wbrakman.nl

Bric à Brac

Een archief van eerdere berichten. Beschikbare jaren: 2017 - 2016 - 2015 - 2014 - 2013 - 2012 - 2011 - 2010 - 2009 - 2008 - 2007 - 2006 - 2005 - 2004 - 2003 - 2002 - 2001.

Dit is 2011

Arjan Peters: 'Eindelijk sneeuw'

Hopelijk krijgen wij sneeuw
"Eindelijk sneeuw, met tegenzin ben ik in de middag naar de villa gewandeld hoewel alles in mij altijd, hoever ik mij ook herinner, naar sneeuw verlangt." (Willem Brakman, Pop op de bank)

Uit: Arjan Peters, Eindelijk sneeuw; Klik HIER voor meer informatie over "Eindelijk sneeuw"

Het Vestdijkhuis

Het bedoelde huis op Schiermonnikoog
Het bedoelde huis op Schiermonnikoog

Willem Brakman, Vestdijk en pantouffles:
"...Op Schiermonnikoog denk ik altijd aan Roland Holst en Vestdijk. Deze twee schimmen vergezellen mij daar overal. De laatste omdat ik er een huis ken dat precies het huis is van zijn geboorte. Soms, heel alleen ergens in de duinen en al fietsend, want dan kan er veel, vraag ik aan die hemel boven mij: ‘Simon, ben je daar?’ en zijn antwoord is dan altijd: ‘Neu zeg.’

De mythische stad van Willem Brakman

De mythische stad van Willem Brakman Er zou een lange lijst te maken zijn van neologismen, waarmee Willem Brakman het Nederlands heeft verrijkt, maar zo uit hun literaire context gehaald, zouden die woorden wellicht een verkeerde indruk kunnen wekken. Willem Brakman - die in 1981 de P.C. Hooftprijs kreeg, maar daarna naar mijn smaak verweg het boeiendste deel van zijn werk schreef - heeft namelijk een grote voorkeur voor archaïsmen, voor uitdrukkingen en aanduidingen die bedekt zijn door een dikke laag stof, maar die door Brakman glimmend en stralend worden opgepoetst tot parels voor een levende taal. Zeker, zijn inventieve woorden stijlgebruik houdt zich verre van wat de media doorgaans hanteren, maar het zou ook een misvatting zijn te menen dat Brakman alleen maar ouderwets, of archaïserend te werk zou willen gaan. Brakmans boeken zijn het resultaat van een speurtocht door de geest, het zijn complexe gehelen die duidelijk maken dat de werkelijkheid nooit zomaar gekend kan worden, dat de realiteit niet eenduidig of eendimensionaal is, maar ingewikkeld en verknoopt. Eigenlijk neemt Willem Brakman in zijn boeken wel de tijd voor een houding die steeds schaarser dreigt te worden: reflexie. Hij doorgrondt de werkelijkheid tot in alle uithoeken, hij laat geen schimmenrijk of dagdroom met rust, hij fantaseert, associeert en vooral regisseert op een manier zoals alleen een groot schrijver dat vermag.
Neem nu Van de in hoger kringen verliefde, de roman die najaar 1990 verscheen. Wie een coherent verhaal, een logische stroom van gebeurtenissen verwacht, zal tijdens het lezen van deze roman
geïrriteerd raken. Brakman maakt van de avonturen van Edward, die terugkeert in het Den Haag van zijn jeugd, beurtelings een detective, een jongensboek, een autobiografie, een achttiende-eeuwse schelmenroman en misschien zie ik nog wel wat mogelijkheden over het hoofd. Gemeten naar reële maatstaven is Van de in hoger kringen verliefde een krankzinnig boek. Een schilderstafereel dat tot leven komt, een koningin te paard die aangegaapt en aangestaard kan worden, een Haagse coterie die samenspant tegen de bezoeker van verre zonder dat echt duidelijk wordt waarom - het blijft allemaal te gek voor woorden. Die woorden vindt Willem Brakman nu echter wél, hij maakt geen doorslag van de waarneembare werkelijkheid voor zijn lezers, nee, hij geeft Den Haag, de residentie zoals we die stad allemaal kennen, een werkelijk mythische allure, hij maakt die stad tot een decor waartegen alles kan en ook aannemelijk wordt.
Edward, de dichter, die de hoofdpersoon is van deze roman, gaat op bezoek bij zijn vermogende vriend Grote Klaas en zijn vrouw Kee, op wie de dichter altijd al een oogje heeft gehad. Hij wandelt en kijkt in de omgeving van hun landgoed de Hanenborg en komt in die dreven ook op een goed moment ‘de Koningin’ tegen, wat goed is voor een schitterende scène in het boek: ‘Onhoudbaar majesteitelijk stond zij daar, nog wel met de rug, breed en stevig als een ton, naar mij toegekeerd, maar daarna was het zich naar mij toewenden als de zuivere genade zelf. Machtig was de trom van haar buik, naar onder toe verglijdend naar zachtroze en eindigend in een waarlijk vorstelijke pluim die zachtkens wuifde in de zomerwind, in de duinen, aan de zee...’. Het is duidelijk: zij is de inspiratiebron pursang voor de dichter, zoals er ook andere omstandigheden zijn die zijn verbeelding aanspreken en activeren. Alle hogere kringen van ambtenaren en acteurs, van hofdignitarissen en verwaande kwasten waarin Edward verzeild raakt, zorgen voor een creatieve impuls, activeren zijn inventieve brein. Want Edward is, zo houdt Brakman ons overduidelijk voor, maar een produkt van de grote regisseur die de schrijver van dit boek is en die met een satanisch plezier aan de touwtjes trekt’. (...) maar het is zoals er staat geschreven: ‘Gelukkig hij die zichzelf als dichter vooraan kan sturen en door diens streken laten amuseren’.
Er staan vele bewonderenswaardige passages en beschrijvingen in deze roman die op een wel heel speciale manier door en door Haags is. Brakman weet de decorstukken en de acteurs beeldend en geestig tot leven te wekken, maar als je goed leest blijkt er meer aan de hand te zijn dan dat er een vermakelijke stoet aan voorvallen en divertissement passeert. Brakman is, naar ik meen, bezig aan een soort ‘tegenbeweging’ binnen zijn eigen oeuvre. Zijn boeken uit z'n beginperiode, onmiskenbaar Haags en postexistentialistisch; somber, dreigend, krijgen opnieuw hun plaats in de boeken die Brakman nu schrijft. Boeken als De graaf van Den Haag, Jongensboek, Pop op de bank. Soms zijn het romans, soms autobiografieën, maar dat onderscheid is, dunkt me, betrekkelijk arbitrair. Het gaat erom dat Brakman de hem wel zeer bekende wereld uit zijn jeugd herschept. Idealen en verlangens komen tot leven in romangestalten. Fixaties worden werkelijkheid, jongensdromen worden zonder barrières van ruimte en tijd bewaarheid. Wat er ontstaat is niet zozeer Den Haag, maar dé Brakmanniaanse stad, zijn Macondo, zijn Parijs. Wat Brakman nu boek na boek aan het doen is, het tot mythische proporties uitvergroten van zijn beleefde en gewaande verleden, is uniek voor onze literatuur. Ook deze roman is weer op een stevige manier verfijnd, geraffineerd en doeltreffend. Brakmans psychologische inzicht en kijk is verbluffend en het laat ook nu weer zien wat er in literatuur mogelijk is, ‘het kweekt taal en schenkt werkelijkheid. En dat is raadselachtig voor wie het wil zien’. Woorden van Brakman zelf, maar wie zou ze als lezer van zijn werk niet beamen?
Daan Cartens,Ons Erfdeel, jaargang 34, nr. 3, 1991
WILLEM BRAKMAN, Van de in hoger kringen verliefde, Querido, Amsterdam, 1990, 145 p.

Arjan Peters leest Willem Brakman (3): De kunstenaarssocieteit


4 Minuten: Arjan Peters leest van Willem Brakman: De kunstenaarssocieteit
Klik HIER om de opname te bekijken (soms verschijnt wit scherm; hierop rechts klikken, in 'Full screen bekijken).

Arjan Peters leest Willem Brakman (2): Pop op de bank


2 Minuten: Arjan Peters leest van Willem Brakman: Pop op de bank (fragment "meester Besteman")
Klik HIER om de opname te bekijken (soms verschijnt wit scherm; hierop rechts klikken, in 'Full screen bekijken).

Arjan Peters leest Willem Brakman (1): De gifmenger

2 Minuten: Arjan Peters leest van Willem Brakman: De gifmenger (fragment "wat is schrijven")
Klik hier om de opname te bekijken.

Willem Brakman in 2002

Willem Brakman op de receptie

Een paar feiten. In januari een bezoek aan Londen. De eerste versie van 'Nazomer' komt gereed. De roman 'Gesprekken in huizen aan zee' verschijnt. Brakman begint de novelle 'De Venetiaan' die later als 'De afwijzing' zal verschijnen. Op 13 juni biedt uitgeverij Querido hem een feest in Amsterdam aan ter gelegenheid van zijn 80ste verjaardag. (zie foto)

Klik hier voor de tekst van het dankwoord

uitnodiging ter gelegenheid verjaardag
De uitnodiging, zoals die aan genodigden is verstuurd ter gelegenheid van de verjaardag.

Essays: knetterende letteren

Een thema-gesprek (knetterende letteren, 18 oktober 2001)over het literaire essay met de schrijvers Hella Haasse, Willem Brakman en Piet Meeuse. Welke status heeft het genre en hoe ontwikkelt het zich in deze tijd?

Klik hier om de uitzending te beluisteren (vooruit scrollen lukt niet altijd, maar de uitzending is in zijn geheel interessant).

Het begin, Willem Brakman


"In het begin was ik woest en leeg. Nooit was er een moment dat ik er niet was. Ik weet dat want ik ben het verleden zeer toegedaan, wat aan het eind van deze eeuw en onder de enorme dreiging van de volgende zeer vanzelfsprekend is. Een man ben ik van de terugblik, een speurneus naar de oorsprong nog voor het begin, die wondere ruimte waar herinnering en fantasie zich met elkaar verstrengelen, bedachte herinneringen zich vermengen met bedenksels die weer hun oorsprong hebben in de herinnering. Daar dwaal ik als het schriftblad is omgeslagen, steeds weer op zoek naar het eerste woord van de eerste zin...."

Klik hier om verder te lezen.

Bulletje en Bonestaak



Bulletje en Bonenstaak, dat vond ik zo’n prachtig boek, met mooie heldere tekeningen. De teksten heb ik nog in mijn hoofd als gold het de bijbelvastheid van een protestant. Als men vraagt door welke boeken in ben beïnvloed, antwoord ik altijd: ‘Door mijn jongensboeken.’ Er is een boek waarin Bulletje en Bonestaak op een onbewoond eiland aankomen. Op dat eiland loopt ook hun oom Hein rond, maar die heeft zich zwart gemaakt en verkleed als een wilde. Aanvankelijk schrikken Bulletje en Bonestaak zich een ongeluk, maar ome Hein zorgt er toch maar voor dat ze niets overkomt. Dat vond ik zo prachtig, in je latere leven moet je lang zoeken om ervaringen te vinden die van eenzelfde intensiteit zijn. Lezen en ervaring gingen samen. In je jeugd ligt alles klaar voor die wonderlijke tovenarij die lezen heet. Met televisie is dat anders, mijn kleinkinderen bijvoorbeeld kijken tv maar tegelijkertijd zitten ze te kleuren of ze spelen met blokken. Af en toe werpen ze een blik op de buis als ze een scherpe gil horen, maar er is geen concentratie. Het lezen in je jeugd is een gymnastiektoestel voor datgene wat het kostbaarste is wat je je kunt verwerven: het vermogen tot ervaren.
Bron: Willem Brakman, Vrij Nederland, 22 mei 1999 (De kinderrepubliek der letteren)

Delflandse Hoofden: Wim Noordhoek op Avondlog


"Vanmiddag aan het strand wist ik wat ik had: de zomerziekte van wekenlange vakantie. Den Haag, een uitgestorven stad, je hoorde de ijsmannen stratenver aankomen...."

Klik hier en lees verder.

De historicus


Willem Brakman legde in de zomer van 1998 de laatste hand aan zijn roman 'Het goede boek'. Het liet daarbij een passage vallen en gaf hem later de titel 'De historicus':

'Dagboeken', zei de historicus, 'brieven, notities, aantekeningen, handschriften en ook aangestreepte passages in boeken die hij vermoedelijk had gelezen, dat was het materiaal waarin ik mijn weg moest zoeken om de waarheid van de schrijver S. boven tafel te krijgen. U begrijpt wat ik bedoel.'
'Wis en waarachtig', zei ik, 'maar gaat u verder.' En dan waren er natuurlijk de persoonlijke bezoeken, voornamelijk familieleden, maar ook zijn schoolvijanden, enkele winkeliers, buren, een zustertje hier en daar en wat personeel van de Openbare Bibliotheek waar hij als kind veel geïllustreerd boekwerk leende over de Barok. Dat waren gecompliceerde gesprekken die meestal op gedempte toon werden gevoerd en die nogal wat inzicht vereisten wat betreft de psychologische achtergronden....

Klik hier om verder te lezen

Willem Brakman en Zeeland


Op deze kaart van Zeeland uit 1610 is midden-boven ter hoogte van Vlissingen het eiland Wulpen te zien. Een belangrijk deel van de familie Brakman was daar woonachtig toen het eiland in de zeventiende eeuw door de zee verzwolgen werd. De overlevenden vestigden zich in het Zeeuws-Vlaamse Groede. Op het kerkhof van dit dorp is de naam Brakman nog steeds nadrukkelijk aanwezig. Wilem Brakman schreef over deze voorgeschiedenis in zijn roman 'Een winterreis".

Persoonlijke opdracht: Simon Vestdijk aan Willem Brakman (2)


uit: Volkskrant, 13-1-1982

Persoonlijke opdracht: Simon Vestdijk aan Willem Brakman (1)


uit: Volkskrant, 20-1-1982

Willem Brakman aan Tom van Deel (3)

Opdrachten van Willem, door Tom van Deel


Het Bzzletin nummer waarover Tom van Deel rept in het bericht van 4 juni en hieronder; zie ook HIER

Zie bericht van 4 en 13 juni 2011 voor de voorgeschiedenis van deze opdrachten.

Een jaar later kwam De koning is dood waar op het omslag een schilderij van Brakman prijkt, een van de eerste uit zijn reeks eigen verbeeldingen van zijn romans en novellen. Vandaar waarschijnlijk dat hij mij een opdracht verstrekte die bovendien ook aansloot bij mijn, aan hem bekende, belangstelling voor de connectie tussen literatuur en beeldende kunst:

21/10/99
Beste Tom,
Dit boek is als een
groot en donker
schilderij!
daarbij van mij!
Wim
26/5/2000
Des sloop der dingen:
geen knarsend handenwringen
maar opgewekt en blij van zin,
eerst naar de verdommenis
en dan er in!
als steeds
uw
toegenegen
Wim
Tekeningetje in Vrij uitzicht, Brakmannetje op de rug gezien, met bijschrift: Alles sal regkom. (19/10/2001) Aforisme in Gesprekken in huizen aan zee : Geen enkele kunst gaat in theorie op. Sterkte. Wim (18/4/2002). In de ‘autobiografie’ J’accuse! een iets uitvoeriger tekst:
Voor Tom
van
de man
die wandelt in de Raad der Goddelozen
staat
op de weg des zondaars
en zit
in de kring der spotters
[handtekening]
Deze verwijzing naar de Psalmen was aan mij wel besteed, want ik werkte in die tijd mee aan de Nieuwe Bijbelvertaling van de Psalmen. Daarmee zijn we weer terug bij het begin, want toen ik Brakman voor het eerst interviewde, over De gehoorzame dode had hij al bonje met de christenen die zijn verwerking van het lijdensverhaal “faecaliën werpen naar het kruis” (Rijnsdorp) vonden. Zie mijn herinneringen in BZZLLETIN daarover.

Zoals misschien niet iedereen heeft opgemerkt luidt de titel van Brakmans roman Van de in hogere kringen verliefde op het omslag net even anders, namelijk: Van de in hoger kringen verliefde. De schrijver had het wel degelijk gezien wijdde er als opdracht in mijn exemplaar een fraai kwatrijntje aan. Met ‘Jan’ wordt Brakmans redacteur bij Querido, de dichter Jan Kuijper, bedoeld:
21/9/90
Na een zwijgend en langdurig wikken, wegen,
Ontnam Jan mij een “e” als een verheven
Vingerteken, voor wie kunnen lezen,
Naar ’t hoogste in een zéér Haags liefdesleven!
Eronder tekende hij een zonnig gestemd Brakmannetje met het dagblad Trouw onder de arm, kennelijk op weg naar de lectuur van mijn recensie in die krant van zijn roman. Dat Brakman ook edities van enkele van zijn romans in de grootletterversie van de Stichting Uitgeverij XL in Den Haag heeft uitgebracht is minder bekend. In Ante Diluvium dat hij mij toezond schreef hij:
21/3/2000
Uit naam van enkelen,
voor hen die niet lezen,
voor hen die niet lezen kunnen,
voor hen die niet lezen willen,
uitvouwen de zweetdoek,
om en om keren het blad
groter en groter,
niet
Wim
De gifmenger, opgedragen aan zijn vriend Wim Noordhoek, liet hij vergezeld gaan van een leuk commentaar op het vignetje van een dampend theekopje dat telkens in het wit tussen de tekstgedeelten opduikt:
15/2/2003
Voor Tom
Theekopjes oponthoud!
Wim
Nazomer ging gepaard met een muzikale en stemmige associatie:
16/9/2003
Zacht klinkt Clementi
niemand richt het woord tot hem.
O welk een diep behagen –
Als steeds,
Je
Wim
Bij De afwijzing klinkt de toon schriller, of dubbelzinniger in elk geval, misschien zelfs humoristisch – het hangt er maar van af hoe je het lezen wilt:
30/4/2004
Voor Tom
Veel liefde heeft
schrijver dezes gekend
Hij is een verbitterd man!
als steeds, Wim
En ten slotte als accolade boven deze wonderlijke menigte opdrachten wil ik er twee nog toevoegen, die in Moenens luchtige sprongen :
6/10/2005
Voor Tom
eerbiedig
aangeboden.
[handtekening]
en het kwatrijntje in 'Oom Anton':
21-8-87
Vreemd vond ik jajum in de flaptekst
want om dat schoon "hors d'oeuvre"
hangt niet de walm van pikketaan
maar lichte glans van geest, 't kan niet druiver.

13 juni: verjaardag Willem Brakman

Dit weblog, Romenu, zet al een paar jaar op de geboortedag van Willem Brakman een foto van hem, en een stuk tekst op zijn site:
Klik hier: scroll naar beneden voor de blog over Willem Brakman op 13 juni.

Willem Brakman aan Tom van Deel (2)

Opdrachten van Willem, door Tom van Deel


v.l.n.r.:Tom van Deel, Willem Brakman(2006, foto; Wim Noordhoek)

Zie bericht van 4 juni 2011 voor de voorgeschiedenis van deze opdrachten.

Weer een kwatrijn bracht Een heiligverklaring :
26/10/91
De reden, Tom, voor deze heiliging
Is zonder meer, beveiliging
Opdat niet eens in ’t schimmenrijk, men zeer
Onaardig zij voor wie daar wijlen ging.
Wim

Onder het motto van Kaváfis in Een voortreffelijke ridder heeft Brakman zijn mogelijk langste gedicht geschreven, bestaande uit veertien versregels, een heus sonnet:
Voor Tom
Verfrommelde geront, gebukt, gedeukt,
Een foliantenleven van lezen en herlezen
Over ’t grote vuur, ’t schermutselen in die dagen,
Dat altijd maar om Dulcinea vrezen.

Toch wil in d’oude kop niet alles dagen,
Veel schimmen, spoken zijn niet duidelijk in deze,
Hoe zat dat met die vrouw? Het bleef maar knagen,
Was ze dik, mollig, maagd, had hij haar mogen kezen?

Zo zwak zijn hoofd, zo mild zijn visioenen,
Zijn handje groet iets, bibberend, dun en erg verlaten,
De ridder en de knakkelaar, hij kan ze best verzoenen.

’t Weer slaat om, zijn knoken gaan weer klagen.
Sancho meldt nog een late vijand, een geheel in ’t zwart,
Een aardig man, die klopt en vriendelijk belet komt vragen.
- Deze verwerking tot sonnet heeft bepaald een sympathiserende toon en laat lang niet slecht Brakmans gevoelens aangaande Don Quichot, die in zijn ouderdom naar Scheveningen terugkeert, merken. Maar: de novelle zelf doet dat op de manier van het proza en is in het vertellen natuurlijk veel beter.
In Vincent staat iets wat ik alleen begrijp als de toezending van een roman vergeleken wordt met die van een doos sigaren (uit de eigen doos bovendien):
14/9/93
Beste Tom
dat je ze maar
in gezondheid
op mag roken!
Wim
Het blijft wel een leuke opdracht aan iemand die hij als een niet-roker kende.
Weer een kwatrijn (zeker Brakmans geliefde versvorm, denk ook aan zijn kwatrijnenwisseling á la die van Roland Holst en Vestdijk met Nol Gregoor) voorin Een vreemde stam heeft mij geroofd :
23/10/92
Voor Thomas Viator!
De verste reizen zijn even
ver beneden peil. Ze geven
veel voldoening, mits de straat niet wordt verlaten
en dicht bij huis gebleven.
Wim
Nou, daar voldeed hij wel aan, aan dit adagium. Ik heb hem twee weken in Jeruzalem meegemaakt, maar als wij geen dringende toeristische behoefte hadden, ging hij elke morgen naar het café en schreef hij verder aan Een weekend in Oostende !

In Late vereffening deze opdracht:
10/5/94
Voor Tom
And the sound, is the sound of the sea,
Under the bam,
Under the boo,
Under the bam boo tree.
Wim
Volgen opdrachten als: van Sinterklaas! En een tekeningetje van een Brakmannetje in de regen (28/3/96) en: 9/11/96 Voor Tom! [ handtekening] Wim! Als eerste aangeboden! [ lachend hoofdje, getekend].

Kenmerkender is het bijschrift bij De gelukzaligen:
11/9/97
Voor Tom
(zichzelf telkens weer en overal
moeten zeggen, ik kom niet
van hier!)
Wim
Interessant is het verschil dat Brakman altijd heeft gemaakt tussen dichters en prozaïsten; hij beschouwde zichzelf niet als een dichter, hooguit was hij van mening dat op zijn beste momenten zijn proza ‘vonkte’ naar poëzie. Bij Het goede boek bedankte hij mij blijkbaar voor een gedicht, misschien mooi gedrukt door iemand, maar hij haalt, zeker expres, twee gedichten van mij door elkaar. In dit soms associatief en prikkelend combineren was hij natuurlijk een meester, maar er is later vaak niet meer achter te komen hoe zijn hoofd toen precies heeft gewerkt. In elk geval luidt de opdracht:
3/12/98
Voor Tom
dank voor Kuros
en de speld.!
(dichters hebben ’t maar makkelijk
die hebben een mooi gedicht
in hun hoofd en
schrijven ’t gewoon op.
Nee dan… zie verder.
Wim

Willem Brakman aan Tom van Deel (1)

Opdrachten van Willem, door Tom van Deel


v.l.n.r.:Willem Brakman, Tom van Deel, Gerrit Krol, Rotterdam (7 febr. 1978)

In 1964 heb ik als negentienjarige student Nederlands, in mijn hoedanigheid van redacteur van de jongerenpagina ‘Ruimte voor ons’ van onder meer de Nieuwe Haagsche Courant, Willem Brakman, op mijn verzoek, opgezocht in Enschede, aan de Varviksingel. Ik wilde hem interviewen over zijn zopas verschenen roman De gehoorzame dode – een interview dat mede werd gestuurd door mijn bewondering voor het, nog weinige, eerdere werk. In het Brakman-nummer van het tijdschrift BZZLLETIN heb ik verslag gedaan van mijn eerste Brakman-ontmoeting, dus het heeft weinig zin dat hier te herhalen: het valt gemakkelijk op te zoeken. Omdat ik voor mijn studie een kleine scriptie wilde maken, roman analytisch van aard (want dat was toen de nieuwe mode), over het verhaal ‘Herfstmanoeuver’ in Water als water zal ik mij begin januari 1966 weer naar Enschede hebben begeven, om nog wat nadere inlichtingen te verkrijgen. Alweer was de ontmoeting alleraangenaamst en aangezien ik nogal vaak in mijn gesprek met de schrijver passages aanhaalde uit zijn verhaal (of misschien wel novelle) en hem verzocht om iets in mijn exemplaar te schrijven, ik was tenslotte een echte liefhebber, kreeg ik de eerste opdracht van Willem Brakman ingeschreven op 17/1/66:
Voor Tom van Deel
Met het verzoek er in mijn bijzijn niet uit te citeren
WBrakman

Ik vond het een behoorlijk geestige, geheel bij hem passende opdracht en ging verguld naar Amsterdam terug. Meer dan dertig jaar, zeker, heb ik niet geweten dat deze opdracht een citaat is en wel uit een bundeltje van Nol Gregoor, Twee Hyacinten, dat ik ergens in de vroege jaren 2000 van Brakman te leen kreeg en waarin ik zag dat zijn vriend Gregoor de volgende opdracht had geschreven:
Voor Wim Brakman,
Met het verzoek, er in mijn bijzijn niet uit te citeren!
Nol. 1945
Al wel eerder, maar toen pas helemaal voelde ik mij opgenomen in een vriendschapsdriehoek.

Nadien heeft Brakman mij soms, later altijd, zijn boeken gestuurd en zijn we in een decennialange, zeker honderden brieven en ansichten behelzende correspondentie geraakt. Voor deze gelegenheid, en op verzoek, wil ik nu mijn Brakman-boekerij langslopen en de opdrachten noteren die ik in de boeken aantref, en daar liefst enig kort commentaar bij geven. Zonder enige twijfel heeft Brakman ook verschillende andere vrienden en kennissen van opdrachten voorzien (misschien wel van dezelfde, zie het bovenstaande).
In Vijf manieren om een oude dame te wekken staat, gedateerd 14/9/79: Voor Tom! En daarbij is een gekroond Brakmannetje in de sneeuw getekend, met daaronder: Wim. In Glubkes oordeel tref ik alleen de datering 9/3/81 plus zijn handtekening. Met Een weekend in Oostende beginnen de geschreven opdrachten echt los te komen. Daar heet het:
14/10/82
Voor Tom!
*
onvermoeid
*
Immer waakzaam!
Wim
De karakteristieken zouden iets te maken kunnen hebben met de rol die ik, mede, gespeeld heb bij de toekenning van de P.C.Hooftprijs enkele jaren daarvoor, of ook met het feit dat ik van meet af aan een onmiskenbare pleitbezorger ben geweest van zijn werk. Het jaar daarop verscheen Een wak in het kroos met een intern verwijzende opdracht:
25/5/83
Voor mijn goede vriend
Tom!
Met het verzoek er veel en vaak uit te citeren!
Wim
Ik moet mij toen ook werkelijk al een ‘goede vriend’ gevoeld hebben, want voor de verschijning van Een wak had ik het de schrijver stellig aangeraden het begingedeelte (dat, uit mijn hoofd, te theoretisch was, met Kant en Hegel en totaliteit e.d.) te laten vallen, waaraan hij toegaf. Ik bezit de dummy nog waarin in het eerste katern dit ontmoedigende begin is afgedrukt. Nog hetzelfde jaar, aan productiviteit geen gebrek, verraste de novelle De reis van de douanier naar Bentheim. De opdracht luidde:
7/11/83 Schier!
Er zijn boeken die men op ’t eerste
gezicht als zodanig herkent.
Wim!
Met Schier wordt Schiermonnikoog bedoeld, waar Brakman jaarlijks tot zijn groot geluk een aantal weken een huisje huurde aan de Zwarte Duinenweg. Het volgend jaar droeg Brakman – iets wat hij vrijwel nooit deed – een roman aan iemand op, namelijk aan mij: De oorveeg. Behalve ‘Voor Tom van Deel’ staat er op blz. 5 van dat boek nog een citaat van Nietzsche: Man muss vergelten, Gutes und Schlimmes: aber warum gerade an der Person, die uns Gutes oder Schlimmes tat?
De extra, handgeschreven opdracht daar tussenin luidt:
gerade an Tom.
und Gutes!
Wim.
Een familiedrama, ik schiet maar even op, reageert met een briefje op een bezoek van mij aan het Griekse eiland Lipsi en een ansicht aan hem gestuurd – verder alleen: 27/8/84, Voor Tom! Wim. Dan volgt er een hele rij boeken met ongeveer deze korte formulering, sommige ook zonder iets, tot in 1989 met De vadermoorders Brakman zich ineens als dichterlijke opdrager ontpopt:
Voor Tom!
God is dood, vermoord, maar hoe?...
Zo groot en sterk, dan dit gedoe.
Van de dader weer geen spoor. Die ligt,
Op ’t kerkhof, een oog open, een oog toe.
Wim
Dit is zeker een aardig kwatrijntje dat een zijdelings licht werpt op de bedoelingen, of de associaties, van de roman. Ik sla wat over waar nauwelijks iets in staat. Ook de brief of het verhaal of de fantasie, een ratjetoe van werkelijkheid en verbeelding, die de gehele Franse titelpagina van Inferno in zeer klein handschrift beslaat, neem ik in dit verband niet op ( AKO:7/4/91); het lijkt het mij een reactie op het niet-krijgen van de AKO-prijs.

Wordt vervolgd.

Eerst getekend, dan geschreven


Het doodgezegde park

Willem Brakman ging bij het schrijven van een roman altijd uit van een beeld. Een gezien beeld of een innerlijk beeld. Door tijdens het schrijven steeds terug te gaan naar dat beeld bleef de eenheid in de tekst beter bewaard. Zo'n beeld hoefde niet letterlijk in de romantekst voor te komen, maar in "Het doodgezegde park" speelt een woonwagen een belangrijke rol. De hoofdpersoon van de roman heeft naast het park een handelshuis en bezoekt regelmatig de twee duistere bewoners van een woonwagen die daar op onverklaarbare wijze is terechtgekomen. Brakman maakte de tekening toen in het voorjaar van 1986 in het Volkspark in Enschede de jaarlijkse kermis in aanbouw was. [gjk]

"Op dat ogenblik zag de heer Hannequin onder de kathedrale beuk aan de rand van het grasveld een woonwagen staan; dat verbaasde hem, want woonwagens kwamen daar niet veel voor, hoogstens met Pasen in verband met de kermis. Het was al met al een opvallende wagen: zwaar en scheef hing hij op zijn veren en de wielen waren diep in de modder weggezakt."

Willem Brakman, laatste der mohicanen


Willem Brakman in zijn schrijfkamer

A.s vrijdag, 13 mei 2011/ 20.01, wordt het programma Andere tijden uit 2003, herhaald op het thema-kanaal, Geschiedenis 24. Willem Brakman legt in dit programma zijn omgang met de computer uit

Klik hier om de uitzending te bekijken (met Realplayer). Klik op de link, rechts bovenaan de pagina.

De tekst bij het programma:
Inmiddels is het zover dat ze niet alleen in elk bedrijf in veelvoud te vinden zijn, maar dat je een uitzondering bent als er thuis geen computer staat. Als de stroom uitvalt zijn we volstrekt hulpeloos. Is de pc dan overal doorgedrongen? Nee, net als dat ene kleine dorpje in Frankrijk, is er wel degelijk nog die ene koppige computerhater, die tot het einde toe verbeten zal vechten tegen de pc. Willem Brakman.
Schrijver Willem Brakman publiceerde onlangs zijn vijftigste boek, De Gifmenger. Geen van zijn boeken is op de computer geschreven en het ziet er niet naar uit dat daar bij nummer 51 verandering in zal komen. ‘Computers, ik heb er de pest aan. Ik kan ze ook niet zien staan, ik krijg er direct allerlei onaangename gevoelens bij. Ik krijg er een zure smaak van op de tong, ik vind het oervervelend.’ Voor Brakman staat vast dat een echte schrijver schríjft, met potlood of pen, maar in ieder geval niet met een toetsenbord.
‘Ik schrijf eerst met potlood op slecht papier. Ik heb bijna altijd een notitieboekje bij me, want je moet er heel snel bij zijn. Dan schrijf ik daarin met een stompje potlood. Dan is er nog geen druk aanwezig, dan schrijf ik aan de zijkant van de geest. Daarna schrijf ik met vulpen. Mijn vulpen en ik zijn vrienden, ik ben er geheel mee vergroeid.’ ‘De uiteindelijke versie schrijf ik op de typmachine. Sinds tien jaar heb ik een elektrische, toch een kleine concessie. Daarvoor had ik een oude Remington. Daar heb ik drie kwart van mijn werk op geschreven.’
Toch moet ook Brakman uiteindelijk toegeven, dat ook hij niet geheel is ontsnapt aan de ban van de pc. ‘Ik moet toegeven, ik heb wel een dubbele moraal. Een vriend van me stuurt het manuscript per computer naar de uitgever. Dus helemaal zuiver op de graat ben ik niet…’

Pieter Steinz (NRC) over Willem Brakman

Cultura 24, naar aanleiding van
Naar de zee om het strand te zien, januari, 2007

Klik hier om de uitzending te bekijken (met Realplayer)

Osama Bin Laden

Alex Mol

'...(citaat) aan de islam mankeert intussen, volgens alle media, niets, aan het christen- of jodendom al helemaal niet, en evenmin aan de westerse levensstijl. Wat is er dan wél aan de hand? Zou er misschien iets fundamenteel mis kunnen zijn met welgestelde, goed geschoolde jonge mannen? Waren zij in de geschiedenis eigenlijk niet altijd al de aanstichters van revolutie en terreur?

Laten wij dan - in navolging van de schrijver Willem Brakman - Osama Bin Laden beschouwen als slachtoffer van een gelukkige jeugd.


uit: VPRO gids, 11 oktober 2001.

Buiten de tijd

Buiten de tijd bevat gedichten die zijn geïnspireerd op de schrijver Willem Brakman. Van Schootens jarenlange vriendschap met Brakman vormde de aanleiding voor deze poëzie, die in de periode 1990-1998 is gepubliceerd in onder andere haar dichtbundels Dit landschap zien (1990), Gedichten (1991), Anomalie (1993), Reisgenoot (1995) en de bibliofiele uitgave Buiten bereik (1998). In deze gedichten staan niet alleen ontmoetingen met Brakman centraal, maar ook overwegingen bij de plekken waaraan hij zeer gehecht was, zoals het eiland Schiermonnikoog. Zij zijn hier samengebracht onder de subtitel ‘Plaatsbepalingen’. Een deel hiervan is op verzoek van Brakmans beoogd biograaf Gerrit Jan Kleinrensink recent gepubliceerd in de kroniek van de Brakmankring. Het gedicht ‘De profundis’ werd bekroond met de Belgische Poëzieprijs van Oostende (2006). Het gedicht ‘Ontmoeting’ is op een plaquette bevestigd bij het vroegere woonhuis van Brakman aan de Prinsestraat 12 te Enschede. Daarnaast zijn aan de bundel op basis van dezelfde thematiek 15 nieuwe gedichten toegevoegd onder de subtitel ‘Observaties en overwegingen aan zee’, evenals de cyclus ‘Overzeese Elegieën’ en het epische gedicht ‘Een nieuw Jeruzalem’. Deze laatstgenoemde gedichten zijn recent geschreven en worden hier voor het eerst gepubliceerd.

De prijs van de dichtbundel (14 x 20 cm, 78 pagina’s, ISBN 978-90-73202-78-8) bedraagt EUR 19,50. Het boek is te verkrijgen door overmaking van EUR 19,50 op ING-bankrekening 19.12.112 ten name van Uitgeverij Flanor in Nijmegen, onder vermelding van ‘Tijd’. Als u betaalt via elektronisch bankieren, vergeet dan niet uw adresgegevens toe te voegen. Na ontvangst van de betaling wordt uw bestelling zonder verdere kosten bij u thuis afgeleverd. Voor betalingen vanuit het buitenland geldt: het IBAN-rekeningnummer is: NL20INGB0001912112. De BIC-code van ING-bank is: INGBNL2A. Daarnaast vraagt ING-bank het vermelden van het bankrekeningnummer (19.12.112) en de volledige adresgegevens van Uitgeverij Flanor (zie hieronder).
Klik hier voor meer informatie [zie 'nieuw']

De prachtvrouw van Jean-Paul


door Paul Abels

Dit is een pagina uit: Van verhaal naar verhaal rondom Enschede, door Paul Abels, 2004.

Hoe Franssens deze aandacht vond staat vermeld op de volgende pagina uit de Fietsroute; hij was er niet blij mee, en schrijft erover in Zuiderkerkhof 1
Klik hier voor meer informatie [zie 'contact'].

Het Literaire Pleidooi - Brakmangetuigenis


Tijdens de tweede zitting van de literaire rechtbank - 3 maart 2011 -trad Fabian Stolk (Universiteit Utrecht) op als getuige om Willem Brakman in Het Pantheon te laten opnemen. Wat hij echter niet begreep, zo sprak hij in het begin van zijn relaas, is waarom hij opgeroepen werd als getuige...

"Het is goed te beginnen met een citaat van Willem Brakman, en wel de eerste zin van een klein vertoog over zijn collega Willem Frederik Hermans, waarbij ik, pour besoin de la cause en vooral die van de weledele heer Peters, de achternaam van de ene Willem inwissel voor die van de andere, beiden groot schrijver en beiden dood schrijver, dus wat maakt het uit:
Ik moet bekennen dat ik van [Brakman] lang niet alles heb gelezen en ik ben er dan ook van overtuigd dat hij mij zonder pardon zou hebben ingedeeld bij dat verfoeilijke deel van de mensheid dat wel de mond opendoet over hem, echter zonder ook maar iets van zijn werk te hebben begrepen.
Wat ik, verfoeide, evenmin begrijp, het moge na het voorgaande duidelijk zijn, is waarom ik hier ben opgeroepen als getuige. Als het niet de heer Peters is, moet daar wel de verfoeilijke commercie achter zitten, meer in het bijzonder die der antiquariaten, die moet hebben waargenomen dat ik in de loop der jaren veel werk van Brakman heb gekocht, zij het lang niet alles, laat staan een representatief deel van dat oeuvre vol romans, essays, auto- en andere biografica, verhalen, novellen, glossen en schelfhoutjes; maar ter compensatie bezit ik ook boeken over zijn boeken, een genre dat in eerste aanzicht wel, maar in werkelijkheid geheel geen recht doet aan de tekstuele gelaagdheid van de werken van Brakman, al was het maar omdat dergelijk academisme steevast in gortdroge poststructuralistische of postmodernistische analyses en duidingen geheel voorbij gaat aan de eindeloze, door stilistisch goed georganisserde woeker gevoede humor van Brakman...."


Klik hier om verder te lezen

'verzetsstrijder' Brakman verslagen door Vlaamse landverrader


door Theo Hakkert, Tubantia, 4 maart, 2011

Uit het fotoalbum van Gerrit Jan Kleinrensink


Boekelo: selectie tekeningen/ schilderijen

Willem Brakman was een begaafd tekenaar. De Haagse schilder Jan Gregoor leerde hem in de jaren vijftig met vetkrijt te werken. Olieverf was toen onbetaalbaar en op advies van Gregoor werden de restanten vetkrijt opnieuw gesmolten om ze nog eens te gebruiken. Het palet van de vroege krijttekeningen van Brakman valt daardoor vaak donker uit. Toen Brakman ging schrijven stopte hij met het tekenen, maar in de jaren negentig pakte hij de draad weer op door voor elk van zijn romans een nieuw omslag te ontwerpen. Brakman kreeg een eerste tentoonstelling in het najaar van 1986 in Galerie Spelbeeld in Nijmegen. Er volgden er meer. Op de foto wordt een selectie gemaakt voor de tentoonstelling die in 2001 in Rijksmuseum Twenthe in Enschede werd gehouden.


Klik hier voor een selectie van de omslagen die Willem Brakman voor zijn eigen boeken schilderde. Onder elke foto staat het commentaar van Willem Brakman

Het Literaire Pleidooi: Willem Brakman door Arjan Peters

Tweede zitting van een literaire rechtbank.
Rechter Philip Freriks (Het Groot Dictee) ontvangt Arjan Peters en Fabian Stolk (3 maart 2011). Zij pleiten ervoor om Willem Brakman op te nemen in de permanente tentoonstelling van het Letterkundig Museum (Den Haag). Kris Humbeeck (Universiteit Antwerpen) en getuige Matthijs de Ridder (schrijver) willen op hun beurt dat Filip De Pillecyn een plaatsje krijgt in deze eregalerij.

Arjan Peters:
"Je hoort wel eens beweren dat schrijvers 'orde aanbrengen in de chaos'. Dat zou volgens sommigen zelfs hun voornaamste beweegreden zijn. De wereld is een chaotisch bos, en de schrijver probeert zich daarin een weg te kappen.

Een romantisch cliché, waarvan niemand zich meer afvraagt of het ook wáár is. Gelukkig hadden wij Willem Brakman (1922-2008), die een oeuvre lang op oergeestige wijze heeft uitgedragen dat een schrijver chaos aanbrengt in de orde, in dat wat te geordend is; vrolijke chaos dus, om los te breken uit het keurslijf waarin de samenleving het individu wil persen. Alles in de buitenwereld is gericht op de massa, en op het vermaak van de massamens: de dwang van de top-10, de kijkcijfers, het publiekelijk uitwisselen en daarmee vernietigen van intimiteiten, sport, toerisme, reclame. Alles wordt ons maar de hele dag opgedrongen. We zijn onderdeel van een massa, en die massa moet vooruit, want we leven in dynamische tijden. Tegen deze dwang heeft Willem Brakman zich een leven lang verzet...."
Klik hier om het gehele pleidooi te lezen.

Klik hier voor informatie over de rechtbank.

Ontroostbaar trouw: Marjoleine de Vos


"Het duurt soms onwaarschijnlijk lang voor je iets begrijpt wat je heeft getroffen. Poetry can communicate before it is understood, schreef T.S. Eliot. Ook voor proza geldt dat soms. Het is zeker dertig jaar geleden dat ik deze zin las in Willem Brakmans Het zwart uit de mond van Madame Bovary:..."

Klik HIER om verder te lezen (NRC, 18-02-2011)

Nachtvluchten

"Op 13 juni 1922 werd Willem Brakman geboren. De schrijver liet een omvangrijk en veelgeprezen oeuvre na, hetgeen sterk onder invloed stond van zijn werk als arts. In het programma Zenit een aflevering uit de serie “Het literaire landschap”: schrijvers lopen in de voetsporen van hun eigen romanpersonages of dichtregels. Ze vertellen waarom een bepaalde plek zo'n belangrijke rol speelt in hun werk en welke herinneringen en emoties juist die straat, stad, dijk, polder of rivier bij hen losmaken. Willem Brakman verhaalt over de stad Enschede en de dorpjes Delden en Boekelo."


Brakman in de buurt van Enschede

de uitzending is niet meer in het Radio-archief te beluisteren, maar wel op wbrakman.nl Klik HIER om de uitzending te beluisteren (mp3 file, groot bestand).

Uit het fotoalbum van Albert Megens


De Brakmanstraat in Tilburg

Algemeen wordt aangenomen dat de naam Brakman is ontleend aan de naam Braakman, een voormalige zijarm van de Westerschelde in Zeeuws-Vlaanderen. Willem Brakman had daar andere ideeën over. Hij was er van overtuigd dat zijn naam verband hield met het hondenras de Brak. De Brak is een jachthond en de Brakman zou in vroeger tijd de chef-jachthonden geweest zijn van een vorst of kasteelheer. Verder vond hij dat de klanken van zijn naam alleen maar nare associaties opriepen: van het half zoute van brak water tot een omvallende toren. In Tilburg heeft men niet geaarzeld om de naam Brakman als straatnaam op te nemen. Er wordt aan gewerkt om in Groningen een echte Willem Brakmanweg te krijgen.

Uit het fotoalbum van Gerrit Jan Kleinrensink


Bij het graf van Menno ter Braak

In augustus 1981 bezocht ik met Willem Brakman het graf van Menno ter Braak op het kerkhof Oud Eik en Duinen in Den Haag. Het initiatief van het bezoek ging van Brakman uit. Hij bewonderde Ter Braak en in de Ter Braakbiografie van Léon Hanssen is daar alles over te lezen. Een bezoek aan den Haag betekende voor Brakman ook altijd het bezoeken van enkele dierbare plekken in de stad.
Bij de afdeling bevolking op het gemeentehuis verkregen we het grafnummer. Toen ik Brakman bij de grafsteen wilde fotograferen weigerde hij dat uit eerbied voor Ter Braak. Met lichte tegenzin wilde hij wel een foto van mij maken.
Brakman kwam kort daarna met een subtiele wraak. Met witte gympies op het graf van Ter Braak staan, dat kon niet. Bij een volgend bezoek nodigde hij me uit voor een wandeling. Het was in een drassig veengebied bij Enschede. Daarna waren mijn gympies zwart.

Klik hier voor Willem Brakman over Ter Braak.

3 maart 2011: Het Literaire Pleidooi II: Willem Brakman
en Filip De Pillecyn

Tweede zitting van een literaire rechtbank.
Rechter Philip Freriks (Het Groot Dictee) ontvangt Arjan Peters en Fabian Stolk. Zij pleiten ervoor om Willem Brakman op te nemen in de permanente tentoonstelling van het Letterkundig Museum (Den Haag). Kris Humbeeck (Universiteit Antwerpen) en getuige Matthijs de Ridder (schrijver) willen op hun beurt dat Filip De Pillecyn een plaatsje krijgt in deze eregalerij. Een avond vol literaire pleidooien en voordrachten.
De jury (het publiek) bepaalt aan wie van de twee auteurs een gelegenheidstentoonstelling wordt gewijd!

Klik hier voor meer informatie.

Het fotoalbum van Willem Brakman (2)


Herfstmanoeuvre (Willem Brakman staat links)

Na het voltooien van de studie medicijnen in 1951 vervulde Willem Brakman gedurende 18 maanden zijn militaire dienstplicht. Bijna al die tijd was hij arts in een kazerne in Ede. Het militaire leven beviel hem slecht. Na ontslag uit dienst in augustus 1952 moest Brakman zijn eigen artsenpraktijk regelmatig onderbreken voor een herhaliingsoefening van enkele weken. Meestal vonden die plaats op het artillerieschietkamp bij Harskamp. De Koude Oorlog bepaalde het militaire leven van de jaren vijftig nogal, maar Brakman dreef de spot met alle gesimuleerde strijdtonelen waarbij hij betrokken werd. Arts-officieren konden zich zo'n positie ook wel veroorloven omdat ze niet echt bij het leidinggevende officierscorps hoorden en iedereen wist hoe afhankelijk je van de dokter kon zijn. De foto is van een herhalingsoefening in 1959. Het verhaal "Herfstmaneuver" uit de bundel "Water als water" (1965), gaat over een van de herhalingsoefeningen.

Klik ook hier.

Recensie van Bric a Brac


Het nieuwe omslag (vetkrijttekening: Willem Brakman)

Willem Brakman (1922-2008) heeft zeer veel geschreven, maar voor een goede speurder als Gerben Wynia zijn er altijd nog wel verspreide en ongebundelde juweeltjes van zijn hand te vinden. In 1997 verscheen de eerste druk van Bric a Brac en nu dan de herziene tweede, met bijna veertig "vaak moeilijk vindbare teksten" en met als omslagillustratie in kleur een vroege vetkrijttekening van Brakman. Er staan heel verschillende soorten teksten in: "brief, inleiding, gedicht, toespraak, essay, verhaal, recensie, interview, luisterspel", alles in de marge van het oeuvre geschreven, maar daarom nog niet zonder belang, ook in het geheel bezien van dit werk. Zo vult Brakman, geestig en pregnant, de vragenboog van Proust in. Of hij waagt zich aan een hoorspel: 'Nadere kennismaking', in opdracht van de NCRV. Of hij schrijft in de Haagsche Courant zijn jeugdherinneringen aan Duindorp. Wynia heeft de inhoud chronologisch gerangschikt, zodat Brakman begint met een bespreking in het Parool, 1962, van het debuut van Peter van Gestel, en eindigt met een miniverhaal, 'Het boze', uit 2003, uit de catalogus van het eindexamenwerk van de AKI. Vaak zijn de teksten op verzoek geschreven, maar Brakman maakte zich er nooit vanaf.
Paperback in sobere vormgeving; normale druk.
Uit: NBD/Biblion, 15 december, 2010.

Zie ook HIER voor meer informatie; klik op "nieuw"

xhtml 1.0 | contact | disclaimer | copyright