wbrakman.nl

De Volkskrant, 5 juli 2002

Eigenlijk is iedereen verdacht

Arjan Peters

Een politie-inspecteur met hart voor de zaak laat personen die zich onverdacht gedragen niet zomaar met rust: díe hebben vast iets te verbergen. Waarom zouden ze anders zo opzichtig normaal doen?

Het is misschien even wennen aan deze onconventionele opvatting, maar welbeschouwd is er moeilijk een speld tussen te krijgen. Dat geldt voor meer gedachtenspinsels en gedragingen van de personages in Gesprekken in huizen aan zee, de jongste roman van Willem Brakman. Zoals bekend is de schrijver onlangs 80 jaar geworden, en heeft hij in 40 jaar tijd liefst 50 boeken geschreven, waarvan de laatste reeds is aangekondigd (de roman De gifmenger) maar nog niet gepubliceerd. Brakman laat niet af de lezer te bestoken met zijn verhalen waarin de fantasie voortdurend op de loop gaat met zijn herinneringen. Kijk eens goed naar de mensen om je heen, lijkt dat oeuvre te benadrukken, en je constateert al spoedig dat er aan iedereen minstens één steekje los zit. Natuurlijk, dan blijven er altijd nog van die mensen over die hun geheimen listig bewaren achter een scherm van onberispelijkheid. Maar die moet je om te beginnen niet vertrouwen. Ik ben ervan overtuigd dat Brakman met instemming opveert, elke keer dat de pers geschokt gewag maakt van het inrekenen van een seriemoordenaar, die dikwijls jaren ongestoord zijn gang kon gaan daar niemand in zijn omgeving ook maar een vermoeden had van het duistere dubbelleven dat de kwant er op nahield.

Zie je wel! In Brakmans werk wordt de 'gewone' gang van zaken radicaal gekanteld. Zijn romans worden bevolkt door eigenaardige mannetjes en niet minder suspecte vrouwen, die van allerlei beginnen te bekennen nog voordat ze ergens van worden verdacht. Wat een wonderlijk fantast is die Willem Brakman toch, kan de lezer met reden uitroepen, om vervolgens een toontje lager te zingen als hij tot zich laat doordringen dat de auteur nu juist de pretentie verdedigt, dat zijn voorstelling aanmerkelijk realistischer is dan die in zogeheten realistische romans. Want wat zien we daar dikwijls? Een verhaal dat van a naar z loopt, volgens vaste en voorspelbare lijnen. Welnu, sla de krant op, of sla er je eigen gedachten op na: zo logisch gaat het er buiten zo'n roman nimmer aan toe. Zoals ook een detective volkomen los staat van de echte wereld. De thrillerschrijver moet een ingenieus plot uitdokteren, kunstmatig een orde aanbrengen in de zee van mogelijkheden die het ware leven om- en onderspoelt. En daar nu, in die zee van vermoedens, van uitgesproken dan wel verzwegen bekentenissen, daar gooit Willem Brakman het liefst zijn werphengel uit. Gesprekken in huizen aan zee is een detective, maar dan eentje van de hand van een romancier die de pest heeft aan rechtlijnigheid. Er is dus sprake van een dode, de filosofisch ingestelde heer Wolff die op zekere dag ontzield wordt aangetroffen achter zijn bureau in een verdacht stille Haagse buurt. En er is ook die inspecteur Lupijn, die geen genoegen neemt met de mogelijkheid van een natuurlijke doodsoorzaak. Zou Wolff vergiftigd zijn, danig gemarteld, of door verstikking omgebracht?

Lupijn trekt er derhalve op uit met zijn aantekenboekje. Hij brengt de omgeving in kaart, en stelt zo hier en daar eens een vraag. Wie waren er aanwezig in huize Wolff op het moment dat de 'neokantiaan' het leven liet? Hoe doortimmerd zijn de alibi's? Wie kan bewijzen dat de onverdachte passant, of zelfs de van niets wetende afwezige, niet de dader geweest kan zijn? 'Eigenlijk is iedereen verdacht, maar dat inzicht bereiken wij alleen als de ander in zeer brede zin in ons gedachtegoed is opgenomen en wij ons geheel weten te verplaatsen in al die schurken, klaplopers, straatzangers, canailles en halsafsnijders. Wie heeft er geen geheime foto's, knipsels, kleine papieren of een zwartfluwelen kussentje met inhoud?'

Ja, als je het zo bekijkt, kan álles - maar Lupijn laat zich niet van de wijs brengen, hij gedijt het best zolang er geen oplossing wordt gevonden voor de moord, die wellicht niet eens is gepleegd. Alweer: dat doet niet geheel normaal aan, maar eenmaal op de hoogte van des inspecteurs motieven is het spel van Gesprekken in huizen aan zee heel goed mee te spelen. Het gaat Brakman om een pleidooi voor de democratie van de geest, die vrijelijk kan uitwaaieren op een wijze zoals in onze wereld van harde actie en naakte feiten steeds minder wordt getolereerd. Ten onrechte, meent deze auteur, en daarvoor draagt hij per boek de bewijzen aan. Geest is fantasie, een vrijplaats voor dromen en verwijlen, waarbij de onwelkome dromen en gruwelijke daden bepaald niet worden overgeslagen.

Brakman heeft Wolffs vrouw de naam Virginie gegeven, een novelliste die schrijft in een 'stroom' en daarmee de angst wil oproepen en tegelijk bezweren, want angst is 'een wonderschoon zwijgen zoals van iemand die met een strak gezicht en nietsziende ogen en met stenen in zijn zakken de plomp in loopt.' Een Haagse dame kortom met een fikse scheut Virginia Woolf. De romantitel doet vagelijk denken aan het verhaal 'Drama van Huize-aan-zee', uit de bundel Nutteloos verzet van E. du Perron, waarin pensionbewoners praten over de onverklaarbare dood van één der gasten. Voorts herkennen we in de boekhandelaar Ran en de arts met de misleidend geneeskrachtige naam Van Heel personages uit eerder werk van Brakman.

Het zijn verwijzingen die men kan natrekken zo nijver als men belieft, maar een richtsnoer voor het klaren van Lupijns klus is er niet uit te destilleren. Gelukkig maar, want na het schetsmatig optrekken van dit decor kan Brakman met 'vrij uitzicht' de deuren en ramen openzetten van zijn dolhuis, even krankzinnig als felrealistisch, en dat leidt tot een schildering van hoogst suspecte individuen alsmede tot een spervuur van one-liners die schreeuwen om inlijsting. Men neme deze zomertip: 'Hangen de vellen erbij dan is de tijd van korte mouwtjes passé.' Of een filosofisch inzicht dat tot vertwijfeld nadenken stemt: 'Zelfs het kleinste beetje macht is al een klein beetje machtsmisbruik.' Of de waarheid die je een zelfgenoegzame invité wel in het gezicht zou willen slingeren: 'Jij hebt ons nodig om op visite te gaan bij jezelf.' Of de overtuiging van veel schrijvers, die mevrouw Wolff zonder bezwaar durft te uiten: 'Wee de schrijver die zijn grootheidswaan verliest. Men wordt niet ongestraft normaal.' Wie deed het, vraagt de domme detective (bekend van politieseries) zich af, terwijl de even onnadenkende thrillerschrijver braafjes de lijnen trekt die rechtstreeks naar de dader voeren. Dat is geen kunst.

Wie deze Brakman leest, ziet het aantal potentiële daders per bladzijde groeien: Virginie Wolff gaat niet vrijuit, zomin als de theoloog Aad Bons, neef Karel Brender à Brandis, de estheet Olie die zweert bij 'smiespel, smoezel en frunnik instee van een stralend triomferen van onheil', jonkheer Koel die houdt van 'het zeldzame, het satanische, veelduidige en ongezonde', en de poppenspeler Gedet die streeft naar een totaal vormeloze voorstelling: ze houden de lezer permanent bij de les, namelijk dat een vlotte bekentenis altijd de halve waarheid is, wat duidelijk wordt als men geduldig wacht op een verspreking. Heel Brakmans boek is een aanklacht tegen, en snerpende veroordeling van de eenduidigheid. Onwaarachtig veerkrachtig verdedigt hij het domein van de schrijver. Tweeëndertig titels publiceerde hij inmiddels nadat hij de P.C. Hooftprijs 1981 kreeg toegekend. Tijd voor een versere bekroning.

xhtml 1.0 | contact | disclaimer | copyright