wbrakman.nl

Bric à Brac

Een archief van eerdere berichten. Beschikbare jaren: 2017 - 2016 - 2015 - 2014 - 2013 - 2012 - 2011 - 2010 - 2009 - 2008 - 2007 - 2006 - 2005 - 2004 - 2003 - 2002 - 2001.

Dit is 2007

Willem Brakman en Pieter Pikmans

De hoofdpersoon in Brakman’s roman “Die ene mens” is de medisch student Akijn. De druk van de studie doet hem naar rust verlangen en daarom leest hij verhalen waarin hij weg kon kruipen. Hij leest “Brighton rock”van Graham Greene en “A high wind in Jamaica” van Richard Hughes, én hij herleest zijn jongensboeken: “Met Pieter Pikmans het zeegat uit” en “De club uit Rustoord”. De recensent van de Leeuwarder Courant – Anne Wadman – leek het in zijn beoordeling van “Die ene mens” ongepast dat een medisch student nog jongensboeken las. Hij moest eens weten. Een jaar na “Die ene mens”, in 1962, onthulde Brakman in het verhaal “De weg naar huis” dat zijn vete met de onderwijzer ‘meester Besteman’ was ontstaan over het exemplaar van “Pieter Pikmans” uit de schoolbibliotheek. Toen hij het boek terugbracht werd hij ervan beschuldigd er scheuren in gemaakt te hebben. Ontkennen hielp niet, want hij werd onder druk gezet om te bekennen op een manier die later in Bergman’s film “Fanny en Alexander” als grondige vernedering in beeld werd gebracht. Deze ’Bergman’ was Brakman’s favoriete Bergmanfilm. Het andere jongensboek - “De club uit Rustoord” - zou een belangrijke rol krijgen in het verhaal “Oom Henk” uit de bundel “Jongensboek”. Het verhaal begint met een scène met meester Besteman, vol bewondering.

omslag van Pieter Pikmans

“Met Pieter Pikmans het zeegat uit” werd in 1915 geschreven door de weinig bekende G. Holle. In 1935 verscheen de tweede druk en in 1969 de derde. De eerste twee edities met illustraties van Jan Wiegman. Een van die prenten beschrijft Brakman in “De weg naar huis”.


“Een van een kaperschip ontvluchte en weggezwommen matroos verdronk in een woelige zee. Een stukje van zijn gezicht was nog te zien en een hand nog even boven het water uitstekend.” Verdrinkingsangst is weer een ander thema in het werk van Brakman.

illustratie uit Pieter Pikmans

De rug van Brakman

Wim Noordhoek liet op 29 november op zijn 'Avondlog' foto's zien van ruggen en verbaasde zich over de welsprekendheid van het veronachtzaamde lichaamsdeel. Wij vullen zijn bericht aan met enkele foto's van de rug van Willem Brakman en tekenen daarbij aan dat het wat Brakman betreft vooral ging om zijn ongeduld om voor een foto te poseren en niet om de welsprekendheid van zijn rug te tonen.

Klik hier voor het "Avondlog"

Op het stille strand met zicht op het havenhoofd van Scheveningen

Museum in Munster

Kasteel in Bentheim

Halstraatje Den Haag

Brakman bij de Fischteig in Lünten

Brakman's route door het Rijksmuseum Twenthe

omslag

Willem Brakman werd na zijn verhuizing in 1957 naar Enschede een trouwe bezoeker van het Rijksmuseum Twenthe. In de loop der jaren onstond zo een voorkeur voor een aantal schilderijen uit de vaste collectie. Brakman spreekt graag over beeldende kunst en het liefst toont hij zijn favoriete route door het museum aan vrienden. "Brakman's route door het Rijksmuseum Twenthe" is nu in beperkte oplage verschenen als boek, met teksten van Willem Brakman, elf afbeeldingen in kleur en een inleiding door Gerrit-Jan Kleinrensink. Donateurs van de Brakmankring ontvangen het boek gratis. Wordt donateur en geef u op bij (Gerit-Jan Kleinrensink)
Het boek is ook te bestellen bij de museumwinkel: Klik hier

Wettringen (Brakman in Duitsland)

Gefascineerd door een kleiput De hoofdpersoon van het verhaal 'Portret van en dame" is met zijn vriend Helmich op weg naar de villa 'De vijfeyken'. Onderweg bekijken ze een kleigroeve.
Brakman bij de kleiput

"We stonden aan de rand van een desolate put, die half vol schaduw stond, en keken in de diepte naar de smaragdgroene plas water. Het was zelfs te zien hoe stil het daar beneden was, het water strak en zonder rimpel, er omheen een slordig achtergelatern graafmachine en wat lorries. De dubbele lijn van de rails liep in onhandige bochten omhoog naar de steenfabriek. 'Hier was vroeger een zee,' zei Helmich, zijn stem klonk wat afwezig en verveeld en zijn schoenpunt plette en wreef een homp vochtige klei, 'het zit hier beneden vol ammonieten, miljoenen jaren oud...'" de kleiput
Ook Jan Oud, de kunstenaar uit 'Kind in de buurt' bezocht de kleigroeve. Op weg naar het Teutoburger woud (zie vorig item) toont hij zijn vriendin "de kleigroeve, een gat zo groot als een landschap. In de diepte een smaragdgroene plas. De fabriek aan de rand lag stil en uitgestorven, grote stapel lichtrode stenen en draineerbuizen op de plaats. Een dun bobbelig railsje liep rechttoe, rechtaan naar het duizelingwekkende dieptepunt. Met veel moeite tilde en zeulde hij een los wielstelsel van een lorrie op die rails en liet hem door de stilte naar beneden donderen, steeds harder en harder. In de diepte boorde het zich met een doffe klap in de klei. Het kind in de kunstenaar".

Brakman in het bos

tekening Monica Sauwer

In het werk van Brakman gaat het er doorgaans minder sprookjesachtig aan toe dan op de tekening die Monika Sauwer van hem maakte. In de roman 'De oorveeg' wordt de schurk Kaloenke tenslotte aan een hoge tak opgehangen en in 'Kind in de buurt' maakt de kunstschilder Jan Oud met een vriendin een uitstapje naar Duitsland. Hij introduceert daar zijn amoureuze plan als volgt:
"Op de terugweg haalde hij haar over toch een van de groene tongen van het Teutoburgerwoud te betreden. Je kon niet in Duitsland geweest zijn en geen Wald van binnen hebben gezien. Het wemelde daar van reeën en kerstbomen, vertelde hij, en om de tien meter stootte je op een jagersman of een meisje met een rolvlecht op het hoofd. Hij legde zijn zware hand op haar brekelijk schedeltje en zei, ontroerd door allerlei perspectieven: 'We zullen er veilig zijn als in een klooster.' "

Op de foto die Monika Sauwer wellicht inspireerde, zien we Brakman in de tuinen van kasteel Weldam in Overijssel.
Monika Sauwer tekent en is auteur van een aantal romans. Zie daarvoor de website: Klik hier

Kasteel Weldam

Een limerick van Brakman: Boekenbal 1984.

Het Boekenbal van 1984 was een creatief festijn met veel voordracht, zang en dans door de auteurs. Ook werd het toen al oude woordspelletje "Hou je aan je woord" nagespeeld, een tv-programma uit de jaren '60 met geestige improvisaties van een schrijverspanel. In 1984 kregen de deelnemers Brakman, Scheepmaker, Adriaan van Dis, Büch en Doeschka Meijsing de opdracht om ter plekke een limerick te bedenken met gebruikmaking van 5 bij de schrijver passende rijmwoorden. De journalist Nico Scheepmaker bedacht voor Brakman de trefwoorden dame reclame, Flaubert, literair en schamen. Hij had ze uit Brakman's roman "Het zwart uit de mond van madame Bovary" gehaald om enige samenhang mogelijk te maken . Brakman kreeg veel applaus voor zijn werk:

"Madame Bovary, een ondeugende dame,
werd gevraagd voor een spot in de Sterreclame.
Och, gebonden, zei Flaubert,
Dat is stijlvol, literair,
maar ingenaaid zou ik me schamen."


Scheepmaker, een bewonderaar van het werk van Brakman, vond het 'een aardig limerickje' ook al voldeed het versje niet aan de regels van het genre. Op de website klaaskoppe.nl staat een foto van het panel, waarop Brakman nog met snor is te zien, een zeldzame foto. Op het boekenbal is hij daarna niet meer gesignaleerd. [ uit de rubriek 'Trijfel' van Nico Scheepmaker, Leeuwarder Courant, 21 maart 1984]

Klik hier om de foto's te bekijken (boekenbals, 1984)

Een jaar geleden sprak Willem Brakman met Wim Noordhoek

aantekeningen bij het interview
Aantekeningen

Luister hier

"....Heeft Brakman zich aan zijn kladjes (waarin: hobbelpaarden, ruimtes vol barokke mensen, nonnen) gehouden? Luister tijdens het ontcijferen naar het interview !

DE HOFSTAD ALS HOOFDSTAD: Den Haag in het werk van Brakman

Brakman bij De Boulevard in Den Haag

Willem Brakman is geboren in Den Haag en die stad speelt een belangrijke rol in veel van zijn romans en verhalen. Al in zijn debuut, Een winter¬reis (1961), was zijn geboorte¬plaats veel meer dan een decor, en in zijn recentste roman (1995) is het niet anders. Een voortreffelijke ridder, heet het boek, en de voor¬treffe¬lijke man is Don Quichot, die samen met zijn knecht Sancho Panza in het moderne Den Haag terechtkomt. De roman begint met een motto dat Brakman ontleent aan de Griekse dichter Kaváfis: "Nieuwe plaatsen zul je niet vinden, je zult geen andere zeeën vinden./ De stad zal met je meegaan. Op dezelfde wegen/ zul je rondgaan. En in dezelfde buurten word je ouder,/ en in dezelfde huizen zul je vergrij¬zen. Altijd zul je komen in deze stad."


"Uit: Bart Vervaeck, De hofstad als hoofdstad: Den Haag in het werk van Brakman." In: Paul Pelckmans & Raymond Vervliet (red.), Stadsbeelden. Antwerpen, UIA, ALW-Cahier nr.17, 1996, pp. 87-104.

Klik hier voor de gehele tekst.

Literaire wandeling door Enschede

Naar aanleiding van het verschijnen van "Schrijvers in Twente: van Achterberg, Brakman, Cremer en anderen. Literaire reisgids" Las Willem Brakman voor uit eigen werk ter illustratie van de diverse locaties.

Klik hier voor de download van de opname (MP4 bestand, dit kan afhankelijk van de snelheid van de internetverbinding enige tijd duren)

Duindorp 3: Sloop der dingen

Bevelandse straat Het huis aan de Bevelandsestraat. De bovenste verdieping.

Duindorp was de Vinex-wijk van de jaren twintig van de vorige eeuw, maar sociale woningbouw midden in de duinen zou in deze tijd niet meer kunnen. In deze tijd zou het duinlandschap wellicht als natuurgebied behouden blijven. Nederland bouwde in die tijd overigens ook hoogovens in het duingebied bij IJmuiden, wat niet minder vreemd is. Toen Willem Brakman in de jaren negentig op de hoogte raakte van de sanering van Duindorp, ging hij er vaak kijken of zijn geliefde Tesselseplein er nog was en het huis van zijn jeugdjaren in de Bevelandsestraat. Hij vreesde de afbraak van wat hij noemde ‘het decor van mijn jeugd’ en ondersteunde de protesten van de buurt met een stuk in een plaatselijke krant. In 2000 verscheen zijn roman ‘De sloop der dingen’. Daarin wordt de sanering van Duindorp in een heel ander dan sociaal-maatschappelijk perspectief geplaatst. De Haagse burgemeester Deetman krijgt weliswaar een schurkenrol toebedeeld, maar de roman gaat vooral over de aantasting van de plaatsen der herinnering. Brakman was daarmee een voorloper van een project dat nu, tien jaar later, zijn beslag zou krijgen in een serie boekwerken over de voor Nederland belangrijke plaatsen van herinnering.

“Geen wonder dat ik nog een keer de slopers aansprak, want die moeten veel kunnen vertellen over het verlies van dierbaarheden, het tot puin slaan van alles wat in gevels, metselarij, hang- en sluitwerk is verzonken en beschutting bood toen de storm de jongens op zee ranselde maar mij veilig omschulpte tot en met het zo beruchte vijfde uur in de ochtend. Het waren er overigens drie, een sterk getal, die tegen hun stalen kolos leunden, samen een sigaretje rookten en dit met korte en dikke vingers in het rond reikten. Ik trof hen in de Markensestraat, ik kon ons huis zien, waar mijn vader mij een keer door de sneeuw trok. Een kosmisch avontuur. Het was zoals de oude Grieken over de sneeuw dachten: de uiteindelijke wereldbrand waarna weer het prille begin. Keer op keer verscheen ik met mijn vader in het lantarenlicht en ging met hem onder in het duister. Voortgetrokken werd ik door God de Vader met zijn grote en dwarse voeten, die knarsten, uitgleden en diepe voren trokken, maar de richting was bekend, de warme kamer wachtte en de slee loste alle moeilijkheden van hobbels en bobbels spelenderwijs op.”
{ De sloop der dingen, uitgeverij Querido 2000. blz. 77 }

de sloop De sloop van de Flakkeesestraat in februari 2003

Duindorp 2

De ouders van Willem Brakman verhuisden in 1924 van de Jan van Houtstraat in het oude deel van Scheveningen, naar de nieuwbouwwijk Duindorp, gelegen aan de overkant van het Verversingskanaal. De wijk werd gebouwd omdat in het oude Scheveningen het slechte woningbestand werd gesaneerd. Zo niet de Jan van Houtstraat waar het geboortehuis van Brakman nog is aan te wijzen. Inmiddels wordt een deel van Duindorp al weer gesaneerd. Brakman schreef er zijn roman 'De sloop der dingen' over. De Schevenings fotograaf Karel Kulk publiceert volgend voorjaar een fotoboek over de wijk en de sloop.

Duindorp 1935

*Duindorp in 1935 met rechts op de voorgrond de Vlielandsestraat waar het gezin Brakman in de jaren Twintig enige tijd woonde. Links om de hoek is de Bevelandsestraat waar het gezin vanaf 1928 woonde. Op de achtergrond de masten van Radio Scheveningen, 'de draadloze', waarin de stormwind onheilspellend kon gieren.

Duindorp 1935

* Erkers tegenover Brakman's huis in de Bevelandsestraat. Een der dames die regelmatig aan het venster was te zien, werd door de jonge Brakman voor een prostitué gehouden. Vooral in de film staat het motief 'de vrouw aan het venster' voor de onbereikbare vrouw.

Duindorp

Op de plattegrond van Scheveningen" van omstreeks 1920 is te zien dat er nog veel ruimte was rond de Scheveningse haven. De Jan van Houtstraat waar Brakmans geboortehuis staat is midden-onder te zien in de hoek tussen Westduinweg en Kranenburgweg. Van Duindorp, waarheen het gezin Brakman in 1924 verhuisde, is pas een fraktie gebouwd. De brug over het Afvoerkanaal die nu de Westduinweg en de Nieboerweg verbindt, is er nog niet. Het kanaal is uit het werk van Brakman bekend als het Verversingskanaal. Destijds kwam het kanaal nog via een sluis op zee uit. Willem Brakman was er door gefascineerd en vertelde daar één van zijn onderwijzers over, meester Oortmesse die aan zijn klas had verteld over:
"Zomeravonden waarop de branding haringgroen en loom naar de kust rolt en nog verder naar het diep van de zee waar sterren en pompoenen en spiralen door het duister gaan, groen als lichtgevende horloges.

'Zo'n plek ken ik ook meester!'riep ik overzenuwd van bewondering, 'aan het eind van het verversingskanaal, daar gorgelt het water zwartgroen en onhoudbaar naar zee en wat verder, buiten de pier waar de branding bromt, daar spat het flesgroen omhoog met hier en daar van die donkere plekken ertussen, glad als gelei. Dat is het groen van 'geen genade' en langs de pieren liggen er strepen drijfzand, vooral op zondagochtend.'"

Klik hier voor een oude kaart van duindorp (links), naast een recente kaart. (opent nieuw venster)

Bronnen:
* "Plattegrond van Den Haag en Scheveningen", uitgegeven door de Vereeniging tot bevordering van het vreemdelingenverkeer te 's-Gravenhage, Scheveningen en omstreken." * "Stratengids Den Haag en omgeving", uitgeverij Falk. * Willem Brakman, "Geest", in: "Zeeland bestaat niet," Oosterbeek 1981.

De Introvert

Naar aanleiding van het verschijnen van Leesclubje werd Willem Brakman in 1985 geinterviewd. De lokatie is het huis waar Brakman destijds woonde (Prinsestraat 12, Enschede), en de buitenopname vond plaats langs het Buursemeer, vlakbij Buurse(Item voor kunstprogramma Nederland C onder redaktie van Hans Keller).

Klik hier Willem Brakman bij de Buursebeek, 1985 voor de download van de opname (MP4 bestand, dit kan afhankelijk van de snelheid van de internetverbinding enige tijd duren)

Willem Brakman bij de Buursebeek, omstreeks 1980

Staren in het duister: de laatste pagina van het manuscript

mogelijke omslag voor 'Staren in het duister' op Brakmans schrijftafel
Het ontwerp voor de omslag

zie ook hier

"....Het licht was nog maar net aangestoken, wat ik ervoer als de donkere kant van het kanaal, de verstilde duinen en het nog maar zwakke licht van de winkel. "Het is nog etenstijd," zei mijn moeder, wat inhield dat er gelukkig nog maar weinig drukte was in de winkel.
Ik liep naast mijn moeder, in dezelfde stap, deels om de plechtigheid van het moment en de overvloed van wat komen ging. Mijn moeder die hielp in de drukte van de bakkerij Rotteveel, had makkelijk de lekkerste traktaties onder haar rok kunnen steken als altijd, maar deze keer wilde zij dat achterwege laten. Vermoedelijk om de Julianakerk die extra donker en streng aandeed. De kant van de Taborschool was nog donker gehouden waardoor alles huiselijk en dubbel huiselijk aandeed. Iedere stap bracht ons dichter bij de etalage die zwol van de overdaad. Men kan van het Scheveningse volkje veel zeggen wat kwalijk is, maar hun fijngevoeligheid is of was verbazingwekkend. Alles lag al klaar: grint en vuistgroot, vervuilde sneeuw en een paardendrol zo hier en daar. Jamin verduisterde en dat wat verscheen in de zijstraat was het kwaad,het pure kwaad. Alle, alle plaatsen die ik zo vast en zeker te zien zou krijgen, licht overgoten en onder handbereik, verdwenen in het zwarte gat van de Zeezwaluwstraat. Vuistgroot grint ketste om mij en mijn moeder heen, begeleid door woorden die de kerk de adem deed inhouden. 'Strontzak, vreetzak, wat een kont en zo maar door.' Mijn moeder bewoog niet, zij stond doodstil en keek naar de lekkernijen. Ik ook en jaloers op de kerk, de duinen in de verte, de huizen en vermoedelijk oom Piet. Hier kon Sinterklaas niet meer helpen, geen Piet te zien.
We gingen terug, dezelfde weg en mijn moeder zweeg. Geen woord. Maar hoe is de mens?
Mij zullen ze niet levend in handen krijgen.

Finis
..."

De Julianakerk in Duindorp-Scheveningen

Op zijn onvolprezen weblog 'Avondlog' [ zie hier ] plaatste Wim Noordhoek onlangs tekeningen van de Haagse beeldend kunstenaar Carel van Eeden. Van Eeden groeide op in Den Haag en maakte tekeningen van de afbraak die er door de Duitse bezetter in 1942 werd uitgevoerd. Om een Geallieerde invasie op het strand van Den Haag-Scheveningen te bestrijden werd een deel van de stad afgebroken om er een verdedigingslinie aan te leggen. Duindorp bleef de afbraak bespaard en daarom kon Van Eeden een tekening maken van het afgebroken gebied met op de achtergrond de Julianakerk van Duindorp. In het werk van Brakman neemt die kerk een bijzondere plaats in. In zijn vroege verhalen staat een jongen bij die kerk aan het eind van de middag te wachten op zijn vader's thuiskomst, maar in het latere werk is de Julianakerk bij uitstek de plaats waar de doden in - en uit worden gedragen. Brakman kwam tot die ervaring omdat zijn ouders niet kerkelijk waren en hij de Julianakerk nooit associeerde met zondagse dienst, preek en gebed.

In Duindorp

In Duindorp

Natuur

Het tv-programma Nova stelde onlangs vast dat de natuur weer terug is in de Nederlandse letteren. ( zie ‘Uitzending gemist’ d.d. 11 augustus 2007). Alsof de aandacht ervoor in de literatuur ooit was weg geweest. Het is daarom interessant het werk van Brakman aan een kleine steekproef te onderwerpen. Bekend is zijn aandacht voor de landschappen uit zijn jeugd: het duinlandschap bij Den Haag en de Scheveningse Bosjes, maar het meest verhelderend over de plaats van de natuur in zijn leven en in zijn werk is de beschouwing ‘Schrijven in Overijssel’.

“Het Twentse landschap is niet indrukwekkend, nergens bar verlaten, ondoordringbaar of dreigend, men zakt nergens naar beneden, kan niet ergens borrelend in verdwijnen, en verdwalen is niet mogelijk, want wie stilstaat hoort altijd wel ergens het ruisen van een snelweg. Ik noem het voor mijzelf een decorlandschap, dat wil zeggen, het is overwegend dienend op de achtergrond aanwezig met mooie bomen, boeiende bosranden en vriendelijke paden. Ondanks alle uitgestrektheid blijft het een veilig landschap en deelt het de wandelaar gul kneuterige en gecultiveerde oerervaringen uit, zoals de geur van vochtig zand, knappende takjes in de winter, grondmist in de zomer, paddestoelen in de herfst, hier en daar wat veen, een ven en een gorgelend beekje, soms een ree. Ondanks dit voortdurend terugvallen op het bekende, is de inspiratieve en creatieve kracht van het Twentse landschap niet afwezig, en men hoeft geen Proust te zijn om zich al rondwandelend bespeeld en aangesproken te voelen. Dat is ook de kracht van het landschap, de natuur praat er wel, maar praat niet voor zijn beurt, en eist ook niet te veel aandacht. Ze is plooibaar, voegt zich naar mijmering en herinnering en zorgt met grote inventiviteit voor illustraties van eens gelezen jongensboeken. In die zin vind ik het een diep innerlijk landschap; voor de ferme, extraverte blik bestaan er dekzanden, spoelgronden, halfgewaarde erven, broekland en veenkuilen, ik vond er met enige ontroering het bos der vrienden uit De club uit Rustoord, en eens in een winter het tot op iedere lijn kloppende bospad uit Door de Russische sneeuwvelden, waar een oerschurk te paard onze held Julien voorbijrijdt en de lezer even de adem inhoudt. Ik deed dat ook weer, staarde geschokt in het dik besneeuwde pad en verdween bijna in een boek.” uit: 'Het land der letteren', redactie A. van Dis en T. Hermans, 1982.

Willem Brakman bij de Buursebeek, omstreeks 1980

Dubbeltalent

"Het raadsel van het dubbeltalent is naar alle kanten groot..."

Zo begint de beschouwing van Nicolaas Matsier over het fenomeen van het dubbeltalent in het 2007-zomernummer van Hollands Diep. Het artikel geeft een lijst van 50 dubbeltalenten "sinds Leonardo da Vinci". Willem Brakman staat op nummer 16 na Hugo Claus en voor Jan Cremer. Andere dubbeltalenten zijn Bob Dylan, Leo Vroman, Lucebert, Armando, Blaise Pascal, Jan Wolkers, ....(zie ook de link aan de linkerkant van deze site-"dubbeltalent")

Willem Brakman: door Maarten 't Hart

"Omdat mijn vader doodgraver was, groeide ik op met de dood als een haast huiselijk te noemen vorm van broodwinning. Op vrije woensdagmiddagen speelde ik op de graven en tussen zerken plukte ik mijn eerste madelieven. Maar juist omdat ik dagelijks zo nadrukkelijk met de dood werd geconfronteerd, had ik behoefte aan een zo groot mogelijke afstand van dat verschijnsel. Die afstand leverde het geloof. Vanaf mijn zesde jaar wist ik zeker dat ik de dood niet zou smaken. Jezus zou intijds wederkomen en mij meevoeren op de wolken des hemels. Toen ik het geloof verloor, moest ik mij verzoenen met de gedachte dat ik wel degelijk zou sterven en juist in die jaren verschenen- om mij te helpen, leek het wel - de eerste romans van Brakman..."

Klik hier om het gehele stuk te lezen

Brakman met koningin Astrid

De in 1935 verongelukte Belgische koningin Astrid neemt in het werk van Willem Brakman een bijzondere plaats in. Ze is er de ideale en onbereikbare vrouw zoals de jongensfantasie die kan laten ontstaan wanneer vrees en verlangen elkaar nog in evenwicht houden. Het verschijnsel is al zo oud als de Middeleeuwen toen de dichters de Hoofse liefde bezongen, een vorm van verlangen waarvan het nooit de bedoeling was dat zij in vervulling zou gaan. Brakman schreef vele malen over de grote indruk die de begrafenis van Astrid op hem maakte, waarbij een foto van de in het wit opgebaarde vorstin het centrale moment vormt. Veel later schilderde hij zijn beeld van de koninklijke grafkelder in Laken bij Brussel. Hij was daar met de Brusselse hoogleraar Bart Vervaeck die de schepper is van de fotomontage die hij Brakman voor zijn 85ste verjaardag toestuurde.


Nadere kennismaking: het bewerken van literatuur tot theater

Willem Brakman schreef nadere kennismaking als luisterspel. De gedachte dat zijn tekst ooit door mimers, beeldend theatermakers en muziektheatermakers als drieluik geensceneerd zou worden is naar alle waarschijnlijkheid nooit bij hem opgekomen. Toch vormde Nadere kennismaking tijdens het vijfde landelijk Festival Amateurtheater in 1995 een kennismaking met voor het festival drie nieuwe theater disciplines: mime, beeldend theater en muziektheater, (uit: De inleiding over de voorstellingen).

Willem Brakman schreef in de inleiding: "Het theater van de romancier.
Ik reken mij tot de geschikte voorlezers van eigen werk en wel omdat daarin spontaan al het theatereffect is opgenomen; een element van juiste belichting, van mime, geste, een gevoel van clausen én de juiste plaats voor pauzen en accenten. Dit in tegenstelling tot de gangbare opvatting dat men dient voor te lezen uit eige werk met één hand in de broekzak, monotoon, liefst geheel onverstaanbaar, wat mijns inziens een doorzichtige vertaling is van de doodsangst niet gewoon te zijn. Goed voorlezen echter is een zaak van glimmende glossen en waarvan de glans niet ongenoemd mag worden gelaten, polemische schelheid, bekkentrekkerij, het brede alomvattende gebaar en een feilloos gevoel voor pointe. Alles bij elkaar genomen is het een veelheid van personen in de schrijver die dringen en dwingen om aandacht. Zo is het ernstig te betreuren als de zwetser, de hoffelijke verkoper, de infantiel, de hebzuchtige, de wraakbeluste wrokker, de aansteller en ook koning nobel zelf hun kans niet krijgen. Om al dit ben ik het theater zeer toegedaan, maar vooral ook om het onechte dat het theater aankleeft als geen der kunsten: de glorie van het gespeelde gevoel, het loeren naar effect, de schaamteloze imitaties, het uitgesproken talent van de intrigant waarzonder geen speler uitkomt. De mime is de mimer zelf, hij kruipt in allen, kent daar alle dwalingen, dubbele bodems en zwakheden en heeft hiervoor een heel scala aan gebaren tot zijn beschikking: schokken, grimassen, stuipjes, sidderen en beven tot in de vingertoppen. In hem is het raadsel en kracht van de onechtheid, de geboren intrigant, een hogere hysterie en waarachtig dit spel is de ware schrijver niet onbekend; het spel om de waarheid met leugens en leugentjes om bestwil, en halve waarheden in te vangen. In de overdadig betraande wereld van nu is hetgoed dit te weten."

Albert Megens secretaris van de Brakmankring

Zie voor nieuws over Albert Megens en/of de Brakmankring: Deze Site voor details

13 juni 1997: Willem Brakman jarig

Ter gelegenheid van zijn 75-ste verjaardag kreeg Willem Brakman in 1997 van zijn uitgeverij Querido een luxe editie van de Gelukzaligen

Klik hier voor een impressie van de luxe editie. (opent nieuw venster)

Klik hier voor een detail van het omslag. (opent nieuw venster)

13 juni 2007: Willem Brakman jarig

De Willem Brakmankring feliciteert Willem Brakman met zijn verjaardag. Ter gelegenheid van zijn 80-ste verjaardag kreeg Willem Brakman in 2002 van zijn uitgeverij Querido een cassette met daarin postkaarten met aforismen, alle titels tot dan, en alvast (symbolisch) 'het nieuwste boek' (het zwarte boekje is 2 x 2 cm groot)

Klik hier voor de cassette. (opent nieuw venster)

De reis van de douanier naar Bentheim


'De reis van de douanier' nu op internet
Vorig jaar augustus stelde de VPRO de geluidsopname van deze roman ter beschikking nadat Brakman de tekst in het radioprogramma had voorgelezen. Zie hieronder. Nu is de roman ook te lezen op de website van DBNL { De Bibliotheek der Nederlandse Letteren} Het hierbij afgebeelde boekomslag werd ontworpen door Frank Dam en J. Tapperwijn.
hier voor de details

Het eerdere bericht van 17 augustus 2006:
In 1995 startte Willem Brakman een voorleessessie in de studio aan de Amstel. Daar las hij de douanier voor, twaalf jaar na de publicatie van het boek. In dit dromerige werk kunt u lezen over de merkwaardige douanier en zijn metgezel. Wim Brands interviewde Brakman over dit werk. Het interview en de gehele voorlees-sessie is te beluisteren

klik hier voor de details

Brakman en de indianen


In de eerste helft van de 20e eeuw werd de verbeelding van jonge lezers sterk gevoed door de verhalen van de Duitse schrijver Karl May (1814 - 1912 ) die bekend is geworden met romans over de legendarische indiaan Winnetou en de cowboy Old Shatterhand. De jeugdcultuur die daaruit ontstond, het naspelen van de wereld van Winnetou en Old Shatterhand, heeft Brakman laten zien in zijn roman "Ante Dilivium". In zijn roman "Ansichten uit Amerika" gaat het over een jongen wiens verlangen het is om zo ruig en ruw als een cowboy in het leven te staan. Eerder gaf Brakman al blijk van zijn fascinatie voor dit romantieke thema. Voor de roman "Het godgeklaagde feest", waar geen indiaan of cowboy in voorkomt, koos hij als motto het volgend rijmpje dat hij ontleende aan een brief van een familielid uit Canada.

"The painted Indian rides no more.
He stands in a tobacco-store.
His cruel face proclaims afar,
The terror of a cheap cigar."

Het rijmpje verwijst naar de houten beelden van een indiaan met een bundel sigaren in de hand die in Canada zijn aan te treffen als 'uithangbord' bij sigarenwinkels, vooral in British-Columbia. Hun functie is te vergelijken met die van "de gaper" - de uitgedoste negerkop - waarmee in vroeger tijd de gevel van menig drogisterij werd versierd.
Onze vraag is: waar komt dit rijmpje vandaan? Kent iemand het buiten de roman van Brakman? En er zijn natuurlijk meer vragen: was de indiaan zo'n sigarenroker?

Meester Besteman

Plaquette uitgereikt aan Meester Besteman


Geen onderwijzer is in de Nederlandse literatuur zo uitvoerig geportretteerd als de Haagse ‘meester Besteman’ in het werk van Willem Brakman. Brakman heeft de meester in meerdere romans met zijn echte naam als personage ingevoerd, met uitzondering van de roman ‘Ante diluvium’ waarin hij ‘meester Mager’ heet. Meester Besteman was ook mager, maar wie een fotografisch beeld zoekt, kan het best denken aan de strenge blik en het weggeschoren kapsel van de dichter Gorter in zijn jonge jaren. Brakman heeft afwisselend met fascinatie en gevoelens van angst en wraak over hem geschreven. In het verhaal ‘Oom Henk’, waaruit hier een passage, gaat het om de fascinatie.
Bij zijn afscheid van het onderwijs in 1941 kreeg de heer Besteman van het Haags gemeentebestuur een bronzen plaquette waarop zijn verdiensten voor het onderwijs worden gememoreerd.

“Het was hem al eens eerder opgevallen dat de meester op ochtenden van een bijna droefstemmende zomersheid uitgebreid begon te schrijven. Hij kende het ritueel, waarin vooral het onbegrijpelijke sterk werd benadrukt, maar in de zomer en op ochtenden vol belofte werd dat in den brede uitgesponnen.
Eerst werd de la van de tafel opengetrokken, waarvan hij de inhoud niet kon zien, de koele grijze ogen namen deze inhoud langdurig in beschouwing; de keuze moest wel een moeilijke zijn gezien de duur van de inspectie. Het was natuurlijk ook mogelijk en zelfs zeer waarschijnlijk dat de heer Besteman voelde dat hij
bij zijn schrijven vanuit de eerste bank nauwlettend werd bekeken en dat hem dat uitermate hinderde; het was dus een ritueel dat niet alleen vol mysteriën stak, maar dat ook in ‘t geniep moest worden bezien.
Van een kristallijne helderheid, bijna verlossend van allure was het moment dat een enveloppe uit de la werd genomen en midden op de tafel gelegd, als het ware midden in de prachtige dag. Dat dit zo was bleek wel uit het genietend gladstrijken, eerst met duidelijk kurkdroge vingertoppen die geen vlekje achterlieten, daarna nog een tijdje met gestrekte vingers of de kant van de hand. Gebiologeerd placht hij naar dat strijken te kijken, een gelijkhebben waar geen eind aan kwam, steeds weer opnieuw gleden de vingers van links naar rechts, en maar zeer perifeer ging het erom de lucht te verwijderen, eerder was het een herhalen, uitleggen en nog eens uitleggen van wat hij niet begreep en wat ook niet werd gezegd.
Was het verzwegene uitputtend op deze fascinerende wijze uitgesproken, dan verscheen een bloknoot op tafel met een eerste blad, kreukloos en sereen en in alle opzichten de enveloppe waardig. Dat eerste vel was als de opengevouwen ruimte die de hele prachtige dag omvatte, in wondere harmonie met schoongewassen handen, met de smetteloze manchet die uit de mouw stak en met de keurig opgeruimde tafel. Na het schikken en recht tikken van de bloknoot was er het nauwgezet keuren van de kroontjespen op haartjes, het indopen en aftikken en daarna het plechtig strekken en buigen van de arm voor de juiste stand.
Voor hem, alles gretig opzuigend zodat hij bijna over de tafel leunde, was het schrijven nu zozeer toegespitst en uitgespaard dat de minste fout of aarzeling (hij mocht hij voorbeeld niet denken aan een inktvlek) catastrofaal zou zijn en het kwam hem dan ook als een geniale vondst voor dat dit schrijven onbegrijpelijk was. Dit zorgvuldig en ritmisch plaatsen van stukjes schrift diende onleesbaar te zijn (omdat hij het op de kop las — dat was slechts een storende bijgedachte). Het was de akte van het schrijven in zijn hoogste vorm, dat wil zeggen geplaatst aan de ochtend van een prachtige dag, op een sokkel van noodzakelijke voorwaarden en vooral ondoorgrondelijk. Alle verdiepen en ver weg staren in of achter het papier, zelfs een verdroomd knikken in die richting
voerde af van het schrijven zelf, van het kuise knisperen, koel glanzen en rustgevend vormen van het woord en vooral ook van de aandacht voor de zacht krassende pen, de inkt, de geur.”

Uit: ‘Oom Henk’, blz. 79-81 in ‘Jongensboek. Verhalen’, uitgeverij Querido 1987.

Veldonderzoek

Brakman is altijd geinteresserd geweest in wat hij aanduidt als "grijze" moordenaars: onopvallende personen die plotseling overgaan tot een misdaad. Lange tijd was William Herbert Wallace de figuur die hij op het oog had.
"By every contemporary account William Herbert Wallace was a mild-mannered studious man, devoted to his work as an agent for the Prudential Assurance Company, to his hobbies, and to his wife Julia. His little house, a modest terrace cottage at 29 Wolverton Street Liverpool, was unassuming as the man himself. If his appearance, with the stiff - upturned collar, black cravat and thin, goldrimmed spectacles seemed somewhat old-fashioned, so were his virtues....Sometime in the late afternoon of that winterday (January 20, 1931), an assailant sprung upon Mrs.Wallace in the parlour, apparently in silence and struck her down so suddenly, so unexpectedly, that she had no chance to cry out..when she fell, a further ten blows were struck in maniacal fury.. the murderer vanished in limbo, together with the weapon (uit: 4 famous trials, retold by Maurice Moiseiwitsch, Gorki books, 1963)."
Brakman wilde weten of het huis nog bestond en was vooral geinteresseerd in het alibi van Wallace (die aanvankelijk ter dood werd veroordeeld, maar later werd vrijgesproken vanwege zijn alibi).

Brakmans verzoek om informatie

antwoord uit Liverpool

Later vond Brakman Jack de Ripper interessanter en schreef daarover Heer op Kamer.


Brakman antiquarisch

Antiquariaat Fokas Holthuis biedt enkele Brakmaniana aan uit de nalatenschap van Harrie Prick die in september 2006 overleed. Prick was oud-conservator van het Letterkundig Museum in Den Haag en genoot bekendheid als beheerder van de nalatenschap van Lodewijk van Deijssel. Hij schreef ook een omvangrijke biografie van Van Deijssel. Prick had een bijzondere voorkeur voor het werk van Brakman en was lid van de BrakmanKring.

6 BRAKMAN, Willem Vijf kartonnen overslagmappen met elastieken. € 60,-
* Nieuwsbrieven van de Willem Brakman Kring (aflevering 17 tot en met 49, een Brakman-syllabus van Studium Generale Maastricht (1980), diverse boekjes door en over Brakman, waaronder Willem Brakman, Letter in kleur. Schilderijen en tekeningen (Baarn, De Prom, 2001) en idem, J'accuse. Een autobiografie (één van de 100 exemplaren voor de donateurs van de Stichting Willem Brakman Kring, met een origineel tekeningetje door de auteur onder het colofon), diverse knipsels en fotokopieën, tijdschriften (BZZLLETIN, Hollands Maandblad, Lyra, De Revisor) etc.

antiquariaat FOKAS HOLTHUIS Postbus 18604, 2502 EP Den Haag telefoon 070-346 6020 - gsm 06-5329 7017 - fax 070-346 6806 email fokas@fokas.nl - www.fokas.nl

Willem Brakman en de P.C. Hooftprijs

Willem Brakman kreeg in 1980 in de P.C. Hooftprijs. Het dankwoord dat hij bij die gelegenheid in het Muiderslot uitsprak is te vinden in het archief van 2001 van deze website. De prijs werd in 1959, 1965 en 1969 niet uitgereikt omdat er geen bekroningswaardige schrijvers werden gevonden en van 1984 tot 1986 werd hij niet uitgereikt als gevolg van onenigheid over het mogen weigeren van een voorgedragen kandidaat. In 1997, bij het vijftigjarig bestaan van de prijs, schreef de essayist Kees Fens een boekje met miniatuurportretten van de gelauwerden. In zijn tekst over Brakman doet hij de opmerkelijke uitspraak dat het werk "zich niet naar ideeën laat abstraheren". Zo'n karakteristiek, als hij al juist is, kan als argument dienen in een recent opgelaaid debat over de inhoudelijke kritiek op de literatuur. Op het weblog zet de de Brakmankenner Niels Cornelissen het debat voort onder de kop 'Implicaties en consequenties".

(Kees Fens, Doorluchtig glas. Vijftig jaar P.C. Hooftprijs, uitgegeven door Stichting P.C. Hooftprijs voor Letterkunde en uitgeverij Querido, Den Haag/Amsterdam 1997. De tekst over Brakman is te vinden op blz. 70-71)

Klik hier om het stuk te lezen

de bundel van Fens

Willem Brakman in de literaire kritiek

Carel Dinaux (1898 - 1980) was één van die solide recensenten uit de vorige eeuw. Hij kon zich in een roman diep inwerken omdat "al schrijvend, en niet eerder, de leeservaring vorm aan nam". Dinaux maakte graag persoonlijk kennis met de auteurs van zijn voorkeur. In zijn huis was één wand gedecoreerd met de handtekeningen van schrijvers met wie hij een avond had nagepraat. Zo vond je er in de buurt van de handtekening van Willem Brakman de signatuur van Thomas Mann. Het hier volgende stuk over Brakman komt uit de bundel "Auteurs van Nu. Gegist bestek, deel III" (met 24 schrijversportretten), uitgeverij Contact, Amsterdam 1969, blz. 80-84.

Klik hier om het stuk te lezen

Brakman in de bundel

Staren in het duister: het motto

"Waar haar de hemel werd ontzegd,
De aarde werd ontnomen,
Wrong uit het zand, verstikkend om haar mond,
De stam als om te honen
Het kruis waarin haar lot scheen neergelegd.


Nooit wordt het graf bezocht,
Maar zij is heersend bij de doden
En wacht . . .
Hier waar zij ligt, buiten de tijd,
De wortels voedend met onbuigzaamheid…"

Willem Brakman

mogelijke omslag voor 'Staren in het duister' op Brakmans schrijftafel
Het ontwerp voor de omslag

Willem Brakman in Oostende



Eerder dan Scheveningen had Oostende de status van gerenommeerde badplaats aan de Noordzeekust. Louis Couperus die zich op en top Hagenaar wist, gaf in zijn tijd nog de voorkeur aan deze Belgische badplaats boven Scheveningen. De faam van Oostende was ook Willem Brakman nog bekend toen hij in 1982 zijn roman 'Weekend in Oostende' schreef. De hoofdpersoon van deze roman heeft geen andere wens dan een befaamd zangeres te zien optreden. Ze is de moeder van een klasgenoot, maar hoe vaak hij ook bij zijn vriend aan huis komt, diens zingende moeder krijgt hij niet te zien totdat zij optreedt in Oostende. Dat wordt het weekend in Oostende.

Deze geschiedenis is te vinden in 'Aan dezelfde zee - Oostende in de Nederlandse literatuur' samengesteld door Tom Sintobin en Koen Rijmenants (uitgeverij Davidsfonds, 2007)

Een citaat uit de roman van Brakman: "Spoedig had hij de boulevard bereikt, de zee lag er prachtig groen bij, heel anders dan in Scheveningen; een onvoorstelbare lap water strekte zich glad uit tot aan de heldere horizon, alleen hier en daar was er een donkere streep te zien van een briesje. Diep snoof hij de zeelucht in, de versterkende zilte zeelucht, maar lang dacht hij daar niet over naar, want er viel nog veel te waarderen. Om te beginnen was het stil, ondanks het mooie, naar zee lokkende weer, de boulevard strekte zich recht en grijs en menselijk leeg uit tot in de oneindigheid."

Willem Brakman in museum Kröller-Müller

Op het Avondlog doet Wim Noordhoek verslag van een recent bezoek van Willem Brakman aan het Otterloos museum. Brakman veroorloofde zich het uitstapje omdat zijn laatste roman bij de uitgever is ingeleverd. Over het sculptuur 'uba tuba' van André Volten - zie de foto bij Noordhoek - schreef hij onder andere in het essay "Geest, ziekte, literatuur, arts" (in: "Vrij uitzicht", uitgeverij Querido, 2001, blz. 262 e.v.)

"Langgeleden bezocht ik met mijn zoontje een prachtig in een bos gelegen museum. Voor de ingang waren heel creatief enige brokken oersteen gelegd, maar een van deze stenen bezat een gepolijst vlak, dat daar door een kunstenaar was aangebracht. «Kijk,’ zei ik, ‘in elk van die stenen daar is het duister en stil, daar gebeurt helemaal niets, behalve in die ene daar die zo spiegelt, die weet van het licht, de bomen, de wolken, van alles, ja via dit ook van zichzelf, bijvoorbeeld hoe donker de nacht kan zijn en hoe stil. Dat is nou geest: weet hebben van het bos, in zichzelf kunnen kijken en ook daar weer weet van hebben. Is dat niet prachtig?’"


Klik hier voor de foto's op "Avondlog"


mogelijke omslag voor 'Staren in het duister' op Brakmans schrijftafel
Het ontwerp voor de omslag

Er wordt gewerkt op het Stille Strand

Wim Noordhoek bezocht het Stille Strand: "Er wordt gewerkt op het Stille Strand. In het weekend zag ik - als eerste - de strandtent De Kwartel weer verrijzen. Zouden ze komend weekend al open zijn? Zo vroeg?"

Klik hier om het gehele stuk te lezen)


Strandfoto

Strand

Willem Brakman op het Stille Strand (op schoot bij zijn vader: klik op de link "fotogeschiedenis)

Willem Brakman over het thema van de Boekenweek 2007

De ernst van de humor

Is de ernst er voor iedereen, er is een humor voor de enkelen, spitser, rijker, dieper, verfijnd van opbouw et cetera. Er is zonder meer een platvloerse humor, die een beroep doet op het ondragelijk maken van het dragelijke, en een hogere humor, die het ondragelijke dragelijk maakt. Niet voor niets tracht men de humor in verband te brengen met de waanzin, maar ik zie hier eerder differenties in de lagere regionen zoals pesten, treiteren, vernederen, genuïne botheid. Soms grijpen ze juist door een verschil verrassend in elkaar zoals in de ‘kostelijke’ grap van de ss’er met het glazen oog, die tegen een kampgevangene zei: ‘Als je raadt welk oog van glas is ben je vrij.’ ‘Het linker,’ antwoordde de man. ‘Hoe weet je dat zo snel,’ verbaasde zich de ss’er. ‘Het keek me zo menselijk aan’, was het antwoord. Nog is hier de humor niet voldoende doorschouwd. De geest, zegt de filosoof Hegel, vindt zijn waarheid als hij door de verscheurdheid heen zichzelf vindt. Hier laat zich met enige goede wil de afstand zien tussen waanzin en humor, maar ook een verband. Humor is een razende Socrates, zegt Jean Paul in zijn ‘Vorschule der Aesthetik’. Bedoeld is hier de aanval op de verstarring in de roman, het op zijn kop zetten van het ‘Erhabene’ door het op de kop zetten van absolute fundamenten. Anderen hebben dat modern toegespitst door ook het verstand van een laatste hoop te ontdoen. De humor danst niet langer op het hoofd maar in het hoofd. De rede heeft haar pantser verloren en in de plaats daarvan een komisch bewustzijn van zichzelf gewonnen. Het komische heeft de speelplaats verlaten en daardoor aan ernst gewonnen.

Enige aantekeningen in mijn boekje.

Bij alle humor speelt het ik een grote rol. Het is de hofnar, maar ook de regent. Men doet er goed aan hem niet te haten. In de humor treedt het ik parodiërend naar voren, het grammaticale wordt vervangen door een korte ellips. Voorbeeld: bij het binnenkomen op een kantoor.
‘Wij zeggen hier altijd goedemorgen!’ Repliek: ‘Nou, zeg het dan.
Sommige volken zijn te hoffelijk om een ik te hebben. Perzen en Turken bijvoorbeeld. Zij hebben geen humor.
Men hoede zich om het ik te vergroten door een ‘wij’ in de zaal te slingeren.
Kafka was een groot humorist.
De humor die aan het onbewuste raakt is het zwakst.
Er is een optimistische humor en een pessimistische, maar dit is slechts een constatering, wat de oorzaak van het fenomeen betreft zegt dit niet veel. ‘Laughter is the mind sneezing’ was de opvatting van Wyndham Lewis, maar dat is gelijk te stellen met ‘men moet krabbelen waar het jeukt’
De tegenspraak loopt altijd mee, ‘in iedere dikke worstelt een dunne’. De ware humor ontsnapt, heeft een demonisch karakter, is altijd wel seksueel getint. Wordt raadselachtig afgevuurd, terwijl de getroffene ten volle wankelt zonder te weten waarom. Ernst is voor allen, de humor maar voor weinigen, iets tussen wreedheid en pijn.
( uit 'J'accuse. Een autobiografie', uitgeverij Querido, Amsterdam 2004, blz. 124-126)

Naar de zee, om het strand te zien

Johan Velter in ‘De leeswolf’, nr. 1, blz. 8, januari 2007

Lang heb ik gedacht dat het plastische en het literaire werk van Willem Brakman aan elkaar tegengesteld waren. Zijn beeldend werk toont eenduidige, eendimensionale figuren in een vaag ‘landschap’, het licht overheerst, er zijn geen schaduwen. De kleuren hebben de warmte van de zon opgezogen. Zijn literaire werk daarentegen wordt door de duisternis overheerst, de betekenis van de verhalen is nooit eenduidig en elk woord werpt een schaduw. Als je bij dit oeuvre een beeld zou zoeken, denk je automatisch aan Bosch, Goya, Roobjee, Dix. Maar toch is dat plastische werk niet naïef. Daarvoor is de lijnvoering te zwierig, is er een neiging tot het abstracte en is het geheel te zelfbewust. De oplossing ligt in het begrip van de tijd, een kernthema in het werk van Brakman. Schilderijen, tekeningen zijn momentopnamen waar de tijd geen vat op heeft. Ze zijn wat ze binnen het kader zijn. Literatuur is door haar lineair karakter verwant aan de westerse tijdsopvattingen: er is een begin en een einde en een eindoordeel kan pas — zoals de Griekse meesters ons geleerd hebben — na het leven geveld worden. Het aangename is nu dat Brakman in zijn literaire werk dat chronologische juist overhoop haalt. Niet de werkelijkheid met haar tijd is de bron, maar wel de autonome fantasie die verleden, heden en toekomst maar ook de ruimte door elkaar haalt. In Naar de zee, om het strand te zien gaat Brakman op zijn gekende elan verder. Het meest opvallende in deze roman is nu het thema van de identiteit -en dus het verval. Er zijn persoonswisselingen, er wordt van geslacht veranderd, de auteur ontdubbelt zich en gaat bij zichzelf op bezoek en aan het einde van de roman beschrijft hij ook de dood. Van zichzelf of van de anderen? Van onszelf.

Ook in het literaire werk zijn — zoals in het beeldende — de beelden eenduidig en zelfs duidelijk. De verwarring ontstaat pas doordat de schrijver het ene beeld op en naast het andere zet, dat hij de logica (omdat, dus) omkeert en bewust met de syntaxis rommelt. Dit proza speelt zich grotendeels buitenshuis af: het is op straat dat de dingen zonder enig verband gebeuren — de tijd en de beweging zijn aan elkaar verwante begrippen. Het wandelen, het fietsen, het zich bewegen zijn bij uitstek modernistisch en net zoals Breton en de situationisten ziet Brakman in de ontmoeting op straat, in publieke plaatsen ‘het’ gebeuren. Er is het onverwachte, de verrassing, de opening in het leven (een wak in het kroos). En dit alles gebeurt zonder dat er uitleg gegeven wordt, zonder dat de beelden geduid worden. Ook in die zin zijn beide oeuvres gelijk: ze zwijgen beide. En zijn.

Brakmans oeuvre is een psychogram en geen realistisch of naturalistisch weergegeven werkelijkheid. Integendeel, dit is het verslag van een tegenleven, een leven van het hoofd.

EEN BAD IN HET BLAUWE UUR: recensie door Bart Vervaeck

'Soms kijkt men over de duinen, soms ontmoet men zichzelf op een terrasje, aan een tafeltje met een glas erop. (…) Het wachten is op het blauwe uur, het uur van de executie, waarin dromen worden vervuld of een of ander doel is bereikt. Ik pas in dat rijk, mijn twijfels en doelen komen uit de nacht.' Aan het woord is de ik-verteller uit Brakmans recentste roman, Naar de zee, om het strand te zien. De man past inderdaad in het schemerrijk van twijfels en dromen, herinneringen en bespiegelingen.

Klik hier om de recensie verder te lezen

Brief aan Willem Brakman

Op het weblog van NRC Handelsblad kunnen lezers een brief schrijven aan een favoriet romanpersonage. Er staan inmidddels ruim 50 brieven op. Eén ervan is gericht aan een personage uit Brakmans verhaal 'De weg naar huis' (1962). De brief is geschreven door de romanschrijfster Denise Vroege

Brief aan de twaalfjarige hoofdpersoon in De Weg naar Huis, alter ego van Willem Brakman.

"Lieve Wim,

Het is met enige schroom dat ik dit schrijven tot je richt, omdat jij nu zo ver verwijderd bent van de kleine Wim van toen.
Toch wil ik proberen uit te leggen waarom je in dit verhaal zo’n onvergetelijke indruk op mij maakte.
Misschien kwam het door de tragische wijze waarop je ten onder ging in de strijd over je tekening van de oude visser met je hoofdonderwijzer, de sadistische meester Besteman. Of was het de eenzaamheid die als een ondoordringbare nevel om je heen hing, op school en thuis: er niet echt bijhoren, spelen dat je meespeelt, doen of je meedoet.
Misschien ben je een lone wolf geworden, maar in die jaren was je nog een kwetsbare jongen, mikpunt van meester Besteman die wachtte op een verkeerde beweging of een verspreking om je weer ten diepste te vernederen met welwillende medewerking van je klasgenoten. Je fantaseerde zijn marteldood geïnspireerd door de schoolplaat ‘De Noormannen voor Dorestad’. Later, veel later was je hem dankbaar voor de stof die hij je had geleverd.
Hij was degene die inzag dat je bijzonder was, anders dan de anderen en kon dat niet uitstaan. Hij had je het liefst gekraakt als een walnoot. In plaats daarvan maakte hij je mede tot wie je bent geworden.
Arme meester Besteman, onsterfelijk tegen wil en dank, hij ligt in een onrustig graf.
Toen je groot was maakten je ongebreidelde fantasie, humor en meesterlijke verhalen, dat ik me met jou meer verwant voelde dan met mijn eigen grote broers.
In de laatste alinea van De Weg naar Huis, wederom vals beschuldigd, werden mijn tranen van ontroering teniet gedaan door een bevrijdende schaterlach.
Wie dat kan is van grote klasse."

Denise Vroege’


Pop op de bank

In de autobiografie ‘Pop op de bank’ herinnert Willem Brakman zich een buurvrouw uit Den Haag. Hij vertelt daarbij dat de herinnering aan haar tot stand komt via een afbeelding.

“Later, veel later heb ik ter harer nagedachtenis een poster gekocht en bewaard, die was gemaakt naar een schilderij van Piet van der Hem.[…] Op de poster staat: Moerheim. Dedemsvaart, Kweekerij en Tuinaanleg, maar de in het zomers wit afgebeelde vrouw is naar het beeld van mevrouw Hofman geschapen en zij omarmt er in effigie mij, als paarse bos bloemen, en dat op zelden geziene en tedere wijze.”

Als het hier gaat om een affiche die de societyschilder Piet van der Hem in 1920 voor kwekerij Moerheim maakte, dan heeft. Brakman in ieder geval de beschrijving van de afbeelding aangepast aan zijn verlangens.


Simon Vestdijk aan Willem Brakman

Vestdijk had de gewoonte een opdracht te schrijven in zijn boeken die hij aan Brakman gaf. Hier een voorbeeld.

Klik hier (nieuw venster; Volkskrant 2002)

Het werk van Willem Brakman

Klik hier (nieuw venster; foto Albert Megens)

Brakman wandelt met zijn ziel onder de arm

"Julia van der Krieke:
In Naar de zee, om het strand te zien, neemt Willem Brakman je mee in zijn herinnering en fantasie. Wandelend door de grijze straten van zijn verleden komt de hoofdpersoon passanten tegen uit heden en verleden. Een verhaallijn ontbreekt en toch is dit helemaal niet erg. Zijn sprekende taalgebruik, kleuren, impressies en karakters doen mij verlangen naar de zee, om het strand te zien."

Klik hier voor de gehele tekst

En Klik hier voor Deadline: persburo voor jongeren met een mening (kijk bij "boeken")

Het ultieme beeld van de liefde door Willem Brakman

"Het ultieme beeld van de liefde? Wie kan dat beter geven dan ik zelf?...."

Klik hier voor de gehele tekst

Het Beste Boek.nl

Wat is uw favoriete boek? De NRC vraagt om uw meest favoriete boek aan te wijzen (liefst met motivatie). De Brakmankring suggereert uw stem uit te brengen op nummer 33 van de lijst!

Klik hier om uw stem uit te brengen

Uitzending Willem Brakman op Cultura

Het NPS themakanaal Cultura zendt op 9 januari een themablok uit over Willem Brakman. Het betreft opnames van programma's als De Schrijvers, De Letteren, Nova, Middageditie en Netwerk. Ook herhalen wij een monoloog gespeeld door Andre van den Heuvel. Tot slot is er een korte registratie van de bijeenkomst in de Gobelinzaal in Enschedé. U vindt Cultura via het internet www.cultura.nl en via de digitale televisie met een pluspakket van uw kabel-exploitant. Het Brakmanblok begint om 20.30 uur met een korte inleiding door Pieter Steinz van NRC Handelsblad.

Klik hier voor meer informatie

Een beschouwing over 'De column' door Willem Brakman

Naar aanleiding van het nieuwe boek van Alex Mol

Willem Brakman heeft donderdag 17 juni een beschouwing gehouden nav het nieuwe boek van Alex Mol, Boekhandel Van Someren/ Ten Bosch, 20.30, Turfstraat 17, te Zutphen.

Zie ook Hier voor een fragment uit de lezing en indruk van de avond door Wim de Bie (vul bij "zoekterm", Brakman in).

foto: Fran van der Hoeven, Amsterdam.

xhtml 1.0 | contact | disclaimer | copyright