wbrakman.nl

Fotogeschiedenis

Foto: 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11

Strandfoto

Strand

De foto is haast vergaan, meer dan zestig jaar oud, net niet wit-zwart, op de rand van kleurloos en, omdat de tijd is meegefotografeerd, ge´mpregneerd met een dun beendergeel.

Hoewel een groepsfoto ben ik de hoofdpersoon: gezeten op de schoot van mijn vader, die beide armen om mij heen heeft geslagen, wat al met al een innig en lijfwarm tafereeltje oplevert. Kinderlijk geluk, aan het gemis waarvan ik een levenlang heb geleden, is hier echter niet betrapt, ik herinner mij het gefotografeerde moment in 't geheel niet en dat is ook juist. Mijn herinneringen wat betreft het ogenblik waarop de strandfotograaf ons knipte zijn van een meer voorwaardelijke aard en zeer verbonden met mijn bescheiden zwerven over het strand. Het bijzondere van dit dwalen was het bewust zijn ervan, wat veel aan die werkelijkheid toevoegde. Nooit liep ik over het strand zonder daar intens weet van te hebben en de onvermijdelijke dromerijen langs de vloedlijn spreken dat niet in het minst tegen. Ging ik richting Kijkduin, van de tent weg, dan werd het zand onder mijn voeten hard, vreemd en veraf, de schelpen scherp en vijandig, de balspelers niet vrij van boosaardigheid. Draaide ik mij eindelijk om en liep ik weer terug, dan veranderde het zand in okers en warm bruin en herkende ik met grote kracht de kam van de duinen en het heiige, veilige afschermende havenhoofd in de verte.

De zee vertegenwoordigde, vanaf het eerste en kleinste uitlopertje, de barre scheiding, waarachter het genadeloze, en ik hoorde haarscherp hoe, na een voor mij plaatsvervangend verdrinken van een badgast en alle doodsschrik voorbij, het geluid van de zee veranderde, en ook het aanrollen van de golven. Dat was niet alleen schijnheilig maar ook van een verschrikkelijke onverschilligheid. Maar weinigen is hat gegeven niet alleen het niets te ervaren maar er ook een beeld van te bezitten. Het bijzondere was echter dat onze strandtent, deze navel van mijn wereld, bij het naderen niets van alle beloften inloste, maar zichzelf ontrouw werd op een ernstige wijze; stokken, zomerse schaduw, handdoeken en de picknickmanden werden van een alledaagse nuchterheid, zo onverschillig dat het aan de zee deed denken als alle dramatiek voorbij was. Alles wees terug naar het strand en het lijnenspel van geluk en gemis. Daarom kan ik mij van het gefotografeerde ook niets herinneren, het moment van geluk zelf is blind.

Willem Brakman, uit: De gevoelige Plaat, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 1995

Volgend

xhtml 1.0 | contact | disclaimer | copyright