wbrakman.nl

Willem Brakman en de geschiedenis van zijn familie

Gerrit Jan Kleinrensink

Willem Brakman, de romanschrijver die het ontstaan van zijn schrijverschap situeert in zijn jeugdjaren, groeide op in Den Haag, maar de verhaaltraditie die zoveel bijdroeg aan de vorming van zijn talent, kwam van zijn familie uit Zeeland. Enig inzicht in de geschiedenis van de familie Brakman is dus wel van belang om de schrijver Brakman te plaatsen. Willem Brakman studeerde medicijnen in Leiden en werd daarna ingelijfd bij de militair geneeskundige dienst. In de jaren vijftig had hij een huisartsenpraktijk in zijn geboorteplaats. Later werd hij bedrijfsarts in Enschede. In 1961 debuteerde hij met de roman Een winterreis, daarna verscheen zijn werk met vaste regelmaat. In 1979 kreeg hij de Bordewijkprijs voor de verhalenbundel Zes subtiele verhalen en in 1981 de P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre. In 2003 verscheen zijn vijftigste roman, Nazomer geheten. Een kleine episode uit het leven van een man die een huis erft in het stadje Hulst, dat ook de plaats van handeling is in zijn debuutroman.

Tweemaal heeft Willem Brakman voor zijn werk gebruik gemaakt van De geschiedenis van de familie Brakman.1} In zijn eerste roman, Een Winterreis, onderzoekt de arts Wim Akijn het waarheidsgehalte van de verhalen die hem vroeger door zijn vader zijn verteld. Omdat deze uit Terneuzen afkomstig is, reist de zoon naar Zeeuws-Vlaanderen om uit de mond van getuigen de waarheid te achterhalen. Bij een oom krijgt hij deel 1 van De geschiedenis van de familie Akijn2} onder ogen. Al bladerend komt hij tot de ontdekking dat mensen in de tabellen van dit genealogisch overzicht iets toevalligs en verwisselbaars hebben. Zelfs zijn ouders over wie hij zoveel weet te vertellen, worden in dit boek anonieme en verhaalloze figuren. Bij een enkele figuur wordt iets over de levensloop toegevoegd en dat interesseert Akijn, zoals de lotgevallen van dragonder Izaak Ackeijne tijdens Napoleons veldtochten3}, maar voor het overige is zijn oordeel: "Geen tekst . . . alleen ordening . . . weg ermee." Maar in een vlaag van mededogen noteert hij op de laatste bladzijde van het boek "De genade van de Here Jezus zij met u allen."

Het lukt Wim Akijn niet om in Een winterreis zijn vader uit de tabellen der vergetelheid te doen opstaan. Erger nog, hij komt tot de conclusie dat op de heldendaden van zijn vader nogal wat valt af te dingen. Hij probeert de ontluistering van deze legendarische man nog te negeren door het verleden in een verkleedpartij met het meisje Cathalijne na te bootsen, maar die escapade loopt uit op een fiasco.

De reacties van de literaire kritiek op dit boek waren uitermate lovend en het duurde niet lang dat Brakman er de Van der Hoogtprijs voor kreeg. Geheel anders was het commentaar van de familie. Men voelde zich verraden en verkocht door het beeld dat Brakman van zijn Zeeuwse familie had gegeven. En dat hij zijn vader als leugenaar en fantast had geportretteerd werd hem ernstig verweten.. Aan het onderscheid tussen het romanpersonage en degene op wie hij of zij geÔnspireerd is, werd niet gedaan. De familie in Terneuzen bijvoorbeeld, ervoer het als een verraad dat wereldkundig was gemaakt dat hun huizen aan de Donzevisserstraat in de jaren dertig niet over een wc in huis beschikten en dat er achter het huis tegen de tuinmuur een urinoir was gebouwd:. Brakman beschreef de situatie als volgt:

'Hij herinnerde zich zijn oom Arie overwegend in plassende houding, omdat dat vroeger altijd in het openbaar gebeurde. Op het binnenplaatsje was bij de keuken een soort fonteintje aan de muur bevestigd, waaronder een pijp uitkwam in een putje. Onder en voor het fonteintje stonden twee oeroude en groen uitgeslagen blikjes hout waarop oom Arie ging staan als hij thuiskwam. Hij was zeer klein van stuk, maar hij had voor de hoogte van het fonteintje rekening gehouden met de normale verhoudingen en toen voor eigen gebruik twee houten blokjes er bij geplaatst. Deze opvallende gebeurtenissen, het bestijgen van de blokken en het plassen in het openbaar, hadden het wijdbeens beeld van oom Arie in zijn brein geŽtst.'

Op de lange duur heeft de kritiek van de familie geen invloed gehad op het schrijverschap van Brakman, maar het lijkt er op dat hij er aan heeft gedacht bij het schrijven van een beschouwing over de betekenis van Zeeland voor zijn werk.4 }

'Het grote gebeuren van mijn jeugd was de vakantiereis naar Zeeland die zo eenmaal in de twee of drie jaar plaats vond. Ik leefde er een jaar lang naar toe en ik leefde er weer een jaar lang vanaf in vreugde en weemoed. De zozeer begeerde reis naar Zeeland eindigde voor mij op het moment dat de tantes, zwart als dropjes, zichtbaar werden op de steiger waar de provinciale boot zou aanleggen, daarna was het veertien dagen lang ťťn klonterige verveling tot aan het moment dat de tantes op de steiger weer kleiner en kleiner werden om ten slotte te verdwijnen achter een dijk, die hen resoluut voor enkele jaren wegsloot.'

Zeeland werd het land waar de verhalen vandaan kwamen: 'verhalen die de kracht en de onmiddellijkheid bezaten van een openbaring, verhalen van mijn grootvader, vader en moeder, afgeluisterd tijdens visites of direct aan mij verteld.'

Maar daar stond tegenover dat hij er zich te pletter verveelde als er niet verteld werd. Zo zou in Zeeland zijn voorkeur voor het verhaal boven de realiteit ontstaan zijn, basis van een schrijverschap waarin verhaal, verbeelding en fantasie de tekortkomingen van de werkelijkheid compenseerden en konden overschrijden. Als er niet verteld werd bleef er niet veel over van de vakantie:

'In Zeeland, die niet door te slikken pap met klonten, verveelde ik mij; in Zeeland verloor de wereld zijn zin; dat wil zeggen de wereld had geen zin meer in mij, ik had geen zin meer in de wereld en ook niet in mij zelf.'

Jaren later ging hij het land van de verhalen nog eens te bekijken '. . . toen mijn ouders overleden waren en er geen enkele mogelijkheid meer was mij de oude verhalen nog eens te laten vertellen, ben ik weer eens naar Zeeland gegaan, dat land waar heel ver en heel lang geleden elkaar raken. Het was in de zomer, maar ik schreef er over als 'Een winterreis',

De verhalen over de Zeeuwse ooms en tantes zaten nog wel in zijn hoofd, maar: 'Het land dat ik had uitgerold in mijzelf, van koren en water had voorzien, van zomerse windvlaagjes en stille straten, overleed ter plaatse bij de eerste stap aan wal. Het was koud, kil, hard en overhuifd door onintieme industriŽle geuren. Het was een land dat mij totaal onverschillig liet.'

Helemaal ongegrond waren de bezwaren tegen het beeld dat Willem Brakman van zijn vader had geschetst niet. Er was blijkbaar iets goed te maken, te herstellen aan het beeld dat in Een winterreis ontluisterd was. Hendrik Brakman was inmiddels ter ziele, maar zou met een verhaal behoed kunnen worden voor een verdwijning in de tabellen van de geschiedenis. Meer dan dertig jaar later deed zich een goede gelegenheid voor toen de kleinzoon van de grote samensteller Johannis Abraham Brakman aan Willem Brakman deel 2, de Aanvulling, schonk. Hij kende dat deel niet en de roman die hij toen met gebruikmaking van dit boek schreef, verscheen in 1994 en kreeg als titel Late vereffening. En dat werd het ook, meer een genoegdoening dan een schuldbekentenis, hoewel de grens daartussen niet goed is vast te stellen.

De verteller van Late vereffening, die de naam Brakman draagt, doet het voorkomen dat hij uit de Aanvulling van J.A. Brakman de gegevens haalt van een reis die zijn vader tijdens de Eerste Wereldoorlog gemaakt heeft door BelgiŽ. Ver achter het front, waar de slag bij Ieper niet meer dan gerommel in de verte is, maar in bezet gebied vol gevaren. Al vertellend toetst de verteller het verhaal over zijn vader aan de gegevens uit De aanvulling en meermalen stelt hij tot hij zijn genoegen vast dat hij veel meer weet dan Johannis Abraham en dat de Aanvulling in gebreke is gebleven. Het fabulerend vermogen van Willem Brakman blijkt hier niet onder te doen voor dat van zijn vader. In werkelijkheid werkte Hendrik Brakman tijdens de Eerste Wereldoorlog op scheepswerven in Vlissingen en Rotterdam en diende hij bij de marechaussee aan de grens in Zeeuws-Vlaanderen. Eenmaal zag hij een Duits vliegtuig neerkomen bij Retranchement, maar veel meer dan wachtlopen was er niet te beleven in die contreien. Willem Brakman laat zijn vader echter een avontuurlijke reis maken, waarbij de man voortdurend in de problemen raakt, maar steeds door invloedrijke figuren uit de benarde omstandigheden gered wordt. Tenslotte ontmoet hij keizer Wilhelm die hem belooft dat hij Nederland niet zal binnenvallen omdat hem ter ore is gekomen dat Hendrik ooit de buurvrouw van de verdrinkingsdood heeft gered.5}

'Om zijn grote verdiensten voor het vaderland,' zo besluit Willem Brakman zijn roman, 'werd hem een functie aangeboden als employť bij het bankierskantoor Lissa en Kann (zie Aanvulling, p. 398 bovenaan).' En waarachtig, het staat daar ook nog.

Hendrik Brakman die als 'Endrik met de neuze' in zijn geboorteplaats werd herinnerd, is nooit een Hagenaar geworden, hij bleef iemand van de familie uit Zeeland Hij onderhield geen contact met verre Haagse verwanten zoals de classicus dr. C. Brakman die docent was aan het gymnasium Haganum of de samensteller van De geschiedenis van de familie Brakman die op de Beeklaan woonde.. Toch belde Johannis Abraham Brakman - de Grote Tabellarius, zoals Willem Brakman hem noemt - een keer bij hem aan op zijn adres aan de Bevelandsestraat.

Uit het voorwoord van De aanvulling is wel te reconstrueren hoe dat in zijn werk moet zijn gegaan.. In 1925 nam het gezichtsvermogen van Johannis Abraham sterk af, later kwam daar enige verbetering in. Vanaf 1932 dwongen de gevolgen van een longontsteking hem binnenshuis te werken. Zijn zoon Cornelis die in de autotechniek zat, had geen belangstelling voor de genealogie en zijn kleinzoon Johannes Abraham was nog te jong, hoewel deze in het jaar 1936-37 het manuscript van De aanvulling zou uittypen zodat het naar de drukker kon. De ontmoeting van Johannis Abraham met Hendrik Brakman moet daarom hebben plaatsgevonden rond 1930, maar het verzoek om het werk aan het boek van hem over te nemen leverde niets op. Hendrik Brakman vreesde de tabellen. Willem Brakman herinnert zich het bezoek van Johannis Abraham in het begin van Late vereffening.

'De samensteller van de genealogie heb ik een enkele maal mogen zien, ik was nog maar een knaap en niet in de beste jaren, toen hij mijn ouders bezocht in Scheveningen om in de voorkamer bij de Jaarsmahaard te staan en daar voor zich uit te kijken. Hij was met zekerheid gekleed in een bruin pak, had een volle baard en droeg een lorgnet met ovale glazen waar doorheen hij een borende blik de kamer in wierp, en hield daarbij het hoofd sterk achterover. Ook wreef hij zich traagjes in de handen. Dat was Johannes A. Brakman, natuurlijk nu ter tabelle.

Noten

1 Geschiedenis van de familie Brakman, 1540-1921, door J.A.Brakman te 's-Gravenhage (Niet in den handel. Gedrukt bij Boom-Bliek, Breskens 1922) en Aanvulling op de geschiedenis van de familie Brakman of IIe deel, { 1415 - (1490 - 1515 - 1595) - 1936} door J.A. Brakman te 's-Gravenhage (Niet in den handel. Gedrukt bij G.Niessen, Ede 1937)

2 Vergelijk noot 1.

3 Een winterreis, blz. 74 en Deel 1: De geschiedenis van de familie Brakman, blz. 93.

4 Zeeland bestaat niet. Voor het eerst gepubliceerd in Maatstaf, jrg. 18, (1970), nr.4/5, blz. 7-8.

5 De legendarische redding van buurvrouw Paap uit zee, is in Een winterreis een van de verhalen over vader Akijn, waarvan de zoon ontdekt dat het allemaal niet zo'n vaart had gelopen. Hendrik Brakman bleef tot aan zijn pensionering wisselloper en algemeen bediende bij de bank Lissa & Kann (na 1940 Mees & Hope). Hij overleed in 1967 in Axel waar hij na de dood van zijn vrouw was gaan wonen.

xhtml 1.0 | contact | disclaimer | copyright