wbrakman.nl

Bric à Brac

Een archief van eerdere berichten. Beschikbare jaren: 2017 - 2016 - 2015 - 2014 - 2013 - 2012 - 2011 - 2010 - 2009 - 2008 - 2007 - 2006 - 2005 - 2004 - 2003 - 2002 - 2001.

Dit is 2009

Passie voor de vulpen

Brakman schreef met vulpen, een Mont Blanc 'Meisterstuck'. Hij kon zich niet voorstellen ooit met een computer te werken (zie ook onder de foto).
Uit: Seasons, November 1999:


De tekst: "Al mijn correspondentie schrijf ik met mijn onvolprezen vulpen. Iedereen wil mij een computer aanpraten maar de blik naar beneden, op het papier is een geheel andere dan de wakkere en toekomst gerichte blik recht vooruit. De eerste is inniger, gericht op het innerlijk, het kerstfeest als het ware; de tweede op alles wat slim, sluw, leep en link is, om zo te zeggen op het nieuwe jaar!"

In het programma Andere tijden (15 april 2003) verteld Brakman wat zijn relatie met de computer is:

Klik HIER voor de link (rechts boven) naar Brakman in Andere tijden. [Speelt alleen af mbv Realplayer; klik HIER om Realplayer te downloaden (gratis).]

Willem Brakman en Adorno (2)

De Vlaamse literatuurcriticus Johan Velter besprak op zijn weblog "sfcdt's posterous" het werk van Willy Roggeman. In de aflevering van 1 december 2009 vergeleek hij de manier waarop Roggeman en Willem Brakman de kritische filosofie van Adorno benaderd en verwerkt hebben. Velter kiest onomstoten voor Brakman.


Lectuur op de tafel van Willem Brakman, december 2007

Klik hier om het weblog te bekijken.

Een Brakmanwoning te koop


Bevelandsestr. 17

Het huis in Duindorp waar Brakman met ouders, broer en grootvader van 1929 tot 1937 woonde staat te koop. Op het hiervolgende adres staan foto's van het interieur, dat totaal veranderd en verbouwd is. Brakman dreef overigens de spot met de belangstelling van lezers voor huizen waarin een schrijver gewoond had. Hij schreef er een geestig verhaal over met de titel 'Geboortehuis' ( in: W. Brakman, 'Zeeland bestaat niet', Oosterbeek 1981). De fictieve rondleiding in dit verhaal gaat inderdaad door zijn geboortehuis in de Jan van Houtstraat in Scheveningen. Aardige bijkomstigheid is dat Brakman in die straat aan journalisten en reisgenoten altijd het verkeerde huis heeft aangewezen. Expres of niet?

Over het huis aan de Bevelandsestraat schreef hij in "J'accuse. Een autobiografie": "Wij bewoonden in Duindorp een bovenetage en het verbaast me nog steeds als ik vanaf de Koepel over Duindorp heen kijk, hoe klein en beperkt het terrein was waar ik mijn jeugd doorbracht: een paar straten en een plein. Er zat in mijn ouderlijk huis een zekere tegenspraak, wie naar boven moest kreeg steeds meer licht, maar raakte wel buiten adem, wie lager woonde had te maken met donkere gangetjes, maar hoefde zich niet in te spannen. Ik en mijn ouders moesten eerst over een buitentrap, die koel, koud en van blauwe steen was. Dan volgde de binnentrap met een scherpe bocht, waaronder wij de fietsen moesten stallen, een eindeloos passen en meten als van een horlogemaker [...] "

Klik hier om de advertentie te bekijken.

Duindorp: de sloop der dingen


Een Poolse sloper aan het werk in Duindorp ( foto Karel Kulk, Scheveningen)

Het Pluvierhof is voorlopig het laatste deel van Duindorp dat gesloopt wordt. De hofjes van Duindorp waren inmiddels beschermd Rijksmonument, maar de projectontwikkelaars wisten dat ongedaan te maken. De hofjes waren besloten pleintjes die via poorten te bereiken waren. Doel van de hofjes was om de gemeenschapszin te bevorderen. Het begrip gemeenschapszin is een sleutelbegrip voor de periode 1920-1940. Duindorp werd gebouwd omdat het oude Scheveningen gesaneerd werd. Mensen die naar Duindorp uitweken werden er tegen ze lage huren gehuisvest in voor die tijd moderne woningen. Aan gemeenschapszin ontbrak het de Duindorpers echter niet: voornamelijk vissers en mensen die werkten in aan de visserij gerelateerde bedrijven. De hofjes werden ontworpen door architecten die wel de tijdgeest verstonden, maar niet wisten voor welke bewoners ze bouwden.
De familie Brakman woonde in Duindorp niet in een hofje en voelde zich niet op zijn plaats in een gemeenschap waarmee ze naar afkomst en beroep geen binding had.Willlem Brakman vergat zijn jeugdjaren in Duindorp echter niet en reageerde op de eerste sloopplannen met een roman waarin de sloop van 'de decors van zijn jeugd' op groteske manier wordt beschreven.

/"Ik ben hier niet geboren, zei de sloper, hij leunde kameraadschappelijk tegen zijn gruwelijk vehikel en draaide een sigaretje met opvallend kleine en ongehavende handen. Telkens als hij een teug geïnhaleerde rook uitblies zag ik een grote leegte in zijn blik ontstaan, een blik die het niets omvatte." /
"Leesclubje" (2000), blz. 66

Brakman en W. G. Sebald over praten met de doden


door Willem Brakman getekende cowboy

Brakman is altijd gefascineerd geweest door het werk van Kafka. Hij zette zelfs zijn roman 'De bekentenis van de heer K.' ( 1985) in een toon, die op die van Kafka leek, wat de criticus Herman Verhaar puur heiligschennis vond. Ook de Duitse schrijver Sebald (1944 -2001) bewonderde Kafka. Sebald was hoogleraar Germanistiek in Norwich, Engeland. Hij schreef essays over Kafka, maar introduceerde hem ook in de verhalenbundel 'Schwindel. Gefühle' waarmee hij in 1990 debuteerde. De herziene Nederlandse vertaling verscheen onder de titel 'Duizelingen' in 2008. Opmerkelijk is met welke verschillen beide auteurs Kafka in hun werk implementeren. Brakman zonder en Sebald met een literatuurwetenschappelijke achtergrond. Het voorbeeld is Kafka's verhaal 'Gracchus, de jager' uit 1917 . In dit korte verhaal wordt het stoffelijk overschot van de jager Gracchus in Riva aan het Gardameer aan land gebracht. Eenmaal in een gemeentelijk gebouw opgebaard raakt de burgemeester in gesprek met de jager die enerzijds wel, anderzijds niet dood blijkt te zijn. Sebalds verteller vermeldt het onmogelijke gesprek en wijst naar Kafka als de auteur. Brakman pakte het anders aan. In zijn roman 'Ansichten uit Amerika' (1981) verlangt de hoofdpersoon naar de roem van de cowboy. Brakman illustreert die roem, die mythische achtergrond van onkwetsbare held van de prairie, met een geestig intermezzo. Ergens in de verre westen is een gedode cowboy naar de gewoonte van het land in zijn rechtop gezette kist tentoongesteld. Als de burgemeester zich van de situatie komt vergewissen ontstaat een gesprek met de cowboy die dus zo taai is dat hij als dode nog zijn zegje kan doen. Kafka's verhaal is geheimzinnig, Brakmans variant is het ook, maar ook uitgesproken humoristisch. Sebald probeert Gracchus een plaats te geven in Kafka's verblijf in Riva en doet eerder een biografisch onderzoek. Sebalds verteller meent ook dat hij Gracchus in zijn jeugd heeft ontmoet in zijn Zuidduitse dorp.

Brakman schreef overigens al veel eerder over het praten met een dode, bijvoorbeeld in de roman 'De gehoorzame dode' (1964) over de bijbelse figuur Lazarus. En in het verhaal 'Aner hysteros' (1962) is een zoon met de kist waarin zijn vader ligt op weg naar het kerkhof.
" 'Een ellende is dat toch', riep zijn vader uit de kist, 'horen en zien is mij vergaan'. 'Kalm maar pa,' zei hij, 'alles is nu veilig. Daar gaan we dan.'
Hij nam het paard bij de teugel en begon met kleine passen te lopen, het knikkende hoofd van het paard naast zich..... een eenmansbegrafenis.
'Loop niet zo voorover,' zei zijn vader achter hem, 'als je schoenen gepoetst zijn is er verder niets meer van belang daar beneden. Kijk om je heen, kijk de mensen maar gerust aan. Schaam je maar niet dat je je ouwe vader gaat begraven.'
Wunnemeiden voelde de tranen in zijn ogen komen.
'Begin daar nou niet weer over,' zei hij, 'je weet hoe ik over die dingen denk'
'Ja,' zei zijn vader,' het is nu ook te laat, hier moeten we rechts af.'
[...] "

Een brede cultuurhistorisch beschouwing over het onderwerp schreef Jürgen Pieters: 'De tranen van de herinnering. Het gesprek met de doden', Historische uitgeverij Groningen, 2005. Brakman, Sebald noch Kafka komen er in voor. [gjk]

Willem Brakman en Adorno

Willem Brakman - het devies van Vestdijk indachtig - bestudeerde zeer intensief een beperkt aantal filosofen. Adorno was hierbij de belangrijkste. Hij schreef over Adorno een essay dat gepubliceerd is in Vrij Uitzicht, 2001, "De macht van het nee zeggen". Hij bestudeerde niet alleen de originele teksten zeer intensief maar ook de secudaire literatuur. De bijgaande pagina geeft hiervan een voorbeeld. Het is een door Brakman bestudeerde pagina van "De estetiese teorie van Adorno en Benjamin", door Cyrille Offermans en Frits Prior, SUN, 1977.

Klik hier voor een pagina uit het door Brakman intensief bestudeerde boek. (opent nieuw venster)

Nieuwsbrief Willem Brakman

Enschede / Oldenzaal / Hengelo, 8 november 2009

Nieuwsbrief Willem Brakman

Beste Brakmanliefhebber,

Het is al weer geruime tijd geleden dat bij Paul Abels en ondergetekende het plan ontstond om de herinnering aan de Boekelose schrijver Willem Brakman levend te houden. In eerste instantie dachten wij aan een ereteken of herdenkingsplastiek. Aan een concrete uitwerking wordt hard gewerkt. De familie Brakman is daar nauw bij betrokken. Kunsthistorica Peggie Breitbarth hebben we kunnen strikken als onafhankelijk adviseur.

Het leek ons al vast een goede gedachte om alle geïnteresseerden op de hoogte te brengen van de stand van zaken. Want sinds de opening van de Brakmanexpositie in het Rijksmuseum Enschede, waar mevrouw Winnie Sorgdrager, als voorzitter van het comité van aanbeveling, ons initiatief aan de wereld kenbaar maakte, is er het één en ander gebeurd.

In de eerste plaats vermelden wij het overlijden van Henk van der Walle, één van de leden van ons comité van aanbeveling. Zijn aanstekelijke enthousiasme zorgde ervoor dat wij onze plannen snel uitwerkten. Het mag duidelijk zijn dat we zullen hem missen. Zijn plaats in het comité zal worden ingenomen door kunstenaar David van 't Veen. Een kleine introductie van zijn hand:

“Wim en ik hebben elkaar voor het eerst ontmoet op de toenmalige kunstenaars-sociëteit. Dit zal in 1963 geweest zijn. Daarna bezocht ik hem regelmatig thuis en zo werden we vrienden. Ik kwam daar trouwens niet alleen voor Wim, maar ook voor Moof en de kinderen. We luisterden veel popmuziek (Wim hield van “The Doors”) en spraken over de eenvoudige zaken van het leven…, maar niet over literatuur. Wim kwam ook bij ons thuis en ik heb heel goede herinneringen aan die periode”.

De media lieten ons initiatief niet onopgemerkt voorbij gaan. Een incidentele kritische opmerking werd daarbij vernomen. Uiteraard nemen wij als leden van het bestuur onze taak serieus en zullen we dergelijke geluiden in onze overwegingen meenemen.

Onder aanvoering van mevrouw Sorgdrager werden enkele stappen genomen in de richting van het formaliseren van ons initiatief. We spraken af dat de initiatiefnemers in ieder geval in het bestuur zitting moesten nemen. We vonden we in mevrouw Peters-La Brijn een goede kandidaat voor het penningmeesterschap. Het oprichten van een stichting was de eerstvolgende belangrijke stap die wij moesten nemen.

Voor de oprichting van die stichting, die wij “Stichting Kunstwerk Willem Brakman” hebben gedoopt, zaten Paul Abels en ondergetekende op vrijdag negentien juni jongstleden bij notariskantoor Van Thiel & Lenderink te Haaksbergen om de acte van oprichting te ondertekenen.

Tot leden van het bestuur van de Stichting Kunstwerk Willem Brakman werden benoemd:
Jeanette Peters-La Brijn, Oldenzaal (penningmeester)
Paul Abels, Enschede (secretaris)
Erik Hoekstra, Hengelo (voorzitter)

Op naam van de stichting werd een bankrekening geopend. Eventuele giften kunt u storten op ING rekeningnummer 4955760 ten name van Stichting Kunstwerk Willem Brakman. Iedere gift zal met een luid gejuich worden begroet.
v Wij zullen u regelmatig op de hoogte blijven houden van nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot ons initiatief. Van enkelen van u hebben we enkel een postadres mogen ontvangen. Hebt u een e-mail adres? Laat ons dit alstublieft weten. En kent u nog meer geïnteresseerden? Zet ze op ons spoor.

Met vriendelijke groet,
Erik Hoekstra
namens het bestuur van de Stichting Kunstwerk Willem Brakman

Willem Brakman en de Russen

De roman waarmee Brakman in 1961 debuteerde kreeg een motto mee uit Dostojewski’s “Aantekeningen uit het ondergrondse”.

“Wat is beter, dat de wereld ineenstort of dat ik mijn thee niet drink? Ik zou zeggen: laat de wereld ineenstorten, als ik maar altijd mijn thee krijg.”

Het is een merkwaardige keuze van Brakman omdat van het nihilisme dat uit het citaat spreekt in de roman nauwelijks iets is te bespeuren. Brakman liet in zijn verdere oeuvre ook weinig meer over Dostojewski horen. In zijn dankwoord bij de aanvaarding van de P. C. Hooftprijs zei hij dat iemand hem, wat de Nederlandse letteren betrof, indeelde bij de Russen. Brakman begreep dat het hier ging om de gedrevenheid van zijn schrijven en de betrokkenheid bij zijn thema’s, maar hij had er ook andere gedachten bij:
“Het schrijverschap van u weet wel: altijd wat koortsig, licht zweterig, niet eens zo heel licht hysterisch van boventonen, ziek van zonde en bol van berouw. Bij ‘de Russen’ moet ik denken aan lieden die zich biechtend op de knieën werpen, onstuimig de grond kussen en weer opspringen om te gaan hoereren.”


Het omslag

Toch had Brakman wel belangstelling voor Rusland. Hij overwoog serieus een bezoek aan de slagvelden van Stalingrad en het liefst had hij de terugtocht van Napoleon uit Moskou (1813) nagereisd. Plannen die niet werden gerealiseerd omdat ze hem langdurig van het schrijven zouden afhouden. De terugtocht van Napoleon was het onderwerp van een van Brakmans favoriete jongensboeken: “Door de Russische sneeuwvelden”, (Amsterdam 1936). De vertaling van G. H. Henty’s “Through Russian snowfields”, (1895) waarin Napoleons terugtocht centraal staat. De verteller in de roman “Een heiligverklaring” merkt erover op:
“Bovendien heette een van mijn meest geliefde jongensboeken /Door de Russische sneeuwvelden/, want veel in het leven is bij nadere beschouwing, zoals in de terugblik, een omen.”

Het ‘Bovendien’ van deze zin heeft betrekking op het feit dat deze verteller in de oorlog op een landkaart, met vlaggetjes en spelden het verloop van het Oostfront bijhield, waarbij de nederlaag bij Stalingrad de terugtocht van het Duitse leger inleidde.

Op 20 oktober jl. hield de Gentse Brakmankenner Bart Vervaeck een kamerlezing over Brakman. Op het weblog “Zapiski uz podpolja” wordt er door een der aanwezigen een kort verslag van gedaan. Merkwaardig genoeg is “Zapiski uz podpolja” (ook met ‘iz’ in plaats van ‘uz’ ) de Russische titel van Dostojewski’s “Aantekenen uit het ondergrondse”. Hier het weblog:

Klik hier

en hier de tekst van “Through Russian snowfields”

Klik hier voor de tekst

Ansichtkaart van Schiermonnikoog, d.d. 24 oktober 1978 aan Ria Albers


kaart uit Schiermonnikoog

Ria Albers die zaterdag 24 oktober jl. overleed was initiatiefneemster van de Vestdijkkring. Ze was ook jarenlang secretaresse van de vereniging. In de periode 1970 - 1980 stond ze, voornamelijk schriftelijk, in contact met Brakman. Het ging dan over de in 1972 overleden schrijver S. Vestdijk in wie Brakman wel geïnteresseerd was en soms over Jung in wie Brakman veel minder geïnteresseerd was.


Beste Ria,
Je ziet dat ik mij uit het strijdgewoel heb teruggetrokken en op ’t eiland zit. Alles is hier woest en ledig en dat is aan mij wel besteed. Wijd in de omtrek is er geen huisje bewoond. Soms zit ik ook ’s nachts wel eens te pennen en dan is het werkelijk als ik zo uit het raam kijk of ik aan het eind van de wereld zit. Ik zou het huis van Vestdijk nog wel eens willen zien. Er staat hier een huis dat me er steeds ( soms hinderlijk) aan doet denken. Is zijn stoel er nog, zijn studeerkamer, zijn platen? Pols Mieke daar eens over, zou misschien wel leuk zijn. Ik zit op Zwarteduinenweg 10 en wel drie weken, voor maagzweer en cholesterol,
Cheers,
Wim

Willem Brakman over John Cowper Powys (1872-1963)


Wolf Solent

Onlangs verscheen de tweede druk van de Nederlandse vertaling van Powys' roman "Wolf Solent". De eerste druk - in de vertaling van Jacob Groot - verscheen in 1984. Brakman die een bewonderaar van Powys was, recenseerde het boek in de boekenbijlage van 'Vrij Nederland' van 27 april 1985. De recensie is grotendeels terug te vinden in Brakmans essay over Powys 'Alle materie is niet alles' ( in: "De jojo van de lezer. Essays", 1985). Al eerder had Brakman een vraaggesprek over Powys met René 't Sas (in 'Hervormd Nederland', 9 april 1983). Brakmans favoriete Powys boeken waren de "Autobiography" en de romans "Porius" en "Glastonbury romance". Voor die laatstgenoemde roman bezocht hij zelfs het plaatsje Glastonbury. Van een zelfde bezoek aan het koning Arthur-stadje deed Gerben Wynia verslag in het tijdschrift Maatstaf ( nr. 3, 1989). Wynia bezorgde ook de teksten van L. Th. Lehman over Powys. ( "Obscure roem". Flanorreeks 36, Hilversum 1999). Uit het voorwoord dat Brakman erbij schreef citeren we:
"Hij behoort tot de grote kleurrijken in de literatuur en niet tot de groten die het van een doorwerking, vorm of systematische benadering moeten hebben. Haast vanzelfspekend bedient hij zich van een elementalisme van eigen makelij: demonen, halfwezens, proteïsche gestalten, meerdere tijdsdimensies, vleugen boeddhisme bij tijden om aan alle smart en pijn te ontsnappen."

Willem Brakman en Nol Gregoor (3)


Ook Brakman was in staat een lofrede op de pijp te houden. Deze brief schreef hij zoals vermeld in het kantoor van de Twentse Bank waar hij blijkbaar ergens op moest wachten. Zoals ook uit het brievenboek "De afwezige aanwezige. Brieven aan Brakman", blijkt, benutte hij allerlei momenten en plekken voor het schrijven van brieven: in de trein, in een garage, een wachtkamer, bij het ontbijt of in een ziekenhuisbed. Onderstaande brief waarvan de archaïserende stijl aan Godfried Bomans herinnert, werd voor het eerst gepubliceerd in een bundel met kwatrijnen die Brakman en Gregoor voor elkaar geschreven hadden. De titel van het boekje: "Op het quatrijn" wijst goedmoedig op het duellerend karakter van de versjes, waar Brakman de vriendschap met Gregoor later een vechtvriendschap zou noemen.


Willem Brakman met meerschuimenpijp

"Beste Nol,
Ja, wat te zeggen over de meerschuimen pijp. Goed, Ge kunt een houten potteken met een steeltje in de mond nemen en toeback suigen, zeker wel, waarom niet, maar Ge blijft een bewoner van het vlak der klonterige materie, brandend hout, kool-aanbakking en teerdrab. Uw pijp, rondslingerend op Uw bureau of tussen vlakgom, zakdoek en sleutelbos in Uw broekzak protesteert niet, integendeel, hij gaat er zelfs van glimmen. Dit is een teken...."

Klik hier om de gehele brief te lezen.

( Uit: "Op het quatrijn. Kwatrijnen door Willem Brakman & Nol Gregoor, redactie Ria Albers en Gerrit Jan Kleinrensink, uitg. Bosbespers, Oosterbeek 1980)

NIEUW, exclusief voor WBrakman.nl:

Willem Brakman en Nol Gregoor 2


Nol Gregoor op bezoek bij Gerrit Kouwenaar

Het gedicht van Gregoor waarin hij zijn liefde voor een pijp van het merk Dunhill beleed ging vergezeld van de volgende brief over de aankoop van een exemplaar voor zichzelf bij Haagse tobacconist De Graaff. Gregoor toont zich hier niet alleen een pijproker, maar ook een estheet en een nauwgezet waarnemer. Brieven van Brakman aan Gregoor zijn te vinden in: "De afwezige aanwezige. Brieven van Brakman", uitgeverij Reservaat, Heiloo 2008.



Doorn, 1 Febr. 1957

Beste Wim,
Hierbij de f. 2,50 voor de pijpreinigers. Gisteren was ik bij de R.V.D. in Den Haag, maar ik was teveel aan tijd gebonden, om een afspraak met je te maken. Toen ik bij de gaarste aller winkeliers twee pakjes Upper Ten kocht, was de grondslag gelegd voor mijn D-day, de onverantwoordelijkste van alle daden, ooit door een bovenontwikkelde begaan! Ik kreeg een doos pijpen voorgezet, en slappe Gerard begon er murmelend omheen te wiebelen. Nu zou het beeld van mijn lieve vrouw, binnenkomend met een bord hete pap, mij nog wel van de catastrofe hebben tegenhouden, ware het niet, dat er zich onder de aan de jouwe verwante Dunhill's, een exemplaar bevond, waarvoor de slappe in lyrische verrukking bleek.
Nu wantrouw ik elke verkoperslyriek, maar ik herkende hier toch de in ware geestdrift ontstokene. De slappe wees mij op de uitzonderlijke eigenschappen van die ene Dunhill, aantoonbaar door vergelijking met de andere exemplaren uit de doos. Vooral de zelfs voor een D.-pijp uitzonderlijke dichte nerf had zijn bewondering en volgens hem kwam het maar een enkele maal voor, dat men zo'n "uitschieter" trof. Enkele van zijn klanten loerden op dergelijke exemplaren en volgens hem had ik nu het geluk, dat de liefhebber voor wie hij deze pijp had vastgehouden, het model reeds bezat.
Enfin, al had ik er een emmer pap voor op m'n eigenwijze knerp moeten incasseren, ik was van "verworpene der aarde" gestegen tot "begeerte heeft ons aangeraakt". Ik noemde jouw naam ter aanbeveling, waarop de slappe iets hards kreeg en deed alsof hij je kende. "Zo nu en dan wat afbetalen, maar natuurlijk, met zo'n aanbeveling!" Hij kwam zowat klaar. Ik betaalde een tientje van de 55 ballen ( O, alfabet van mijn ondergang: Courvoisier, Dunhill, wát wordt de F., Frédérique?) en kreeg de doos + garantiebewijs etc. Nee, niet jouw étuitje. Je weet, waar de mond vol van is, loopt het hart van over, dus nog even míjn pijp. Ze is vrijwel identiek aan de jouwe, alleen, ik heb er een met ten dele platte steel, terwijl die van jouw rond is, als ik mij goed herinner. Wat dus de nerf aangaat, elke kenner van de Dunhill zal U met dit exemplaar gelukwensen, zei slappe Gerard. Och, wanhoop niet, het is een leuk idee, maar wat zeggen de graduele verschillen bij deze superpijpen. We zullen ze bij ontmoeting niet verwarren, maar ik geef hier vast mijn nummer: 635. Verder rook ik, vol blijde verwachting, maar in de praktijk nog vreugdeloos: 1 kruimel, 1 draadje + 1 draadje etc. en ik huil veel. Van geluk en om de rekening. Maar hoe het zij, voor míj is het Socialisme nog op tijd gekomen! Want hoeveel idealen er in rook mogen opgaan, in een Dunhill is dat geen nederlaag meer. Laat ons spoedig samen een pijp opsteken. Ik blik U daarbij fier in de ogen. Leve de slappe!

Nol (O.V.D.P.I.B.H.)
( Organisatie Van Dunhill Pijp In Bezit Hebbenden)

Willem Brakman en Nol Gregoor (1)


Willem Brakman op bezoek bij Nol Gregoor, Doorn, zomer 1980. Op de achtergrond een schilderij van Jan Gregoor.

Bevriend waren ze sinds 1942. Aanvankelijk in een meester-leerling verhouding omdat Gregoor, tien jaar ouder dan Brakman, thuis was in de wereld van kunst en letteren. In de loop de jaren veranderde de verstandhouding, vooral sinds Brakman zich als schrijver ging manifesteren. Onveranderd bleef hun gedeelde voorkeur voor exclusieve pijpen en sigaren. Brakman bezat een pijp van het befaamde merk Dunhill. Toen Gregoor zich er ook een kon permitteren stuurde hij Brakman het volgende gedicht:
Doorn, 1 Febr. ‘57
Goede Wim, wiens dure pijpen
mijn serene rust verstoort,
tot met glimlach van begrijpen
ook aan mij een Dunhill hoort.

Waarvoor kinderen en grijzen
lachend kopen Upper Ten,
van de Heerenbaaienprijzen
nog de duurste die ik ken.

Goede Wim, wiens zuiver smoken
mij tot in de long ontroert.
Dán alleen is smoken roken,
als het ons tot Dunhill voert!
(Boutens – de Graaf )

***Gregoor baseerde het gedicht op ‘Goede dood’ van P. C. Boutens (1870-1943). Gregoor kende Boutens en bezocht hem wel eens in Den Haag. De vermelding ‘de Graaf’ heeft betrekking op de ‘tobacconist’ G. de Graaff in de Heulstraat in Den Haag. Brakman en Gregoor waren er vaste klant.

GOEDE DOOD
Goede Dood wiens zuiver pijpen
Door ‘t verstilde leven boort,
Die tot glimlach van begrijpen
Alle jong en schoon bekoort,

Voor wien kinderen en wijzen
Lachend laten boek en spel,
Voor wien maar verkleumde grijzen
Huivren in hun kille cel,

Mij is elke dag verloren,
Die uw lokstem niet verneemt;
Want dit land van most en koren
Is mij immer schoon en vreemd;

Want nooit beurde ik hier te drinken
‘t Water dat de ziel verjongt,
Of van dichtbij hief te klinken
‘t Verre wijsje dat gij zongt:

Alle schoon dat de aard kan geven,
Blijkt een pad dat tot u voert,
En alleen is leven leven
Als het tot den dood ontroert.
( uit: ‘Stemmen’, 1907)


Nol Gregoor in gesprek met Harry Mulisch, zomer 1964

Brakman op de boekenmarkt


Brakman op de boekenmarkt

Magazijn De Bijenkorf organiseerde in de periode 1960 - 1985 jaarlijks een schrijversmarkt. Op de foto Willem Brakman bij zo'n bijeenkomst in de Haagse vestiging in de jaren zestig. Waarschijnlijk in 1964 omdat de roman 'De gehoorzame dode' die in dat jaar verscheen, zichtbaar is. Brakman was 45 jaar actief als schrijver en er zijn maar vijf jaren te noemen waarin hij geen nieuw werk liet verschijnen. De bijeenkomsten in 'De Bijenkorf' onderging hij met gemengde gevoelens. De verkoop via marktkraampjes stond hem tegen, maar het diner na afloop met collega-schrijvers vergoedde iets van zijn ongemak. Het was in genoemde periode weinig gebruikelijk dat schrijvers in het openbaar aan de commerciële promotie van hun werk bijdroegen. Op te merken is dat Brakman een sigaret rookt, terwijl hij veel meer een man voor sigaar en pijp was, ook zijn personages. De illustratie die hij voor het omslag van 'Een heiligverklaring' maakte, laat dat nog eens zien.


Door Brakman getekende omslag van 'Een heiligverklaring'

Duindorp eind jaren '40


Duindorp in 40-er jaren

De familie Brakman woonde in deze Scheveningse wijk op verschillende adressen. Van juli 1928 tot december 1929 op de Vlielandsestraat die hier in zijn geheel staat afgebeeld. De ouders van Brakman woonden in een portiekflat links op de foto. De foto is genomen vanaf een der duintoppen van de Bosjes van Poot. Brakman wandelde er ook lang na zijn vertrek uit Den Haag nog met genoegen. Rechts onder een stukje van de Nieboerweg die in de verhalen van Brakman doorgaans Nuboerweg heet. Op de achtergrond staan de zendmasten van Radio Scheveningen. Als het begon te stormen was dat altijd het eerst te horen aan de wind in de spijlen. 'Hoor, de draadloze!' was het signaal van moeder Brakman, steevast gevolgd door haar bezorgdheid voor 'de jongens op zee'. De familie Brakman verliet Duindorp in 1937. In de oorlog werd de wijk ontruimd ten behoeve van de kustverdediging die de Duitsers aanlegden. Na de bevrijding werd de wijk voorzien van een omheining van prikkeldraad en diende hij om enkele duizenden NSB-ers gevangen te houden. Na 1947 konden de bewoners geleidelijk aan terugkeren. Trouw aan de thematiek van zijn jeugd in Duindorp schreef Brakman nooit over deze oorlogsgeschiedenis.

Klik hier om meer over Brakman in Duindorp te lezen

Het raadsel van de lichtgevende haring


In het korte verhaal ‘Geest’ vertelt de onderwijzer ‘meester Oortmesse’ dat een paar haringen die hij wilde naschilderen na enige tijd licht afstraalden:
“Zoals gezegd tekende hij vreselijk mooi maar hij schilderde ook en zo vertelde hij ons een keer hoe hij wrijvend in zijn witte handen, op roodpluche pantoffels en met verf en penselen door zijn huis was gegaan. Hij schilderde een stilleven van drie haringen op een bordje maar door zeer dringende bezigheden had hij dat twee dagen moeten onderbreken. Toen hij daarna had willen verdergaan lagen de stille haringen in de donkere gangkast vreemd en groenig te stralen en daarover vertelde hij, en verder over die zeldzame zomeravonden waarop ook de branding haringgroen en loom naar de kust rolt en nog verder naar het diep van de zee waar sterren en pompoenen en spiralen door het duister gaan, groen als lichtgevende horloges.”

De suggestie dringt zich op dat de haringen aan bederf onderhevig waren, maar omdat de meester ook de branding haringgroen noemt weten we dat hij het heeft over het verschijnsel bioluminescentie. Het produceren van licht door levende organismen. Zie verder op:

Klik hier voor meer informatie.



Brakman noemt het verschijnsel ook nog in het interview dat in 1992 in ‘De Revisor’ verscheen.

“Er zijn steeds verfijndere beschouwingen mogelijk tussen het bijzondere en het algemene. Jünger is daar een voorbeeld van, hij is iemand die constant probeert om de waarneming van het bijzondere te laten opbloeien in een verband en een betekenis die verrassend is en die je er niet zomaar uithaalt. Een mooi voorbeeld daarvan is toen hij meende een meteorenzwerm te zien en het een zwerm vuurvliegjes bleek te zijn. In een flits zag dat het ene werkelijk niet raadselachtiger is dan het andere. Het zei niet: 'Het zijn maar vliegjes', maar hij zag verder dan de vergissing, en dat is een visie, en wie dat niet ziet en niet lezen kan is een slechte lezer, of heeft op zijn hoogst alleen maar een praktisch brein.”


Foto van een zelfportret met schilderskiel van meester Oortmesse

De reizen naar Zeeland


De Telegraaf IV in 1931 in het kanaal van Hansweert

In de jaren 1926 - 1937 bezocht het gezin Brakman uit Den Haag bijna jaarlijks de familie in Zeeland. De reis en het verblijf hebben in het werk van Willem Brakman vele sporen nagelaten. De winterreis uit de titel van zijn debuutroman voerde al naar Zeeuws-Vlaanderen en dan is er de kritische terugblik op die vakanties in de beschouwing 'Zeeland bestaat niet'. De reis werd een aantal keer gemaakt met de Telegraaf IV, een vrachtschip met passagiersaccomodatie van de Rotterdamse maatschappij De Telegraaf. De afvaart uit Rotterdam was tweemaal per week 's morgens om 7 uur. De ouders Brakman fietsten met de twee zoons en bagage achterop naar Rotterdam en verlieten de boot in Walsoorden vanwaar het nog 20 kilometer fietsen naar Terneuzen was. Een avontuurlijke dagreis die op Willem Brakman zoveel indruk maakte dat hij in de roman 'Een vreemde stam heeft mij geroofd' de Griekse held Jason met zijn Argonauten het schip De Telegraaf laat gebruiken. Als Jason zijn opdracht volbracht heeft, zo besluit de verteller:

"besloot ik De Telegraaf met al haar riemen en tuigage aan de god Poseidoon te wijden om veel ongemak en last kwijt te zijn, en uit dankbaarheid voor de redding uit de woeste zee. In de loop van de volgende dagen werd het schip volgens de regels op de oever gezet, op rollen geplaatst en landinwaarts geduwd naar de heilige tuin van Poseidoon. Daar nam ik afscheid van mijn schip en was de laatste die het verliet toen de Argonauten voorgoed uit elkaar gingen. Het zou nog een tijd duren voor De Telegraaf een plaatsje aan de hemel kreeg, laag boven de zuidelijke horzion, een sterrenbeeld van negentien sterren: vier vormen de mast, vijf de bakboord- of stuurzijde, vijf de kiel en vijf sterren het vooronder. tussen deze laatste hoop ik, als het eenmaal zover is, te mogen wegkruipen en de rest van de tijd voor mij uit te staren."


Willem Brakman met zijn moeder en broer Jack aan boord van De Telegraaf IV

Tegenwoordig dient de Telegraaf IV als rondvaartboot op de Moezel.

Willem Brakman in uniform


Willem Brakman als matroos

Tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw was het niet ongebruikelijk om kleine jongens als dagelijkse kleding een militair uniformpje aan te trekken. Bekend is bijvoorbeeld de foto van de schrijver S. Vestdijk als kind in een Pruisisch uniform. In Nederland was vooral het matrozenpakje populair. Hier draagt Willem Brakman er een in Den Haag in 1927.

Nadat Willem Brakman in december 1951 zijn studie als arts voltooid had, werd hij in februari 1952 opgeroepen om zijn militaire dienstplicht te vervullen. In juni 1952 legde hij de eed als militair arts af op het exercitieterrein van de Juliana van Stolberg-kazerne in Amersfoort. De discipline die het leger hem oplegde was niet aan hem besteed.

Klik HIER om Brakman zelf over zijn diensttijd te lezen




Willem Brakman legt de eed af

Nieuwe literatuur over Willem Brakman


Willem Brakman op 11 jarige leeftijd

De schrijver en recensent Arie Storm publiceerde een bundel beschouwingen onder de titel 'Het onontkoombaar eigene van de Nederlandse literatuur [ uitgeverij Prometheus, Amsterdam 2009}. De beschouwing 'Dwalen in Brakmanland' in dit boek is een combinatie van twee verschillende stukken van Storm: een publicatie uit het tijdschrift 'Bunker Hill' (juni 2008) en de lezing die hij uitsprak op 17 januari 2009 bij de opening van de Brakmantentoonstelling in Rijksmuseum Twenthe in Enschede. Storm schreef eveneens over Brakman in de verzamelbundel 'De radicaal. Schrijvers aan het woord'{ uitgeverij Prometheus, Amsterdam 2009}In Storms bijdrage 'Het roesachtige, extreme schrijven' besteedt hij veel aandacht aan het schrijverschap van Brakman.

De Groningse psycholoog Gerrit Breeuwsma publiceerde een studie over de kindertijd als sleutel tot onszelf. De titel van het boek 'Het vreemde kind' { uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 2009} wijst al naar Brakmans kijk op zijn jeugd. Breeuwsma probeert het kind dat ons vreemd is in kaart te brengen met hulp van autobiografieën, psychologie en fictie. Veelvuldig citeert hij Brakman en de essentie van de studie is dan ook diens opvatting dat het raadsel van de kindertijd alleen maar groter gemaakt kan worden:
'De kindsheid is een toverrijk dat geregeerd wordt door dierlijke en plantaardige instincten. Het zijn roerselen die zich aan het oog onttrekken want kinderen verstommen als er een volwassene nadert."
{ Willem Brakman, 'J'accuse. Een autobiografie'}

Willem Brakman: 'de meest geslaagde ongelovige'.


Brakman op de kansel in Oude Blasiuskerk in Delden

Onder de titel 'Het hoge woord' zond de Ikon-radio in 1986 een driedelige tv-documentaire uit over literatuur, calvinisme en christendom. Auteurs die er in aan het woord kwamen waren o.a. Willem Brakman, Rutger Kopland en Jan Siebelink. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, kwam Brakman niet uit een orthodox protestants milieu. Hoewel er dominees en bijbelse thema's in zijn werk voorkomen, was Brakman geen kerkganger en noemt hij zich hier een zeer betrokken ongelovige.

"De enige rol die het geloof bij ons thuis speelde was de norm van het fatsoen. Mijn vader was eigenlijk een zeer fatsoenlijk man en op de een of andere wijze paste in het scala van de eerbied voor de officieren die hij geweldig had, de eerbied voor de onderwijzers die hij ook wel had, en de eerbied voor zijn directie, ook de eerbied voor God, Vaderland en Oranje. Zo'n man was dat. Het was een zeer fatsoenlijke man, echt een beschaafde man. Maar het was geen man die ooit op een of andere wijze reflecteerde op God. Hij was niet gedisciplineerd, ging niet naar de kerk, maar wij moesten wèl bidden voor het eten omdat dat ook op de een of andere wijze in het fatsoenspatroon was opgenomen. Afgesleten rituelen werden dat, maar dat deed er niet toe, dat hoorde erbij.

Nu heb ik op eigen gelegenheid een soort bouwsel gecreëerd waarin ik het geloof centraal zie staan. Dat bouwsel heeft mij mijn leven lang niet verlaten. Dat bouwsel is opgebouwd uit angst, uit schuld, uit de doodschrik voor de eerste ontmoeting, inderdaad, met de dood. De angst voor kerken, de angst voor ouderdom. Je zou kunnen zeggen dat ik een demonische oerlaag heb opgebouwd die, vind ik, voor mijn hele werk als schrijver zo niet voor mijn hele leven, geweldig belangrijk geweest is, namelijk een stramien van God die wrekend is, maar onbereikbaar, hoger dan de sterren. In de laatste plaats een troost, maar altijd een dreiging. De liefde die daar niets tegen vermag, dus die niet de geborgenheid vertegenwoordigt die de liefde eigenlijk zou moeten hebben. En dan de dood als werkelijk een absolutum van eenzaamheid en verlatenheid, bijna het verraad puur voor van wat voor mij zorgde, ouders bijvoorbeeld.

Klik hier om het gehele interview te lezen.

Brakman en de dieren (2)


De tekening van Willem Brakman is gemaakt door Yolande Nusselder

Onlangs kondigden wij het boekje van J. H. Snijder over de dieren in het werk van Brakman aan. Hier een specimen uit dit boekje dat nog steeds bij de auteur verkrijgbaar is.

Veel dieren krioelen in ons Al voordat Schoo, de gifmenger, zijn huis verlaat om naar het huis van dokter Van Heel te gaan en daar zijn giftige poedertjes achter te laten, verkeert hij in een soort trance. Zijn zintuigen en zijn geest staan op hoogspanning en voeren hem naar de meest uiteenlopende gemoedstoestanden. En in de beleving daarvan zijn het elke keer beelden van dieren die er vorm aan geven.
Scherp luisterend tijdens het aankleden, gedachtenloos, hoort hij zinnetjes in zijn hoofd:
wat-ga-je-doen? zul-je-oppassen?..., suffe, wat rondlummelende zinnen, die deden denken aan de lome goudvissen in het aquarium van de supermarkt in de binnenstad”. En dan een oerervaring: hij voelt het eelt aan zijn voeten: “een herinnering aan de hoeven van eens, veel dieren krioelen in ons... Wij plassen in bloed dat plonst en gromt maar niet mompelt...”. Dan een verstilling: “over de straatstenen lag het zwijgen van de huizen, het geduld van een paard”. Dan hervindt hij zichzelf als individu: “Ho’, fluisterde hij, en hij stompte zich zachtjes tegen de borst, ‘ik ben Schoo en die ben ik... de hyena loopt wel in cirkels... het paard stampt, de reiger danst, maar ik ben Schoo’”.
De gifmenger, blz. 98/99

W.F.Hermans en Kafka


Aantekeningen van Brakman bij interview van Hermans door Hans Sleutelaar en Piet Calis (in: 1962)

Op 1 oktober 2000, hield Willem Brakman ter gelegenheid van het Hermans festival te Amsterdam in De Balie een lezing over W.F.Hermans (die Brakman een keer een hand gaf om hem te feliciteren met de P.C Hooftprijs). Ter voorbereiding las Brakman "Scheppend Nihilisme" - Interviews met Hermans. In de door Brakman gebruikte bundel staan vele kanttekeningen van Brakman bij de interviews, zoals bovenstaande. Brakman constateerde met genoegen een Kafka-trek bij Hermans:

"Filosofisch staat Hermans aan de kant der logisch-empiristen, dat zijn duistere lieden die de helderheid hoog houden. Hij vertaalde Wittgensteins Tractatus, een boek dat doet denken aan een troostende uitspraak van Karl Kraus: "Seitdem Ich dieses Buch nicht gelesen habe, fühle Ich meinen Horizont bedeutend erweitert". Ik heb er toch weer in gebladerd en vond de stelling 'Philosophie ist keine Lehre, sondern eine Tätigkeit'. Dat verklaart veel want hij was op een lugubere wijze overal van op de hoogte. Zo heeft het mij vaak verbaasd hoezeer Hermans feilloos de weg wist in de gangbare thema's en in het wereldje der literatureluur en deszelfs feiten en feitjes. Er gaat dan ook een donkere dreiging uit van deze logisch-positivist en dit soort kennis draagt daartoe bij. Hermans' voorkeurfilosofie is de taalkritiek, een veldtocht tegen vaagheden, zinloze beschouwingen en samen te vatten in de tot kots toe herhaalde uitspraak: "Dat wat gezegd kan worden, dient ook helder te worden gezegd". Maar helderheid hoeft het raadselachtige en duistere niet buiten te sluiten. De Donkere Kamer van Damocles bijvoorbeeld is een uitmuntende roman en wel tegen een Kafka-fond, want opdrachten te ontvangen in dreigende tijden van iemand die niet blijkt te bestaan heeft sterke Kafka-elementen."

Klik hier om Hermans onder het vergrootglas te lezen

Nachtvluchten: uitzending over Willem Brakman

Op 13 juni 2009 - Willem Brakman zou 87 zijn geworden - zond het programma Nachtvluchten een interview uit dat Willem Brakman in 2003 had met Onno Blom:


"Op 13 juni 1922 werd Willem Brakman geboren. De schrijver liet een omvangrijk en veelgeprezen oeuvre na, hetgeen sterk onder invloed stond van zijn werk als arts. In het programma Zenit een aflevering uit de serie “Het literaire landschap”: schrijvers lopen in de voetsporen van hun eigen romanpersonages of dichtregels. Ze vertellen waarom een bepaalde plek zo'n belangrijke rol speelt in hun werk en welke herinneringen en emoties juist die straat, stad, dijk, polder of rivier bij hen losmaken. Willem Brakman verhaalt over de stad Enschede en de dorpjes Delden en Boekelo. De schrijver overleed vorig jaar in mei, op 85 jarige leeftijd. "

Klik hier om de uitzending te beluisteren (klik aan de rechterkant op "vorige uitzending". Indien de file niet afspeelt kan ook met de rechtermuis de file worden gedownload - "safe target as", etc). Het interview begint precies 2 uur na aanvang (met de schuifbalk onderaan het venster is het begin punt makkelijk te vinden)

Brakman en de dieren


Brakman in de buurt van Enschede

“In de beschrijving van de wereld die Brakman ons in zijn werk te lezen geeft wordt een ruime plaats ingenomen door de dieren”. Aldus de inleiding van een door J.H.Snijder samengesteld boekje, waarin een groot aantal citaten uit Brakmans werk over dit thema bijeen is gebracht. Het boekje bevat een 50-tal korte stukken, waarin de citaten van verbindende aantekeningen en hier en daar van enig commentaar worden voorzien. De stukken zijn in vijf onderdelen gegroepeerd: dieren in het algemeen, intertekstuele dieren, waterdieren, landdieren (van insecten tot paarden), vogels. Het eenvoudig uitgevoerde boekje telt 77 bladzijden, waaronder een zestal illustraties.

— “In hoeverre is deze verzameling representatief voor Brakmans werk?
Belangrijke kenmerken daarvan - de humor, de alomtegenwoordige erotiek, het voortdurende misverstand tussen het personage en zijn omgeving - komen hier uit de aard der zaak niet echt tot hun recht, al ontbreken zij niet. Wat in deze verzameling natuurlijk wél representatief is - dat kan niet anders - - is de expressiviteit van Brakmans taal”. (Uit de inleiding).

— Het boekje - “Brakman en de dieren” - is verkrijgbaar bij de samensteller:
Bernhardstraat 18, 2351 GG Leiderdorp, Tel. 07 1-5895385. Kosten E.7.50, incl. verzendkosten. Rek.nr. ING 220656.

Brakman op herhaling

Op 1 maart 1981 nam Brakman deel aan een televisiedebat over het onderwerp 'Waarom schrijft u'. Deel namen Hannes Meinkema, Gerard Walschap, Joop Waasdorp en Willem Brakman en het gesprek werd geleid door Harry Mulisch. De uitzending verliep niet zonder tumult omdat Walschap en Waasdorp het met elkaar aan de stok kregen over de motieven van het schrijverschap. Mulisch had de grootste moeite om de kemphanen uit elkaar te halen en in de versie die van het gesprek werd uitgezonden was dan ook flink geknipt. Op 7 maart daarop volgend besprak de columnist Renate Rubinstein het programma in haar rubriek 'Namens Tamer' in 'Vrij Nederland' en zij merkte daarbij op dat Brakman de enige deelnemer aan het gesprek was die een consistent verhaal had.

De uitzending is te zien op maandagavond 8 juni (22.20) en op dinsdagavond 9 juni (18.20) as.op het kanaal 'Geschiedenis 24' (digitale tv).

Oorlog in Den Haag (6)


Het bevel mbt de arbeidsinzet

Razzia's
Vanaf 1943 hielden de Duitsers steeds vaker klopjachten op mannen die ze in Duitsland aan het werk wilden zetten. Soms werd er voor zo'n onverwachtse actie gewaarschuwd door het even laten knipperen van de straatverlichting. Willem Brakman had in de Beukstraat en in de Elsstraat adressen waar hij indien nodig onder de vloer kon verdwijnen. In de roman 'Debielen en demonen' worden die ervaringen summier beschreven. Op 21 november 1944 werd de jacht op werkkrachten officieel met aanplakbiljetten aangekondigd. Op die dag vond een grote razzia in Den Haag plaats. Er werden huiszoekingen gedaan en luidsprekerwagens herhaalden de oproep om marsklaar op straat te verschijnen. De vangst was teleurstellend. Na drie dagen waren er ongeveer 8000 man opgepakt. De Duitsers hadden gerekend op vier keer zo veel. Brakman merkte die dag - op weg naar huis - dat de Laan van Meerdervoort na de Archimedeslaan afgesloten was. Duitse legerwagens dwars op de weg. Via een omweg kwam hij met een lange spurt toch op zijn onderduikadres aan: Galvanistraat, Beeklaan, Valkenbosplein, Thomsonlaan, Wilgstraat, Beukstraat. Het aanplakbiljet is uit de collectie Tom Roos.

Oorlog in Den Haag (5)


Het ontruimingsbevel

In het najaar van 1942 ontvingen Hagenaars die in de kuststrook van de stad woonden van de NSB-burgemeester Westra het volgende bericht. Voor de aanleg van een verdedigingsstrook met het oog op een Geallieerde invasie moest een deel van de stad ontruimd worden. Een formulier met de letter B betekende dat de ontvanger elders in de stad woonruimte kreeg aangewezen omdat zijn aanwezigheid in de stad van economisch belang was. Wie een A op zijn formulier aantrof werd elders in het land ondergebracht. De familie van Tom Roos moest het huis aan de Westduinweg verlaten en kreeg een veel te klein huis in een buitenwijk aangewezen. De jongste zoon Tom - van wie wij eerder aantekeningen uit de oorlog publiceerden - kon onderdak vinden bij de ouders van zijn vriend Willem Brakman. Van november 1942 tot mei 1943 logeerde hij daar. 's Morgens verliet hij als eerste het huis voor zijn werk bij het kruideniersbedrijf De Gruyter. Deze firma had hem van een vrijgeleide voorzien dat de noodzaak van zijn aanwezigheid in de stad moest bevestigen. Het adres Elsstraat 5 is moeilijk leesbaar. Willem Brakman was toen nog in opleiding voor scheepswerktuigkundige. Daarover later.

Evacuatie-adres

Oorlog in Den Haag (4)

De bevrijding


Het gedenkbord

De tekst op de achterkant

In het laatste oorlogsjaar had Willem Brakman veel contact met zijn schoolvriend Jef Haaze. Het was in die tijd te gevaarlijk om de straat op te gaan, het was 's avonds ook verboden, maar Jef Haaze woonde maar een paar honderd meter bij Brakman vandaan. Met een snelle spurt door de verduisterde straat was hij er. Jef Haaze was radiotechnicus en werkte bij de posterijen. Op zíjn kamer luisterden de vrienden avonden lang naar de radio-uitzendingen van de BBC: jazz, hoorspelen en nieuwsberichten. Toen in de zomer van 1943 alle radio's ingeleverd moesten worden, zorgde Jef Haaze ervoor dat vele buurtgenoten toch konden blijven luisteren. Hij legde lijnen aan en repareerde de toestellen. De bevrijding werd overal in het land met straatfeesten gevierd, ook in De Haag. Jef Haaze stelde zijn luidsprekers ter beschikking om dansmuziek te hebben op het kruispunt Fahrenheitstraat- Elsstraat. Willem Brakman hielp waar hij kon. Als dank voor zijn hulp kreeg Jef Haaze van de buurt een gedenkbord cadeau. Achterop valt nog te ontcijferen: "Van dankbare luisteraars. 5 mei 1945."

De oorlog in Den Haag (3)


wethouder Henk Kool

Herdenken in Duindorp

Op 4 mei jl. hield de Haagse wethouder Henk Kool een toespraak bij het oorlogsmonument op het Tesselseplein in Duindorp. Onder zijn gehoor bevonden zich onder meer de leerlingen van twee lagere scholen die het monument geadopteerd hebben. Omdat de wethouder Willem Brakman noemde als Duindorper die zijn afkomst nooit verloochend had, citeren we hier een deel van de toespraak.

“Het verhaal van Duindorp in de oorlog is al vaak verteld en ik zal dat vandaag niet opnieuw doen. Alle mensen die hier staan, zelfs de kinderen, kennen de verhalen beter dan ik. En dat moet ook, want het is jullie buurt.
Je moet de geschiedenis kennen van je land, maar ook de verhalen van je eigen stad of dorp. Zeker van Duindorp, deze kleine gemeenschap die in de jaren 40 zo hard is getroffen.
De gevolgen van de oorlog dragen er zeker toe bij, dat Duindorp zo’n bijzondere gemeenschap is. Met bewoners die zich van hun bijzondere woonplaats sterk bewust zijn. Ze zijn Nederlander, Hagenaar, Scheveninger - maar in de eerste plaats Duindorper.
Duindorp is deel van hun identiteit.

Zoals de vorig jaar overleden schrijver Willem Brakman, die hier vlakbij geboren is en die in Scheveningen nog op de machinistenschool heeft gezeten. En die in zijn boeken vertelt over de Rode Stertabak die hij voor zijn vader moest kopen op het Tesselseplein, over de winkel van Jamin, over zijn oom Sjaak die woonde in de Vlielandsestraat, over de dominee van de Julianakerk.
Wie uit Duindorp komt, vergeet zijn wortels nooit meer.
Duindorp is deel van hun identiteit.

En dat is precies het thema dat het nationaal comité 4 en 5 mei dit jaar heeft gekozen voor de herdenking van de oorlog: identiteit.”

Den Haag in de winter 1944-1945 (2)


Dolle dinsdag in Den Haag

In het dagboek van Tom Roos waarvan wij vorige week enkele passages publiceerden is sprake van de vervuiling van de stad. Brakman maakte er melding van in de roman ‘Debielen en demonen’: “Het huis waarin ik woonde met mijn moeder keek uit op een pleintje, eigenlijk geen echt pleintje, er kwamen gewoon drie straten bij elkaar zodat de wraak van drie kanten op mij af had kunnen marcheren. Maar het bleef stil en de afvalhoop in het midden werd hoger en hoger, vooral door een roodachtig gruis dat overbleef na het stoken van straatasfalt.”

Net als in het dagboek van Roos noemt Brakman de kou en de honger:
“De kou vond ik erger dan de honger, een dag lang voelde ik hem in mij doordringen tot een bepaald punt in de diepte van mijn lichaam. Als dat bereikt was kreeg ik hoofdpijn. Mijn moeder zat in een klein netwerk van liefdadigheid: teerblokjes kreeg ze van een man aan de overkant die er soms ook wat aardappelen bij deed, maar verder stookten we oude meubelen, kastplanken, boeken en alle rommel die het huis maar opleverde. Toen ik eindelijk mijn opwachting ging maken bij dr. Fuchs en huiverend op de straathoek in het donker tuurde, luisterend naar verdachte voetstappen in de sneeuw, was mijn voornaamste zorg of het daarboven wel warm zou zijn.”

Op 5 september 1944 fotografeerde dr. Fuchs vanuit zijn huis aan de Beukstraat een kleine verhuizing. Achterop de foto schreef hij: ‘Verhuizing voor de gevluchte Moffen’. De vijfde september 1944 is beter bekend als ‘Dolle dinsdag’, de dag waarop Duitsers en collaborateurs in paniek het land verlieten uit angst voor de naderende Geallieerde troepen. De familie Brakman woonde van 1937 tot 1951 in het huis op de tweede etage boven het Fruithuis, de groentewinkel van Schoo. Merk de lege etalage op en het ontbreken van auto’s.

Dagboek uit de winter van 1944 - 1945 in Den Haag.


Beukplein

Deze oorlogswinter kreeg de naam 'de hongerwinter' omdat de voedselvoorziening naar het westen van Nederland nagenoeg stil was komen te liggen. Het begon met een spoorwegstaking in september 1944. Steenkool uit de Limburgse mijnen kon niet meer aangevoerd worden omdat dat gebied al in Geallieerde handen was. Door gebrek aan steenkool kon er vanaf 11 oktober in Den Haag geen gas meer geleverd worden en na 20 november ook geen elektriciteit.
Brakman geeft in zijn roman 'Debielen en demonen' een indringend beeld van het leven in Den Haag in die maanden. De hier voor het eerst gepubliceerde aantekeningen die zijn vriend Tom Roos in die tijd maakte kunnen als achtergrond van deze roman gezien worden. De vervuiling van de stad die Roos terloops vermeldt, komt ook bij Brakman ter sprake. Zo was het Beukplein een verzamelplaats voor afval geworden.

Aantekeningen van Tom Roos van 23 november 1944 tot 4 mei 1945
21 november. Stroomvoorziening stopgezet. Gas reeds eerder.
23 November Plunderingen - plunderaars doodgeschoten - Op straat tentoongesteld. - 's Avonds ( bij maanlicht) naar huis.
24 November. Achter de haard - 's Avonds naar Acaciastraat - Onder de vloer bij iedere bel. Daar gebleven tot 10 December. Naar huis. Broodrantsoen verlaagd van 1400 tot 1000 gram per week. Eten van de centrale keuken slecht. Weinig brandstof. Gelukkig nog wat eten in huis.
6 December. Oostelijke provincies afgesloten voor mannen 17 - 40 jr. Rantsoen voor 1 week: 500 gr brood; 1 kg aard., 125 gr boter, 125 gr vlees, 100 gr taptemelkpoeder 125 gr suiker, 50 gr jam.
25 December. Kerstmis. Moeder erg ziek. Dagelijks vliegen de V-1's over. Heb nog voor beide ouders een kerstkrans kunnen maken met levensmiddelen gevuld. Wim geopereerd.
28 December. Bijlage courant (arbeidsinzet). Bram brengt valse Ausweis. Niet melden!
1 Januari. Oudejaarsavond gevierd bij een drijvertje. Tulpenbollenkoek en roggevlokjeskoeken gebakken op het biscuitblik. Precies 12 uur werd een V-1 afgeschoten. In spanning - doorgaan of vallen-----; klap. Gevallen in Archipelwijk. Vanochtend bij Bram pakketje met levensmiddelen gebracht, van alles wat, 2 huilende gelukkige mensen. Vanmiddag V-1 neergekomen in Indigostraat. Veel doden en gewonden, tientallen huizen vernield. Schade enorm.
13 Januari. Wij eten suikerbieten. Bij het omhakken van bomen wordt onmiddellijk geschoten. Uithongeringspolitiek. Ook het Westland afgesloten.
26 Januari. Broodrantsoen verlaagd tot 500 gr. p week.
27 Januari. Geen particuliere voedseltransporten uit het Oosten van het land. Elk particulier transport wordt in beslag genomen.
30 Januari. Vrijwilligers gevraagd om suikerbieten te halen in Zoetermeer. Voeding hopeloos. Kou en geen brandstof. 4 kaarsen à f. 6.00 geruild voor 2 Kg. aardappelen. Nachtwaker geworden ( Zoutmanstraat met Leo)
10 Februari. Bij Jeanne en Miep heerlijk gegeten. Stad vervuilt hopeloos. Eten centrale keuken de hele week oneetbaar. Dan maar gebakken of gekookte tulpenbollen en een schoteltje pap of peulvruchten, waarvan de bodem te zien is. 1 broodje gekocht voor f. 40,-. Prijzen onbetaalbaar.
Prijslijst:
13 Februari. Rode Kruis-goederen uit Zweden: 125 gr margarine, 800 gr brood, zo mogelijk per 2 weken. In plaats van 8 - 4 spertijd, nu van 8 - 5.
22 Februari. IJssellinie alleen te overschrijden met vergunning. Honger! Kou!
26 Februari. Eindelijk aflevering Zweedse levensmiddelen. Bijlage courant ( rede Hitler)
3 Maart. Bombardement Bezuidenhout
31 Maart. Spertijd 8 - 6 uur
4 April Reeds 4 x Zweeds wittebrood gehad. nog steeds geallieerden beneden de Rijn. Duitsland verliest meedogenloos.
25 April. Engelsen willen voedsel afwerpen. Wordt niet toegestaan.
29 April Eten uit de lucht. Spertijd 9 - 4.
1 Mei Hitler dood!
4 Mei 's Avonds Capitulatie.

Willem Brakman in Enschede; door Wim Noordhoek

DUBBELTALENT
Het Rijksmuseum Twenthe brengt een grote Willem Brakman-tentoonstelling. Van de vorig jaar mei overleden schrijver zijn schilderijen, tekeningen en handschriften te zien en zelfs zijn complete werkkamer met schrijfbureau annex atelier is naar het museum overgebracht. Brakman (1923-2008) was een dubbeltalent in de ware zin. Zijn schrijven en zijn tekenen en schilderen zijn twee kanten van hetzelfde. Hij schreef vanuit het zien, zo legde hij uit. En bij al zijn romans, dat zijn er meer dan veertig, hoort een schilderij, het 'beeld' van dat boek.


Omslag door Willem Brakman van 'Gesprekken in huizen aan zee'

Als onze zintuigen met elkaar samenhangen, zoals de neurologen leren, als wie iets voelt onwillekeurig ook iets ziet of hoort, dan is het werk van Brakman daarvan een ideale illustratie, Brakman is een expressionist. Je kunt dat woord niet letterlijk genoeg nemen. Hij schept voortdurend de wereld. Neem zijn roman Gesprekken in huizen aan zee (2003). Er zit een schrijden in dat boek, een kijken van schoenpunt naar einder, en terug. Waarbij de verteller zijn uiterste best doet 'om alles zwevende te houden'. Zo wandelt Brakman door het Den Haag van zijn geest, want hij is een Hagenaar. 'Er was ook een grootvader, maar die had geen gezicht. Zijn hoofd was daar te klein voor want dat was geschrompeld, niet groter dan een kleine vuist. [..] Ik zal zijn hoofd met verbandgaas omwikkelen, dan heb je wat om aan te denken later.' Soms staat de hoofdfiguur zich 'een leegte' toe, bijvoorbeeld in de bocht van de trap naar een zolder 'in een grijs, ijzig licht'. Want 'ieder huis dat die naam verdraagt weet daarvan'. De beschouwing over het grijs en het blauw op pp. 76 en 80 e.v. verdient het te worden toegevoegd aan de algemene kleurtheorie: 'Is in het blauw het afwezige aanwezig, in het grauwblauw is het aanwezige afwezig. Het totaal van grauw en blauw heeft de neiging zich terug te trekken als men het te dicht benadert..,'

Wat is een dubbeltalent? Als een schrijver ook schildert of een schilder schrijft, wat heeft het één dan met het ander te maken? Vincent van Gogh en Gerard Bilders schreven - als bijzaak - over hun werk, maar ook over hun leven. Maar die strikte branchescheiding hoort tot het verleden. De nieuwe Duitsers vertellen met beeldende middelen verhalen, toenemend. Het bezwaar 'anekdotisch' vervaagt omdat er nu eenmaal verhalen zijn die alleen in beelden verteld kunnen worden. En er bestaan boeken - zoals die van Brakman - waarin het verhaal tot rudiment wordt en de associatieketens zich verzelfstandigen.
Wim Noordhoek

[ Kunstschrift, februari/maart 2009, blz. 52 ]

Enschede en haar kunstenaars





Brakmanmuseum

Het gaat in Twente of kruiperig of kneuterig, het hooghouden van de namen der eerwaardige zonen en dochters wil hier maar niet normaal zijn beslag krijgen. Onze dorpen en steden zijn vergeven van bronsboerinnen, macramémarskramers en kunstkastelen. Je zou verwachten dat de hoofdstad Enschéde het voorbeeld geeft, de weg wijst en cultureel boven het Twentse maaiveld uitsteekt. Nee dus.
Neem nou De Grote Drie van de Twentse Literatuur. Enschede pronkt tot weekwordens toe met Willem Wilmink en Jan Cremer, daar komt nu Willem Brakman bij. We hebben te maken met een schrijver van toegankelijk werk, eentje van branieachtige boeken en een auteur van het vergeestelijkte oeuvre. Ze hebben elk een eigen plek in het pantheon van de Twentse letteren, als er buiten de Taalkamer in het Wellesnietesmuseum al Twentse letteren bestaan, maar daar gaat het niet over.
Enschede is nadrukkelijk bezig dit drietal voor de onvermijdelijke citybranding in te zetten. Dat leidde tot een optreden van Herman van Veen die voor de upper ten van de gemeente in de raadszaal een lied van Wilmink ten gehore bracht (waarom en waarvoor, niemand die het weet) en tot een rap in elkaar getimmerd Willem Wilmink Festival later dit jaar, alweer voor de zelfverklaarde fine fleur. Er zou zelfs een Wilmink Museum moeten komen. Nog een museum, waarom ook niet?
Jan Cremer krijgt al een museum/werkplaats/broedstoof of wat dan ook, in elk geval verandert het Balengebouw straks in ‘t Cremer, al zal het in de praktijk niet meer zijn dan een etage met drie boeken en een schilderij boven de zoveelste ruim bemeten horecatent waar niemand op zit te wachten. De eerste directeur is al gesneuveld, want hij kreeg het financieel niet klaar, er is onlangs zowaar een accountant als leidsman aangesteld om het concept van ‘t Cremer alsnog vlot te trekken, daar tussen de paleizen van ‘t Rijksmuseum en ‘t Wellesnietesmuseum.
De makke in Enschede is dat alles in beton wordt gegoten, in gebouwen, met namen erop en flink wat zuip- en vreetfeesten erin. Alles moet zogenaamd allure krijgen, maar allure krijg je niet, dat héb je. Het is grootstedelijke arrogantie die Wilmink en Cremer feitelijk tekort doet. Trouwens, voor Wilmink en zijn kompaan Harry Bannink werd onlangs in aanwezigheid van opnieuw diezelfde culturele elite een dubbelbeeld onthuld. Na het vertrek van de autoriteiten werd de beeltenis van Wilmink en Bannink onder een trap gemoffeld; je moet tien keer kijken om het één keer te zien. Werkelijk waar, als Bannink even God zou zijn en Wilmink zijn profeet, dan was het blasfemie.
Goed, daar komt nu Brakman bij. Het is mooi dat directeur Pelsers van het Rijksmuseum Twenthe een hommage aan de vorig jaar overleden schrijver brengt. In het museum is een Brakman-route die langs zijn schilderijen en tekeningen voert, want behalve schrijver was Brakman beeldend kunstenaar, net als Cremer, zij het iets anders.
Het initiatief van de museumdirectie is met name zo lovenswaardig, omdat het past bij Brakman, vanwege zijn beeldende stiel, maar ook en misschien wel vooral omdat Brakman met grote regelmaat in het Rijksmuseum Twenthe was; hij dwaalde er rond, zocht en vond er de ruimte voor contemplatie, associatie en de vrijheid van de geest; het museum als een domein van de waarheid, die niet bestaat, hooguit wordt vermoed. Er zijn tijdens de tentoonstelling ook tekeningen, manuscripten, brieven en foto’s en - aardig idee - een nauwgezette reconstructie van de werkkamer van Brakman in zijn Boekelose huis. (Zoals ooit Wilminks café Het Bolwerk werd nagebouwd, maar dan helaas en dieptreurig In Amsterdam...!)
Tot zover niets dan goeds, want Brakman zei al dat het woord zonder beeld blind is en het beeld zonder woord stom, maar deze week zong het gerucht rond dat er een comité is geformeerd om een plastiekje voorstellende Brakman te laten maken en ergens bij Boekelo neer te poten. Gatver en getver. Wie stopt dat comité? Voor we het weten komt er ook nog museum ‘t Brakman naast ‘t Wellesnietesmuseum, museum ‘t Cremer, ‘t Rijksmuseum en dan volgt vanzelf museum ‘t Wilmink. Er komt een tijd dat de hoofdstad van Twente meer musea heeft dan bezoekers.
Dat leidt tot de gedachte dat het oeuvre van De Grote Drie geen ommuringen nodig heeft.
De bestuurders van de gemeente Enschede zouden het geld beter kunnen benutten.
Voor wat dan wel? Vergeef elk jaar drie prijzen van een paar ton, die er werkelijk toe doen en koppel aan de uitreiking exposities en lezingen van internationaal aansprekende kunstenaars, wetenschappers, filosofen of voor mijn part politici: de Brakmanprijs voor beeldende kunst en literatuur, de Wilminkprijs voor kleinkunst en entertainment benevens de Cremerprijs voor het beste Idee om het tegen die tijd verkommerende gebouw ‘t Cremer tenminste één jaar een spannende bestemming te geven. De Brakmanprijs voor John M. Coetzee, de Wilminkprijs voor David Letterman en de Cremerprijs voor Jeff Koons. Lofprijzingen, exposities en lezingen om over na te denken. Van dat denken, schreef Brakman in het voorwoord van een bundel, is zelfkritiék het meest absolute en centrale punt. Daar kunnen de bestuurders en de kunstpausen in Enschede wel iets van gebruiken. En wat stelde Brakman in datzelfde artikel over kunst? Kunst is de vrijheid van de geest contra de dwang der feiten.
In de hoofdstad van Twente horen vergezichten op te doemen achter de feiten.

Han Pape
[ De Roskam nr., blz. 6, 16 januari 2009].

Bijval voor Brakman


Jarenlang verweerde Brakman zich tegen de indeling van zijn werk bij het postmodernisme. Hij verstond er een vrijblijvend taalspel onder dat aan de ernst en de inzet van zijn schrijverschap geen recht deed. In het onlangs verschenen boekje met brieven van Brakman (*) legt hij nog eens uit aan Bart Vervaeck, die de auteur is van het standaardwerk over de postmoderne roman in de Nederlandse literatuur (**).

In zijn zojuist verschenen boek De revanche van de roman (uitgeverij Vantilt), rekent de Utrechtse Neerlandicus Thomas Vaessens Brakman niet bij de groep relativerende, postmoderne schrijvers. Vaessens bepleit overigens een romanliteratuur die geëngageerd is, die niet alles relativeert, deconstrueert of ironisch benadert. Aan de vraag of hij Brakmans roman 'De sloop der dingen', een protest tegen de sloop in de Haagse wijk Duindorp, een geëngageerde roman vindt, komt Vaessens helaas niet toe. Straatrumoer genoeg in dat boek.


Duindorp

Op de foto het punt in Duindorp waar de hoofdpersoon van 'Een winterreis' zijn vader aan het eind van de dag opwacht. De jonge Wim Akijn stelde zich om vijf uur op bij de Julianakerk en speurde de Nieboerweg af naar zijn vader die per fiets van zijn kantoor in de binnenstad kwam.

(*) Willem Brakman, 'De afwezige aanwezige, Brieven', uitgeverij Reservaat, Heiloo, 2008.
(**) Bart Vervaeck, 'Het postmodernisme in de Nederlandse en Vlaamse roman, uitgeverij Vantilt 1999.

Brakman en de moderne architectuur




Op verzoek van de fotograaf Rob Lucas schreef Brakman in 1995 een tekst voor zijn fotoboek “Uitgesproken menselijk”. De vraag was een commentaar te schrijven bij foto's van moderne architectuur. Dit 'water uit de rots slaan' was Brakman wel toevertrouwd.

STEEN
Toen mijn dochter nog klein was, ging ik een keer met haar naar de dierentuin en wees daar met mijn stok op de rhinoceros vlak bij het hek. ‘Kijk’, zei ik, `hoe hij met modder is bedekt, vingerdikke korsten, zwaar als een pantser en daartussen huid als leer en dik als een tapijt.’ Toen ik lang genoeg de barsten, kloven en platen had aangewezen en er bij had gestaan als ging ik zelf gebukt onder een loodzware last, wees ik opeens op het kleine, onthutsend glanzende bubbeltje, een gemme, waarin de lichtjes spiegelden. ‘Vergeet het niet’, zei ik, ‘dat is nou geest.’
Hetzelfde overkwam mij met mijn zoon en wel bij de ingang van het Kröller-Muller-museum, dus op een juiste plaats. Daar waren in het gras grote klompen steen aangebracht, her en der verspreid.
‘In zo’n steen’, vertelde ik, ‘is het duister, aardedonker en doodstil, een verschrikking en het kan daar niet zwarter. Maar daar heeft de kunstenaar op iedere steen een vlak gepolijst, zo spiegelend als een hondepiemeltje in de maneschijn. Dat is geest, opeens heeft dat in zichzelf opgesloten brok weet van het andere en daarmee ook van zichzelf; bomen spiegelen, wolken trekken voorbij, nu en dan een vogel en dat is niet niks.’ De hypermoderne stad is een geometrisch universum, gevormd naar lijnen, cirkels, spiralen, vlakken, cilinders en kubussen en aan octaëders geen gebrek. Een abstraktie, een kristallijne dood, ware daar niet het glas dat niet alleen de wolken bij de zaak betrekt maar ook de passanten, zonder onderscheid. Mensen trekken door de tabellen en de wetten van fabriek en kantoor; vrolijke groepjes, zorgelijke enkelingen, nu en dan een bedelaar, veel eenzamen uiteraard. Mogelijk schuilt hier toch een troost dat de blikkerende ratio op deze manier weet heeft van wat het scherpe verstand overstijgt. Zo niet dan was dit het beeld van een apocalyptische, absolute onverschilligheid.

'Uitgesproken menselijk', Cameranotities van Rob Lucas, 1970-1995. Samenstelling Rob Lucas, Roelof Posthuma; St. Uitgeverij Het Jodium-project, Enschede, 1995 [linnen, groot formaat, foto's in kleur, 84 pp.] [met teksten van o.m. Willem Brakman/Willem Wilmink/Bert Schierbeek/Jan Cremer/Liselore Gerritsen/Herman Finkers]

NIEUW, exclusief voor WBrakman.nl:

De sloop der dingen


De nieuw- en oudbouw aan de Markensestraat

Verontrust door berichten over sloopplannen voor de Haagse wijk Duindorp waar hij zijn jeugd doorbracht, schreef Brakman in 2000 de roman 'De sloop der dingen'. Niet lang daarna werd zijn basisschool - toen 'openbare lagere school' geheten - afgebroken. Het woonhuis aan de Bevelandsestraat staat nog overeind, maar dat aan de Markensestraat is inmiddels afgebroken. Op de foto is te zien dat één kant van die straat - die met de oneven numers- is vervangen door robuuste nieuwbouw. De tegenstelling tussen beide straathelften is frappant genoeg. Brakman ging het echter niet om een desnoods effectieve buurtvernieuwing, maar om de vernietiging van zijn herinneringen.

NIEUW, exclusief voor WBrakman.nl:

Brakmans redacteur


Jan Kuijper spreekt Brakman toe tgv zijn 80ste verjaardag

De dichter Jan Kuijper werkte van 1975 tot 2008 bij uitgeverij Querido en was daar redacteur van schrijvers als Gerrit Krol. A. F. Th. van der Heijden, Hella Haasse, Bernlef, Gerrit Kouwenaar én van Willem Brakman. In de 'Groene Amsterdammer' van 13 maart jl. wordt Kuijper geïnterviewd door Kees 't Hart. Op de vraag of hij veel in de manuscripten veranderde, antwoordt Kuijper:
"Dat lag er maar aan. Willem Brakman wilde niet weten waar ik allemaal komma's in zijn zinnen zette, want dan werd hij gek. Maar als ik een zin helemaal wilde veranderen, dan legde ik hem dat wel voor, dan was hij meestal een beetje in de war omdat hij inmiddels al een volgende roman geschreven had. In de verhaalopbouw greep ik meestal niet in. Niet omdat ik daar geen ideeën over had, maar omdat de innerlijke logica eraan zou gaan als ik aan het verhaal zou sleutelen. Een redacteur moet voorzichtig zijn, die moet niet op de stoel van de auteur willen gaat zitten."

Hier kan bij aangetekend worden dat komma’s voor Brakman nauwelijks een rol speelden omdat zijn taal er niet een was van hoofd- en bijzinnen, van kernzinnen met terzijdes of van zinsdelen die nadrukkelijk gescheiden dienden te worden. Zijn criterium was of hij zijn tekst goed kon voorlezen en daar had hij weinig interpunctie bij nodig Ook gaat. Jan Kuijper hier voorbij aan het feit dat het veranderen van een zin een verandering in de verhaalopbouw kan betekenen. Voor Brakman was de zin direct verbonden met het geheel van het verhaal. Voor de dichter Kuijper blijkbaar niet.
Hoe Brakman over het redactiewerk van Jan Kuijper dacht is na te lezen in het onlangs verschenen boekje met brieven van Brakman: 'De afwezige aanwezige', (uitgeverij Reservaat, Heiloo, isbn 978-90-74113-20-5)

Kijk ook: op de site van Rijksmuseum Twenthe voor verdere informatie over de bestelling van het brievenboek.

Brakman in Bentheim


Brakman op de tinnen van slot Bentheim.

Het Mauritshuis in Den Haag heeft een tentoonstelling over de 17e eeuwse schilders Ruysdael en Berchem en hun schilderijen van het Duitse stadje Bentheim, niet ver van de Nederlandse grens. Zout in de ondergrond zorgde voor de naam 'Bad Bentheim', een Kurort. Ook de Oranjes kenden het stadje omdat ze er wel eens bij familie logeerden op het grafelijk slot dat hoog gelegen de omgeving domineert. Maar het is en blijft een Duits stadje omdat een beeld van rijkskanselier Bismarck dat onderstreept. Brakman schreef over Bentheim "De reis van de douanier naar Bentheim". De tekst van de roman is te vinden op de website van DBNL: Kijk HIER.
De reis van de Douanier naar Bentheim is ook als luisterboek te beluisteren, evenals een interview met Brakman over deze novelle: klik HIER

De tentoonstelling 'Groeten uit Bentheim' is in Den Haag te zien tot 31 mei. Op de foto: Brakman op de tinnen van slot Bentheim.

Kijk ook: HIER voor een virtuele rondleiding door het slot.

.

Het verhaal bij de tentoonstelling


De schaar en de bijbehorende tekening van Willem Brakman

Zondag 8 maart geeft Gerrit Jan Kleinrensink een lezing over de tentoonstelling die in Rijksmuseum Twenthe te zien is. Centraal staat Brakman als beeldend kunstenaar en omdat de voordracht niet in de Brakmanzaal kan plaatsvinden licht Kleinrensink een en ander toe met dia's. Ook de bronnen van Brakman komen ter sprake, zoals op de fotomontage van zijn schilderij "De Vis", hier afgebeeld, is te zien.

Aanvang: 14.30
Plaats: Rijksmuseum Twenthe, Lasondersingel 129, Enschede.

Het museum bevindt op 10 minuten loopafstand van het station.

Kijk ook: op de site van Rijksmuseum Twenthe voor verdere informatie (onder agenda).

Vliegeren op een bunker


Uitzicht op Duindorp
Een bunker in de duinen

In het duingebied bij Duindorp, waar Willem Brakman zijn jeugd doorbracht, is een Duitse bunker uit de Tweede Wereldoorlog uitgegraven. Op de hoogten waar fotograaf André de Kam deze foto’s maakte, werd in de jaren dertig door Willem Brakman gevliegerd. Links is de Julianakerk te zien waarvan sprake is in het volgende fragment uit ‘Pop op de bank. Een autobiografie’. Meer informatie op ‘Avondlog’ van Wim Noordhoek (Klik: Hier).

“De hemel boven Scheveningen was in de tijd waarover ik spreek bespikkeld met vliegers. Er waren erbij die schitterend waren van kleur en aan de hemel stonden als zondoorschenen zuurtjes, een triomf die danig werd geaccentueerd door de droeve resten die aan de antennedraden klapperden.
De gesprekken uit die tijd, aan het eind van de Vlielandsestraat, hoek Julianakerk, gingen over het juiste papier, het juiste touw, de juiste bamboestengels en de juiste jongen. In de speelgoedwinkel van Zwennis stonden de vliegers in een rij aan de wand, onvatbaar maar werkelijk, onbegrijpelijk maar aanraakbaar.”

Brieven van Brakman aanbevolen!


Recensie DNB - Dienst Nederlandse bibliotheken

Kijk ook: op de site van Rijksmuseum Twenthe voor verdere informatie over de bestelling van het brieven boek.

Wim Noordhoek over de tentoonstelling: Brakman in Rijksmuseum Twenthe


Uit: VPRO-gids, januari 2009

Naschrift:
De vermoedens van Wim Noordhoek over Brakmans roman 'Staren in het duister' zijn al te somber. Het manuscript dat Brakman naliet was nagenoeg voltooid, maar zijn aanwijzingen voor in te voegen en te schrappen passages waren soms voor tweeërlei uitleg vatbaar. Een kleine redactie houdt zich daarmee bezig, maar het meeste werk gaat zitten in het corrigeren van gescande bladzijden. 'Staren in het duister' komt er dus toch!

Kijk ook: op de site van Rijksmuseum Twenthe voor verdere informatie over de tentoonstelling.

Een gesprek met mevrouw Brakman: door Lidwiene Vermeij

Willem Brakman: "Dat is zo'n huis waar je je eigen dakgoot kan schoonmaken"


Studeerkamer van Brakman van buitenaf gezien

Zijn schilderijen zijn een uitbarsting van kleur en vrolijkheid. Schilderen en schrijven deed hij nooit door elkaar. Als hij schilderde zat hem meestal iets dwars over wat hij op moest schrijven. Hij noemde het altijd een 'toestand'. Als hij in een schrijfproces zat was hij verstrooid, dromerig, wist hij bij wijze van spreken niet of hij de deksel van de jampot moest halen om het op zijn brood te kunnen smeren.'
Aan het woord is Moof, al meer dan 50 jaar de vrouw van Willem Brakman. 'Ik wil op deze manier graag meewerken aan dit boek. Willem zelf kan het niet meer, hij is op. Hij, die zo talig is en veel originele taalvondsten had, krijgt er nu met moeite soms een woordje uit. Ik ben blij dat hij thuis verzorgd kan worden door mij en met hulp van anderen.
Willem is een ongerijmd boeiend mens. Ik ken hem al mijn hele leven. Hij was een vriend van mijn broer en een stuk ouder dan ik. Hij paste een beetje op mij en trok met mij op. Ik zat toen net in de tijd van eindexamenfeestjes en voor mijn gevoel zat een wat oudere man mij in de gaten te houden.
In die tijd was hij een ongelooflijke grappige rare vent. We woonden in Den Haag en gingen iedere dag onze eigen weg, ontmoetten elkaar dan in een restaurant. In 1957 verhuisden wij naar Enschede en woonden eerst op de Varviksingel. Omdat Willem het daar vreselijk lawaaierig vond gingen wij in de Prinsenstraat naast de Synagoge wonen. Een prachtig huis, heerlijk. Wij kregen daar veel mensen over de vloer ook kunstenaars o.a. van de AKI die hij ontmoette in de kunstenaarssociëteit.
Er waren plekken in Enschede waar Brakman graag kwam: de wijk Pathmos, café Zwijnenberg in de Emmastraat en natuurlijk het café van Jan Slot waar ook de eerste kunstenaarssociëteit was. 'Hij vond het erg dat er zoveel werd afgebroken in de stad, b.v. een aantal villa's in de Prinsenstraat waarvan wij dachten: néé dat zullen ze toch niet doen, maar het gebeurde toch.'
'Willem was niet graag arts, dat vak lag hem niet, hoewel hij met veel plezier geneeskunde gestudeerd heeft. Hij kon zich heel goed in anderen verplaatsen daar was hij feilloos in. Willem deed consequent zijn eigen ding en las geen andere schrijvers om niet beïnvloed te worden. Hij hield van zelfverzonnen woorden en stimuleerde ook de kinderen om zich goed uit te drukken. Hij typte alles op een elektrische schrijfmachine, had een hekel aan computers. Hij schreef altijd maar door. Hij kon niet tegen lawaai, ons huis had driedubbele ramen. Ik had gedacht nooit uit de Prinsenstraat weg te gaan, voelde mij daar safe maar het moest toch vanwege het lawaai. Eerst werd het ziekenhuis verbouwd, daarna werd de school voor fysiotherapie gebouwd, lawaai, lawaai. Willem ging op straat lopen en schreef niet meer. Toen hij dit huis hier in Boekelo zag zei hij: 'dit huis moet ik hebben, dat is zo'n huis waar je je eigen dakgoot kan schoonmaken.'
Schrijven deed Willem Brakman nog tot voor kort. 'Er ligt nog een manuscript' zegt zijn vrouw. 'Zelf heb ik zijn boeken nooit uitgelezen omdat ik dan in het klooster van Willem Brakman leef, teveel in hem opga. Ik heb ook naast hem een eigen leven. Zelf heb ik 18 jaar in het ziekenhuis gewerkt met ongelooflijk veel plezier.'
Wij bekijken wat foto's, kiekjes door de tijd heen waar hij blij, lachend, serieus en ongedwongen op staat. Foto's op Schiermonnikoog waar zij samen al 30 jaar komen. 'Dit is de ellendigste tijd van mijn leven' zegt ze. 'Iedere keer als ik naar zijn kamer ga zou ik hem zo graag zien zitten, rechtop met een lekkere sigaar in zijn hand.'
Dries Ringenier heeft de kaart gekregen van mevrouw Brakman. 'Omdat wij hem kennen, we woonden lange tijd bij elkaar om de hoek.'

Afdwalen als opdracht: André Keikes in de Leeuwarder Courant over de Brakmantentoonstelling

"Tot op zekere hoogte was Brakman iemand uit een andere tijd, maar zijn opvattingen, terug te vinden in zijn boeken en nu ook op de tentoonstelling in aantekeningen, foto’s, schilderijen, bieden wel degelijk inzichten voor mensen van nu. Juist in een tijdperk waarin procedures en controle-idiotie de macht lijken te hebben gegrepen, is diens springerige, altijd wat anarchistische proza een verademing.
Brakman liet nooit de kans voorbij gaan de rationalist pur sang, ‘vertegenwoordiger van een helderheid zonder diepte’ de les te lezen en verzette zich onvermoeibaar tegen alle ‘meten is weten’-fundamentalisme. ‘De mens is een geestwezen, hij is het enige moment op deze wereld dat aanspreekbaar is.’...."

Klik HIER om het artikel te lezen (PDF file).

Kijk ook: op de site van Rijksmuseum Twenthe voor verdere informatie over de tentoonstelling.

Arie Storm bij de opening van de Brakman tentoonstelling (rijksmuseum Twenthe)


Arie Storm, 17 januari 2009

Op de website van de Engelse krant The Guardian kun je foto's zien waarop werkkamers van schrijvers zijn vastgelegd (NRC Handelsblad heeft op hun website het idee enigszins overgenomen). Ook heb ik een tijdje geleden een boek gekocht getiteld How I Write: The Secret Lives of Authors. Daarin is aandacht voor de spullen waarmee schrijvers zich omringen: een vel papier van Jonathan Lethem met daarop de namen van nog tot leven te brengen personages; de speelgoedsoldaten die Javier Marías op de planken van zijn boekenkasten in slagorde heeft opgesteld; de ansichtkaart met daarop het portret van een ironisch ogende Laurence Sterne, een kaart die Adam Thirlwell op zijn schrijftafel heeft staan. Natuurlijk: het kan allemaal fake zijn. Misschien zien die kamers er een dag later heel anders uit - en zijn de 'dierbare spullen' weggesmeten. Toch kijk ik ademloos naar deze foto's.


Studeerkamer van Willem Brakman

Van de verhalen die schrijvers vertellen over hun werkkamer en waarin ze toelichten waarom die werkkamer er zo uitziet als die eruitziet, krijg ik evenmin snel genoeg. Ik knap ervan op wanneer ik de nogal rommelige kamer zie van Claire Tomalin, de briljante biografe van onder anderen Samuel Pepys en Thomas Hardy; ik voel me gesterkt wanneer ik lees dat ze schrijft dat geen enkele biografie langs een bijzonder geordende weg tot stand komt. Ik houd überhaupt van rommelige werk- of schrijfkamers, vooral als de rommel het vermoeden oproept dat er zich daar ergens toch een of ander geheim systeem schuilhoudt. Een systeem dat uitsluitend kan worden aangebracht door het brein van de in die schijnbare chaos bivakkerende auteur.

Klik hier om verder te lezen.

Kijk ook: op de site van Rijksmuseum Twenthe voor verdere informatie over de tentoonstelling.

Verhuizing van Brakman's studeerkamer

Kijk: HIER voor de slideshow van de verhuizing naar Rijksmuseum Twenthe (met muziek)

NIEUW, exclusief voor WBrakman.nl:

De Avonden - VPRO: Willem Brakman in Rijksmuseum Twenthe

Gerrit-Jan Kleinrensink in gesprek met Maarten Westerveen, maandagavond jl, over de tentoonstelling over/van Willem Brakman in Rijksmuseum Twenthe (het Eerste Uur, na plm 10 minuten nieuws/aankondigingen en muziek),

Kijk: HIER voor de uitzending

Kijk ook: HIER voor een reportage en een interview met G-J Kleinrensink over de tentoonstelling bij TV-Oost (begint na 30 seconden. Indien de uitzending niet start kan via `uitzending gemist` zoekterm `Brakman` de uitzending makkelijk gevonden worden)

Kijk ook: op de site van Rijksmuseum Twenthe om het brievenboek - waar sprake van is - te bestellen en voor verdere informatie over de tentoonstelling.

NIEUW, exclusief voor WBrakman.nl:

Opening Brakman-tentoonstelling in het Rijksmuseum Twenthe

Fanclub voor kunstwerk Willem Brakman opgericht

Winnie Sorgdrager is de voorzitter van het comité van aanbeveling dat een kunstwerk voor Brakman in of rond Enschede gaat realiseren. Tijdens de opening van de Willem Brakman-tentoonstelling in het Rijksmuseum Twenthe (17-01) maakte zij het initiatief wereldkundig. De regionale pers suggereerde dat het comité een bronzen borstbeeld in het Boekelose struweel zou willen plaatsen. Allemaal flauwekul. Wat voor soort ereteken het zal worden, is nog volledig open. Het zou zelfs nog een prijs kunnen worden. In elk geval dient het iets te zijn waarmee Brakman zelf content zou zijn geweest. Daarom wordt zijn dochter Paulien, zelf beeldend kunstenaar, nauw betrokken bij het initiatief.

De leden van het comité van aanbeveling:
Winnie Sorgdrager, voorzitter
Roelof Bleker, wethouder cultuur gemeente Enschede
Henk van der Walle, oud-voorzitter Poetry International, oud-wethouder cultuur gemeente Enschede
Wim Noordhoek, programmamaker VPRO-radio
Jeanette Peters, oud-kabinetschef gemeente Enschede
Gerben Wynia, neerlandicus, publicist, Brakmankenner
Jan Kuijper dichter, oud-redacteur Brakman bij Querido
Gerrit Jan Kleinrensink, biograaf van Brakman
Tom van Deel, neerlandicus, dichter, bloemlezer, essayist, redacteur en (oud-)recensent van Trouw en Vrij Nederland
Theo Hakkert, redacteur kunst en literatuur Twentsche Courant Tubantia
Dave Blank, hoogleraar nanotechnolgie Universiteit Twente

Bent u geïnteresseerd in dit initatief of wilt u steun betuigen, stuur dan een e-mail naar de Brakmanwebsite: ter attentie van Gerrit-Jan Kleinrensink (klik hier) met uw adresgegevens. Het comité houdt u op de hoogte.
Paul Abels
Erik Hoekstra

Kijk: HIER voor een verslag van de opening

Kijk: HIER voor Wim Noordhoek over een Plaquette/kunstwerk voor Willem Brakman

Kijk: HIER voor een impressie van de tentoonstelling op Avondlog

Werkkamer Brakman naar museum

Vanaf zaterdag 17 januari is in het Rijksmuseum een tentoonstelling van en over Willem Brakman te zien. Zijn nieuwe brievenboek wordt er officieel ten doop gehouden. Zijn schilderijen zijn er te zien en ook kan de bezoeker een kijkje nemen in zijn werkkamer. Die werkkamer, in zijn woning in Boekelo, is vrijdag ingepakt en wordt de komende dagen, in de aanloop naar de tentoonstelling, in het Rijksmuseum exact zo ingericht. Op onderstaande site is dat proces te volgen, met telkens meer en nieuwe foto's (door Theo Hakkert).

Kijk: HIER om de verhuizing te volgen

Zie ook: De site van Rijksmuseum Twenthe

Willem Brakman en Enschede

LENTE IN DE TUIN VAN WILLEM BRAKMAN

Dicht aan het leven,
het hoofd vol woorden
in zichzelf besloten,
ligt hij slapend, wakend
in zijn eigen taal verzonken.

Taal waarin wij dwalen
maar ook de weg weer vinden
naar zijn huis, waar buiten
alles groeit en losbarst.

Lente in de tuin,
terwijl hij vredig rustig op zijn
taalbrug oevers oversteekt.
24 april 2008 Lidwiene Vermeij

Dit gedicht is te vinden in de onlangs verschenen bundel "Enschede. De mensen, de stad" (samenstelling Willy Berends en Stefan Schipper, uitgave in eigen beheer). Het boek bevat 250 portretten van bekende inwoners van Enschede. Elk portret bestaat uit een foto van de betrokkene op een favoriete plek in de stad en daarbij het verhaal. Omdat Brakman niet meer zelf mee kon werken aan zijn portret werd gekozen voor een interview met zijn vrouw en een gedicht van de stadsdichteres Lidwiene Vermeij. De bijbehorende foto in het boek toont Brakman bij het inmiddels gesloopte café Zwijnenburg in de Emmastraat, niet speciaal zijn favoriete plek, maar omdat hij het pand model liet staan voor het café in de roman "Ansichten uit Amerika". (gjk)

xhtml 1.0 | contact | disclaimer | copyright