectiviteit onderstreept maar met voorrang van het objectieve.

Een ander belangrijk punt is de humor. Daarachter schuilt een conflict, namelijk dat wie het alleen om de waarheid is te doen, de humor best kan missen. Voor wie het om de wijsheid gaat is het overslaan van de humor een onmogelijkheid, want kort en goed humor is het ondragelijke dragelijk maken. In de vernietigingskampen in de oorlog, circuleerden wel degelijk moppen. De filosoof Marquard heeft het komische als volgt omschreven: komisch is en doet lachen om wat in het officieel geldende het nietige en in het officieel nietige het geldende zichtbaar maakt. Een instabiele toestand: de polariteit van gelden en niet gelden, het relevante en irrelevante, het gebodene en verbodene; het lachen is hiervoor de compensatie. De filosoof Nietzsche heeft zich hier een fraai standpunt verworven en wel in een denken tégen de Vernunft en vóór het lachen.

Deze drie punten vormen als het ware het instrument van de column, een techniek van het schrijven, schrijven is tenslotte ook een vak. Ik acht daarin de humor van groot belang, en verwijs hier toch even naar Ter Braak die in "Het tweede Gezicht" bij iedere schalkse uitschieter waarschuwde door er tussen haakjes bij te zetten "Dit is humor, Hollandse lezer". Het schept in ieder geval wat ruimte. Dit ligt ook in de lijn van het begrip zin, zin is namelijk niet aan een bepaalde inhoud gebonden, maar in vele richtingen te interpreteren. Dat is een eis, in de literatuur heeft alles een zin, in de realiteit niet. Deze eenvoudige doelstelling heeft lang op zich laten wachten, nu is het vanzelfsprekend en ook waterdicht want er zijn maar twee logische bezwaren mogelijk, namelijk dat literaire teksten niet te interpreteren zouden zijn, wat uiteraard makkelijk te ontkrachten is en als tweede de ervaring dat zinloosheid in de realiteit niet wordt aangetroffen, wat even dwaas is.

De column tendeert naar de actualiteit, geen sprookje, maar naar zinvol overtuigen. Zij moet waarschijnlijk zijn, de waarheid echter niet te na willen komen want dan verdwijnt de zin en uiteindelijk ook de column. Hier is sprake van dat wonderlijk hoogtepunt in het denken van "Zo is het!. . . maar het kan ook anders"! Weest u dus niet bedroefd, acht de ware column een instrument waarop virtuoos te preluderen is. Voor dat laatste beveel ik een zekere W. Noordhoek aan. Ik ken hem. Als wij samen roeien in de Waterpartij, lopen op het strand aan de vloedlijn of in een auto zitten als het sneeuwt, dan bouwt hij daar later een even absolute als soepele column van.

Ik wil nu het voorgaande graag op de schriftuur van Wim Noordhoek toepassen. De titel "Het verlangen naar nu" is een wat vreemde titel. Zij is logisch onmogelijk want men kan niet daarheen springen waar men al is. Er is een filosoof geweest die meende dit wel te kunnen, dat was Kierkegaard die meende zich alleen en totaal voor God op te stellen door de ballast van de esthetica en ethica van zich af te schudden. De sprong is dan de totale eenwording. Het is hem niet gelukt maar Wim Noordhoek kennende heeft hij zich niet uitsluitend tot God willen verhouden, maar vooral tot zichzelf. Absoluutheid wordt hier nieuwsgierigheid, zowel naar buiten als naar binnen toe, waarbij hij zelf de maat vertegenwoordigt. Overwegend hierin is de wereld van het al zo-even genoemde bijzondere, dat de wereld is van het over 't hoofd geziene, de toevallige waarneming, de herinnering, het grote in het kleine veronachtzaamde. Het knappe van hem is dat dit niet gepaard gaat met het verachtelijk verwerpen van iets, bijvoorbeeld de rationaliteit, want afgezien van zijn gelijk, hier zou het zijn wereld maar uithollen en niet van overtuigingskracht voorzien. Zijn beweeglijkheid is groot en hij hoort dan ook tot het slag mensen die met overtuiging kunnen zeggen "zo is het!", om er moeiteloos aan toe te voegen "en het kan ook anders". Ik denk wel eens als ik zijn columns lees: rationalisten mogen dan het absoluut gelijk hebben, in Noordhoek heeft de geest een glans, ook bij een apert ongelijk. Dit ongelijk moet tussen haakjes want de zogenaamde mimetische houding is niet in staat het zo innig ervaren der dingen te voltrekken. Kort gezegd: kunst is hier de aangewezen weg maar ook zij kan de waarheid van het bijzondere niet omvatten, maar zij kan het wel tonen. Nog laatst zei hij daar amen op, en terecht want hij herinnert zich ook wat nooit is geweest.

xhtml 1.0 | contact | disclaimer | copyright