wbrakman.nl

Gerelateerde auteurs

Menno ter Braak

Carnaval der burgers

Ter Braaks Carnaval der Burgers acht ik om zijn bijzondere kwaliteiten een uniek boek in de Nederlandse letteren, niettemin veronachtzaamd. Nog nooit trof ik iemand met mijn enthousiasme ervoor. Het is in 1930 geschreven en er was dus alle tijd het te laten bezinken, na de oorlog te waarderen en te verlossen van de vloek slechts een voorstadium te zijn. Het is een schriftuur om op een goed plaatsje te zetten in de kast teneinde het als het uur gunstig is ongedwongen ter hand te nemen en er weer in te verzinken met vreugde en bewondering. Het werk handelt over een vitalistisch principe: de zich breed ontvouwende, oorspronkelijke levenskracht, een spontaniteit die echter in de omineuze greep van de cultuur steeds weer moet verstenen, verbenen en verstar ren en een hernieuwd ontbotten omvormt tot visioen, hoop, schrijnende herinnering of blanke hoon. Misschien als thema geen trouvaille, maar een boek zo fris dat het mij ietwat boosaardig doet overwegen of Ter Braak niet het probleem vertegenwoordigt van een groot talent op zoek naar een auteur. Het Carnaval is een kijk in een talent in reincultuur en het is mijn droeve indruk met dit boek aan mijn zijde dat ook iets oorspronkelijks in Ter Braak zelf is misgegaan, een bloei van het rechte pad gebracht, in regie genomen, verstramd. Dit polemisch talent had geen moeite in stelling te komen, behield echter altijd wat zwevends en zoekends in het vinden van zijn vorm aan een adequate weerstand. In deze zin was het gespierde 'vorm of vent' niet altijd even overtuigend, de Hanseaten, een stoet dwergen in de vaart der volk weer te vulgair, te direct en vooral te dichtbij. Zijn jaloersheid op Nietzsche is onmiskenbaar en zeker zou Ter Braak zijn uitgegroeid tot zijn ware grootte bij een centraal thema met minder straatrumoer en meer boeken, zoiets als het onafwendbaar komen van het Europees nihilisme en dan met meer tijd. Bij het Carnaval kan men hem nog betrappen op onverhuld schrijfplezier, wel met de sombere Carry van Bruggen in de rug, maar voor hem, op het blad en nog onbelast, een fascinerend zelfgesprek, de vreugde van een formuleren dat daar maar geen genoeg van krijgen kan, een feest van taal en het avontuur van een welhaast onuitputtelijke inventiviteit met de charme van het overbodige. Alsof dat in deze tijd waarin het inhumane evenmin ontbreekt niet actueel zou zijn, en kritisch...

Willem Brakman

Thomas Mann

Der Zauberberg: "het beslissende boek". Brakman over Thomas Mann: klik hier.

Julien Green

uit:VN, 8 september 1991, Het beste boek van 1991

Het spijt mij dat ik niet actueel ben, maar het mooiste boek van dit jaar was voor mij Adrienne Mesurat van Julien Green, uit 1927. Een boek dat drijft op noodlot. Met fluisterende stem wordt de ondergang voltrokken. In een ingeslapen provinciestad ziet Adrienne de dokter maar één of twee keer, is direkt verliefd, maar die liefde wordt niet beantwoord. Als student las ik het en vond het gruwelijk, ik wilde door de bladen heen breken om orde op zaken te stellen. Nu herlas ik het, in een gerafelde Franse paperback, het oerbeeld van schriftuur, en vond het prachtig.

De mens leeft vanuit de troostende gedachte dat iets beroerds ook ánders had gekund. Dit boek is de tegenpool van die gedachte. Het is donker, duister en erg mooi van stijl.

Willem Brakman

Aldous Huxley

Willem Brakman: Mr. Scogan,
Uit: Het favoriete personage, uitgeverij Raamgracht, 1983.

Tot mijn favoriete figuren behoort zeker Mr. Scogan, één van de gasten van Huize Crome in Huxley's boek Crome Yellow, en fascinerender man heb ik tussen de kaften nauwelijks aangetroffen. De gasten die, in het long-weekend waaruit het verhaal bestaat, figureren zijn overigens boeiend genoeg, zijn wanhopig verliefd, huiveren aan de peilloze afgrond van het dichterschap, dubben uiterst bezorgd over de kosmos, lijden aan de crisis in de kunst, worden achtervolgd en doorspookt door het verleden of zijn even hijgerig als hormonaal betrokken bij het Een van het Al.

Mr.Scogan is dit alles niet, zijn teelballen schommelen slechts zeer perifeer mee, waardoor hij wint aan integriteit, eten windt hem niet op, zodat hij gezellig mager is en gekleed in slobberig tweed, zijn profiel is scherpgesneden en nobel, zodat het niet stoort in het décor en hij is nog een begaafd pijproker, weshalve steeds volledig bezig en ook gelukkig als niemand zich om hem bekommert. Zijn blik rust niet zonder genegenheid op allen, maar met ironie, en dit laatste niet zonder overtuigingskracht.

In huize Crome liggen gevoel en verstand gescheiden en de vele gesprekken die worden gevoerd dienen ertoe om duidelijk aan te geven dat deze elkaar ook niet zullen vinden. De heer Scogan is intelligent, bijna de intelligentie zelf, dat wil zeggen dat hij zowel aan de onderkant als de bovenkant veilig afgeschermd, de kracht vertegenwordigt van het zuivere oordeel, daarbij genietend van alle tegendruk en verontwaardiging en van zijn ijzige vermogen om stand te houden.

Onomkoopbaar als Robespierre bevecht hij zege na zege op alle humane gebieden van de geest. Waarop berust zijn kracht? Op de afwezigheid van veel; duisterheid, dubbelzinnigheid, raadsel, tegenstrijdigheid, absurditeit, grondmist, moeras, drijfzand, een omhoog staren in zuchten en stenen, een omzien in huiver, kortom: het hele landschap buiten de kuise kennis. Ook echter op de aanwezigheid van veel; Mr.Scogan is om zo te zeggen de geest op vakantie, altijd okselfris en riekend naar sportzeep, hij is puriteins en zuiver, en socratisch rationeel van onbesproken gedrag en de ideale hoofdfiguur voor een zonoverstraald jongensboek, bijvoorbeeld 'Popper gaat op Reis'.

Nooit vraagt hij belet voor zijn privé-moeilijkheden, maar wijst voortdurend buiten zich zelf op bot, been en graat van het voor allen geldende. Dit geheel in tegenstelling tot de andere gasten, die op afschuwlijke wijze het toevallige en zeer eigene in hun theorieen laten binnen woekeren en zeer, zeer wormstekig worden waar zij hun interesse even slim als bewogen ook bindend voor anderen willen verkopen.

Scogans kracht is zijn liefde voor waarheid, zijn onverzoenlijke hoogachting voor het objectieve, zijn zwakte is dat hij steeds gelijk heeft, ook niet meer dan dat, en zulks is te weinig in het Een en het Al. Toch… imponerend blijft hij, maar steeds als ik hem opzoek weet ik dat ik mijn moment van zwakte heb.

Een der subliemste momenten in het boek is het moment waarop een der vrouwelijke gasten vol hart, huig en hunkering en lichtelijk dampend haar visie op het leven aan de heer Scogan openbaart. Zijn zwijgen is tijdens haar bloedwarme betoog verschrikkelijk, zijn gedrag aan het slot niet minder. 'Mr.Scogan', zo staat er, 'was silent, his pipe bubbling peacefully.'Wie zou zo'n man niet willen zijn, bij tijden.

Willem Brakman

Nabokov

Op Schrijversnet 23 juli 1998:

'Ik ben geen lezer van actuele toppers, dit doet mij te veel denken aan volksdansen en mogelijk is dit niet eens een metafoor. Nu herlees ik Lolita van Nabokov. De roman mocht in zijn tijd een van de laatste taboes in de liefde doorbreken, the dirty old man, wat bij herlezing resteert is een puur taalfeest. Pathos, treurnis en eenzaamheid vormen de heilige drie-eenheid van dit boek. Wie uit dit boek het verhaal lospeutert in de waan hiermee de essentie van het boek te hebben gepeild, houdt een smartlap, c.q. een tranentrekker in handen. Qua taal is het een meesterwerk, ook als men alle spelletjes, de verpakking, de trucjes, het spiegelen en de ironische filosofieën doorziet. Wie dit boek leest en herleest wordt niet alleen rijker maar ook intens droef over het huidige literaire taalgebruik.'

Willem Brakman

Franz Kafka

Simon Vestdijk

W.F. Hermans

Marcel Proust

xhtml 1.0 | contact | disclaimer | copyright