wbrakman.nl

Zojuist verschenen/Te verschijnen

Klik hier voor recensies van Vrij Uitzicht
Klik hier voor recensies Gesprekken in huizen aan zee
Klik hier voor reacties en recensies over De Gifmenger
Klik hier voor reacties en recensies over Nazomer
Klik hier voor reacties en recensies over De afwijzing
Klik hier voor reacties en recensies over j'accuse

Gesprekken in huizen aan zee

Roman, Paperback, 208 bladzijden Omslag: Brigitte Slangen.
Omslagillustratie: Willem Brakman, Prijs f41,76, Euro 18,95

Recensies:

cover 'Gesprekken in huizen aan zee'

Alex Mol

De columnist Alex Mol gaf ons toestemming zijn visie op Gesprekken in huizen aan zee op de Brakmanpagina te plaatsen. (uit:VPRO-gids, week 19, 2002)

De nieuwe roman van Willem Brakman heet 'Gesprekken in huizen aan zee' en komt als geroepen (als er een roeper is ben ik het). Brakman is er nog, is er weer. En met hem de blik achter de dingen, de waarneming tussen de gebeurtenissen en het zicht op de samenhang van het vluchtige maar essentiŽle, het fluÔdum dat de wereld samenhoudt. Laat dit ieder die 'een goed in de hand liggend geheim' naar waarde weet te schatten, gezegd zijn. Want 'er is onheil op de wind, en dat is altijd verheugend: gruwzame domheid, overvolle musea, lege eensgezindheid, schaamteloze bewondering her en der. Er is overvloed, de geile lokroep van sier, praal en het actuele. Somnambule pleinen vol lichtjeszwaaiers.' Alles spreekt, en, als steeds bij Brakman, met vele monden: 'Heb ik u al van mijn moeder verteld? Haar moederlijke buik rees en daalde in flanel gelijk de zee. Zij noemde dat nadenken.' Er zit een schrijden in dit boek, een beschouwelijk hoofd kijkt van schoenpunt naar einder, en terug. Waarbij het zijn uiterste best doet 'om alles zwevende te houden'. Zo wandelt Brakman door het Den Haag van de geest. Niet vrij van verschrikkingen ook. 'Er was ook een grootvader, maar die had geen gezicht. Zijn hoofd was daar te klein voor, want dat was geschrompeld, niet groter dan een kleine vuist. (...) Ik zal zijn hoofd met verbandgaas omwikkelen dan heb je wat om aan te denken later.' Zo zet de schrijver de wereld, die hij eerst zorgvuldig demonteerde, weer in elkaar. Soms staat hij zijn hoofdfiguur, de politieman Lupijn wat genoemd wordt 'een leegte' toe, bijvoorbeeld in de bocht van de trap naar een zolder 'in een grijs, ijzig licht'. Want 'ieder huis dat die naam verdraagt weet daarvan.' De beschouwing over het grijs en het blauw op pp. 76 en 80 e.v. verdient het te worden toegevoegd aan de algemene kleurtheorie: 'Is in het blauw het afwezige aanwezig, in het grauwblauw is het aanwezige afwezig. Het totaal van grauw en blauw heeft de neiging zich terug te trekken als men het te dicht benadert...'. Het verhaal is bij dit alles rudiment, alleen flonkering blijft over. Een walvis draagt in zijn binnenste resten mee van pootjes, maar zijn bestemming is zwemmen. En dan zijn er die de walvis verwijten dat hij niet loopt! Zie het zeeschuim spatten in de zon. Was er eigenlijk wel een walvis?

Uit de Querido catalogus:

Aan zee heerst een bijzondere sfeer: op Scheveningen aan wordt het licht anders, en daardoor verandert ook de werkelijkheid. Bij Willem Brakman betekent dat ook: verinnerlijkt de werkelijkheid, want zijn wereld staat niet buiten de mensen, zoals in de meeste'realistische' boeken, maar speelt zich in hun hoofd af, waarbij de zintuigen voor nieuwe impulsen zorgen. De gesprekken in Gesprekken in huizen aan zee zijn losjes geÔnspireerd op de zeden en gewoonten van het Bloomsbury-wereldje, de befaamde literaire kring in het Londen van tussen de wereldoorlogen. Twee buitenstaanders dringen zich in: de blunderende speurder Lupijn, die een moord zou moeten oplossen, en de verteller, die zijn eigen verhaal op quasi-hinderlijke manier, cursief en in de eerste persoon, hier en daar onderbreekt. Willem Brakman is een van de meest constante auteurs uit het fonds van Querido. Zijn laatste roman werd unaniem lovend besproken en beleefde een tweede druk na de plaatsing op de longlist van de Libris Literatuur Prijs.

zie ook het typoscript van pagina 1 van de nieuwe roman- concept. Klik hier - opent nieuw venster





Vrij Uitzicht

Recensies:

cover 'Vrij Uitzicht'

Voor de Biblion Bibliotheekdienst schreef T. van Deel een typering/recensie van Vrij Uitzicht:

Er zijn schrijvers die altijd over zichzelf schrijven, ook als ze het over andere schrijvers of over wat dan ook hebben. Zo iemand is Willem Brakman en daarom zijn z'n essays van belang, want in feite een toelichting, via een omweg, op zijn romans. Ook op zichzelf zijn ze natuurlijk interessant, want Brakman heeft een rijk geestesleven en doorziet veel. Hij laat zich in deze dikke bundel niet alleen over schrijvers uit (positief over Vestdijk, Proust, Kafka, Sterne, Mann, Tsjechov, Nabokov, negatief over Hermans en Lowry), maar spreekt zich ook uit over bijvoorbeeld de 'deugd van het schrijven' of over de vraag 'Waarheen met de literatuur?' Een bijzondere voorliefde heeft hij voor de filosoof Adorno, aan wie de grootste beschouwing is gewijd en dat een kernstuk in de bundel en voor het Brakman-begrijpen lijkt. Het heet, kenmerkend, 'De macht van het nee zeggen'. Er zijn verder stukken over beeldende kunst (Haagse School, Bacon), over theologie en literatuur (over Brakmans werk zelf), over 'Hoe gezond het is ziek te zijn en in het bijzonder wat betreft de kunst' en nog wat klein werk. Het boek opent met anderhalve bladzij getiteld 'Het uitzicht', vast en zeker voor de VPRO-radio geschreven, maar bronvermelding blijft overal achterwege. Een belangrijke uitgave.

Willem Brakman opent de bundel Vrij uitzicht met een korte beschouwing die als titelverklaring gelezen kan worden en zo men wil als programma voor zijn essays.

Het uitzicht

Wat het wonen betreft heb ik veel geleden. Jaren ging ik gebukt onder het verkeerslawaai, eeuwen onder bouwlaweit. Nu echter woon ik halflandelijk zoals Vestdijk dat wilde, veel natuur, maar alles onder controle. Vanuit het raam van mijn werkkamer zie ik uit over een parkje dat fraai is omzoomd met dure huizen, veel gras, smalle paden. Veel bibliofiels heeft zich in de wijk genesteld, veel is nog met de hand geweven. Mijn huis, goed gelegen, is er zo eentje van geborgenheid en een zacht hummend handenwrijven. De gedachte aan minder bedeelden in dit opzicht, het wereldleed en het onjuist verdelen van het nationaal inkomen, verheugt dit woongenot in niet geringe mate en wordt dan ook zwaar belast. Ik zie alles, ik ben een ziener, mij is gegeven de zich verdiepende blik, het oog voor het vreemde in het overbekende, de schoonheid van het alledaagse, voor mij geen over het hoofd zien. Ik zie hoe mensen vreemde loopjes nadoen, nieuwe schoenen dragen, te dik worden, onkuise gedachten koesteren, vreemde lachjes wegwerken of te lang naar hun hond kijken die zijn behoefte doet. Ik ken de vensters in de avond, haast dorps, verlokkende, afwerende, uitnodigende, slapeloze en erudiete. Niets ontgaat mij, ik ben een voyeur, ik ken het park bij regen, ijs, wind, mist in de ochtend en tussen de middag, steeds hetzelfde perspectief en weet dat alleen hetzelfde absoluut anders zijn kan, dat is wel uitzicht, maar met veel inzicht dat echter niet gemist kan worden. Veel in het uitzicht hangt af van het innerlijk: melancholieŽn, losgeraakte gedachten, loerende complexen, geheime fantasieŽn en vooral de niet genoeg te waarderen intense waarneming van de verveling. Niet alleen het blikveld kent zijn verrassingen van verdwijnen, ondergang in het vertrouwde en weer verschijnen, ook het innerlijk kent zijn luimen. Zo is het dat lieve kotertje met zijn rotbal, de brave lieden die urenlang afscheid nemen in de stille nacht, de buurman die zijn portier tientallen malen dichtdondert als illustreerde hij de kanonnade van Valmy. Een digitale man voor wie een portier, en vermoedelijk alles, open is of dicht, met niets daartussen wat op een nuance lijkt, een modern mens, maar toch. Welke goden moet men aanbidden dat dit zo blijven moge, Enschede is een dynamische stad, toekomstgericht en de euro in munt en idee zeer toegedaan, men fluistert zelfs dat zij, o, niet alleen, maar juist samen, een betere wereld wil helpen opbouwen voor onze kinderen en kleinkinderen. Wij moeten dus op het ergste zijn voorbereid.

xhtml 1.0 | contact | disclaimer | copyright