wbrakman.nl

Bric à Brac

Een archief van eerdere berichten. Beschikbare jaren: 2017 - 2016 - 2015 - 2014 - 2013 - 2012 - 2011 - 2010 - 2009 - 2008 - 2007 - 2006 - 2005 - 2004 - 2003 - 2002 - 2001.

Dit is 2005

Denkfietsen

In Trouw van 2 januari wordt het boek 'Wielrennen' van de Belgische filosoof Marc Van den Bossche besproken. Van den Bossche houdt een pleidooi voor 'denken met het lijf'. Fietsen maakt het denken lichtvoetiger. Hij had er Brakman op kunnen naslaan die al jaren zijn rondjes fietst om het denken te stimuleren; Willem Brakman is de ontdekker van het denkfietsen.

Klik hier om het Trouw artikel te lezen

De Socialistische Partij en 'Van de in hogere kringen verliefde'

Mathijs Spaas is kandidaat voor de SP bij de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam. Op de website van de partij geeft hij aan dat Brakman zijn favoriete schrijver is.

"'Mijn favoriete Brakman zou een 'Wak in het kroos' kunnen zijn, omdat ik de ontwikkeling van Brakmans manier van schrijven zo boeiend vind. Juist, ook omdat ik bijna alle boeken die daarin langskomen heb gelezen. Bovendien vind ik zijn schrijven over het schrijverschap boeiend. Ik herinner me dat zijn werk als een erg fysieke gebeurtenis op me overkwam. 'Een Winterreis' heb ik als eerste Brakman, inmiddels zo'n 22 jaar geleden, gelezen. Tot mijn afstuderen in 1992, studie Nederlands aan de Rijksuniversiteit Leiden, heb ik alles verzameld wat tot dan toe van Brakman was uitgegeven (inclusief curiosa als 'Op het Quatrijn', 'Zeeland bestaat niet', 'Glossen en Schelfhoutjes', en enkele losse publicaties van verhalen zoals 'Oom Anton' en 'De gegoeden'). Ik was ook aanwezig bij de eerste bijeenkomst van de Brakmankring in het Koetshuis naast de Burcht in Leiden en heb hem daar uit eigen werk horen voordragen. Het mooie daarvan was, dat ik daarna Brakmans stem uit zijn teksten kon lezen Maar na 'Wak in het kroos' heeft Brakman als stijlvirtuoos allerminst stilgezeten. Hoe moeilijk het ook is voor iemand die erg langzaam leest, hou ik wel van een barokke, expressionistische schrijfstijl. Als lezer word ik telkens teruggeworpen op het herlezen van zinnen. De verassing ligt bij mij tussen het eerste moment van 'wat staat er nu weer in vredesnaam?' en het uiteindelijke besef dat het niet anders beeldender gesteld had kunnen worden. En ja, dan wordt het lezen ook wel een erg fysieke bezigheid.

Om verhalen als 'Een dagje uit met de gepensioneerden' en 'Bedlam' moest ik erg lachen; briljant komisch vond ik ze. Ook heb ik met heel veel plezier 'Een weekend in Oostende' gelezen. Nu ik dit allemaal opgesomd heb, denk ik dat het maar weer eens tijd wordt om een Brakman ter hand te nemen. Voor tussen kerst en oud en nieuw: 'Van de in hogere kringen verliefde'."

Brakman over Vestdijk

Klik hier voor Vestdijk en Pantoufles

Waar staat dit huis?

Willem Brakman maakte deze vetkrijttekening in het begin van de jaren vijftig. De tekening was lange tijd eigendom van Nol Gregoor. De huidige eigenaar is Rody Chamuleau die de uitgever is van de bundel kwatrijnen waarmee Brakman en Gregoor elkaar ooit het leven zuur maakten('Op het Quatrijn', Bosbespers 1980). Chamuleau zoekt een antwoord op de vraag welk huis Brakman getekend heeft. Wij denken dat het ergens tussen Doorn en Ede - Utrechtse heuvelrug - staat. Wie herkent het huis?

Zie ook hier voor Willem Brakman als schilder/tekenaar

BEELD VAN HET UITERSTE door Bart Vervaeck

In de nieuwe roman van Willem Brakman heeft de duivel het voor het zeggen. Maar hoeveel hij ook praat en vertelt, echt veel macht heeft hij niet meer. Hij is 'een dagje ouder' geworden en woont in Scheveningen: 'Een enkele maal trek ik nog wel eens een oud vrouwtje van de pot, breek een offerbus open, doe een goocheltruc daar en een goocheltruc hier, doe ook aan voorspellen, laat mijn bellen rinkelen en loer ondertussen naar de een of andere waardin…' Ook de hel, zijn vroegere koninkrijk, heeft veel van de oude glorie verloren: 'Het vuur is gedoofd, de olie stijf geworden. In de hoek staan de huiveringwekkende instrumenten somber voor zich uit te staren.'

Recensie van Moenen's luchtige sprongen: door Bart Vervaeck (Financieël Economische Tijd, 3 december 2005). Klik hier voor de gehele recensie

"Moenen":Recensie van de week!

Kijk hier voor de recensie van de week op Literair Nederland

De duivel doolt door Scheveningen

'Men schrijft dus niet wat voor het schrijven is ontstaan, men schrijft wat door het schrijven wordt bepaald.' Soms is het alleen al zo'n zin die het lezen van een roman de moeite waard maakt. Zo'n zin overstijgt het boek."

recensie van 'Moenens luchtige sprongen' op de volgende website: klik hier voor de recensie van Mark Ponte

'Moenen' in de Leeswolf

In het komend nummer van het Vlaams bibliografisch tijdschrift De Leeswolf staat een door Johan Velter geschreven recensie van Moenen. Een aanbeveling voor de Vlaamse bibliotheken om het boek aan te schaffen.

Klik hier voor deze recensie

Alex Mol over Moenen



Alex Mol, een columnist van de VPRO-gids (nr.46-2005), bezocht een kerk in Hoorn die in gebruik is als warenhuis en denkt aan de nieuwe roman van Willem Brakman:

” Kerkgebouwen zijn geen huizen des Heren meer, Hij is weg. Zij zijn geworden tot plaatsen waar de vragen rusten. Een kerk, een tombe van vragen. Lees 'Moenens dartele sprongen', de nieuwe Brakman. Met God, zijn getormenteerde zoon en de duivel gaat het slecht. Ze zijn moe. Er is geen kwaad meer en geen goed: ‘Wie buiten is kan nooit meer naar binnen en de laatste trein is al weg.’ Brakman roept de troostende boom in herinnering ‘waar altijd wel iets is dat je in het oor fluistert. Alleen op een wereld die er niet meer is.’ Een wondermooi boek, het kan z’n mond niet houden.”

Moenen met het ene oog, hoofdpersoon in 'Moenens luchtige sprongen', houdt een aantal korte preken in de kerk van het dorp Delden in Twente. Deze laat-Middeleeuwse kerk, de Oude Blasius geheten, is bekend om zijn muurschilderingen met voorstellingen van het Laatste Oordeel. Deze helletaferelen komen al voor in Brakmans novelle 'Glubke's oordeel'. De foto toont Willem Brakman bij een bezoek aan Delden.Hieronder één van deze preken:



Preek zes. Delden
Op een avond leunt de mens uit het raam en bekijkt het land: dat bleke land, wemelend van creatuur. Nevelslierten of spoken stijgen uit de akker omhoog, een kat krijst als een kindeke dat gewurgd wordt. In het maanlicht vinden de honden diep in de keel de machtige stem van de steppenwolf.
Aan dat venster voelt de mens een wild verlangen, ook hij wil in het maanlicht dansen en huilen, in het ijzige licht draven, zich in de huizen wagen om de slapende mens te bespugen of een kind te roven.
Dan sluit hij het venster, wil zich bedotten en weten dat hij heeft gedroomd. Hij heeft angst, twijfel overvalt hem. Hij wil rusten maar kan niet inslapen, verliest zijn zelfvertrouwen en ziet demonen naderen, de met uitslag overwoekerde succubus zonder neus, de naar vis stinkende paddenmens en de paars gezwollen kop die op eendenvoeten voortwaggelt. Ik, de Baarlijke.
Wat te doen? Het beste is maar verdringen en voorthuppelen. Leer uzelf te overtuigen met een krachtig `dit alles ben ik niet!...' Eerst dan is men het. Alleen uiterste zelfverloochening kan ons redden.

Klik hier voor ander veldonderzoek.

De Nieuwe Brakman: Moenens luchtige sprongen
De eerste recensie

Onno de Witt in de Stentor (13/10/05): Veel in het werk van Willem Brakman hangt samen met het perspectief. We beleven zijn boeken door de ogen van een grote verscheidenheid aan karakters, waarachter zich steevast een gedeelte van de veelschrijver zelf heeft verschanst. In zijn jongste boek voert de Boze ons mee, in de gedaante van 'Moenen metter eender Ooghe'.

Klik hier om de gehele tekst te lezen.

In Marieke van Nieuwmegen, het befaamde mirakelspel uit de zestiende eeuw, speelt de duivel een belangrijke rol. In die rol heet hij Moenen en blijkt hij in staat tot bovenmenselijk hoge luchtsprongen - die Moenen is dus geknipt voor een boek van Brakman, waarin het duiveltje in ons hoofd vaak een naam krijgt en waarin de boude gedachtesprongen niet van de lucht zijn. Het meest in het oog lopende verschil tussen Brakman en de onbekende rederijker die het stuk schreef, is de luchtigheid. Het mirakel is geen goocheltruc, het gaat om niets minder dan Mariekes zieleheil; de duivel gaat alléén letterlijk met Marieke de lucht in. Brakman daarentegen is figuurlijk luchtig: hij is een meester in terloopse, uit zijn mouw geschudde en daardoor des te treffender geestigheid. En dat daaronder een diepe ernst, een grondige cultuurkritiek en zelfs een moraal schuilgaan - dat is nu eenmaal het kenmerk alle ware humor.



Voorpublicatie (de Nieuwe Brakman/6/september): Moenens luchtige sprongen

De Profeet bezoekt Scheveningen:

Toen ik de woestijnman voor de eerste keer zag bleek Zijn gezicht dat van de doelloos rondlummelende mokker, deze keer had Hij er meer werk van gemaakt en was Zijn facie die van de verheven, eenzame dichter. Een gezicht als een verwaarloosd landschap met barsten en kloven, duinen, lava, kortom de sporen van een geleefd leven. Ik kon dat op mijn gemakje bekijken in een wat verzakt huis waar een aantal kameeldrijvers aan het ruziën waren. De woestijnman die overigens door de aanwezigen de Profeet werd genoemd staarde voor zich uit met prevelende lippen, een geheel dat mij sterk aan de Posthoorn deed denken in mijn geboortestad. Merkwaardigerwijze meende ik tussen de baardmannen ook de twee zwartgeklede heren op te merken die mij destijds hadden overvallen want zij bogen zich een paar maal naar elkaar toe om dan naar mij te wijzen.

Klik hier om verder te lezen

Klik hier voor de pagina uit de Querido catalogus. (opent nieuw venster)

Zie ook de eerste pagina uit het typoscript: Klik hier voor deze pagina. (opent nieuw venster)

Brakman en het engagement

Studenten van de schrijfopleiding van de Hogeschool voor kunsten te Utrecht stelden Willem Brakman vragen over het engagement van de kunstenaar. Het resultaat van hun onderzoek wordt in juni 2006 gepubliceerd. Hier de antwoorden van Brakman.

Vraag 1: Werkt u vanuit een bepaalde ideologie of heeft u dat in het verleden gedaan?
Hier kan ik terugvallen op het begin van mijn laatste boek "Moenens luchtige sprongen".
'Ik heb zo mijn herinneringen. Aan dat laatste twijfel ik nog weleens, wat wil zeggen dat ik daar graag over praat of erover schrijf. Ik heb echter al heel vroeg gemerkt dat wat ik vertel niet is wat ik heb beleefd. Ik beschrijf dus niet wat was, maar dat wat in de plaats is getreden van de werkelijkheid en zich meldt tijdens het schrijven. Zo ontstaan romanpersonen en wel met hun eigen geschiedenis, die men uiteraard nauwelijks beheerst. Wat blijft is eigenlijk het schrijven zelf. Alles beweegt, niets is zeker en niets staat stil. Het is het schrijven van Proust, dat een beschrijven is, voorlopig nog zonder handeling, een: handeling die uiteindelijk door de beschrijving wordt opgeroepen. Men [ ik] schrijft dus niets wat voor het schrijven is ontstaan, men schrijft wat al schrijvend ontstaat en dat door het schrijven wordt bepaald.'

Klik hier voor de gehele enquete

Brakman in bloemlezing Nederlandse verhalen

Met twee verhalen in De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 250 verhalen. [samengesteld door Joost Zwagerman, uitgeverij Prometheus, 2005] is Brakman uitstekend vertegenwoordigd. Zwagerman koos voor Een zeker onbehagen uit Zes subtiele verhalen (1978) - F. Bordewijkprijs 1979 - en Het kind dat wij waren uit Vijf manieren om een oude dame te wekken (1979).
In het radioprogramma "Knetterende letteren" van 22 oktober jl. zei Zwagerman dat bij nagenoeg alle schrijvers de vroege verhalen de beste waren, het meest geladen waren. Brakman - maar dat zei Zwagerman niet - is daarop een uitzondering. Zijn verhalen uit de jaren zeventig en tachtig zijn veel bekender geworden dan de bundels De weg naar huis en Water als water uit de jaren zestig. Een kwestie van publiciteit? van kwaliteit? of was het de tijdgeest? Zwagermans keuze voor het minder bekende verhaal Een zeker onbehagen is opmerkelijk en zijn voorkeur voor Het kind dat wij waren is wel in te zien. In de jaren negentig maakte André van den Heuvel al een prachtige tv-monoloog van dat verhaal.

Klik hier voor 6 andere verhalen.

Duivelskunstenaar uit Boekelo: NRC(21/10/05)

Voor het citaat aan het eind van de brief:
* S. Vestdijk en A. Roland Holst bestookten elkaar in het jaar 1950 met kwatrijnen waarin ze elkaars werk op de korrel namen. De 62 gedichten werden uitgegeven onder de titel 'Swordplay - Wordplay'. Het citaat is uit het kwatrijn 'Een opvatting' van A. Roland Holst. De volledige reeks verscheen in: S. Vestdijk, Verzamelde gedichten III (1971, blz. 247 e.v.) en in A. Roland Holst, Verzamelde gedichten (1971)

Een opvatting
‘Ik hoor, dat uw groot werk iets groots ontbeert.
Ik zag het liever zóó geformuleerd:
Uw Oeuvre houdt hun honger smullend bezig
als een Hors d’oeuvre, eindloos gevarieerd.’

Willem Brakman kiest favoriete romans

Onlangs konden wij drie romantitels noteren die voor Brakman de ideale lectuur zijn.

1. 'The master of Ballantrae' (1889) van R. L. Stevenson. Stevenson werd in Nederland bekend om de horrorgeschiedenis van dokter Jekyll. S. Vestdijk kwam in 1945 met de eerste Nederlandse vertaling. ('The strange case of Dr. Jekyll and Mr. Hyde') Met 'Treasure Island' schreef Stevenson een van de oerboeken van het jongensboek. 'The master of Ballantrae' gaat over de rivaliteit tussen twee broers over een vrouw en over een erfenis. Voor zover bekend is er geen Nederlandse vertaling.




2. Stendhal, 'La Chartreuse de Parme' (1839). De eerste Nederlandse vertaling door Elizabeth de Roos, echtgenoot van E. Du Perron, verscheen in 1948. Een recente vertaling is die van Theo Kars die in 2004 bij Atheneum, Polak & Van Gennep verscheen als 'De Kartuize van Parma.' Korte inhoud 'Een naïeve Italiaanse edelman, ontvlucht zijn ouderlijk huis om zich aan te sluiten bij Napoleon. Door zijn gebrek aan ervaring belandt hij tijdens de slag van Waterloo in allerlei gevaarlijke en komische situaties. Als hij wil terugkeren naar Lombardije blijkt hij daar te worden gezocht wegens landverraad. Zijn tante Gina en haar minnaar, de eerste minister van Parma, vangen hem op en stippelen een kerkelijke loopbaan voor hem uit.'



3. Kafka. Der Prozess/ Het proces. Kafka's meest bekende roman die door zijn vriend Max Brod in 1924 in de nalatenschap werd aangetroffen en in 1925 verscheen. Brakman schreef nooit over Stevenson en Stendhal, maar Kafka noemde hij vaak en de roman 'De bekentenis van de heer K.' kan gelezen worden als een commentaar of een variant op het verhaal van Joseph K. die terecht moet staan zonder er achter komen waarvan hij beschuldigd wordt. Brakman's hoofdpersoon K. doet juist zijn best al het mogelijke te bekennen, maar hij weet de rechtbank niet te overtuigen omdat men een volledige bekentenis onmogelijk acht.





Willem Brakman over De Grote en Kleine dood

Over zijn ervaringen als huis – en bedrijfarts heeft Willem Brakman niet veel geschreven, maar er komen wel artsen voor in zijn werk. De meest bekende daarvan is ene dokter Van Heel die in meerdere romans aanwezig is en die in de roman De koning is dood als hoofdpersoon van een Kafkaeske ondoorgrondelijkheid is. Toch blijkt op vele plaatsen in het werk van Brakman zijn medische blik. Lezend in de roman Die Aufzeichnungen des Malte Laurids Brigge van de Duitse dichter Rilke, zag hij hoe het sterfbed van een der personages uit die roman uit 1910 verschilde van de praktijk van het ziekenhuis in eigen tijd. In een Tros/TV interview legde hij het uit (gedeelte uit: Het Heilig Vuur/1975, met Betty van Garrel):

Brakman: ….het meest wezenlijke van goed schrijven, is goed zien…Het heeft ook wel een sterk ontluisterende kant. Vooral op het gebied wat de dood betreft. Daar kom je bij mij op het centrale punt terecht… Ik woon tegenover een ziekenhuis. Dat is vanuit de lage positie van mijn huis een gigantisch gebouw, dat bijna de hele hemel heeft dichtgemetseld met intieme venstertjes 's nachts, maar mij kan het niet troosten. Er hangt een lugubere sfeer omheen…Waarom? Ik heb mezelf dat vaak afgevraagd. Ik weet wel waar het in zit - het zit in het feit dat in zo'n ziekenhuis alleen maar plaats is voor de kleine, fabrieksmatige dood. Ik zal je vertellen. Rilke heeft het in zijn boek Malte over het sterven van mensen. Hij zegt er zijn mensen als die sterven dan produceren ze een gek geluid. Een akelig dun gepiep stijgt uit die mensen op en dat is hun kleine dood.

BvG: is dat ook echt zo?

Brakman: Dat is zo. Maar er zijn ook mensen die lijden een grote dood. En hij geeft daar een voorbeeld van, namelijk een van zijn voorvaderen de kamerheer Detlev auf Urlsgaard. Dat was een man die leed een grote dood. Hij bewoonde een landgoed en dat was zelfs nog te klein voor die dood. Er moesten balustrades worden weggebroken, en omringt door zijn hofhouding, daverde hij de trappen op, en daverde hij de trappen af - bonkte door de kamers heen. En uit zijn borst steeg een ontiegelijk gebrul, zodat wijd en zijd in de omtrek de honden jankten en de boeren uit hun klompen schoten van angst.

BvG: Men wist, hier gaat iemand dood.

Brakman: Ja! Dat wisten ze; Detlev auf Ulsgaard gaat dood. En dat duurde weken zo, tot hij op het parket in elkaar zakte - en daar lag hij, nog veel kleiner dan ze gedacht hadden, maar zijn dood was ontzaggelijk geweest: groot. En je voelt wel, in een ziekenhuis kan men daar niet aan beginnen. Daar is geen plaats voor. Daar is alleen plaats voor de kleine dood. Mij vervult dat altijd met angst en beven.

BvG: Moet u daar beroepsmatig veel zijn in het ziekenhuis?

Brakman: Nee. Nu niet meer, vroeger wel Ik ben twee jaar assistent geweest, ik ben nu bedrijfsarts. Ik kom er nog wel en als door alle wateren gewassen medicus krijg ik nog steeds dat beroemde knikje in de knieën als ik de portier passeer. ..Ik kan er niet aan wennen.

Brakman en Sartre

Het is bekend dat Brakman veel belangstelling voor filosofie heeft en nochtans geen filosofische romans schrijft. Zijn belangstelling voor de persoon en het werk van de Franse filosoof Jean-Paul Sartre is daarom opmerkelijk omdat Sartre een literatuur voorstond met een directe politieke en maatschappelijke betrokkenheid. Van het werk van Brakman kan dat niet gezegd worden. In de betekenis van Sartre is hij geen geëngageerd auteur. Brakman en Sartre delen overigens een grote belangstelling voor de romanschrijver Gustave Flaubert. Brakman liet zich door Flaubert inspireren voor zijn roman 'Het zwart uit de mond van madame Bovary' en Sartre schreef een uitvoerige biografische studie over Flaubert met de titel 'De idioot van de familie' [waarvan helaas geen Nederlandse vertaling voorhanden is] Sartre's naam werd gevestigd met de roman 'La Nausée',[1938] waarvan de Nederlanse vertaling in 1963 verscheen met de titel 'Walging'. Een zekere weerzin tegen het voorgeschreven dagelijks leven kan men de personages van Brakman niet ontzeggen. Brakman las ook het boek dat Sartre's compagnon en levensgezel Simone de Beauvoir schreef :'Adieux. A farewell to Sartre' [Londen,1984]. Hij onderstreepte in zijn exemplaar de volgende passage:
Sartre: "At that time I did not want to write books of philosophy. I did not want to write the equivalent of the 'Critique of Dialectical Reason' or of 'Being and Nothingness'. I wanted the philosophy I believed in and the truths I should attain to be expressed in my novel. De Beauvoir: That is to say that fundamentally you wanted to write La Nausée. Sartre: Fundamentally I wanted to write La Nausée."

Willem Brakman: Bomenrij

Als schilder is Willem Brakman een autodidact, maar in zijn Haagse tijd woonde hij veel bijeenkomsten bij van kunstschilders die elkaars werk beoordeelden. Van de schilder Jan Gregoor leerde hij om met vetkrijt te tekenen. Uit die Haagse tijd stamt ook zijn inzicht dat de vorm van het schilderij: de vlakverdeling, de verschillende ritmes der vlakken en het evenwicht in het kleurgebruik voorafgaat aan de inhoud, aan het plaatje. Op dit recente olieverfschilderij zijn die opvattingen terug te vinden. Vóór het schilderij staat een foto van het landschap dat hem tot dit schilderij inspireerde: een park in het Twentse Haaksbergen.

Wim Noordhoek: Brakman in citaten

Wim Noordhoek opende de tentoonstelling van Markus in de Zeeuwse Bibliotheek in Middelburg met de volgende toespraak.

...Maar eerst dit. De schrijver, die in juni 83 is geworden, heeft niet lang geleden bij een val van zijn fiets zijn heup gebroken. Eigenlijk zou hij dit najaar zijn laatste roman verschijnen, maar door die val en de gevolgen ervan is hij toch weer aan het schrijven geslagen. Ik denk dat hij viel omdat hij niet meer schreef. Eerst brieven. Zo schreef hij me hoe hij lag aan infusen en beademing. Zijn uitzicht was beperkt. Een rommelig stuk stad strekte zich uit. Hij probeerde zijn ongevraagde raamuitsnede terug te brengen tot twee dimensies. Citaat: 'Het is flets en flauw, maar in gedachten projecteer ik alles in een vlak. Plotseling wordt het dan soms boeiend.' Daar lag hij dus, opgescheept met een uitzicht. Ik citeer verder uit die brief:...

Klik hier om de gehele tekst te lezen.

De rest is zoek

In de Zeeuwse Bibliotheek in Middelburg is van 20 augustus tot en met 24 september een tentoontstelling van tekeningen en wandschilderingen van Markus. Hij heeft zich laten inspireren door romans van Willem Brakman en gedichten van F. van Dixhoorn. Markus schreef ter inleiding de volgende tekst:

Klik hier om verder te lezen

verschijning van de engel aan de herders

Toelichting bij het schilderij: In de jaren vijftig maakte Brakman een aantal op bijbelverhalen geïnspireerde schilderijen zoals 'Het afgedwaalde lam', 'Zacheüs in de boom' en het hier afgebeelde 'Verschijning van de engel aan de herders'. (olieverf, 80 x 90 cm, particuliere collectie)

Belcanto

Willem Brakman: Nog niet zo lang geleden werd mij in verband met een enquête gevraagd of ik er een dagboek op na hield. Op zo'n vraag is natuurlijk pas goed te antwoorden als de enquêteur de hoorn weer op de haak heeft gehangen, en mijn goede antwoord had moeten zijn dat ik geen behoefte had, hoe dan ook, mijn ervaringen van de dag te ordenen.

Klik hier voor de gehele tekst.

Uit: 'Dat was nog eens luisteren! Negenentwintig schrijvers en dichters van Querido over de muziek in hun leven.' Amsterdam 1985, blz. 17-19.

Houdt Willem Brakman een dagboek bij?

Willem Brakman:

"Ik houd geen dagboek bij. Het autobiografische, het wezenlijke van een dagboek dus, verdwijnt nagenoeg in mijn boeken. Wel ga ik altijd vergezeld van een notitie boekje: in de auto, op de fiets, zelfs bij de televisie. In dit boekje staan volstrekt chaotische kreten. Als ik mijn gevoelens en emoties zou gaan ordenen in een dagboek, zou dat voor mij fnuikend werken. Het licht chaotische zit in me; je vindt het terug in de inrichting van mijn huis en in mijn hele leven. Mijn boekenkast is bijvoorbeeld een chaos; niets staat op alfabet. Ik heb die beweeglijkheid en dat raadselachtige nodig. Er vonken invallen uit voort. Ordenen is niets voor mij. Het zou tot verkoeling, verkilling leiden.( NRC-Handelsblad, 13 juli-1984)"

scriptie over Heer op Kamer (Vincent Schmitz)

Vincent Schmitz was redacteur van het studententijdschrift Nymph. Na zijn studie werd hij redacteur bij uitgeverij Prometheus. Hij studeerde in 1999 af aan de Universiteit van Amsterdam. De titel van zijn onderzoek was: 'Waar u mij verstaat, moet er sprake zijn van een misverstand. Interpretatiemoeilijkheden en - mogelijkheden bij Heer op kamer van Willem Brakman.' In zijn conclusie betoogt Schmitz dat het bij Brakman niet gaat om die ene juiste uitleg, maar om de mogelijkheden die lezer en schrijver tot stand brengen, voorwaar een postmoderne benadering.

Conclusie uit zijn scriptie Toen ik eind 1998 Willem Brakmans roman Ante Diluvium recenseerde voor het tijdschrift Nymph heb ik enkele problemen aangekaart waarmee de auteur en zijn werk te maken hebben: ondanks goede kritieken, literaire prijzen en een heuse fanclub vangen zijn boeken stof in de bibliotheekkasten en worden ze al jaren niet meer herdrukt, redenen die waarschijnlijk meespeelden toen hij uit de nieuwe tentoonstelling van het Letterkundig Museum verwijderd werd ten faveure van jongere en meer populaire auteurs in november 1997. Ik wees er in mijn artikel op dat het er vooral op aankomt met de uiterste aandacht te werk te gaan wanneer je een boek van Brakman leest:

Wie even niet oplet, is onherroepelijk verloren (...) Zoeken naar een heldere plot is onbegonnen werk; de lezer krijgt het laatste woord en wordt de vrije hand gelaten elk puzzelstukje op een willekeurige plek in het geheel te plaatsen. (Schmitz 1998: 10)

Deze uitspraak kan ik nu enigszins nuanceren: de lezer krijgt niet zonder meer het laatste woord. Een tekst van Brakman krijgt ten volle de kans te groeien wanneer schrijver en lezer samenwerken. De lezer moet zijn uiterste best doen de tekst samenhang te verlenen en die samenhang komt hij het beste op het spoor door oog te hebben voor beeldspraken in de tekst die naar elkaar verwijzen of naar een niet exact te benoemen `beeld' dat al dan niet visueel is. Bart Vervaeck noemde het netwerk van beelden in een postmoderne tekst hét samenhang verlenende element en in dat opzicht heeft zijn benadering van postmoderne literatuur een essentieel bestanddeel gemeen met de literatuuropvatting van Willem Brakman; ook hij wijst immers telkens op de noodzaak oog te hebben voor dat centrale uitgangspunt. Wellicht zit dat tussen de regels door schemerende beeld in Heer op kamer in de angstige, armoedige en griezelige sfeer die al in de eerste bladzijden over de tekst hangt, wanneer de tijd voorbijsluipt als `een zwart heer met hoge hoed, op de tenen, sluw gekromd en met hoog geheven dunne benen als van de voorpret'. Hoewel Brakman in zijn essays heeft aangegeven dat lezers op zoek moeten gaan naar het eenheidstichtende beeld van waaruit hij begint te schrijven, zal die lezer dat beeld nooit precies vinden; daar is het té persoonlijk voor. Het is eigenlijk noodzakelijk je te verdiepen in Brakmans essays om je te realiseren waar je op moet letten, maar ook om te beseffen dat je nooit alles zult begrijpen en dat dat misschien niet eens uitmaakt. Beschouw het lezen als een avontuur en je komt nooit bedrogen uit. Ik heb al eerder geschreven dat ik het idee heb dat het Brak-man niet interesseert of de interpretatie van de lezer overeenkomt met die van hemzelf, zolang het maar een goede, weldoordachte interpretatie is, een die ontstaat door een optimale inleving in de tekst. Geestelijke groei, dáár gaat het om. In mijn inleiding stelde ik de vraag of het nuttig is je te verdiepen in de opvattingen over literatuur die Willem Brakman koestert en die vraag kan ik bij deze positief beantwoorden.
Anders ligt het met de andere helft van die vraag: heeft het zin je te verdiepen in studies over postmoderne literatuur om zodoende beter voorbereid te werk te gaan met een tekst van Brakman? De mogelijkheid dat zelfs Brakman weleens een spelletje speelt en in Heer op kamer details uit The Lodger heeft verstopt, simpelweg voor zijn eigen plezier, moet niet onderschat worden. Het lijkt mij niet aannemelijk dat dergelijke details erin zijn gestopt om er door de oplettende lezer weer uitgehaald te worden. Dat er zo veel speurwerk verricht kan worden naar de teksten die Brakman in zijn proza verwerkt - naar hoe hij ze citeert, bewerkt en naar zijn hand zet -, is interessant, maar of het ook ergens toe leidt, is nog maar de vraag, zeker in het geval van Heer op kamer.
Het is goed je te beseffen dat Brakman niet de enige auteur is die zich inlaat met het weggummen van in traditionele literatuur geaccepteerde grenzen en teksten die je bewust maken van de fictie van het gelezene, maar het meest raadzaam blijft het zijn teksten te lezen, te hérlezen en vooral zijn hele oeuvre te bestuderen, inclusief de boeken waarin hij reflecteert over aard en functie van literatuur, boeken die je ook moeilijk los kunt zien van dat oeuvre. Dan zul je steeds meer oog krijgen voor de verbanden die in dat hele werk zitten. Natuurlijk gebruikt hij technieken die ook in postmoderne literatuur voorkomen, maar ik krijg niet de indruk dat een tekst van hem beter geïnterpreteerd kan worden wanneer je je verdiept in kenmerken van het postmodernisme. Bovenal moet je letten op het eigene van Brakmans oeuvre.
Na dit onderzoek kan ik, toch met een zeker gevoel van opluchting, concluderen dat hoeveel je je ook verdiept in Brakmans teksten en hoeveel hart en ziel je er ook in legt, je nooit alles zult begrijpen, en dat dat niet erg is. Wat dat betreft is er toch weer een overeenkomst met dat vermaledijde postmodernisme, waarvan theoretici zeggen dat het geen zin heeft te zoeken naar volledig begrip, omdat dat toch niet de bedoeling is. Brakmans boeken zullen nooit weggelegd zijn voor het grote publiek en zo hoort het ook. De vragen die zijn teksten oproepen en de zo persoonlijke en daarom nooit navolgbare associatieve vluchten vormen de kern van zijn oeuvre en blijven de struikelblokken waardoor zovelen afhaken. Het is onontkoombaar dat wanneer veertien recensenten een van Brakmans boeken bespreken, er minstens veertien verschillende interpretaties uit volgen, en dat wanneer je denkt er heel veel van te begrijpen, er toch zeker sprake moet zijn van een misverstand.

Leesclubje

In zijn scriptie over Leesclubje waarmee Henk Aalbers in 1987 in Nijmegen afstudeerde, ligt de nadruk op het karakter van de hoofdpersoon. De titel van deze studie - een versregel van Vestdijk die ook in de roman wordt genoemd - wijst daar al op (Vestdijk: 'Wie weet hoe hij beminnen moet in 't najaar, hij spreke . . . ').
Aalbers negeerde daarmee de gewoonte om Brakman op postmoderne manier te lezen, maar ook ging hij voorbij aan door Brakman zelf benadrukte aspecten van deze roman zoals de wraakneming en de vermenging van theater en rechterlijke macht. Het schilderij op het omslag staat ook op de voorkant van de roman (uitgeverij Querido 1985). Het heet 'Feestvierende patiënten' en is gemaakt door H. H. Kamerlingh Onnes (1893-1985). Het schilderij is tegenwoordig in bezit van het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem, maar was lange tijd eigendom van Brakmans vriend Nol Gregoor. Henk Aalbers is recensent bij het dagblad de Gelderlander.

Het grondmotief
Het slot van de analyse van Leesclubje behelst het formuleren van het grondmotief en het geven van een korte toelichting erop. Als het goed is zal het grondmotief ons niet verrassen: het is in de loop van de analyse steeds beter zichtbaar geworden en we hebben er al verschillende malen op gezinspeeld. Het zal eveneens niet verbazen dat het grondmotief, evenals de abstracte motieven, 'gedragen' wordt door d e ik-figuur.
De ik-figuur is een man vol verlangen en hunkering. Enkele citaten ter illustratie:
" (...) ik was de geboren hunkeraar (...)" (p.87)
"(...) een en al hunkering was ik (...)" (p.90)
...) diep in mijn hart heb ik er altijd naar verlangd een geliefd, bemind en gerespecteerd mens te zijn." (p.104)

Van vervulling is echter niet of nauwelijks sprake. Leesclubje is namelijk een bonte verzameling van mislukkende toenaderingspogingen en slecht verlopende contacten. De onmacht van het individu om contacten te leggen zouden we derhalve het grondmotief van Leesclubje kunnen noemen.

De abstracte motieven kunnen zonder veel moeite worden ingepast in het hierboven geformuleerde grondmotief. De dood is zo overheersend aanwezig dat de pogingen van de ik-figuur om contacten te leggen er in negatieve zin door wordt beïnvloed. De dood is een belemmerende factor. Hetzelfde geldt voor angst/wantrouwen: de mensen met wie de ik-figuur graag contact zou willen hebben, boezemen hem tegelijkertijd angst en wantrouwen in. Het steeds terugkerende isolement, tenslotte, benadrukt de onmogelijkheid van een goed verlopend contact.

Leesclubje in de_Brakman-traditie
De kenmerken van het werk van Willem Brakman die in hoofdstuk 1 behandeld zijn, zijn voor een groot deel ook terug te vinden in Leesclubje. Dat blijkt uit de abstracte motieven en het grondmotief die hiervoor behandeld zijn. Ook de hoofdfiguur uit Leesclubje is een typische Brakman-hoofdfiguur. Het is een 'outsider'. Met een sterke verbeelding. Hij heeft een dualistische houding tegenover seksualiteit. Hij streeft 'hoogtepunten van beleven' na.

Het rijke palet van Brakman (van sober tot barok) is ook in Leesclubje goed zichtbaar. Ook Brakmans band met Vestdijk komt in deze roman naar voren: in het verhaal van 'de verbannen man' wordt gerefereerd aan twee gedichten van hem. tenslotte noem ik de intertekstualiteit. Leesclubje is ~n roman waarin veel andere literatuur een rol speelt zoals gezegd de poëzie van Vestdijk, maar ook Melvilles Moby Dick moet hier genoemd worden (en dat is nog lang niet alles: de ik-figuur refereert regelmatig aan andere literatuur).
Am de voor de hand liggende conclusie dat Leesclubje in de 'Brakman-traditie' past, moet wel direct worden toegevoegd dat dat een traditie is die telkens weer verrast en boeit.

Brakman en de sprekende doden


In 1993 studeerde de Neerlandicus Henk Vos aan de Vrije Universiteit van Amsterdam af op het werk van Brakman. Zijn doctoraalscriptie gaat over de figuur van de sprekende dode die Brakman voor het eerst invoerde in het verhaal Aner hysteros waarin een zoon, lopende achter kist van zijn vader, een gesprek met de overledene aanknoopt.





Klik hier voor het Besluit van de Doctoraal Scriptie.

Op het spoor van de melancholie

In 1992 hield Brakman een lezing met deze titel in De Balie in Amsterdam. (De tekst is na te lezen in de bundel Vrij uitzicht (2001).) 'Melancholie' heeft in het Nederlands spraakgebruik een voornamelijk positieve ondertoon, maar Brakman gebruikt het begrip in de meer oorspronkelijke betekenis waarbij het eerder gaat over de ervaring dat het dagelijkse leven niet meer vanzelfsprekend soepel verloopt. "De oude indeling der melancholie", aldus Brakman in zijn Amsterdamse lezing, "maakt het onderscheid tussen de aangeboren en de actueel veroorzaakte treurnis, maar ruimt ook een plaatsje in voor de zogenaamde 'duistere melancholie', die stoelt op een inzicht dat bij de Schepping, toen licht van duisternis werd gescheiden, een troebeling van dat licht niet kon worden voorkomen. In die hoek zou ik zonder aarzelen de grote ontstemden plaatsen, zoals Hamlet, Don Quichot, Oblomov, Byron en Jacques Bloem, en wat mijzelf betreft heb ik genoeg weet van ochtendgrauw, avondondergang, helhete zomermiddagen en verlaten perrons om deze namen met reverentie te noemen."

Aanleiding voor bovenstaande overweging was een essay van de Amerikaanse cultuurhistoricus Charles Rosen in het jongste nummer van de New York Review of Books (9 juni 2005). Rosen bespreekt uitvoerig een nieuwe editie van Robert Burtons The anatomy of melancholy en laat vervolgens zien hoe het begrip melancholie zijn medische betekenis verloor en verwant raakte aan begrippen: spleen, verveling, ennui. "Boredom now offered the characteristic alienation from society once provided by melancholy."
In een (nog) ongepubliceerde tekst van Brakman troffen wij de melancholie aan in de vertellende vorm die zoveel meer kanten kan laten dan welke definitie ook.

"Ik ben een melancholicus, iemand wiens gal zwart is. Tevergeefs zal men zoeken naar een oorzaak; geen bovennatuur zoals God en de Zijnen, zijn Engelen, of de natuurlijke duivel en zijn gevolg. Geen heksen van een niet te dragen schoonheid. Er is de last der jaren, de erfelijkheid van het voorgeslacht, slechte spijsvertering, het eten van vlees want een beest is een beest, bedorven lucht, eenzaamheid, ingeboren haat, kwaadaardigheid en afgunst. Het "goeden morgen" behoort niet tot mijn retoriek.
Wel is er een overeenkomst met de opening van een schaakwedstrijd waarvan pas later de boze bedoeling zichtbaar wordt. Een mineur dat zich zowel van voren als van achteren verspreidt over de hele dag. Ervaring is hier een vereiste, wat kan men doen, welk toneelspel maakt het een en het ander nog leefbaar. Bijvoorbeeld, het hanteren van een gekookt ei, aan het begin van de dag en als zodanig een cruciaal punt, waarin de verplettering die tegen het plafond doet spuiten maar, een zacht, ingehouden en dreigend pellen van scherfjes laat zien, gevolgd door het eten voor in de mond. Zo heb ik ook een neiging ( omdat ik een hekel heb aan bukken vanwege beroertes en dergelijke) mijn sokken bij het opstaan opzij te leggen en blootsvoets naar beneden te komen. Dat heeft een merkwaardig verloop want het doet mij, eenmaal aan tafel, hinderlijk hoesten en ik heb voldoende psychologisch inzicht dat dit nadrukkelijk hoesten niet bepaald nodig is en de bedoeling heeft het dreigend "je voeten stinken en je sokken ook" onmogelijk te maken.
Mijn vader was een goede leerschool, maar hij was overwegend opgewekt en blij. Hij wilde de eerste zijn in het badkamertje, steeds zag hij kans de eerste te zijn en de deur te grendelen. Bewust of onbewust was er een tijdje wind na wind te horen maar ik alleen wist dat het een imitatie was en met de mond werd gedaan. Het is ook niet zo moeilijk om in te zien dat ik 'het grote opstaan' van mijn vader heb geërfd, met als enig verschil dat hij geen melancholicus was. Wij wisten, ik weet niet hoe, dat zijn penis vaak buiten zijn pyjamabroek hing, nog een restant van vroeger. Niemand bad aan tafel, de achtergrond was zachte muziek en op zondag waren er de toastjes die ons steeds verrasten door omhoog te schieten alsof ze naar adem hapten. Als allen klaar waren dan was hij de eerste die opstond en steevast zei hij dan over zijn schouder: "Het zaad ontkiemt, gezegende maaltijd."
Was ik gelukkig? Ja maar dan zeer droevig."

Brakman en Rosenboom over Het Schoolplein

In zijn Pamflet over gedrag in Nederland (Denkend aan Holland, 2005) schrijft Thomas Rosenboom dat hij een hotelkamer huurt: "Die bleek recht tegenover een nu nog leeg schoolplein te liggen. Onsteld naar buiten kijkend - in een flits dacht ik aan het schoolplein vlakbij mij in de buurt -overwoog ik of ik nog een ander hotel zou kunnen krijgen, maar toen ging de zoemer: al de kinderen stroomden naar buiten..."

Ook Brakman heeft lange tijd in de buurt van een schoolplein gewoond (uit het Zwart uit de mond van Madame Bovary-1974):
"Ik ben leraar, ik houd niet van kinderen. Daarin ligt voor mij geen tegenspraak, maar eerder een logisch verband. Wie de hysterie in al zijn kleurrijke vormen wil bestuderen, begeve zich naar het schoolplein."

Uit Comeback (1980):
"En het nam steeds toe, zijn bange vermoedens werden ten volle bewaarheid, 's nachts, in het geheim en ondergronds werd de school met kindekens gevoed. Navragen had geen zin, een schoolkind houdt met kleine loerende varkensoogjes zijn mond stijf dicht, trapt daarna tegen je schenen en stuift heen. Meesters zouden het eerst twee keer laten herhalen, dan niet begrijpen en daarna de kinderen waarschuwen voor de grijze gebogene die vervolgens een bal tegen zijn hoofd krijgt. Spoedig kostte het hem de grootste moeite zijn huis te bereiken, hij waadde door de kinderen die bij de schooldeuren in golven de straat op werden gemikt. Hij sloeg met zijn stok op hen in, maar ze beklommen zijn ronde rug, staken potloden in zijn oren en lieten opgeblazen papieren zakken barsten. Muren brokkelden af, ruiten rinkelden en de meester riep ijl en dun: "Niet doen jongens, mag niet."

Brakman en Van Gogh

Brakmans roman 'Vincent' (1993) gaat over een schilder die een groot bewonderaar is van van Vincent van Gogh. Hij probeert zijn leven en werk in te richten volgens zijn grote voorbeeld en ontdekt te laat dat Van Gogh een kunstenaarschap heeft ontwikkeld dat alle toegangsdeuren heeft geopend, maar alle uitgangen heeft afgesloten. Model voor dit kunstenaarsschap stond Jan Gregoor, kunstschilder en docent aan de kunstacademie van Eindhoven. De Nijmeegse antiquair Han Rouwenhorst biedt twee schilderijen van hem aan: een stilleven uit Gregoors leertijd en een autobiografisch schilderij uit zijn laatste jaren. Jan Gregoor (1909-1983) was een broer van de schrijver Nol Gregoor, bekend door zijn publicaties over Vestdijk en Willem Brakman.

Klik hier voor twee voorbeelden van het werk van Jan Gregoor uit een door Rudy Fuchs samengestelde catalogus(PDF document).

De schrijfmachine van Brakman

Brakman heeft altijd geweigerd om zijn werk met een computer te schrijven. Zijn voornaamste bezwaar was dat de snelheid waarmee de tekst geschreven kon worden aan zijn werk geen goed zou doen. Snelle correcties zouden de overwegingen tijdens het schrijven aan kwaliteit doen verliezen. Op de foto is te zien dat Brakman aan de laatste versie van een roman bezig is omdat hij zijn eerste versies met de pen in een schrift schrijft. Omdat de schrijfmachine sporen van krijt of verf vertoont maakt Brakman zijn schilderijen en tekeningen blijkbaar op dezelfde tafel.

De hel volgens Willem Brakman

Arie Storm, de romanschrijver en medewerker aan het literatuurprogramma Opium, publiceerde onlangs een bundel met aanstekelijke beschouwingen over de moderne roman. 'De X-files van de literatuur' (uitgeverij Prometheus, 2005). In de Tiende File laat hij zien dat Dante met zijn epos De goddelijke komedie (14e eeuw) de richting heeft aangegeven waar het met de moderne roman naartoe moest. Naar fictie en science fiction, aldus Storm. Brakmans roman over de desolate toestand waarin de hel tegenwoordig verkeert kreeg de titel Inferno, de titel van Dante's hoofdstuk over een reis door de hel. Arie Storm geeft het volgende commentaar:
"Een prachtig twintigste-eeuws antwoord op Dante kwam van de hand van Willem Brakman met zijn roman Inferno (1991)...

Klik hier om het gehele stuk te lezen.

Brakman en 40-45

Brakman heeft niet vaak over de oorlog geschreven. Zijn enige roman die geheel over de oorlogsjaren gaat is Debielen en demonen, 1969.

Daarnaast heeft hij in zijn autobiografisch werk ook aandacht voor de bezetting:

Het gedachtenleven van een kat is voor de mens verborgen, de ziel echter, het gevoelsleven, is een duidelijke zaak, daar valt over te praten. Maar eerst wil ik het in deze over de bezetting hebben, die ik van verschillende kanten heb waargenomen: als held, angsthaas, zwerver, onderduiker en dat alles ook nog met en zonder idealen, met en zonder vals persoonsbewijs, hongerig, zat, bij schel carbidlicht en bij het allerkleinste pitje waarover de bezetting maar beschikte.

'Mijn Bezetting', werd gepubliceerd in: "In Den Haag geschied. 750 jaar in verhalen en beschouwingen." Samenstelling Han Foppe, Uitgegeven door Sdu Uitgevers, Den Haag 1998. Dit boek is een bundel verhalen over historische gebeurtenissen in Den Haag, met bijdragen van o.a. P.F. Thomése, Frédéric Bastet, Ethel Portnoy, F. Springer, Helga Ruebsamen en Nicolette Smabers. De bijdrage van Willem Brakman verscheen in gewijzigde versie ook in zijn autobiografie J'accuse. [2004]

Klik hier voor de gehele tekst

Zie ook hier voor Brakman in militaire dienst

Brakman en Bomans

Uit de Bomanskrant:
Het interview dat de Bomans Krant onlangs met Willem Brakman had, is nu ook gepubliceerd in de Nieuwsbrief 15 van de Willem Brakmankring. Dit periodiek wordt verspreid onder de leden en donateurs van de Willem Brakmankring. Opmerkelijk is de manier waarop het interview in dit nummer aangekondigd wordt, namelijk door Brakman zelf. " 'Ik was maar een klein sterretje om de planeet Bomans. Door zijn werk kon ik niet heenkomen, maar zijn toneelspel was prachtig: peinzend, een pijp rokend, filosoferend in een mooi huis. Ik had met hem willen schaken door langdurig diepzinnig naar het bord te kijken, zonder één stuk te verplaatsen.' Met deze woorden vatte Brakman voor ons samen wat de strekking is van het lange interview over Godfried Bomans dat wij konden overnemen van de Bomanskrant."
Mogen we de gecursiveerde woorden van Brakman zien als een samenvatting van het hele interview ? Dat vroegen we aan Gerrit Jan Kleinrensink, voorzitter van de Brakmankring en redacteur van deze Nieuwsbrief. Ja en nee. Brakman zei dit namelijk vóórdat hij het interview gelezen had. Kleinrensink: "Het woord 'samenvatting' is dus niet helemaal op zijn plaats, hij gebruikte het woord ook niet, maar wilde de kern van zijn opvattingen over Bomans - wat ik 'de strekking' noem - even voor mij duidelijk maken (in een telefoongesprek). Hij had het gesprek met Jeroen Aarten overigens bijzonder genoeglijk gevonden."

klik hier voor het gehele interview.

Brakman: op de radio-RTVoost

Klik hier om het interview te beluisteren

Selecteer eerst "uitzending gemist", dan "Radio archief", selecteer vervolgens bij "kies ander programma" de optie "half uur humanisme" , en kies tenslotte "17 april 2005"

Brakman's mythische figuren

In de bundel 'Mythische figuren van de moderniteit' worden literaire gestalten besproken die een bijna mythische faam hebben verworven omdat zij typische kenmerken belichamen van onze tijd. Ze brengen tot uitdrukking wat de tijdgenoten als hun identiteit ervaren.

Het boek gaat over Faust, Don Juan, en Anna Karenina maar ook over figuren die in het werk van Brakman een rol spelen: Hamlet, Don Quichotte, Frankenstein en Jozef K. uit het werk van Kafka. Over Frankenstein schreef Brakman in 'Over het monster van Frankenstein' (1976, samen met de novelle 'Glubke's oordeel'); Jozef K. is de hoofdpersoon in 'De bekentenis van de heer K.' (1985). Don Quichotte treedt als 'de Don' op in de novelle 'Een voortreffelijke ridder' (1995)

In de bijdrage van Paul Pelckmans - Don Quichtotte tussen mythe en misverstand - wordt ook Brakman's variant van het verhaal van Cervantes ter sprake gebracht:
" [ . . .] De nieuwe kolder zit wel gecompliceerder in elkaar en is met zijn sprookjesreminiscenties en zijn naïeve dierenliefde vooral vertederend. Het belangrijkste verschil is dat de Don, die zich kritiekloos in die fantasieën beweegt, deze keer inderdaad veel interessanter lijkt dan zijn redelijke tegenspelers. Wat bij Cervantes elementair gezond verstand was, wordt nu gediskwalificeerd als esprit de sérieux. De don en zijn schildknaap zijn, eventueel met het verrezen Sneeuwitje, de enige personages die een echt boeiend leven leiden."

{Mythische figuren van de moderniteit. Redactie Jacques De Visscher en Jean-Pierre Wils,, uitgeverij Damon, Budel 2004}

interview Willem Brakman: jubileumbulletin Rijksmuseum

Ieder gesprek met de sympathieke, inspirerende 82-jarige auteur en kunstenaar Willem Brakman duurt te kort. Maar hoe kort of lang ook, het deert hem niet. Hij 'tekent' al pratend een 'schets' die - als zijn woorden meteen in beelden zouden kunnen worden weergegeven - gaandeweg het karakter van een schilderij krijgt. "Kunst is de vrijheid van de geest contra de dwang van de feiten", zegt hij. "Zo ontstaat de glans van wat ik zie als ik door het museum loop". Hij komt er vaak. De medewerkers achter de balie wuiven hem al van verre toe als ze hem zien aankomen. "Zij zijn mijn vrienden".

Klik hier voor het gehele interview

Waarom Jan Mulder Brakman leest

Door Jan Mulder Volkskrant 3 februari, 2005

Klik hier voor CAMU. (opent nieuw venster)

xhtml 1.0 | contact | disclaimer | copyright