Een archief van eerdere berichten. Beschikbare jaren: 2011 - 2010 - 2009 - 2008 - 2007 - 2006 - 2005 - 2004 - 2003 - 2002 - 2001.
Dit is 2011
28 november 2011

21 november 2011

8 november 2011
De mythische stad van Willem Brakman
Er zou een lange lijst te maken zijn van neologismen, waarmee Willem Brakman het Nederlands heeft verrijkt, maar zo uit hun literaire context gehaald, zouden die woorden wellicht een verkeerde indruk kunnen wekken. Willem Brakman - die in 1981 de P.C. Hooftprijs kreeg, maar daarna naar mijn smaak verweg het boeiendste deel van zijn werk schreef - heeft namelijk een grote voorkeur voor archaïsmen, voor uitdrukkingen en aanduidingen die bedekt zijn door een dikke laag stof, maar die door Brakman glimmend en stralend worden opgepoetst tot parels voor een levende taal. Zeker, zijn inventieve woorden stijlgebruik houdt zich verre van wat de media doorgaans hanteren, maar het zou ook een misvatting zijn te menen dat Brakman alleen maar ouderwets, of archaïserend te werk zou willen gaan. Brakmans boeken zijn het resultaat van een speurtocht door de geest, het zijn complexe gehelen die duidelijk maken dat de werkelijkheid nooit zomaar gekend kan worden, dat de realiteit niet eenduidig of eendimensionaal is, maar ingewikkeld en verknoopt. Eigenlijk neemt Willem Brakman in zijn boeken wel de tijd voor een houding die steeds schaarser dreigt te worden: reflexie. Hij doorgrondt de werkelijkheid tot in alle uithoeken, hij laat geen schimmenrijk of dagdroom met rust, hij fantaseert, associeert en vooral regisseert op een manier zoals alleen een groot schrijver dat vermag.
Neem nu Van de in hoger kringen verliefde, de roman die najaar 1990 verscheen. Wie een coherent verhaal, een logische stroom van gebeurtenissen verwacht, zal tijdens het lezen van deze roman

geïrriteerd raken. Brakman maakt van de avonturen van Edward, die terugkeert in het Den Haag van zijn jeugd, beurtelings een detective, een jongensboek, een autobiografie, een achttiende-eeuwse schelmenroman en misschien zie ik nog wel wat mogelijkheden over het hoofd. Gemeten naar reële maatstaven is Van de in hoger kringen verliefde een krankzinnig boek. Een schilderstafereel dat tot leven komt, een koningin te paard die aangegaapt en aangestaard kan worden, een Haagse coterie die samenspant tegen de bezoeker van verre zonder dat echt duidelijk wordt waarom - het blijft allemaal te gek voor woorden. Die woorden vindt Willem Brakman nu echter wél, hij maakt geen doorslag van de waarneembare werkelijkheid voor zijn lezers, nee, hij geeft Den Haag, de residentie zoals we die stad allemaal kennen, een werkelijk mythische allure, hij maakt die stad tot een decor waartegen alles kan en ook aannemelijk wordt.
Edward, de dichter, die de hoofdpersoon is van deze roman, gaat op bezoek bij zijn vermogende vriend Grote Klaas en zijn vrouw Kee, op wie de dichter altijd al een oogje heeft gehad. Hij wandelt en kijkt in de omgeving van hun landgoed de Hanenborg en komt in die dreven ook op een goed moment ‘de Koningin’ tegen, wat goed is voor een schitterende scène in het boek: ‘Onhoudbaar majesteitelijk stond zij daar, nog wel met de rug, breed en stevig als een ton, naar mij toegekeerd, maar daarna was het zich naar mij toewenden als de zuivere genade zelf. Machtig was de trom van haar buik, naar onder toe verglijdend naar zachtroze en eindigend in een waarlijk vorstelijke pluim die zachtkens wuifde in de zomerwind, in de duinen, aan de zee...’. Het is duidelijk: zij is de inspiratiebron pursang voor de dichter, zoals er ook andere omstandigheden zijn die zijn verbeelding aanspreken en activeren. Alle hogere kringen van ambtenaren en acteurs, van hofdignitarissen en verwaande kwasten waarin Edward verzeild raakt, zorgen voor
een creatieve impuls, activeren zijn inventieve brein. Want Edward is, zo houdt Brakman ons overduidelijk voor, maar een produkt van de grote regisseur die de schrijver van dit boek is en die met een satanisch plezier aan de touwtjes trekt’. (...) maar het is zoals er staat geschreven: ‘Gelukkig hij die zichzelf als dichter vooraan kan sturen en door diens streken laten amuseren’.
Er staan vele bewonderenswaardige passages en beschrijvingen in deze roman die op een wel heel speciale manier door en door Haags is. Brakman weet de decorstukken en de acteurs beeldend en geestig tot leven te wekken, maar als je goed leest blijkt er meer aan de hand te zijn dan dat er een vermakelijke stoet aan voorvallen en divertissement passeert. Brakman is, naar ik meen, bezig aan een soort ‘tegenbeweging’ binnen zijn eigen oeuvre. Zijn boeken uit z'n beginperiode, onmiskenbaar Haags en postexistentialistisch; somber, dreigend, krijgen opnieuw hun plaats in de boeken die Brakman nu schrijft. Boeken als De graaf van Den Haag, Jongensboek, Pop op de bank. Soms zijn het romans, soms autobiografieën, maar dat onderscheid is, dunkt me, betrekkelijk arbitrair. Het gaat erom dat Brakman de hem wel zeer bekende wereld uit zijn jeugd herschept. Idealen en verlangens komen tot leven in romangestalten. Fixaties worden werkelijkheid, jongensdromen worden zonder barrières van ruimte en tijd bewaarheid. Wat er ontstaat is niet zozeer Den Haag, maar dé Brakmanniaanse stad, zijn Macondo, zijn Parijs. Wat Brakman nu boek na boek aan het doen is, het tot mythische proporties uitvergroten van zijn beleefde en gewaande verleden, is uniek voor onze literatuur. Ook deze roman is weer op een stevige manier verfijnd, geraffineerd en doeltreffend. Brakmans psychologische inzicht en kijk is verbluffend en het laat ook nu weer zien wat er in literatuur mogelijk is, ‘het kweekt taal en schenkt werkelijkheid. En dat is raadselachtig voor wie het wil zien’. Woorden van Brakman zelf, maar wie zou ze als lezer van zijn werk niet beamen?
Daan Cartens,Ons Erfdeel, jaargang 34, nr. 3, 1991
WILLEM BRAKMAN, Van de in hoger kringen verliefde, Querido, Amsterdam, 1990, 145 p.
31 oktober 2011

23 oktober 2011

9 oktober 2011
30 september 2011

Een paar feiten. In januari een bezoek aan Londen. De eerste versie van 'Nazomer' komt gereed. De roman 'Gesprekken in huizen aan zee' verschijnt. Brakman begint de novelle 'De Venetiaan' die later als 'De afwijzing' zal verschijnen. Op 13 juni biedt uitgeverij Querido hem een feest in Amsterdam aan ter gelegenheid van zijn 80ste verjaardag. (zie foto)
Klik hier voor de tekst van het dankwoord
De uitnodiging, zoals die aan genodigden is verstuurd ter gelegenheid van de verjaardag.
19 september 2011
Een thema-gesprek (knetterende letteren, 18 oktober 2001)over het literaire essay met de schrijvers Hella Haasse, Willem Brakman en Piet Meeuse. Welke status heeft het genre en hoe ontwikkelt het zich in deze tijd?
Klik hier om de uitzending te beluisteren (vooruit scrollen lukt niet altijd, maar de uitzending is in zijn geheel interessant).6 september 2011
"In het begin was ik woest en leeg. Nooit was er een
moment dat ik er niet was. Ik weet dat want ik ben het
verleden zeer toegedaan, wat aan het eind van deze eeuw
en onder de enorme dreiging van de volgende zeer vanzelfsprekend
is. Een man ben ik van de terugblik, een
speurneus naar de oorsprong nog voor het begin, die
wondere ruimte waar herinnering en fantasie zich met
elkaar verstrengelen, bedachte herinneringen zich vermengen
met bedenksels die weer hun oorsprong hebben
in de herinnering. Daar dwaal ik als het schriftblad is omgeslagen,
steeds weer op zoek naar het eerste woord van
de eerste zin...."
27 augustus 2011

Bulletje en Bonenstaak, dat vond ik zo’n prachtig boek, met mooie heldere tekeningen. De teksten heb ik nog in mijn hoofd als gold het de bijbelvastheid van een protestant. Als men vraagt door welke boeken in ben beïnvloed, antwoord ik altijd: ‘Door mijn jongensboeken.’ Er is een boek waarin Bulletje en Bonestaak op een onbewoond eiland aankomen. Op dat eiland loopt ook hun oom Hein rond, maar die heeft zich zwart gemaakt en verkleed als een wilde. Aanvankelijk schrikken Bulletje en Bonestaak zich een ongeluk, maar ome Hein zorgt er toch maar voor dat ze niets overkomt. Dat vond ik zo prachtig, in je latere leven moet je lang zoeken om ervaringen te vinden die van eenzelfde intensiteit zijn. Lezen en ervaring gingen samen. In je jeugd ligt alles klaar voor die wonderlijke tovenarij die lezen heet. Met televisie is dat anders, mijn kleinkinderen bijvoorbeeld kijken tv maar tegelijkertijd zitten ze te kleuren of ze spelen met blokken. Af en toe werpen ze een blik op de buis als ze een scherpe gil horen, maar er is geen concentratie. Het lezen in je jeugd is een gymnastiektoestel voor datgene wat het kostbaarste is wat je je kunt verwerven: het vermogen tot ervaren.
Bron: Willem Brakman, Vrij Nederland, 22 mei 1999 (De kinderrepubliek der letteren)
12 augustus 2011
"Vanmiddag aan het strand wist ik wat ik had: de zomerziekte van wekenlange vakantie. Den Haag, een uitgestorven stad, je hoorde de ijsmannen stratenver aankomen...."
Klik hier en lees verder.22 juli 2011

Willem Brakman legde in de zomer van 1998 de laatste hand aan zijn roman 'Het goede boek'. Het liet daarbij een passage vallen en gaf hem later de titel 'De historicus':
'Dagboeken', zei de historicus, 'brieven, notities, aantekeningen, handschriften en ook aangestreepte passages in boeken die hij vermoedelijk had gelezen, dat was het materiaal waarin ik mijn weg moest zoeken om de waarheid van de schrijver S. boven tafel te krijgen. U begrijpt wat ik bedoel.'
'Wis en waarachtig', zei ik, 'maar gaat u verder.'
En dan waren er natuurlijk de persoonlijke bezoeken, voornamelijk familieleden, maar ook zijn schoolvijanden, enkele winkeliers, buren, een zustertje hier en daar en wat personeel van de Openbare Bibliotheek waar hij als kind veel geïllustreerd boekwerk leende over de Barok. Dat waren gecompliceerde gesprekken die meestal op gedempte toon werden gevoerd en die nogal wat inzicht vereisten wat betreft de psychologische achtergronden....
Klik hier om verder te lezen
15 juli 2011

Op deze kaart van Zeeland uit 1610 is midden-boven ter hoogte van Vlissingen het eiland Wulpen te zien. Een belangrijk deel van de familie Brakman was daar woonachtig toen het eiland in de zeventiende eeuw door de zee verzwolgen werd. De overlevenden vestigden zich in het Zeeuws-Vlaamse Groede. Op het kerkhof van dit dorp is de naam Brakman nog steeds nadrukkelijk aanwezig. Wilem Brakman schreef over deze voorgeschiedenis in zijn roman 'Een winterreis".
10 juli 2011

uit: Volkskrant, 13-1-1982
3 juli 2011

uit: Volkskrant, 20-1-1982
24 juni 2011
Opdrachten van Willem, door Tom van Deel

Het Bzzletin nummer waarover Tom van Deel rept in het bericht van 4 juni en hieronder; zie ook HIER
Zie bericht van 4 en 13 juni 2011 voor de voorgeschiedenis van deze opdrachten.
Een jaar later kwam De koning is dood waar op het omslag een schilderij van Brakman prijkt, een van de eerste uit zijn reeks eigen verbeeldingen van zijn romans en novellen. Vandaar waarschijnlijk dat hij mij een opdracht verstrekte die bovendien ook aansloot bij mijn, aan hem bekende, belangstelling voor de connectie tussen literatuur en beeldende kunst:
21/10/9916 juni 2011
13 juni 2011 (verjaardag Willem Brakman)
Opdrachten van Willem, door Tom van Deel

v.l.n.r.:Tom van Deel, Willem Brakman(2006, foto; Wim Noordhoek)
Zie bericht van 4 juni 2011 voor de voorgeschiedenis van deze opdrachten.
Weer een kwatrijn bracht Een heiligverklaring :
26/10/91
De reden, Tom, voor deze heiliging
Is zonder meer, beveiliging
Opdat niet eens in ’t schimmenrijk, men zeer
Onaardig zij voor wie daar wijlen ging.
Wim
Onder het motto van Kaváfis in Een voortreffelijke ridder heeft Brakman zijn mogelijk langste gedicht geschreven, bestaande uit veertien versregels, een heus sonnet:
Voor Tom
Verfrommelde geront, gebukt, gedeukt,
Een foliantenleven van lezen en herlezen
Over ’t grote vuur, ’t schermutselen in die dagen,
Dat altijd maar om Dulcinea vrezen.
Toch wil in d’oude kop niet alles dagen,
Veel schimmen, spoken zijn niet duidelijk in deze,
Hoe zat dat met die vrouw? Het bleef maar knagen,
Was ze dik, mollig, maagd, had hij haar mogen kezen?
Zo zwak zijn hoofd, zo mild zijn visioenen,
Zijn handje groet iets, bibberend, dun en erg verlaten,
De ridder en de knakkelaar, hij kan ze best verzoenen.
’t Weer slaat om, zijn knoken gaan weer klagen.
Sancho meldt nog een late vijand, een geheel in ’t zwart,
Een aardig man, die klopt en vriendelijk belet komt vragen.
- Deze verwerking tot sonnet heeft bepaald een sympathiserende toon en laat lang niet slecht Brakmans gevoelens aangaande Don Quichot, die in zijn ouderdom naar Scheveningen terugkeert, merken. Maar: de novelle zelf doet dat op de manier van het proza en is in het vertellen natuurlijk veel beter.
In Vincent staat iets wat ik alleen begrijp als de toezending van een roman vergeleken wordt met die van een doos sigaren (uit de eigen doos bovendien):
14/9/93
Beste Tom
dat je ze maar
in gezondheid
op mag roken!
Wim
Het blijft wel een leuke opdracht aan iemand die hij als een niet-roker kende.
Weer een kwatrijn (zeker Brakmans geliefde versvorm, denk ook aan zijn kwatrijnenwisseling á la die van Roland Holst en Vestdijk met Nol Gregoor) voorin Een vreemde stam heeft mij geroofd :
23/10/92
Voor Thomas Viator!
De verste reizen zijn even
ver beneden peil. Ze geven
veel voldoening, mits de straat niet wordt verlaten
en dicht bij huis gebleven.
Wim
Nou, daar voldeed hij wel aan, aan dit adagium. Ik heb hem twee weken in Jeruzalem meegemaakt, maar als wij geen dringende toeristische behoefte hadden, ging hij elke morgen naar het café en schreef hij verder aan Een weekend in Oostende !
In Late vereffening deze opdracht:
10/5/94
Voor Tom
And the sound, is the sound of the sea,
Under the bam,
Under the boo,
Under the bam boo tree.
Wim
Volgen opdrachten als: van Sinterklaas! En een tekeningetje van een Brakmannetje in de regen (28/3/96) en: 9/11/96 Voor Tom! [ handtekening] Wim! Als eerste aangeboden! [ lachend hoofdje, getekend].
Kenmerkender is het bijschrift bij De gelukzaligen:
11/9/97
Voor Tom
(zichzelf telkens weer en overal
moeten zeggen, ik kom niet
van hier!)
Wim
Interessant is het verschil dat Brakman altijd heeft gemaakt tussen dichters en prozaïsten; hij beschouwde zichzelf niet als een dichter, hooguit was hij van mening dat op zijn beste momenten zijn proza ‘vonkte’ naar poëzie. Bij Het goede boek bedankte hij mij blijkbaar voor een gedicht, misschien mooi gedrukt door iemand, maar hij haalt, zeker expres, twee gedichten van mij door elkaar. In dit soms associatief en prikkelend combineren was hij natuurlijk een meester, maar er is later vaak niet meer achter te komen hoe zijn hoofd toen precies heeft gewerkt. In elk geval luidt de opdracht:
3/12/98
Voor Tom
dank voor Kuros
en de speld.!
(dichters hebben ’t maar makkelijk
die hebben een mooi gedicht
in hun hoofd en
schrijven ’t gewoon op.
Nee dan… zie verder.
Wim
4 juni 2011
Opdrachten van Willem, door Tom van Deel

v.l.n.r.:Willem Brakman, Tom van Deel, Gerrit Krol, Rotterdam (7 febr. 1978)
24 mei 2011

Het doodgezegde park
Willem Brakman ging bij het schrijven van een roman altijd uit van een beeld. Een gezien beeld of een innerlijk beeld. Door tijdens het schrijven steeds terug te gaan naar dat beeld bleef de eenheid in de tekst beter bewaard. Zo'n beeld hoefde niet letterlijk in de romantekst voor te komen, maar in "Het doodgezegde park" speelt een woonwagen een belangrijke rol. De hoofdpersoon van de roman heeft naast het park een handelshuis en bezoekt regelmatig de twee duistere bewoners van een woonwagen die daar op onverklaarbare wijze is terechtgekomen. Brakman maakte de tekening toen in het voorjaar van 1986 in het Volkspark in Enschede de jaarlijkse kermis in aanbouw was.
[gjk]
"Op dat ogenblik zag de heer Hannequin onder de kathedrale beuk aan de rand van het grasveld een woonwagen staan; dat verbaasde hem, want woonwagens kwamen daar niet veel voor, hoogstens met Pasen in verband met de kermis. Het was al met al een opvallende wagen: zwaar en scheef hing hij op zijn veren en de wielen waren diep in de modder weggezakt."
13 mei 2011,
(aanvulling op 11 mei)

Willem Brakman in zijn schrijfkamer
A.s vrijdag, 13 mei 2011/ 20.01, wordt het programma Andere tijden uit 2003, herhaald op het thema-kanaal, Geschiedenis 24. Willem Brakman legt in dit programma zijn omgang met de computer uit
Klik hier om de uitzending te bekijken (met Realplayer). Klik op de link, rechts bovenaan de pagina.
De tekst bij het programma:
Inmiddels is het zover dat ze niet alleen in elk bedrijf in veelvoud te vinden zijn, maar dat je een uitzondering bent als er thuis geen computer staat. Als de stroom uitvalt zijn we volstrekt hulpeloos. Is de pc dan overal doorgedrongen? Nee, net als dat ene kleine dorpje in Frankrijk, is er wel degelijk nog die ene koppige computerhater, die tot het einde toe verbeten zal vechten tegen de pc. Willem Brakman.
Schrijver Willem Brakman publiceerde onlangs zijn vijftigste boek, De Gifmenger. Geen van zijn boeken is op de computer geschreven en het ziet er niet naar uit dat daar bij nummer 51 verandering in zal komen. ‘Computers, ik heb er de pest aan. Ik kan ze ook niet zien staan, ik krijg er direct allerlei onaangename gevoelens bij. Ik krijg er een zure smaak van op de tong, ik vind het oervervelend.’ Voor Brakman staat vast dat een echte schrijver schríjft, met potlood of pen, maar in ieder geval niet met een toetsenbord.
‘Ik schrijf eerst met potlood op slecht papier. Ik heb bijna altijd een notitieboekje bij me, want je moet er heel snel bij zijn. Dan schrijf ik daarin met een stompje potlood. Dan is er nog geen druk aanwezig, dan schrijf ik aan de zijkant van de geest. Daarna schrijf ik met vulpen. Mijn vulpen en ik zijn vrienden, ik ben er geheel mee vergroeid.’ ‘De uiteindelijke versie schrijf ik op de typmachine. Sinds tien jaar heb ik een elektrische, toch een kleine concessie. Daarvoor had ik een oude Remington. Daar heb ik drie kwart van mijn werk op geschreven.’
Toch moet ook Brakman uiteindelijk toegeven, dat ook hij niet geheel is ontsnapt aan de ban van de pc. ‘Ik moet toegeven, ik heb wel een dubbele moraal. Een vriend van me stuurt het manuscript per computer naar de uitgever. Dus helemaal zuiver op de graat ben ik niet…’
9 mei 2011
Cultura 24, naar aanleiding van
Naar de zee om het strand te zien, januari, 2007
Klik hier om de uitzending te bekijken (met Realplayer)
3 mei 2011
Alex Mol
'...(citaat) aan de islam mankeert intussen, volgens alle media, niets, aan het christen- of jodendom al helemaal niet, en evenmin aan de westerse levensstijl. Wat is er dan wél aan de hand? Zou er misschien iets fundamenteel mis kunnen zijn met welgestelde, goed geschoolde jonge mannen? Waren zij in de geschiedenis eigenlijk niet altijd al de aanstichters van revolutie en terreur?
Laten wij dan - in navolging van de schrijver Willem Brakman - Osama Bin Laden beschouwen als slachtoffer van een gelukkige jeugd.
28 april 2011
Buiten de tijd bevat gedichten die zijn geïnspireerd op de schrijver Willem Brakman. Van Schootens jarenlange vriendschap met Brakman vormde de aanleiding voor deze poëzie, die in de periode 1990-1998 is gepubliceerd in onder andere haar dichtbundels Dit landschap zien (1990), Gedichten (1991), Anomalie (1993), Reisgenoot (1995) en de bibliofiele uitgave Buiten bereik (1998). In deze gedichten staan niet alleen ontmoetingen met Brakman centraal, maar ook overwegingen bij de plekken waaraan hij zeer gehecht was, zoals het eiland Schiermonnikoog. Zij zijn hier samengebracht onder de subtitel ‘Plaatsbepalingen’. Een deel hiervan is op verzoek van Brakmans beoogd biograaf Gerrit Jan Kleinrensink recent gepubliceerd in de kroniek van de Brakmankring. Het gedicht ‘De profundis’ werd bekroond met de Belgische Poëzieprijs van Oostende (2006). Het gedicht ‘Ontmoeting’ is op een plaquette bevestigd bij het vroegere woonhuis van Brakman aan de Prinsestraat 12 te Enschede. Daarnaast zijn aan de bundel op basis van dezelfde thematiek 15 nieuwe gedichten toegevoegd onder de subtitel ‘Observaties en overwegingen aan zee’, evenals de cyclus ‘Overzeese Elegieën’ en het epische gedicht ‘Een nieuw Jeruzalem’. Deze laatstgenoemde gedichten zijn recent geschreven en worden hier voor het eerst gepubliceerd.
De prijs van de dichtbundel (14 x 20 cm, 78 pagina’s, ISBN 978-90-73202-78-8) bedraagt EUR 19,50. Het boek is te verkrijgen door overmaking van EUR 19,50 op ING-bankrekening 19.12.112 ten name van Uitgeverij Flanor in Nijmegen, onder vermelding van ‘Tijd’. Als u betaalt via elektronisch bankieren, vergeet dan niet uw adresgegevens toe te voegen. Na ontvangst van de betaling wordt uw bestelling zonder verdere kosten bij u thuis afgeleverd. Voor betalingen vanuit het buitenland geldt: het IBAN-rekeningnummer is: NL20INGB0001912112. De BIC-code van ING-bank is: INGBNL2A. Daarnaast vraagt ING-bank het vermelden van het bankrekeningnummer (19.12.112) en de volledige adresgegevens van Uitgeverij Flanor (zie hieronder).
Klik hier voor meer informatie [zie 'nieuw']
18 april 2011

door Paul Abels
Dit is een pagina uit: Van verhaal naar verhaal rondom Enschede, door Paul Abels, 2004.
Hoe Franssens deze aandacht vond staat vermeld op de volgende pagina uit de Fietsroute; hij was er niet blij mee, en schrijft erover in Zuiderkerkhof 17 april 2011, (aanvulling op 29 en 10 maart, 2011)
Tijdens de tweede zitting van de literaire rechtbank - 3 maart 2011 -trad Fabian Stolk (Universiteit Utrecht) op als getuige om Willem Brakman in Het Pantheon te laten opnemen. Wat hij echter niet begreep, zo sprak hij in het begin van zijn relaas, is waarom hij opgeroepen werd als getuige...
"Het is goed te beginnen met een citaat van Willem Brakman, en wel de eerste zin van een klein vertoog over zijn collega Willem Frederik Hermans, waarbij ik, pour besoin de la cause en vooral die van de weledele heer Peters, de achternaam van de ene Willem inwissel voor die van de andere, beiden groot schrijver en beiden dood schrijver, dus wat maakt het uit:29 maart 2011, (aanvulling op 10 maart, 2011)

door Theo Hakkert, Tubantia, 4 maart, 2011
20 maart 2011

Boekelo: selectie tekeningen/ schilderijen
Willem Brakman was een begaafd tekenaar. De Haagse schilder Jan Gregoor leerde hem in de jaren vijftig met vetkrijt te werken. Olieverf was toen onbetaalbaar en op advies van Gregoor werden de restanten vetkrijt opnieuw gesmolten om ze nog eens te gebruiken. Het palet van de vroege krijttekeningen van Brakman valt daardoor vaak donker uit. Toen Brakman ging schrijven stopte hij met het tekenen, maar in de jaren negentig pakte hij de draad weer op door voor elk van zijn romans een nieuw omslag te ontwerpen. Brakman kreeg een eerste tentoonstelling in het najaar van 1986 in Galerie Spelbeeld in Nijmegen. Er volgden er meer. Op de foto wordt een selectie gemaakt voor de tentoonstelling die in 2001 in Rijksmuseum Twenthe in Enschede werd gehouden.
10 maart 2011
Tweede zitting van een literaire rechtbank.
Rechter Philip Freriks (Het Groot Dictee) ontvangt Arjan Peters en Fabian Stolk (3 maart 2011). Zij pleiten ervoor om Willem Brakman op te nemen in de permanente tentoonstelling van het Letterkundig Museum (Den Haag). Kris Humbeeck (Universiteit Antwerpen) en getuige Matthijs de Ridder (schrijver) willen op hun beurt dat Filip De Pillecyn een plaatsje krijgt in deze eregalerij.
Arjan Peters:
"Je hoort wel eens beweren dat schrijvers 'orde aanbrengen in de chaos'. Dat zou volgens sommigen zelfs hun voornaamste beweegreden zijn. De wereld is een chaotisch bos, en de schrijver probeert zich daarin een weg te kappen.
Een romantisch cliché, waarvan niemand zich meer afvraagt of het ook wáár is. Gelukkig hadden wij Willem Brakman (1922-2008), die een oeuvre lang op oergeestige wijze heeft uitgedragen dat een schrijver chaos aanbrengt in de orde, in dat wat te geordend is; vrolijke chaos dus, om los te breken uit het keurslijf waarin de samenleving het individu wil persen. Alles in de buitenwereld is gericht op de massa, en op het vermaak van de massamens: de dwang van de top-10, de kijkcijfers, het publiekelijk uitwisselen en daarmee vernietigen van intimiteiten, sport, toerisme, reclame. Alles wordt ons maar de hele dag opgedrongen. We zijn onderdeel van een massa, en die massa moet vooruit, want we leven in dynamische tijden.
Tegen deze dwang heeft Willem Brakman zich een leven lang verzet...."
Klik hier om het gehele pleidooi te lezen.
Klik hier voor informatie over de rechtbank.
1 maart 2011
"Het duurt soms onwaarschijnlijk lang voor je iets begrijpt wat je heeft getroffen. Poetry can communicate before it is understood, schreef T.S. Eliot. Ook voor proza geldt dat soms. Het is zeker dertig jaar geleden dat ik deze zin las in Willem Brakmans Het zwart uit de mond van Madame Bovary:..."
Klik HIER om verder te lezen (NRC, 18-02-2011)17 februari 2011 (zie ook 15 juni 2009)
"Op 13 juni 1922 werd Willem Brakman geboren. De schrijver liet een omvangrijk en veelgeprezen oeuvre na, hetgeen sterk onder invloed stond van zijn werk als arts. In het programma Zenit een aflevering uit de serie “Het literaire landschap”: schrijvers lopen in de voetsporen van hun eigen romanpersonages of dichtregels. Ze vertellen waarom een bepaalde plek zo'n belangrijke rol speelt in hun werk en welke herinneringen en emoties juist die straat, stad, dijk, polder of rivier bij hen losmaken. Willem Brakman verhaalt over de stad Enschede en de dorpjes Delden en Boekelo."

de uitzending is niet meer in het Radio-archief te beluisteren, maar wel op wbrakman.nl Klik HIER om de uitzending te beluisteren (mp3 file, groot bestand).
12 februari 2011

De Brakmanstraat in Tilburg
Algemeen wordt aangenomen dat de naam Brakman is ontleend aan de naam Braakman, een voormalige zijarm van de Westerschelde in Zeeuws-Vlaanderen. Willem Brakman had daar andere ideeën over. Hij was er van overtuigd dat zijn naam verband hield met het hondenras de Brak. De Brak is een jachthond en de Brakman zou in vroeger tijd de chef-jachthonden geweest zijn van een vorst of kasteelheer. Verder vond hij dat de klanken van zijn naam alleen maar nare associaties opriepen: van het half zoute van brak water tot een omvallende toren. In Tilburg heeft men niet geaarzeld om de naam Brakman als straatnaam op te nemen. Er wordt aan gewerkt om in Groningen een echte Willem Brakmanweg te krijgen.
1 februari 2011

Bij het graf van Menno ter Braak
In augustus 1981 bezocht ik met Willem Brakman het graf van Menno ter Braak op het kerkhof Oud Eik en Duinen in Den Haag. Het initiatief van het bezoek ging van Brakman uit. Hij bewonderde Ter Braak en in de Ter Braakbiografie van Léon Hanssen is daar alles over te lezen. Een bezoek aan den Haag betekende voor Brakman ook altijd het bezoeken van enkele dierbare plekken in de stad.
Bij de afdeling bevolking op het gemeentehuis verkregen we het grafnummer. Toen ik Brakman bij de grafsteen wilde fotograferen weigerde hij dat uit eerbied voor Ter Braak. Met lichte tegenzin wilde hij wel een foto van mij maken.
Brakman kwam kort daarna met een subtiele wraak. Met witte gympies op het graf van Ter Braak staan, dat kon niet. Bij een volgend bezoek nodigde hij me uit voor een wandeling. Het was in een drassig veengebied bij Enschede. Daarna waren mijn gympies zwart.
19 januari 2011
Tweede zitting van een literaire rechtbank.
Rechter Philip Freriks (Het Groot Dictee) ontvangt Arjan Peters en Fabian Stolk. Zij pleiten ervoor om Willem Brakman op te nemen in de permanente tentoonstelling van het Letterkundig Museum (Den Haag). Kris Humbeeck (Universiteit Antwerpen) en getuige Matthijs de Ridder (schrijver) willen op hun beurt dat Filip De Pillecyn een plaatsje krijgt in deze eregalerij. Een avond vol literaire pleidooien en voordrachten.
De jury (het publiek) bepaalt aan wie van de twee auteurs een gelegenheidstentoonstelling wordt gewijd!
11 januari 2011

Herfstmanoeuvre (Willem Brakman staat links)
Na het voltooien van de studie medicijnen in 1951 vervulde Willem Brakman gedurende 18 maanden zijn militaire dienstplicht. Bijna al die tijd was hij arts in een kazerne in Ede. Het militaire leven beviel hem slecht. Na ontslag uit dienst in augustus 1952 moest Brakman zijn eigen artsenpraktijk regelmatig onderbreken voor een herhaliingsoefening van enkele weken. Meestal vonden die plaats op het artillerieschietkamp bij Harskamp. De Koude Oorlog bepaalde het militaire leven van de jaren vijftig nogal, maar Brakman dreef de spot met alle gesimuleerde strijdtonelen waarbij hij betrokken werd. Arts-officieren konden zich zo'n positie ook wel veroorloven omdat ze niet echt bij het leidinggevende officierscorps hoorden en iedereen wist hoe afhankelijk je van de dokter kon zijn. De foto is van een herhalingsoefening in 1959. Het verhaal "Herfstmaneuver" uit de bundel "Water als water" (1965), gaat over een van de herhalingsoefeningen.
Klik ook hier.1 januari 2011

Het nieuwe omslag (vetkrijttekening: Willem Brakman)
Willem Brakman (1922-2008) heeft zeer veel geschreven, maar voor een goede speurder als Gerben Wynia zijn er altijd nog wel verspreide en ongebundelde juweeltjes van zijn hand te vinden. In 1997 verscheen de eerste druk van Bric a Brac en nu dan de herziene tweede, met bijna veertig "vaak moeilijk vindbare teksten" en met als omslagillustratie in kleur een vroege vetkrijttekening van Brakman. Er staan heel verschillende soorten teksten in: "brief, inleiding, gedicht, toespraak, essay, verhaal, recensie, interview, luisterspel", alles in de marge van het oeuvre geschreven, maar daarom nog niet zonder belang, ook in het geheel bezien van dit werk. Zo vult Brakman, geestig en pregnant, de vragenboog van Proust in. Of hij waagt zich aan een hoorspel: 'Nadere kennismaking', in opdracht van de NCRV. Of hij schrijft in de Haagsche Courant zijn jeugdherinneringen aan Duindorp. Wynia heeft de inhoud chronologisch gerangschikt, zodat Brakman begint met een bespreking in het Parool, 1962, van het debuut van Peter van Gestel, en eindigt met een miniverhaal, 'Het boze', uit 2003, uit de catalogus van het eindexamenwerk van de AKI. Vaak zijn de teksten op verzoek geschreven, maar Brakman maakte zich er nooit vanaf.
Paperback in sobere vormgeving; normale druk.
Uit: NBD/Biblion, 15 december, 2010.
Zie ook HIER voor meer informatie; klik op "nieuw"
xhtml 1.0 | contact | disclaimer | copyright