wbrakman.nl

gedichten over Willem Brakman

Op 27 januari jl. plaatsten we het gedicht 'Prinsestraat 12' waarin Hanneke van Schooten een impressie geeft van een ontmoeting met Willem Brakman. Het gedicht was op de "dag van het gedicht" op verschillende plaatsen in Enschede te lezen. Begin jaren negentig publiceerde Hanneke van Schooten ook al gedichten die geïnspireerd waren op Brakman. 'Decembermorgen', 'Gave', 'Eiland' en 'Prentbriefkaart', verschenen in 1990 in de bundel 'Dit landschap zien' (Amsterdam, 1990), 'Keerpunt' en 'Vertekening' verschenen in 'Gedichten' uit 1992. Een korte c.v. van Van Schooten is hier te lezen bij de datum 27 januari 2006.

Hanneke van Schooten

Gave

Daar leg het traag bijeengespaard
zacht tussen ons te branden,
je bracht het beven van de handen,
de lijnen om de mond in kaart,

je zag de vingertoppen spits,
wat eerst omsloten, vast omwonden
was,ontvouwen, langzaam ontbonden
knisperden zacht op sits

gemarmerde patronen, tekening
van wat verholen, zonder woorden
bleef, waaraan stilte hing,

stilte die niet blijven kon,
in het wrijven van de handen hoorde
je dat het spreken begon.


*** Eiland
Je vond wat hij had voorgesteld,
buien, bloembehang, de toren,
twee kort, twee lang, als voren
door de nacht, zacht tinkelende bel.

Elke avond thee, dampend in het glas,
en van de bladzij die je opensloeg
herkende je de toon, stroeve
spot, zo mooi, alsof hij er gelukkig was.


*** Prentbriefkaart

Het had iets van een oud Japanse prent.
Een boom, zo ongestadig in zijn vorm
gegroeid, daarin al vrat de worm
het levend hout. Ik heb het wel herkend.

Gegeven en bewaard, kort bericht op brede
gepenseelde kaart, je schrift als nerf
scherp in het glanzend vlak gekerfd.
Zo ben ik er vandaag doorheen gereden.


*** Keerpunt

De momenten aandachtig
afgewogen, gewacht, stil en lenig de wil
geschikt naar de grillen
van het onbewaakte ogenblik
en koel volbracht
in het rechte staan
wat moest gezegd en zacht gedaan.

daar heeft het zich gehecht,
een gang, tegels in patroon gelegd,
zwart wit, om en om,
deze grond, de grond
waar hij bleef staan,
zonder woorden zich langzaam,
naar je wendde, het wonder
dat je daar bestond.

Stilte hing verward in
het kleine bovenlicht, dan hernam
bezwerend spreken een begin
in grote haast,
alsof een ongewone vaart
van woorden goed kon
maken wat al verloren
was voor het begon.


*** Vertekening

Wat trof, wijze waarop hij zat,
hoofd naar de spitse handen toegebogen,
bevende lijnen die de pen bewogen,
versloten in zichzelf alsof hij bad.

Toen je daar stond, wat anders kon je. Betekenissen bogen woorden om.
Vertekend, vreemd van ver hoorde
je een spreken dat je niet verstond.

Met deze adem had hij 's nachts een wak
geblazen in de ijslaag op het raam.
Berijpte takken zag hij, een sikkelmaan,

waar hij staande naar bleef kijken.
Je wist dat je op dit zwijgen
zou blijven hopen, terwijl hij sprak.

xhtml 1.0 | contact | disclaimer | copyright