wbrakman.nl

Over Vrij uitzicht van Willem Brakman, Provinciale Zeeuwse courant, 15 november 2001

Wandelaar zonder haast laat niet over zich lopen

Hans Warren

In een stuk over S. Vestdijks De hotelier doet niet meer mee prijst Willem Brakman (geb.1922) de stijl van deze roman. Onder andere omdat er sprake zou zijn van "minder constructie, meer impulsiviteit en wel die van de wandelaar zonder haast." Zoals gebruikelijk in zijn essays, heeft de auteur het wanneer het over anderen gaat tegelijk ook over zichzelf. Brakman is in onze hedendaagse literatuur bij uitstek de wandelaar zonder haast. De meeste anderen spoeden zich steeds naar een bestemming, hij blijft het liefst altijd onderweg. Dat leidde, vanaf Een winterreis (1961) tot en met De sloop der dingen (2000), tot een onwaarschijnlijk lange reeks romans, waarin betrekkelijk doelloos gekuierd wordt. Je kunt vr of tgen die boeken zijn, maar niemand zal ontkennen dat hier een ndere schrijver aan het woord is.

Anders dan de schrijvers die tegenwoordig het hoogste woord hebben in Nederland. De schrijvers die nog meer prijzen en nog hogere royalty's willen. De schrijvers voor wie een goed boek inhoudt: een goed verkopend boek. De schrijvers die hun romans als een product beschouwen in plaats van als een kunstwerk. De schrijvers kortom van de toptienen en de talkshows. Je zou verwachten dat een ongehaaste wandelaar als Brakman hun ogenschijnlijk door niets te stuiten opmars weggedrukt in de berm met stille vreze aanziet. Dat is echter allerminst het geval. Hij betoont zich juist opvallend weerbaar. Niet in z'n romans, maar wel in z'n essays, zoals die nu bijeengebracht werden in Vrij uitzicht.

Alleen al vanwege deze opstand van een wandelaar zonder haast is het een opmerkelijke bundel. Hij kiest trouwens niet voor het precisiebombardement op de Makken en de Mringen, maar voor de aanval over een breed front. Ondanks de algemene termen is zijn kritiek niet mis te verstaan. De hoge literatuur wordt bedreigd, zegt hij onomwonden. Dat komt, volgens hem, omdat "het niet meer om het lezen en schrijven gaat maar om het aantal volume-eenheden dat over de toonbank wordt geschoven." Hij hekelt "het debuutrumoer, de reclame, het genie van de maand, het schandaal." En hij spot fijnzinnig dat tegenwoordig het boek "veel overleg, vergaderen en marktanalyse" vereist. Vanzelfsprekend keert hij, de auteur van de romans met de kalme pas, zich eveneens tegen "het hoge, hoge tempo van dit alles."

Brakmans romans mogen zich meestal afspelen in een door de Haagsche School bedacht decor dat niet door elektrische verlichting maar door gaslampen wordt beschenen, uit zijn beschouwingen blijkt dat hij allerminst wereldvreemd is. Hij peilt pijnlijk precies de hedendaagse cultuur waarin "het leed der kampen" schaamteloos kan worden ingeruild voor een bestseller en waarin "het tot de laatste snik achtervolgde sterven" ongegeneerd voor hoge kijkcijfers wordt ingewisseld.

Inmiddels vraagt hij in Vrij uitzicht vooral aandacht voor de ware schrijvers. Voor Proust bijvoorbeeld die hem doordrenkt zou hebben "gelijk de genever doorsijpelt in een dronkaard." Voor Kafka, voor Sterne, voor Tsjechov. Verder gaat hij in op zijn eigen proza: "Hoe langer hoe meer is schrijven voor mij herinneren." Ook deze bundel bevat herinneringen. Zo zijn er verschillende stukken waarin hij terugdenkt aan de oorlog. Hij ontmoette in die tijd een vrouw, de echtgenote van een leraar, die een diepe indruk op hem maakte. Zijn liefde kwam, zoals hij het noemt, terecht "in de zo wondere regio van het onvervulbare en het onbereikbare." Maar n gebaar van haar vond hij dermate inviterend dat hij "er de oorlog om zou willen herhalen." Misschien onderscheidt Brakman zich met zo'n opmerking nog het meest van de spraakmakende hardlopers. Die willen altijd het nieuwe, maar de ongehaaste wandelaar vreest de herhaling niet.

Willem Brakman, Vrij uitzicht. Amsterdam, Querido, 2001, 278 blz., ISBN 90 214 5420 3.

xhtml 1.0 | contact | disclaimer | copyright