wbrakman.nl

Bric à Brac

Een archief van eerdere berichten. Beschikbare jaren: 2017 - 2016 - 2015 - 2014 - 2013 - 2012 - 2011 - 2010 - 2009 - 2008 - 2007 - 2006 - 2005 - 2004 - 2003 - 2002 - 2001.

Dit is 2006

Wrakhout vol weemoed



Ria Holscher bespreekt Willem Brakman, Naar de zee, om het strand te zien

"In zijn nieuwe roman is Willem Brakman (1922) zelf de naamloze verteller die de zee als metafoor gebruikt om de lezer op het vrij gekomen strand ruimte te geven voor eigen hunkering en mijmering. Dat is de poëzie zonder welke het voor hem onmogelijk is zijn gedachten en herinneringen over te brengen, en dat is kenmerkend voor zijn hele oeuvre..."

Klik hier voor de recensie

Brakman in zee: het schetsboek




Het schetsboek van Eliane Duvekot i.v.m de recensie die in NRC verscheen (zie bericht 18 december 2006 op deze site)

Wat doet Willem daar in zee ?

De tekenares Eliane Duvekot woont in Toronto maar tekent voor Nederlandse bladen. De laatste tijd mooie Nederlandse schrijvers voor NRC-Handelsblad. In haar weblog ontstond discussie over haar tekening van Willem Brakman bij de bespreking van 'Naar de zee, om het strand te zien'. Wat doet Willem daar in zee vroeg men zich af?

Klik hier voor speculaties

De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 60 lange verhalen door Joost Zwagerman


In de bloemlezing De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 250 verhalen moest Joost Zwagerman zich mede vanwege de omvang van het boek beperken tot verhalen met een lengte van maximaal 10.000 woorden. Toch verdient ook het lange verhaal, dat zich ophoudt tussen kort verhaal en novelle, een eigen anthologie: De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 60 lange verhalen. In deze tweede mammoetanthologie wordt dit genre voor het eerst in de geschiedenis van onze literatuur geïnventariseerd."
Van Willem Brakman nam Zwagerman het verhaal Het Mariabeeld uit de bundel Een familiedrama (1984) op. In dit verhaal zijn twee broers aan hun eerste liefde toe. Ze worden daarin op subtiele wijze gesteund én gedwarsboomd door hun moeder die alles onder controle wil houden. In het volgende fragment wandelt de ik-figuur met zijn nieuwe vriendin in de Bosjes van Poot.

“ De paden van teer en schelpen waren lichtblauw, de bossen zelf zwart, de zandbak wit als melk. Daar veranderde onder zijn handen in een door meegaandheid en meegevendheid tegenstribbelende gestalte, als hij haar maar aanraakte hing ze opeens zo zwaar aan zijn jasje of tegen hem aan dat hij de grootste moeite had om in het rul1e zand te blijven staan. Hij wilde wel gaan liggen maar had vaag de indruk van noodzakelijke tussentrappen: een zoen op haar marmerwitte keel, een streling over de borst, een arabeske om de bilnaad en dan als stervende Galliër steeds verder naar beneden. Maar onder haar kin was alles vol handen en kraagjes, haar borst was niet zo gauw te isoleren en haar mond, die ze voortdurend naar voren schoof wilde hij nog niet, Op dat punt omvatte ze opeens resoluut zijn handen en drukte en wreef die overal waar hij ze wilde hebben. Nieuwsgierig en met groot ontzag volgde hij zichzelf, het in- en uitvouwen van zijn armen, het brutaal begrabbelen van het donkere zwaartepunt tussen haar benen, de rollen in haar rug en nog vrij onverwachts lag hij naast haar in het zand, dat koeler was dan hij had verwacht en van dichtbij zo wit en zacht of ze was leeggelopen als een geweldige kan vla.”

Het volgende project van Zwagerman is een bloemlezing met essays. Hij kan daarvoor een goede keus maken uit Brakmans essaybundels 'De jojo van de lezer', 'Wak in het kroos' en 'Vrij uitzicht'.

Schets en luim van Willem Brakman

Op 25 November besprak Theo Hakkert het nieuwe boek van Willem Brakman (Tubantia-GPD, 25 november 2006).

Klik hier voor de recensie . (opent nieuw venster)

NRC: Naar de zee, om het strand te zien

Op 17 November besprak Janet Luis het nieuwe boek van Willem Brakman.

Het 'ervaringsgenie' wil aandacht. Brakman neemt het in zijn nieuwe, grimmig-komische roman ook al op voor de dieren

Download als Adobe PDF file.


(Illustratie bij de recensie: Eliane Duvekot, Klik hier voor meer werk van Eliane Duvekot)

Volkskrant: Naar de zee, om het strand te zien

Op 10 November besprak Arjan Peters het nieuwe boek van Willem Brakman.

Klik hier voor de recensie . (opent nieuw venster)

Brakmans hink-stapsprongen

"De voorlaatste Brakman 'Naar de zee, om het strand te zien' wordt vandaag in de Volkskrant (10 nov. 2006) onder de kop 'Paleistuin met schapenlucht' door Arjan Peters geprezen om zijn onverklaarde 'vreemdsoortige beelden' waarin 'alle mysterie behouden blijft'. "

Klik hier voor het volledige stuk

Naar de zee, om het strand te zien

Op Zaterdag 4 november werd Willem Brakmans nieuwe boek aangeboden: hieronder Willem Brakman tijdens zijn dankwoord (waarbij hij voorlas uit de roman), en Theo Hakkert in Tubantia, 5 november 2006.







Willem Brakman met zijn uitgever Annette Portegies (Querido)

Beluister: De Avonden woensdag 1 november 2006

"Hij had 'een rotjaar' als gevolg van een valpartij en een zieken­huisopname. Niettemin nadert hij onverstoorbaar - volgens plan - het eind van zijn schrijfwerk. Volgend jaar verschijnt zijn laatste roman. Opnieuw neemt Brakman ons mee naar Scheveningen van zijn jeugd in de jaren '30. Dat begint al met het omslag, als gewoonlijk een schilderij van hemzelf. Een mooie vrouw aan het strand. "

Klik hier om de uitzending te beluisteren

Naar de zee, om het strand te zien: radio interview in De avonden (1 november, gewijzigde uitzendingsdatum)

uit de vpro radiogids: " woensdag 1 november - Na achten: Een gesprek met de schrijver Willem Brakman in Boekelo over zijn achtendertigste en voorlaatste roman 'Naar zee, om het strand te zien'. Een boek op de grens van proza en poëzie."

Wim Noordhoek: "Vandaag bij Willem Brakman (84) in Boekelo. Hij had 'een rotjaar' met een valpartij en ziekenhuisopname. Niettemin nadert hij onverstoorbaar - volgens plan - het eind van zijn schrijfwerk. Op 4 november verschijnt zijn 38ste (als ik goed tel) en voorlaatste roman 'Naar de zee, om het strand te zien', een zelfs voor Brakman ongewoon poëtisch boek, op de grens van poëzie en proza. Puur vorm."

Klik hier voor het bericht op de VPRO boeken site


Presentatie van Naar de zee, om het strand te zien

Op zaterdag 4 november wordt het nieuwe boek van Willem Brakman gepresenteerd in het Rijksmuseum Twenthe.

Klik hier voor de uitnodiging. (opent nieuw venster)






Huizen der gelukzaligen



De hoofdpersoon Potter uit Willem Brakmans roman "De gelukzaligen" (1997) verblijft voor herstel op het 'eiland der gelukzaligen' waarin zonder moeite Schiermonnikoog herkend kan worden. Potter raakt er verzeild in het artistiek gezelschap rond de dichter Potjewijd die een bewonderaar is van de dichter A. Roland Holst en daarom een huis bewoont dat op dat van zijn idool uit Bergen (Noord-Holland) lijkt. Het huis van Potjewijd heet "De orebijt" en ligt volgens de roman aan de Badweg, wat inderdaad het geval. Een van de bezoekers zegt erover: "Nog nooit heb ik een huis gezien dat zozeer door Roland Holst bewoond had kunnen worden."( blz. 55).



Potter, hoofdpersoon in "De gelukzaligen" bewondert in het huis van de dichter Potjewijd ( zie: Huizen der gelukzaligen 1) een geschilderd portret van de vrouw van de plaatselijke huisarts. Hij wordt verliefd op haar en probeert haar op te zoeken in haar huis, een hoog op het duin gelegen villa met de naam "De blinkert". "Het was een huis als in een verhaal, superieur hooggelegen, met een balkon en ramen tot onder het dak, waar zeker knusse jongenskamertjes waren. Het nadeel van deze ligging en ook van de bouw was dat er maar moeilijk naar binnen viel te kijken."( blz. 119)

Tussen de regels schrijven

Wim Noordhoek (op Avondlog):

"...Je schrijft schrijvers die regels maken. Je hebt schrijvers die tussen de regels schrijven. Daar is Brakman er een van."

Klik hier om het gehele stuk te lezen)

De hel bij Brakman



Bart Vervaeck presenteerde in 1997 zijn eerste grote studie over het werk van Brakman ( 'Lijf en letter', Kaatsheuvel 1997), hij recenseerde Brakman regelmatig in de Vlaamse dagbladen 'De morgen' en 'De Financieel-Economische tijd'. In zijn studie 'Het postmodernisme in de Nederlandse en Vlaamse roman' (Nijmegen/Brussel 1999) nam het werk van Brakman een belangrijke plaats in. Onlangs verscheen Vervaecks lijvige studie over de hel zoals die in de literatuur is beschreven. Het boek bevat een uitvoerig hoofdstuk over de hel bij Brakman, in de roman 'Inferno' (1991). 'Literaire hellevaarten. Van Klassiek naar Postmodern' verscheen bij uitgeverij Vantilt in Nijmegen. Het omslag werd ontworpen door Martin Frijns.

Klik hier voor de flaptekst van de studie van Vervaeck. (opent nieuw venster)

Astrid

Wim Noordhoek (op Avondlog):

"Op 3 september 2005 deed Willem Brakman me in een brief verslag van zijn bezoek aan de Koninklijke" Crypte in de O.L.Vrouwekerk in Laken, Brussel. Koningin Astrid, de Zweedse, in 1935 met haar echtgenoot Leopold III omgekomen bij een auto-ongeluk aan het Vierwoudstedenmeer, speelt als 'witte vrouw' een grote rol in het werk van Brakman...."

Klik hier om het gehele stuk te lezen)

Willem Brakman bij RAM

Willem Brakman, zondag 18 april 2004

De lezer die zich waagt in het Brakman-universum, stort zich in een avontuur. Ook voor de schrijver blijft de afloop tot het laatst ongewis. 'Ik werk nooit met een schema, zoals Vestdijk dat deed. Voor mij is schrijven dag in dag uit: wat nou? Dat is een soort van schrijven waarin de geest maximaal aanwezig is. Daar vind je ook de grote verrassingen, de invallen. Het is de enige vorm van schrijven waarbij ik me niet verveel'

Klik hier om het gehele interview te zien (kies voor de Video link 'RAM aflevering 27' - werkt beter)

Sneeuw in Munster

Op 31 jan 2004 reed Wim Noordhoek met de schrijver Willem Brakman vanuit Brakmans woonplaats Boekelo naar de Duitse stad Munster, waar zij het Westfalisches Landesmuseum bezochten. Tot beider genoegen sneeuwde het.

klik hier om het gehele interview te beluisteren (30 min.)

Naar de zee om het strand te zien

Uit de Querido aanbiedingscatalogus:

Het mooiste zou zijn als Willem Brakman als eerste in de geschiedenis nog een keer de P.C. Hooftprijs toegekend krijgt.” De Revisor

Willem Brakman
Naar de zee, om het strand te zien

In Naar de zee, om het strand te zien neemt Willem Brakman de lezer wederom mee naar de plaatsen van zijn jeugd, plaatsen die alleen in zijn herinnering voortleven, plaatsen die misschien niet eens hebben bestaan. Dat laatste deert Brakman overigens in het geheel niet. Zijn personages slenteren door de Scheveningse haven en over de Fahrenheitstraat in Den Haag alsof ze hun leven lang niets anders deden. Alsof ze niets beters te doen hebben. Alsof ze volkomen thuis zijn in de wereld die de schrijver voor hen schiep.
Willem Brakman is een van de grootste en geestigste surrealisten in de Nederlandse letterkunde. Jan Mulder omschreef het lezen van een nieuwe Brakman in zijn Volkskrant-column ooit als volgt:” Je bent vlak bij de totale waarheid en je raakt steeds verder van een punt verwijderd. Dit lezen, deze tovervijver, brengt me in een staat van gelukzaligheid. Eenvoud als een stralend uitroepteken op het ingewikkelde; neerslachtige humor om het leven weer een poosje mee aan te kunnen; mozaïeken van zinnen en woorden die op de een of andere manier heerlijk meeslepen.”

Willem Brakman (Den Haag,1922) woont in Boekelo. Hij heeft drie van de voornaamste Nederlandse literaire prijzen op zijn naam staan: de Lucy B. en C.W van der Hoogt-prijs, de Bordewijkprijs en de P.C. Hooftprijs.

Gewone mensen schrijven geen goede boeken.”
Willem Brakman in NRC Handelsblad

Ik ken geen slechte boeken van mijzelf. Dat zou ik weten, als dat zo was.”
Willem Brakman in De Groene Amsterdammer

Het begin van de roman:..

"Waar ik het over wil hebben speelt zich af tussen enkele punten of liever enkele omschrijvingen; als eerste het gelukspoppetje dat vroeger voor mijn raam hing, aan de buitenkant. De regen had het doorweekt, gezicht en handen waren gebleekt door de zon. Een been was in de strijd gebleven, maar de ring om zijn hals niet en dat was zijn grote macht."

Zie ook een pagina uit het handschrift: Klik hier voor deze pagina. (opent nieuw venster)

Brakman en de douanier naar Bentheim

Het nieuwe 'luisterboek' op de Boekensite, Brakmans 'Reis van de douanier naar Bentheim' (1983) is uitzonderlijk zomers. Twee heren op vakantie bewegen zich door Twentse lanen vol uitspanningen, voorbijfietsende meisjes en zonnevlekjes onder het lover.

klik hier voor "de voorbijfietsende meisjes"

Koektrommelraadsel:
Vragen rond de fietsmeisjes uit Brakmans 'De reis van de douanier naar Bentheim'. De meisjes die de 'Bahlsen cakes' genoemd worden.

klik hier voor verdere details

Willem Brakman in 'De Balie'

Op 1 oktober 1989 hield Willem Brakman een lezing in 'De Balie' in Amsterdam, ter gelegenheid van een programma met als titel 'De romantische obsessie'

VAN DE IN HOGERE KRINGEN VERLIEFDE De grote liefde uit mijn jeugd was die voor de koningin. Binnen het tijdsbestek van deze middag moet ik daar kort over zijn, wat jammer is want beperking is niet het wezen van de romantiek. U moet deze liefde niet direct als fysiek zien, de volle tarwekorrel is er maar mate in verwerkt, maar meer esthetisch, met hier en daar een snuifje metafysiek en delire. Van de ingrediënten waaruit deze geliefde door mij werd samengesteld, noem ik u het begrip `dame' zoals dat bij ons thuis werd gebruikt en dat diep was gefundeerd in het Haagse bankierskantoor waar mijn vader werkzaam was, de naar mij wuivende gehandschoeide hand in de Gouden Koets, een complex gebaar van vrouwelijke verlokking en van de verfijnde sigarenroker uit gegoede kringen, maar vooral koningin Astrid van België die mij door een werkelijk subtiele en meesterlijke regie van het lot gemaakt heeft, eerst tot een getordeerd kereltje en later, nu we het toch over de romantiek hebben, tot `a wounded man'.

Lees verder, klik hier voor de gehele tekst

Het verlangen naar nu

Toespraak van Willem Brakman bij de presentatie van Het verlangen naar nu van Alex Mol, donderdag 17 juni 2004

Dames en heren. Er zijn drie punten die de columnist goed in het oog moet houden en wel de ervaring, het waarnemen en de humor. Deze momenten vermengen zich niet gedurende het lezen van de column, het devies is hier gescheiden oprukken en gezamenlijk toeslaan. De ware columnist laat dit laatste nog even nagalmen over het geheel. ...

Lees verder, klik hier voor de gehele tekst

Terugkeer naar Den Haag

Graag ga ik terug naar Den Haag waar ik ben geboren.Niet vaak maar ook niet weinig, dikwijls was ik er voor de derde of vierde maal. De eerste keer na mijn vertrek naar het onlieflijke stadje E. zal ik niet snel vergeten want die was zo geheel anders dan de derde of vierde maal. Wel dacht ik, eenmaal gevestigd in het genoemde stedeke, er vaak over om definitief te vertrekken, vooral nadat ik voor de eerste keer was teruggegaan naar Den Haag. Zwaar immers drukte mij daarna de gedachte dat waar ik zo vaak een definitief vertrek zou gaan overwegen ik, in overeenstemming daarmee, evenzeer in Den Haag niet zou aankomen. En ik dacht daarbij vooral aan de haven en de daarbij horende vissersvrouwen

Toen ik voor de eerste keer uit E. vertrok, wist ik dit alles natuurlijk nog niet maar vreesde ik al een derde of vierde maal in het geheel niet te zullen vertrekken. Merkwaardig genoeg kwam het ook voor dat ik door Scheveningen liep (een dorp dat wel bij Den Haag is ingelijfd maar voor mij nog steeds een zeer eigen en uitgesproken karakter bezit) terwijl ik niet beter wist helemaal niet uit E. te zijn vertrokken en zeker niet voor een derde of vierde maal. Ook geviel het dat ik wel was vertrokken, overhaast zelfs wat een mogelijke oorzaak kan zijn geweest, maar daar waar ik liep nog niet was aangekomen en dat voor mij voor de zoveelste keer. Zoals gezegd, een paar maal was ik weer voor het eerst in Den Haag en de laatste maal herinner ik mij nog heel goed, daar ik voor de terugreis en om begrijpelijke redenen in de achterste wagon had plaatsgenomen, die echter bij vertrek bleek te zijn losgekoppeld zodat ik opnieuw voor 't laatst moest vertrekken wat een gevoel geeft of er verder ook niets meer zal afreizen.

Op een keer, het was in de herfts, was ik niet uit E. vertrokken maar tot mijn verbazing ook niet aangekomen in Den Haag; niettemin wandelde ik, het was donker, door het centrum van de stad die mij zo dierbaar is. Mijn Den Haag - en ik bedoel natuurlijk de vijverberg, 't Halsstraatje, en het paleis van de oude koningin - had voor mij een droomkarakter aangenomen en ik wil best bekennen dat er geen maand voorbijgaat of ik loop daar door de onvergetelijke straten, even waar en onwerkelijk als een slaapwandelaar.

Willem Brakman: Speciale uitgave "Kunst in het Volkspark" te Enschede, 1995

Expositie thuis

Willem Brakman laat regelmatig schilderijen aan bezoekers zien.

Klik hier voor deze pagina. (opent nieuw venster)

Naar de zee, om het strand te zien

De nieuwe roman van Willem Brakman verschijnt in oktober, 2006


De omslag - door hemzelf geschilderd - staat nog bij Willem Brakman thuis.

Het uiteindelijke resultaat!

De sloop der dingen

Gerrit-Jan Kleinrensink bericht

klik hier voor de details

Waar ontstaat de roman?

Een in België uitgegeven studie verdeelt de schrijvers in hen die de roman vóór ze de pen op papier zetten al in hun hoofd hebben en hen die de roman al schrijvend laten ontstaan (D. van Hulle en Y. T'Sjoen. Denken op papier. (Antwerpen, 2006)). S. Vestdijk met zijn uitvoerige schema's vooraf zou tot het type van de 'Kopfarbeiter' behoren en Brakman tot het tegenover gestelde type der 'Papierarbeiter'. Informatie over de in Antwerpen uitgegeven studie is te vinden op:

Klik hier voor verdere informatie (via "archief" en dan "februari 2006 b")


In zijn tweede autobiografie 'J'accuse' schreef Brakman:
"Ik vertel niet wat ik heb beleefd. ik beschrijf dus niet wat er was, maar dat wat in de plaats is getreden van de werkelijkheid en zich meldt tijdens het schrijven. Men schrijft dus niets wat voor het schrijven is ontstaan, men schrijft wat al schrijvend ontstaat en dat door het schrijven wordt bepaald." ( bladzijde 7)

Daarbij moet wel opgemerkt worden dat Brakman grote waarde hecht aan de invallen die hem schijnbaar uit het niets worden aangereikt als hij niet aan zijn schrijftafel zit. Er vindt in zijn scheppingsproces dus ook een en ander voorafgaand aan het schrijven plaats. In dit verband is al vaak geschreven over zijn 'denkfietsen'. Een onderwerp dat wielerminnend Vlaanderen zou moeten bezig houden.

Brakman stimuleert zelfkritiek

In december 2002 publiceerde dagblad Trouw een interview van de journalist Peter Henk Steenhuis met Willem Brakman over het onderwerp 'zelfkritiek'. Steenhuis was op het thema gekomen door lezing van Brakmans essaybundel 'Vrij uitzicht' die in dat jaar verscheen. Na Brakman interviewde Steenhuis 23 Nederlandse kunstenaars over 'zelfkritiek'. Alle interviews zijn nu gebundeld uitgegeven bij Van Gennep (Amsterdam 2006)

In het voorwoord schrijft Steenhuis:
"In zijn essaybundel 'Vrij uitzicht' schrift Willem Brakman dat werkelijk denken begint op het punt waarop men in staat is zichzelf onder kritiek te stellen. 'Daarom kan het belang van zelfkritiek niet genoeg worden benadrukt, deze dient alle denken te volgen als een schaduw van wantrouwen. Het zichzelf kunnen hernemen is de kwaliteit der sterken' "

Het gesprek met Brakman heeft als titel "De pen wil anders". Een citaat: "Mijn romans zijn in de loop der tijd associatiever geworden. Door mijzelf tijdens zo'n eerste versie te laten gaan, de toegangswegen open te zetten, hoop ik de inval de kans te geven. Het resultaat van zo'n handgeschreven versie is godvergeten slecht, ik zou er niet aan moeten denken dat zoiets gepubliceerd wordt. Dan moet je strepen, al het onechte dient er genadeloos uit te worden verwijderd. Al kritiserend ontstaat er een getypte versie. Maar echte zelfkritiek is geen zoektocht naar technische fouten, zelfkritiek is breder, het is het meest absolute en centrake punt van het denken. Het is dodelijk, het is een zonde tegen de Heilige Geest als je blijft staan bij het: Zo is het."
Opmerkelijk detail is dat Brakman zijn debuutroman 'Een winterreis', "Mijn eerste roman 'Winterlicht' " noemt. Steenhuis had dat ook in 2002 al zo laten staan.

zie ook hier voor enkele interviews met Brakman

Willem Brakman is vandaag jarig

Marjoleine de Vos: De stijl van Willem Brakman (4), personages

Een personage dat over zichzelf of over andere personages oordeelt, is zelden objectief (= onbevooroordeeld, zonder de eigen mening te laten meespelen). Meestal wordt dat wel duidelijk oor de manier van vertellen.

"(...) ze had een groot talent die dingen te zien die haar niets aangingen. `Ik ben jong en sterk,' zei ze toen ze zich voor de eerste keer aan mij voorstelde en dat klonk al dreigend genoeg, want jong was ze helemaal niet en verder juist slappig, met veel te lange nagels. Ik mocht er niet aan denken wat er allemaal onder die nagels zat of kon zitten, maar aan mijn brood kwam ze niet en indien wel, dan ging dat stiekem in de ton. Als vrouw een onvrouw, (...)"
(Willem Brakman, 'Leesclubje')

Het is wel duidelijk dat de `ik' die hier aan het woord is zijn best doet om de vrouw die hij beschrijft ongunstig voor te stellen. Een vies en griezelig mens, voor wie je moet oppassen, want ze bemoeit zich overal mee, als ze de kans krijgt.
In boeken in de ik-vorm krijg je vaak van maar één personage een duidelijke indruk: van de `ik' zelf. Niet zozeer door wat die over zichzelf zegt, hij kan wel een heel verkeerd beeld van zichzelf hebben, maar vooral door zijn manier van praten, door de dingen die hij doet, door hoe de andere personages op hem reageren. Hetzelfde geldt voor de hoofdpersoon in een personale roman. Personages geven zichzelf bloot door hun praten, denken en handelen.

Vragen(1)
5a. Waaraan kun je merken dat de 'ik' uit het 'Leesclubje'-fragment de vrouw onsympathiek vindt?
5b. Is dat objectief?
5c. Krijg je een indruk van de 'ik'?

6. Lees de volgende fragmenten(2) over het uiterlijk van personages.
6a. Wat zeggen ze over het innerlijk van de beschreven figuren?
6b. Van wie komt de informatie?

"De man in de blauwe overall stond lang te dralen, telkens verplaatste hij de voet van de ladder een klein beetje, greep dan weer de emmer van de grond, roerde er wat in met zijn spons en zette hem dan weer neer. Het was een magere, gebogen man met een grijs, pluizig snorretje, de hand die de emmer oppakte was rood en glimmend. Tenslotte begon hij de ladder te beklimmen, voorzichtig, houterig, zich steeds met hetzelfde been opduwend."
(Willem Brakman, 'De weg naar huis')

( uit: Marjoleine de Vos, 'Als er verteld wordt. Literaire begrippen en technieken', Groningen 1986)

Wim Noordhoek en Willem Brakman

Wim Noordhoek, oud-eindredacteur van De Avonden, publiceert in het Avondlog met zekere regelmaat persoonlijke besprekingen, ontdekkingen en berichten.

klik hier voor de details

En klik hier voor de verdere details

Voorpublicatie: Naar de zee om het strand te zien

Na de zomer verschijnt het nieuwe boek van Willem Brakman. Hier alvast een voorpublicatie.

"Waar ik het over hebben wil speelt zich af tussen enkele punten of liever enkele omschrijvingen; als eerste het gelukspoppetje dat vroeger voor mijn raam hing, aan de buitenkant. De regen had het doorweekt, gezicht en handen waren gebleekt door de zon. Een been was in de strijd gebleven, maar de ring om zijn hals niet en dat was zijn grote macht. In de winter trapte hij met het blauwe schoentje tegen het raam van woede, van vreugde of van kou. Het zou geluk brengen maar in de nacht strekte het de armen uit naar de sterren. Ik heb het zien vanachter het gordijn en voor mijn gevoel voorspelde dat niet veel goeds. Ik heb het gezien en mijn blik is scherp. Een ander punt dat ik mij met zachte dwang kan voorstellen, was om diep in mij enige tijd door te brengen in een kamer waar het zwart was, niet donker maar zwart. Ik sprak daar zinloze woorden zo iets als een baby die in de slaap lacht. Er brokkelde steeds iets af in kamer. Is het mogelijk, dacht ik dan, dat wij zo zijn als we oud worden. Dan vallen de brokstukken voorgoed naar beneden. Voor de deur wacht een machtige, maar vriendelijke man, die weet hoe krachtig hij is. Hijzelf zou zijn gezicht niet herkennen.
Dan heb ik nog wat op 't hart en wel het feit dat de dromen in de loop der tijden zijn veranderd. Ze komen uit donkere gangen en trekken een lange neus. Daarin schuilt veel pesterij,in een tuin of in de een of andere donker gemeubileerde kamer. Wie daar het oor spitst hoort tenslotte een zachte stem. Waar die vandaan komt is niet zo duidelijk maar plotseling herken ik de stem van mijn moeder.

Ik woon in een zanderige streek, er is hei, zelfs een beek, een klein dorpje waarin een prachtige kerk en magistrale bomen. Het is een zeer mooie nog ongerepte streek maar er wordt al hard aan gewerkt. Ik woon aan de grens, dat mag dan nog zo avontuurlijk klinken, ik heb de kust, de zee en met name het vissersdorp Scheveningen altijd gemist...."

Marjoleine de Vos: De stijl van Willem Brakman (3)

Het boek waaruit we hier voor de derde keer een passage over Brakman citeren, is een schoolboek. Dat betekent dat er ook vragen en opdrachten in staan, maar het is een gedateerd schoolboek omdat de antwoorden niet ergens achterin of in een supplement bijgeleverd worden. Leraar en leerling moesten bij deze methode nog met elkaar in contact treden over de inhoud van de stof. Dit samengaan van instructie, hoor en wederhoor heette 'les geven'. Voor vraag 4 aan het eind van het hoofdstuk 'Stijl' koos De Vos een passage uit Brakmans roman 'Leesclubje'. Wij vragen ons af wat er van het beantwoorden terecht is gekomen bij leerlingen die niet de hele roman gelezen hadden.

Vraag 4. In een rechtszaak wordt de heer Colijn beschuldigd van moord op zijn vrouw. De officier van justitie is aan het eind van zijn requisitoir.

"Die is een natuurlijke dood gestorven!" had verdachte uitgeroepen, terwijl hij de gaskachel voluit had opengedraaid, "laten we de dokter roepen dan kan die dat bevestigen."
Dat is gebeurd, maar volgens de buren zonder enig onderzoek, gehaast en verstrooid, wat bleek toen de dokter de buren condoleerde en niet de heer Colijn. Zodoende is het achterhoofd van mevrouw Colijn niet met voldoende aandacht bekeken, anders zou zonder meer duidelijk zijn geworden dat de doodsoorzaak alles behalve natuurlijk was, maar gelegen in een fabuleuze klap met een stomp voorwerp op een moment dat ze niet oplette. Iedereen kent het stompe voorwerp uit de boeken, iedereen weet ook waarvoor stompe voorwerpen dienen en het is verder zonneklaar dat hier gebruik werd gemaakt van een hamer waaromheen een handdoek was gebonden om geen afzichtelijke wond te maken of overlast te hebben van spetterend bloed. Weliswaar is er door geen van de helpende vrouwen een hamer gevonden in het huis en ook geen handdoek waaraan nog haren kleefden of een bevlekte sloop, maar juist het ontbreken van deze voorwerpen is meer dan verdacht en hiermee heb ik voorlopig wel gezegd.'
De officier boog een paar maal voor het spontaan losbrekende applaus, strekte een paar maal de armen in grote erkentelijkheid uit naar de zaal en ging eindelijk weer zitten achter zijn tafel. Daar wachtte hij intevreden tot de bijval geheel was geluwd en riep toen: `Het woord is aan de rechter!'
`Allemachtig,' riep deze, terwijl hij ging staan, `wat een belastend verhaal is dat zeg! Wat mij betreft is die man zo schuldig als Pilatus zelf, of liever als Raskolnikov, al deed die het met een bijl als ik mij goed herinner. We pauzeren even voor een kopje koffie, dan nog een babbeltje en dan fijn vonniswijzen. Ik verheug me erop.'

Vragen en opdrachten
a Wat vind je van het requisitoir van de officier? Is zijn gedrag gebruikelijk in een rechtszaal?
b Met welke woorden probeert de officier zijn verhaal overtuigend te maken?
c Is zijn verhaal werkelijk zo belastend voor de heer Colijn?
d De rechter is niet onbevooroordeeld. Waaraan zie je dat?
e Vat in je eigen woorden samen wat hier gebeurt.
f Vind je dit een waarschijnlijke situatie? Lijkt je dat de bedoeling?

( uit: Marjoleine de Vos, 'Als er verteld wordt. Literaire begrippen en technieken', Groningen 1986, blz. 32-33)

Marjoleine de Vos: De stijl van Willem Brakman (2)

De indruk die een boek op een lezer maakt, heeft vaak alles te maken met de stijl waarin dat boek is geschreven, ook al de lezer zich dat niet altijd bewust. Bij een schrijver als Willem Brakman zal hij zich dat meestal wel bewust zijn. Als Brakman vertelt dat iemand, hoewel hij een pasteitje wilde, door de ober een appelpunt opgedrongen krijgt, gaat dat zo:

`Op het huis meneer,' fluisterde de ober, en zelden trok een rug triomfaler spoor door een zwaar aangezette hal. Het moet gezegd dat de heer Pop niet tot platte razernij verviel, maar met grote geest­kracht nog alles uit de situatie haalde wat erin zat. Om te beginnen had hij erge trek in koffie, maar daarbij was hij in staat op een be­wonderenswaardige wijze zijn woede en verontwaardiging op te schorten en zich objectief en kritisch te buigen over de appelpunt.'
(Willem Brakman, De graaf van Den Haag)

Wat `typisch Brakman' is aan deze passage laat zich wel beschrij­ven. Dat is bijvoorbeeld het `zwaar aangezette' van de hal: alsof de personages zich even in een schilderij bevinden waarop de hal door de schilder heel nadrukkelijk aanwezig is gemaakt. Het is ook het gebruik van uitdrukkingen als `platte razernij' en `grote geestkracht' en de combinatie van `objectief en kritisch' met `ap­pelpunt'. Gewone dingen (`In plaats van woedend te worden probeerde hij of de taart lekker was') worden zo gezegd, dat ze een hele wereld suggereren. Bovendien is het zo heel wat geesti­ger gezegd dan `gewoon'. Het omgekeerde, bijzondere of verschrikkelijke dingen koel­tjes en in eenvoudige taal beschrijven, is ook een bijzondere vaardigheid. […]

Uit: Marjoleine de Vos, Als er verteld wordt. Literaire begrippen en technieken, Groningen 1986, pp.29-30.

Het cafe uit: Ansichten uit Amerika, wordt gesloopt

Het cafe dat in Ansichten uit Amerika centraal staat wordt helaas gesloopt

klik hier voor de deatails

Marjoleine de Vos: De stijl van Willem Brakman (1)

Iemand die een smartlap zingt, vertolkt dezelfde gevoelens als Couperus in de mooiste passages uit Eline Vere. Iemand zegt dat hij `ergens best wel tevreden' is over zichzelf, bedoelt misschien wel hetzelfde te zeggen als Willem Kloos toen hij dichtte: `Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten'. Maar het is niet hetzelfde. Grote literatuur is groot omdat er bijzondere formuleringen worden gevonden voor algemene gevoelens. Anders kun je net zo goed op een straathoek gaan staan en het `echte' leven beluisteren. In de literatuur gaat het (meestal) gelukkig anders toe. Willem Brakman zei dat zo:

Als ons iets ergs overkomt blijven we meestal steken in `ach God, ach Jezus, achachach, tjongejonge,' maar niet aldus Shakespeare. Slaat bij hem het lot verpletterend toe, dan ontstaat er uit de mond van het hoofdfiguur een kathedraal van woorden.(T. van Deel, Bij het schrijven)

Zo'n kathedraal maakt indruk en veroorzaakt bewondering, ontroering of ergenis. Maar bij `tjongejonge' voelt niemand iets.

Uit: Marjoleine de Vos, Als er verteld wordt. Literaire begrippen en technieken, Groningen 1986.

Brakman ontmoet Bob den Uyl

Een literaire ontmoeting

Bob den Uyl (1930-1992)was vertaler en schilder, maar vooral de auteur van ruim tien wonderlijke verhalenbundels. Ze waren doortrokken van een aanstekelijke, maar weinig vrolijke humor. Over zijn ontmoeting met Willem Brakman schreef hij de volgende impressie.


“Mijn eigen Ontmoetingen zijn zeer bescheiden. Ik moest eens samen met Willem Brakman (en Remco Campert, maar die kwam niet opdagen) signeren in een Enschedese boekhandel. Omdat ik het werk van Brakman steeds meer waardeer (helaas blijkt dat ik een van de weinigen ben), besloot ik daar een Ont­moeting van te maken. We maakten kennis en spraken enige tijd over verschillende onderwerpen. Omdat we niets te doen hadden - er kwam tijdens ons verblijf slechts een jongeman de winkel binnen die aan mij vroeg of ik Bob den Uyl was; ik knikte, waarop hij zei: `Daar was ik al bang voor' en daar­mee vertrok hij weer - ging Brakman in boeken staan bladeren en verdween langzaam achter de boekenkasten uit het gezicht. Toen er sherry werd ge­bracht is men hem gaan zoeken, maar hij bleek ver­trokken.”

Bob den Uyl, Schrijvers worden misbruikt en andere aanklachten, uitgeverij Vriendenlust, Nijmegen 1987.

Brakman en Odysseus

Dat de Griekse held Odysseus op de achtergrond een rol speelde in de roman 'Come Back' (1980) was de meeste recensenten al opgevallen. In 1982 schreef de classicus Rudi van der Paardt een uitgebreid opstel over de overeenkomst tussen deze roman en het klassieke epos van Homerus - de Odyssee - over Odysseus' terugkeer nadat hij aan de Trojaanse oorlog heeft deelgenomen. Van der Paardt maakt aannemelijk dat Brakman het epos goed gelezen heeft, maar het ook naar eigen hand gezet heeft. De hoofdpersoon van 'Come Back' keert na lange afwezigheid terug in de industriestad E. en ontmoet er de vrouw met wie hij een relatie heeft gehad. Penelope heet ze bij Homerus, Klaasje bij Brakman. Het opstel van Van der Paardt staat in de bundel 'Antieke motieven in de moderne Nederlandse letterkunde. Een eigentijdse Odyssee,' Amsterdam 1982 (Arbeiderspers). Een citaat:

“(…)Het thema van de tocht naar het verleden, de terugreis, komt herhaaldelijk voor in het werk van Willem Brakman. In zijn opvallende debuut, ‘Een winterreis’ (1961), maakt de hoofdpersoon, de arts Wim Akijn, een ontluisterende tocht naar het verleden van zijn eens zo vereerde vader. Een vroege bundel verhalen heet zeer treffend naar het titelverhaal ‘De weg naar huis’ (1962), een titel die niet alleen van toepassing is op het Scheveningse jongetje dat in de meeste verhalen centraal staat (en in wie wij vrij gemakkelijk de jonge Brakman herkennen), maar ook op de schrijver zelf. In min of meer symbolische vorm komt het thema van de ontluisterende reis terug in ‘De biograaf’ (1975), waarin een voormalige souffleur verslag doet van zijn pogingen een biografie te reconstrueren van een eens hogelijk bewonderde steracteur. In ‘Een winterreis’, ‘De biograaf’ en andere romans waarin deze terugreis op een of andere manier een rol speelt valt het accent niet alleen op de reis, maar ook op de reiziger. Zeker is dat het geval bij Brakmans meest geprezen roman uit de laatste jaren, waarin de terugkeer zelfs in de titel tot uitdrukking is gebracht: het in 1980 verschenen ‘Come-back’. Het is het verhaal in de ik-vorm van een niet meer praktizerend arts, Hendrik Sadee, die na lange afwezigheid terugkeert in de stad E.(…)”( blz. 64)

Willem Brakman over Ernst Jünger

In 1978 schreef Willem Brakman een essay over de omstreden Duitse schrijver Ernst Jünger. De titel die hij voor zijn stuk koos 'Een zwak voor Jünger', laat zien dat zijn waardering voor deze schrijver niet zonder reserves was. 'Een zwak voor Jünger' verscheen in het augustus-september nummer van het tijdschrift Maatstaf (jaargang 1979) en daarna in Brakmans essaybundel 'De jojo van de lezer' (uitgeverij Querido, Amsterdam 1985).

De Nederlandse Jünger-biograaf Jan Ipema rekende het essay van Brakman tot het beste van wat er in Europa over Jünger was geschreven. "Brakman heeft een uiterst leesbaar en boeiend essay over Ernst Jünger geschreven. Gaat het te ver als ik beweer dat zijn essay de veelzijdige auteur Jünger tot nu toe het meest recht doet wedervaren? Er is geen sprake van apologie door dik en dun zoals gebruikelijk is bij de schare van Jünger in Frankrijk en Duitsland, maar er spreekt een op speelse wijze en met liefde beschreven bewondering uit voor die facetten van Jüngers werk die Vestdijk nu eenmaal niet kon waarderen, terwijl er toch hier en daar sprake is van kritische distantie." ( Jan Ipema, 'Ernst Jünger in Nederland', in het Jüngernummer van het tijdschrift Yang (1992, nr. 2 en 3)

De stem van Jünger is te horen in een interview dat in 1966 op de Duitse radio werd uitgezonden, te beluisteren via: Deze Link

Weekend in Oostende: de omslagen

De originele omslag: "Carnaval op het strand"-door: James Ensor

De ECI editie: door Herman Berserik

Brakman wilde de door Herman Berserik geschilderde omslag kopen. Berserik was deze inmiddels kwijtgeraakt en maakte daarom in 1993 een nieuwe versie (die beiden beter geslaagd vonden).

Brakman: Letter in kleur, 1998:
"Weekend in Oostende",
25 x 35 cm, vetkrijt
Wie aan de kust is geboren en het woord 'weekend' uitspreekt, heeft alle ingrediënten tegelijk in handen: zee, zon, zand, boot, golven, parasol, vis etc. Het is de sfeer van toen! Van de wolkenloze dag. Er in bewegen zich de zo passende figuren: de vriend (Camonier), de kolonel, de zo wispelturige Dorien Reyne van Reyne, een filosoof, een sopraan en zelfs even de koningin. Alles in de betere Haagse kringen. Oostende is hier de mogelijkheid er die afstand van te nemen die er meer van doet zien en genieten.

Ansichten uit Amerika, revisited

In 1958 schilderde Brakman het kerkje van Twekkelo in Twente. In 1981 werd de afbeelding gebruikt voor het omslag van zijn roman 'Ansichten uit Amerika'. Aangezien deze roman oorspronkelijk 'Huwelijk niet uitgesloten' zou heten, was de afbeelding een vrij directe illustratie van het thema. In het najaar van 2005 maakte Brakman een nieuwe versie van het schilderij. Het kerkje van Twekkelo wordt al lang niet meer voor kerkdiensten gebruikt, maar is nog steeds een veel gevraagde lokatie voor huwelijken.

Willem Brakman en de muziek (2)

Een verhaal over desastreuze bewondering en de invloed van muziek. Couperus schreef erover in 'De binocle', Tolstoi in 'De Kreuzersonate' en Willem Brakman in het verhaal 'Liefde als amore'.
Het verscheen in de bundel 'Vijf manieren om een oude dame te wekken' uit 1979.

"Hij heette Jim Dekker, en niemand voor zover mij bekend twijfelde er aan dat hij een genie was, ook hijzelf niet. Geholpen door een impulsieve natuur en zeer welgestelde ouders (zijn vader was directeur van de BPM en zijn in mijn tijd al overleden moeder was ook afkomstig uit oliekringen) vulde hij op een indrukwekkende wijze de sjablone in van de hyperintellectuele, nerveuze bohémien des geestes: wasbleek, haar dat zwart en glanzend als een torschild een sluike lok over het ivoren voorhoofd uitzond, een smalle, beweeglijke mond, diep liggende ogen en altijd iets ongeschoren."....

Lees verder en Klik hier

Willem Brakman en de muziek

In 1985 vroeg uitgeverij Querido aan zijn auteurs om een bijdrage over de rol van de muziek in hun leven. Opmerkelijk is dat van de 29 inzenders die werden gebundeld in 'Dat was nog eens luisteren', er maar één melding maakte van populaire muziek: K. Schippers. Andere deelnemers waren o.a. de Couperus-biograaf Bastet, J. Bernlef, Willem van Maanen, Thomas Rosenboom, Bob den Uyl, Theun de Vries, Leo Vroman. Brakman wijst in zijn bijdrage op zijn verhaal 'Liefde als amore' dat over een extreem geval van bewondering gaat. We zullen het hier binnenkort plaatsen.

Klik hier om het stuk te lezen

Willem Brakman - Dankrede P.C.Hooft-prijs (20 mei 1981)

In dit geluidsfragment leest Willem Brakman zijn dankrede voor ter gelegenheid van de uitreiking van de P.C.Hooftprijs

Het fragment is opgeslagen in MP3. Om het af te spelen is een MP3-speler nodig zoals winamp.

Download hier de lezing.

Zes gedichten over Willem Brakman

Op 27 januari jl. plaatsten we het gedicht 'Prinsestraat 12' waarin Hanneke van Schooten een impressie geeft van een ontmoeting met Willem Brakman. Het gedicht was op de "dag van het gedicht" op verschillende plaatsen in Enschede te lezen. Begin jaren negentig publiceerde Hanneke van Schooten ook al gedichten die geïnspireerd waren op Brakman. 'Decembermorgen', 'Gave', 'Eiland' en 'Prentbriefkaart', verschenen in 1990 in de bundel 'Dit landschap zien' (Amsterdam, 1990), 'Keerpunt' en 'Vertekening' verschenen in 'Gedichten' uit 1992. Een korte c.v. van Van Schooten is hier te lezen bij de datum 27 januari 2006.

Decembermorgen

Dat dit het was, dit zien, dit
spreken, ik heb het steeds geweten,
zo kribbig tegenover me gezeten
en afgewend in al dat wit.

Elke lijn van het gezicht
heb ik herkend, elk beven, elke boog
van intonatie waarin een zin bewoog;
de ogen schuw op het vuur gericht.

Vanaf de muren trok de vorst
zijn baan in cirkels om de vlammen heen
tot aan de lamp die ons bescheen
en het kleed waarop je suiker had gemorst.

Klik hier voor de overige gedichten.

Willem Brakman over kunst en ziekte

In juni 1994 organiseerde een psychiatrische inrichting in het oosten van Nederland een tentoonstelling van schilderijen die door patiënten bij wijze van therapie waren gemaakt. Bij die gelegenheid werden twee sprekers uitgenodigd om over het thema 'kunst, ziekte, gezondheid' te spreken. Willem Brakman en de Groningse hoogleraar psychiatrie R. van den Hoofdakker, meer bekend als dichter met de naam Rutger Kopland. De lezing van Brakman werd gepubliceerd in zijn essaybundel 'Vrij uitzicht' (uitgeverij Querido, 2001). In deze bundel staat ook de tekst 'Geest, ziekte, literatuur, arts' die Brakman in 1999 in Brussel uitsprak.

Klik hier voor de gehele lezing.

Brakman en Menno ter Braak

Meermalen heeft Willem Brakman zijn bewondering geuit voor het type schrijverschap dat door Menno ter Braak werd vertegenwoordigd. Bij het hier afgebeelde portret van Ter Braak van de Engelse tekenaar John Buckland Wright koos de Ter Braak-biograaf Léon Hanssen daarom een bijschrift dat hij ontleende aan het werk van Willem Brakman. Opmerkelijk is dat het denken van Ter Braak door Brakman begrepen wordt in beelden die hij ontleent aan zijn jeugd en zijn lagere school-tijd: "papierwit, schoolbordzwart, een absolutum aan dictee en zwijgen". Brakman koppelt Ter Braak daarmee aan de strenge schoolmeesters die hij in zijn werk laat optreden zoals meester Mager in 'Ante diluvium' en meester Besteman die in meerdere romans aanwezig is: gevreesde, strenge schoolmeesters, onuitwisbaar en niet zonder heilzame uitwerking.
[Léon Hanssen, Sterven als een polemist. Menno ter Braak 1902-1940. Deel twee 1930-1940, uitgeverij Balans, 2001]

Tom van Deel over Moenen's luchtige sprongen

De criticus T. van Deel hervat binnenkort na een onderbreking van een half jaar zijn werk voor het dagblad Trouw. Van 'Moenens luchtige sprongen', beschikken we daarom alleen over de recensie die hij schreef voor de Nederlandse Bibliotheekdienst, een organisatie die bibliotheken adviseert bij de aanschaf van nieuwe boeken.

"De Boze speelt in Brakmans latere werk een niet onbelangrijke rol en nu krijgt hij in 'Moenens luchtige sprongen' de rol van hoofdpersoon, 'Moenen metter eender Ooghe' (zoals de Duivel heette in het Mirakelspel 'Marieke van Nieumegen'). Brakman identificeert zijn personage als Moenen: iemand die met zijn ene oog al het kwaad in de wereld niet alleen zeer scherp ziet, maar mogelijk zelfs veroorzaakt. Zwaarwichtig wordt deze korte roman nergens; springerig, geestig en kritisch is hij overal op een alleen door Brakman te evenaren manier. Heel het Scheveningse decor van zijn jeugd, met de welbekende figuren als dokter Van Heel, is in het adembenemende verhaal opgenomen, maar voor het eerst sinds lange tijd spelen God, de Profeet, de Woestijnman, maar vooral de Heiland een prominente rol op dit zeer dubbelzinnige en paradoxale schouwtoneel. De Boze is des Heilands tegenspeler, maar de laatste is zo krachteloos geworden, dat hij verpleegd moet worden door Moenen. Bij Brakman staat de wereld, vaak nog driedubbel, op z'n kop. Verbeelding van de hoogste orde."

Brakman en Adorno

De Neerlandicus en filosoof Niels Cornelissen hield op 20 januari jl. in Amsterdam een voordracht voor leden van het Nederlands Genootschap voor Esthetica. Het onderwerp van de lezing was 'Het verborgene in het gewone. Verbanden tussen de filosofie van Adorno en het werk van Willem Brakman.' Cornelissen studeerde in september 2005 op dit onderwerp af aan de Universiteit van Amsterdam. De volledige scriptie verscheen in oktober 2005 als nieuwsbrief 46 van de Willem Brakmankring.

Klik hier voor de gehele lezing.

Dag van de Poëzie in Enschede

Op 26 januari begint in Enschede een poëziemanifestatie. Op verschillende plaatsen in de stad worden gedichten op grote tekstborden geplaatst. Gedichten over de stad en zijn inwoners. Hanneke van Schooten schreef een gedicht over een ontmoeting met Willem Brakman die destijds nog naast de synagoge in de Prinsestraat woonde.

Prinsestraat 12 Ontmoeting
Er was een kamer, sober ingericht,
boeken op een lage tafel, bij het raam
zat afgewend een man in tegenlicht
die kleiner leek toen hij ging staan.


Woorden vormden zich naar zijn mond,
de huid rondom leidde een bestaan
van ritmisch beven buiten hem om,
weerloos, van alle ironie ontdaan.


Hij verdreef bezwaren met een korte kuch,
boog naar de lage tafel, alleen de haren
zag je, de rug, de handgebaren,
thee hing met kleine boogjes in de lucht.


Hanneke van Schooten schreef vanaf de jaren `70 korte verhalen geïnspireerd door het werk van Willem Brakman, met wie zij later (1978) ook kennismaakte. In 1990 verscheen haar eerste poëziebundel Dit landschap zien. Daarna volgden de poëziebundels Gedichten (1992), Anomalie (1993), Reisgenoot (1995), Buiten bereik (1998) en Plaatsbepalingen (2003). Ze publiceerde gedichten in Maatstaf en De Tweede Ronde. In 1988 kreeg ze de bronzen legpenning van de stad Nijmegen en recentelijk de Poëzieprijs van de stad Oostende. Van Schooten is docent Staatsrecht en Rechtsvergelijking aan de Universiteit van Tilburg. Ze is tevens rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Almelo.

Vermakelijke nonsens

Normale mensen? Daar doet Willem Brakman niet aan. Normale situaties? Welnee, hoe gekker hoe beter, lijkt zijn motto te zijn. Dat geldt ook voor Brakmans nieuwste en 53ste (!) roman, Moenens luchtige sprongen. Komt de naam Moenen u bekend voor? Dat kan kloppen. In Mariken van Nieumeghen, het befaamde mirakelspel uit de zestiende eeuw, speelt Moenen al een belangrijke rol, namelijk die van de duivel. Niet zomaar een duivel, nee, één die in staat blijkt tot bovenmenselijk hoge sprongen. Redelijk abnormaal, en dus uitermate geschikt voor een boek van Brakman. Hij kreeg zelfs de hoofdrol. Wat Moenen, of, om precies te zijn, Moenen metter eender Ooghe, precies meemaakt, is nauwelijks samen te vatten. Maar ín tegenstelling tot zijn middeleeuwse naamgenoot, gaat het er bij Brakmans Moenen allemaal wel een stuk luchtiger aan toe.

Zoals we van de auteur gewend zijn, is zijn fantasie volledig met hem aan de haal gegaan. Zo laat hij de Enige, moe geworden van aan het kruis hangen, tot rust komen op de vloer van een kerk. Gelukkig is er Moenen, die hem een paar dagen later met een eenvoudig "van je ene... tweeje... hup!" weer terug aan het kruis helpt. Moenen is een hulpvaardig en druk baasje. Hij gaat naar bezigheidstherapie, huurt een kamer bij twee prostituees, reist door de tijd, maakt deel uit van een kunstenaarskolonie... Vraag me niet de verhaallijn uit de doeken te doen, want die is er niet of nauwelijks. Moenens avonturen lijken als losstaande anekdotes aan elkaar geplakt. Toch valt er genoeg genieten van dit boek. Van Brakrnans humor bijvoorbeeld - van zijn spot, die nietsontziend is en niets of niemand buiten schot laat. En van de dieperliggende gedachten die aan de basis van de schijnbaar luchtig vertelde verhaaltjes liggen.

Moenens luchtige sprongen is buitengewoon vermakelijk. Dat het boek hier en daar wat vaag blijft en dat de gedachtesprongen en -spinsels van Brakman niet altijd te volgen zijn, is van ondergeschikte waarde. Brekman lijkt er zelfs genoegen in te scheppen, getuige de `oorden die hij Moenen in de mond legt: "Niemand begreep wat ik bedoelde, zag er ook de zin niet van in en dat is altijd een goed gevoel." (MS)

over: Moenens luchtige sprongen, uit: "Boek" , nr. 6. jaargang 2, december/januari 2005/2006, blz. 27.

Harmoniumslappe zondagochtenden, door Arjan Peters

Op zijn 83ste werkt Willem Brakman toe naar een afronding van zijn oeuvre. Een bron in zijn directe omgeving liet onlangs weten dat de schrijver zich ten doel stelt dit jaar nog één novelle te voltooien, waarna het doek valt. Als dat betrouwbare gerucht bewaarheid wordt, dan is Moenens luchtige sprongen, Brakmans 53ste boek, zijn voorlaatste. De opmaat tot de finale; een besef dat de lezer, bij alle dankbaarheid voor een groot schrijverschap, ook weemoedig stemt.

Klik hier om de gehele recensie te lezen

Een Winterreis: Theo Hakkert

Willem Brakman (Den Haag, 1922) ontving op 20 mei 1981 de P.C. Hooftprijs. Twintig jaar na zijn debuut, de roman 'Een winterreis'. Maar Brakman heeft sindsdien nog eens 36 boeken gepubliceerd. Geen wonder dat onlangs stemmen opgingen om hem andermaal de P.C. Hooftprijs toe te kennen, niet in de laatste plaats omdat zijn schrijverschap door de jaren heen een grote ontwikkeling heeft doorgemaakt. Zijn stijl is allengs losser geworden. Beroemd is zijn uitspraak dat het bospad (lees: de verhaallijn) hem minder interesseert dan de struiken er omheen. Brakman was tot 1957 huisarts in Den Haag. Als bedrijfsarts in Enschede kon hij werk met schrijven combineren. Sinds 1985 woont hij in Boekelo. Met zijn uitgever heeft hij de afspraak dat hij drie boeken per twee jaar mag laten uitgeven.

Het debuut van Willem Brakman was een roman met autobiografische aspecten. In 'Een winterreis' (1961) onderneemt de jonge arts Akijn een reis naar Zeeland, naar Hulst. Het is de geboortegrond van zijn oude vader, die op sterven na dood is. Akijn wil alsnog jeugd en achtergrond van zijn vader leren kennen, maar iedereen die hij treft en spreekt, is al net zo afgetakeld als zijn oude heer. Hem rest niets anders dan het verleden met zijn eigen fantasie in te vullen. Maar dat doet pijn, want wat Akijn eigenlijk wil is het verleden behouden. De relatie met zijn ouders zou moeten blijven zoals ze was, maar dat is een onmogelijk verlangen. Niet alleen zijn vader is veranderd ook hij zelf natuurlijk. Zijn sentimental journey valt hem koud, als een winterreis, op zijn dak.

Het verleden terugvinden is een vast thema in het oeuvre van Willem Brakman. Wanneer een poging weer eens niet lukt of anders uitpakt dan verwacht, is dat geen reden om bij de pakken neer te gaan zitten. Tragiek en somberheid liggen op de loer, maar de fantasie voorkomt erger en leidt met name later in Brakmans werk tot bevrijdende frivoliteit zelfs.

'Een winterreis' werd meteen op waarde geschat. De op 39-jarige leeftijd debuterende huisarts werd prompt onderscheiden met de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. De jury stelde vast: "Compositorisch kan men het boek nauwelijks een roman noemen het heeft veeleer het karakter van een relaas, het relaas van een winterreis door een winterwoud, en de daarbij zich opdringende mijmeringen, overpeinzingen en observaties." De jury vond verder dat het gevaar der eentonigheid dat hierin besloten lag, wordt overwonnen in het derde, in Hulst spelende, deel. "...Daarin wordt een hechter structuur, een boeiende compositie en indrukwekkende suggestieve kracht gegeven aan een de alledaagse werkelijkheid ontstegen beeld van een in de historie èn - om de enkele jonge mensen - in het heden levend stadje."
Over 'Een winterreis' als ode aan zijn vader zei Brakman: "Ik kan met de hand op het hart beweren: ik heb verschrikkelijk veel van die man gehouden. Zo veel, dat ik het het leven nooit vergeven heb dat hij aftakelde, zoals ik dat in 'Een winterreis' beschreven heb".

Brabants Dagblad, 03-01-2006, naar aanleiding van de heruitgave van Een Winterreis

Een Winterreis


Op 7 januari verschijnt een herdruk van Een winterreis in de reeks 'De winnaars' die wordt uitgegeven door uitgeverij Wegener. Het gaat om boeken van Nederlandse schrijvers die een belangrijke literaire prijs gewonnen hebben. Willem Brakman kreeg in 1981 de P.C. Hooft-prijs. De herdruk verschijnt als gebonden editie en is voor 7.50 euro te verkrijgen bij Bruna-winkels, op het postkantoor, de Free Record Shop en op:

deze site van de Winnaarscollectie

Een winterreis
Aan Willem Brakman ('s-Gravenhage, 1922) werd de P.C. Hooftprijs 1980 toegekend. Waar bij andere winnaars deze ultieme bekroning vaak kwam aan het eind van hun werkbare leven, was de prijs voor Brakman eerder aanleiding om het eens flink op een schrijven te zetten. Inmiddels heeft hij meer dan vijftig boeken gepubliceerd, waarvan 35 na de toekenning van de P.C. Hooftprijs. Brakmans debuut 'Een winterreis' verscheen in 1961. Het is een roman met autobiografische trekjes. Vooral is het een ode aan Brakmans vader. De schrijver: 'Ik vind dat je een mens geen groter eerbetoon kunt geven dan dat je hem beschrijft zoals-ie is. Hij vond het hoogste niveau dat je kon bereiken onderwijzer. Toen ik arts werd, begreep-ie het niet meer. Ik kan met de hand op het hart beweren: ik heb verschrikkelijk veel van die man gehouden. Zo veel, dat ik het het leven nooit vergeven heb dat hij aftakelde, zoals ik dat in 'Een winterreis' beschreven heb.'

xhtml 1.0 | contact | disclaimer | copyright