wbrakman.nl

Bric Brac

Een archief van eerdere berichten. Beschikbare jaren: 2017 - 2016 - 2015 - 2014 - 2013 - 2012 - 2011 - 2010 - 2009 - 2008 - 2007 - 2006 - 2005 - 2004 - 2003 - 2002 - 2001.

Dit is 2001

"Lezer, wees gewaarschuwd!"

ALEX MOL

U bent een lezer anders kwam ik u hier niet tegen. Maar of er een Brakmanlezer in u steekt weet ik niet. Wat is daar voor bijzonders aan, zult u vragen, wat onderscheidt de Brakmanlezer van andere lezers?

Ik zeg u uit ervaring, Brakmanlezen is alles of niks. Als het alles wordt zit je er voor de rest van je leven aan vast. Bij Brakmanlezen gaat het om de overgave. Niet alleen aan het lezen, aan alles wat zich mogelijkerwijs tussen de regels, achter het omslag of in de nacht volgend op het lezen, in dromen kan voordoen. Er kan van alles uit de lucht vallen, want zo is de lucht bij Brakman.

'Waar gaan die boeken dan toch over?' Nu zou ik kunnen zeggen, ach, ik hoor het al, loop naar de pomp, maar dat doe ik niet. Wat kan ik met goed fatsoen antwoorden? Misschien dit: zoals alle goede boeken gaan ze over u.

'Hoe kan dat? Wat gebeurt er dan in die boeken?' Op de van andere boeken bekende manier gebeurt er weinig tot niets, maar verder ongeveer alles: er ruist geen rok, er kleppert geen brievenbus, er zit geen neus aan een hoofd of er komt bij Brakman wat van. Meestal gedonder. Alles blijkt opnieuw op de meest merkwaardige manieren met alles te maken te hebben.

Wees dus gewaarschuwd. Boeken van Brakman zijn als het huis op de heuvel. De muziek zwelt aan. Alles zegt ga hier niet binnen, en dus gaat u. En U zet koortsige, boeklange achtervolgingen in. Het baat niet. Zie je de Brakmanhiel ginds net om een hoek verdwijnen, ren je je rot, is ie alweer foetsie, o nee, daar in de verte, daar gaat ie. Of is dat iemand anders?

Onvermijdelijk komen dan de momenten van hijgend stilstaan, om je heen spieden en niks meer zien of horen, zelfs geen gekraak in het struikgewas. Pas dan op, achter u!

Alex Mol is de auteur van Is daar iemand? (uitgeverij Contact 1999) waarin hij een aantal van zijn columns bundelde die eerder in de VPRO-gids waren verschenen. Daarin had hij al blijk gegeven van zijn waardering voor het werk van Willem Brakman. Bovenstaande bijdrage is er een vervolg op.

uit: Vrij Nederland, 24 november 2001

"In september maakte Arjan Peters een interview voor de Volkskrant met Willem Brakman, naar aanleiding van diens essaybundel Vrij uitzicht die bij Querido zou verschijnen. Die bundel kwam er ook, maar met enorme vertraging. Zonde van de publiciteit zou je zeggen. 'De Volkskrant had een gat en Peters is een liefhebber van Brakman. Daarom ging dat interview toch door. De v ertraging zat hem in de punten en komma's, dat is bij Brakman altijd een hele kwestie,' zegt George van Elburg van Querido."

Door de Brakmankring gevraagd naar het 'hoe en waarom' schreef Arjan Peters:

"George van Elburg van Querido had mij verteld dat Vrij uitzicht eind augustus zou verschijnen. Toen dat niet doorging werd 11 oktober als nieuwe datum genoemd. Ik hield mijn interview met Brakman kort daarna. Toen het boek er eind oktober nog niet was heb ik het interview gepubliceerd, voorafgegaan door de opmerking "Binnenkort verschijnt". Dat die aankondiging een aansporing is geworden voor de uitgever om nu echt aan de slag te gaan, was hun eigen schuld. In Vrij Nederland wordt ten onrechte de indruk gewekt dat Brakman (te langzaam) en ik (te snel) er de oorzaak zijn van zijn dat er zo'n gat zat tussen het interview en het verschijnen van Vrij uitzicht.'

Fietsen met Willem Brakman,

is de titel van een radioprogramma dat op maandag 22 oktober werd uitgezonden in het VPRO-programma De Avonden op Radio 747. Hieronder de inleiding van Wim Noordhoek

Wim Noordhoek

-Op 17 juli jl. ben ik een dagje wezen fietsen door Den Haag met Willem Brakman om opnamen te maken voor de Avonden. Een mooie, zonnige dag. 's Ochtends om 11 uur troffen we mekaar op het Centraal Station en na een kopje koffie in de restauratie gingen we de trap af naar de fietsenverhuur. Daar bleek dat we al gesignaleerd waren. Er stonden twee fietsen - van verschillende hoogte - voor ons klaar. 'Kent U hem?' vroeg ik de dienstdoende dame.

Hem? Ze zou hem niet kennen, 'die komt hier zo vaak'. Nu moet u weten dat ik Willem Brakman ook al een aantal jaren ken, we wisselen brieven en ik ben lid van de Willem Brakman Kring, een soort schrijversfanclub. En wat u ook moet weten is dat we allebei uit Den Haag komen. Hij bracht zijn belangrijkste jeugdjaren door in Duindorp, dat is Scheveningen, en ik kom uit de wijk Bohemen, dat is bij Meer en Bosch.

Zo begaven wij ons dus op pad. Allebei op het terrein van onze jeugd. Onmiddellijk bleek dat Willem Brakman er een heel eigen manier van fietsen op nahoudt, die bij nader inzien eigenlijk sprekend lijkt op zijn manier van schrijven. Hij laat zich kortgezegd aan niemand wat gelegen liggen en gaat onverstoorbaar zijn eigen gang. Mijn rol was daarbij meteen duidelijk, ik moest proberen hem te volgen, wat soms niet meeviel. Zo verkoos hij het nu om eerst de binnenstad in te steken, op weg naar zijn favoriete tabakszaak in de Heulstraat, zodat we langs het Plein moesten, waar Brakman rakelings langs een cameraploeg van RTL-4 scheerde, die Frits Wester aan het opnemen was in gesprek met De Hoop Scheffer. Hij merkte er niks van. Bij de kruising van de Lange Voorhout en de Parkstraat werd me zijn verkeersbenadering pas goed duidelijk. Hij meende dat het verkeer zich maar aan hem moest aanpassen. Wat het ook deed.

Zo kwamen we bij ons eerste reisdoel, de Waterpartij in de Scheveningse Bosjes. In het werk van Brakman een plek waar heel wat wonderen gebeurd zijn.

Bij een theeschenkerij huurden we een bootje. Ik nam de riemen ter hand en gaf de microfoon aan de schrijver. Uit wat hij tijdens deze roeipartij improviseerde bleek weer hoe hij, waar hij gaat, onmiddellijk uit waarneming en reflectie een beschouwing, een verhaal, een compositie begint op te bouwen, die niet onderbroken mag worden door een wijsneuzige vragen-steller en vanzelf een slotsom zal bereiken.

Osama Bin Laden

Alex Mol

'...(citaat) aan de islam mankeert intussen, volgens alle media, niets, aan het christen- of jodendom al helemaal niet, en evenmin aan de westerse levensstijl. Wat is er dan wl aan de hand? Zou er misschien iets fundamenteel mis kunnen zijn met welgestelde, goed geschoolde jonge mannen? Waren zij in de geschiedenis eigenlijk niet altijd al de aanstichters van revolutie en terreur?

Laten wij dan - in navolging van de schrijver Willem Brakman - Osama Bin Laden beschouwen als slachtoffer van een gelukkige jeugd.

Steen

Willem Brakman

Toen mijn dochter nog klein was, ging ik een keer met haar naar de dierentuin en wees daar met mijn stok op de rinoceros vlakbij het hek. 'Kijk,' zei ik, 'hoe hij met modder is bedekt, vingerdikke korsten, zwaar als een pantser en daartussen huid als leer dik als een tapijt.' Toen ik lang genoeg de barsten, kloven en platen had aangewezen en er bij had gestaan als ging ik zelf gebukt onder een loodzware last, wees ik opeens op het kleine, onthutsend glanzende bubbeltje, een gemme, waarin lichtjes spiegelden. 'Vergeet het niet,' zei ik, 'dat is nou geest.'

Hetzelfde overkwam mij met mijn zoon en wel bij de ingang van het Krller-Muller museum, dus op een juiste plaats. Daar waren in het gras grote klompen steen aangebracht, her en der verspreid. 'In zo'n steen, 'vertelde ik, 'is het duister, aardedonker en doodstil, een verschrikking en het kan daar niet zwarter. Maar daar heeft de kunstenaar op iedere steen een vlak gepolijst, zo spiegelend als een hondepiemeltje in de maneschijn. Dat is geest, opeens heeft dat in zichzelf opgesloten brok weet van het andere en daarmee ook van zichzelf; bomen spiegelen, wolken trekken voorbij, nu en dan een vogel en dat is niet niks.'

De hypermoderne stad is een geometrisch universum, gevormd naar lijnen, cirkels, spiralen, vlakken, cilinders en kubussen en aan octaders geen gebrek. Een abstractie, een kristallijne dood, ware daar niet het glas dat niet alleen de wolken bij de zaak betrekt, maar ook de passanten, zonder onderscheid. Mensen trekken door de tabellen en de wetten van fabriek en kantoor; vrolijke groepjes, zorgelijke enkelingen, nu en dan een bedelaar, veel eenzamen uiteraard. Mogelijk schuilt hier toch een troost dat de blikkerende ratio op deze manier weet heeft van wat het scherpe verstand overstijgt. Zo niet dan was dit het beeld van een apocalyptische, absolute onverschilligheid.

Willem Brakman, Uit:R.Lucas en R.Posthuma (samenstellers), 1995, Uitgesproken menselijk (z.p.), p.48

Willem Brakman: 'een jaar later'

Een jaar na de vuurwerkramp in Enschede kregen kunstenaars van wie het huis of het atelier vernietigd of beschadigd werd de gelegenheid om nieuw werk te exposeren. De expositie die in de maand mei op verschillende locaties in en rond Enschede plaatsvond kreeg de naam 'Een jaar later; Een nieuwe start na een bewogen jaar. Een hart onder de riem voor de getroffen kunstenaars.'
Willem Brakman schreef het voorwoord van de catalogus bij deze tentoonstelling. Op 10 juni is het boek tijdens de manifestatie 'Kunst in het Volkspark' aangeboden.

Willem Brakman

Het is bekend dat wij beetje bij beetje steeds meer te weten komen van datgene waar we als totaliteit maar weinig van weten, namelijk de werkelijkheid. Wij kunnen ons wel over de rand buigen, veel vermoeden of verbeelden, maar met die realiteit is het zo gesteld dat we onszelf danig in de weg staan. Niemand kan zijn eigen oog zien als hij kijkt.

Om maar eens een eenvoudig voorbeeld te noemen zijn de boze geesten die bij de jaarwisseling en masse worden verjaagd de vuurwerkontstekers zelf. Een jaar na de vuurwerkramp wordt dit al maar duidelijker. Er is nog een andere overeenkomst met de vuurwerkramp, die wat minder pijnlijk is: die van de realiteit der werkelijkheid.

Enkele jaren terug wilde een onderzoekscommissie eens precies weten hoe dat nu zat met 't monster van Loch Ness en kwam na een diepgaand onderzoek tot de conclusie dat er ondanks de geruisen, borrelingen, foto's en getuigenissen geen reden was aan een monster te geloven.

Om het zo wetenschappelijke van de commissie dacht men zo een streep te kunnen zetten onder al dat monsterlijke gedoe. Het omgekeerde bleek echter het geval, borrelingen, foto's en geruisen wonnen aan werkelijkheidskracht; de wetenschapscommissie had niet kunnen overtuigen zodat men wel moest vaststellen dat verwachtingen, vermoedens en wensen sterker waren dan de wetenschap. Wensen, fantasien e.d. hebben blijkbaar met de realiteit meer van doen dan de zo rele nuchterheid. Het betreft hier het waarnemen van dat wat er niet is, en de mogelijkheid van het onmogelijke.

Kunst in deze moderne tijd is kritiek, kritiek die uiteraard de vrijheid als voorwaarde heeft, wat alles bij elkaar het uiterste tegendeel is van dienstbaarheid aan wat dan ook en zo kunnen de verdedigers van 'geruisen' en 'borrelingen' tot de kunstenaars worden gerekend. Enigszins geldt dit ook voor wetenschappers die vaak hun ontdekkingen doen bij tegenspraken en gaten in hun bewijsvoeringen zodat het hier een algemeen principe betreft. Dit moet hier sterk worden benadrukt omdat de kunstenaar wel een zonderling is, zelfs de randgebieden van de pathologie bewandelt, maar niettemin ernstig tot het redegebied moet worden gerekend. Verbeeldingskracht en wetenschappelijke nuchterheid zijn wel te onderscheiden maar niet te scheiden zodat de conclusie hier moet zijn dat de mens een realistisch wezen is, maar met een te behoefte aan troost en hier treedt de kunst krachtig naar voren. Kunst - die wonderlijke mengeling van vorm, constructie, ratio, materiaalkennis en het spontane en impulsieve van het ervaren - eist toch enige aandacht. De werkelijkheid (of liever de ramptheorie) die lang niet aan lle wensen, verlangens en vermoedens voldoet, heeft ng een theorie nodig, een paratheorie die naar vermogen troostend het afwezige moet verontschuldigen. Iets, een gebogen donkere gestalte, slaat daarin fluks een hoek om, of daalt een keldertrap af, sluipt weg, laat oogwit blikkeren, kijkt achterom, wijst iets aan, duikt weg. Alles borrelingen, geruis, foto's; veel puin moet worden geruimd omdat deze zonderling zich steeds maar verbergt, zich aan het oog onttrekt, steeds weer moet worden opgespoord, aangehouden en voorgeleid om maar weer te ontsnappen, een en ander om de maat der teleurstellingen vol te maken.

Dat is de kunst en haar waarheid: valse beloften, luchtkastelen, ouvertures, daar gaan waar Don Quichotte ons voorging, loze aankondigingen: God komt aanstaande dinsdag om 11 uur 25 aan op het Centraal Station. Met een in het licht treden van 'de wolkenloze dag' kan men pas rekenen als het getal der gelovigen zich z heeft verminderd als voor een wonder past.

Voorlopig verwijst het ontglippen evenzeer naar de onvatbaarheid als naar de goede bedoelingen, maar ook naar een theorie die zegt dat eens de enkelen zullen samenstromen om te laten verschijnen van dat wat zich daarvoor alleen maar toonde.

Scheveningen

In de Volkskrant van 27 juli 2001 laat Arjan Peters enkele romans die in Scheveningen spelen de revue passeren in een beschouwing getiteld De zee van het noorden. Uit Brakmans Een winterreis haalt hij een passage aan over het bezoek van hoofdpersoon Akijn aan zijn vroegere buren. Wie de passage op bladzijde 53 en 54 van Een winterreis er op naleest kan echter tot een andere interpretatie komen dan Peters. De lezer oordele zelf . . .

Arjan Peters

'In de rijkeluiswoningen werd Willem Brakman in 1922 geboren in de Jan van Houtstraat. In menige roman heeft hij Scheveningen en Den Haag teruggeroepen. Als kleine jongen voelde hij wel dat er zoiets bestond als hogere kringen, residentie, lakeien en vorstinnen, maar zelf was hij Kruimeltje die per abuis in een doodgewone familie werd grootgebracht.

In zijn debuut Een winterreis (1961) gaat zijn alter ego Wim Akijn terug naar Duindorp om de herinneringen aan zijn stervende vader eigenmachtig op te waarderen. Hij belt aan bij hun oude buren, en zegt tegen de knorrige Paap: "Als mijn vader er niet was geweest, was ik nu op bezoek bij een weduwnaar. (...) ] Mijn vader heeft tante Riet toch eens een keer naar het strand gebracht, toen ze in een mui terecht was gekomen, of was dat soms anders?"'

Aanvankelijk ontkennen Paap en zijn Riet verhaal over de redding uit zee, tot Akijns ergernis: "Het ging hem niet om waar of niet waar, hij had alleen willen tonen hoe deze buurman uit het verleden voortleefde in het hart van zijn vader, warmpjes omsponnen door een zonnig zeeverhaal, een monument van burentrouw, waarvoor Paap bewogen het hoofd had moeten buigen." Paap bekent tenslotte. Hij was bang weggezwommen toen Riet afdreef, en Wims vader had haar uit zee gehaald.'

Het is echter niet onmogelijk dat Paap dat ironisch bedoelt, hij reageert gergerd en geeft slechts in schijn toe (Gerrit-Jan Kleinrensink).

Brakman als Merlijn

Onder de titel Brakman als Merlijn schreef de Utrechtse medivist W. P. Gerritsen een beschouwing over Brakmans verhaal Artorius uit in de verhalenbundel Familiedrama. De beschouwing van Gerritsen verscheen in een bundel lichtvoetige essays in miniatuur waarmee hij afscheid nam van de leerstoel in de middeleeuwse letterkunde die hij meer dan dertig jaar heeft bekleed. Middeleeuwse toestanden. Essays in miniatuur, verscheen in 2000 bij uitgeverij Bert Bakker in Amsterdam en is verkrijgbaar in de boekhandel.

Klik hier.

VAKANTIE

'Ik vind dat de Schepper ook lamlendige kijkers nodig heeft, alleen maar kijkers, vormloze nietsnutten die alleen maar op hun luie kont willen zitten. Daar hoor ik ook bij.'
(uit De gehoorzame dode, roman, 1964)

'Verkeerswegen kunnen soms iets troostends hebben, zij spreken de taal van het nergens meer bijhoren, een vrijblijvend passeren, een constant opdoemen en verglijden, zodat het is of men langzaam iets gaat inzien.'
(uit Leesclubje, roman, 1985)

'Van nature ben ik geen reiziger, ik heb zelfs een reisfobie, wat ook zo behoort te zijn, want de ware viator heeft zijn schaduw. Die schaduw duistert in het fluiten van boot en trein, in het wachten in restaurants, in het niet weten van de weg en in het sanitair van hotelkamers.'
(uit De jojo van de lezer, essays, 1985)

"Ik hou niet van reizen," zei de leraar De Haas, "ongemakken leggen de geest plat, ik zeg altijd: wie veel ziet, voelt weinig. het omgekeerde is trouwens ook waar, wie stilletjes in een duistere grot zit te turen ziet juist heel veel."
(uit: Een familiedrama)

"Wat ze daar toch zoeken in dat stadje? Ik zal het nooit begrijpen, ze lopen verdomme in elkaar te waden. Maar dat is het misschien ook wel wat ze zoeken: elkaars geluiden, elkaars geuren, elkaars aanraking . . ."
( uit: De opstandeling)

"Thuiskomen is het mooiste wat er is, alle afscheid, goede voornemens en honger naar de horizon is daartoe slechts noodzakelijke voorwaarde."
(uit: Jongensboek)

Met Brakman op reis naar de kastelen van Ludwig de Tweede van Beieren

Klik hier.

Willem Brakman: Litanie der vooroordelen

Amsterdam is de hoofdstad van Nederland
Het moet mogelijk zijn in Amsterdam de weg kwijt te raken en niet door de Ferdinand Bol te komen.
Taxichauffeurs zijn zwijgende saggerijnen.

Amsterdam heeft teveel schrijvers, na de voorjaarsaanbieding kan men ze op terrassen zien drommen, elkaars werk besprekend met interesse, genoegen en welbevinden.
Amsterdam telt veel schone vrouwen met lage ronde kuiten, soepele onderwaterbewegingen en met nog een glimlach over de schouder.
Een Amsterdammer gaat voor u opzij op straat.
Hij kijkt u menselijk aan op het trottoir.
In het 'bruine caf' treft men hartelijke lieden in overvloed, ze luisteren naar u met belangstelling, beschikken over veel levenswijsheid en ervaring en noemen u, al naar gelang, vader of moeder.
In Amsterdam wordt men altijd door iemand gevolgd op houten klompjes.

Amsterdamse tramconducteurs zijn humoristische personen.
Amsterdam is een weefsel van recepties.
In Amsterdam wordt de NRC gedrukt.
In de grachten weerspiegelen zich statige herenhuizen. Pierement, carillon en levenslied.
De zon gaat onder achter de Westertoren, is het zover waag u dan niet in de binnenstad, wie er toch moet zijn adviseer ik alvast met de tanden te klapperen. Roep direct, ook als iemand maar gewoon om een vuurtje vraagt: 'Wat willen jullie van een oude man?...Ga zwanen pesten.'Pas op voor vensters, ga ook nergens in de deur staan, hoor je je naam noemen, direct wegrennen, want dat is het beste.
's Avonds nooit in de binnenstad komen en indien toch dan zo snel mogelijk je geld afgeven, beter dan een oog missen. Steek ook maar gerust je handen in de lucht, dat kan nooit kwaad en kijk zoveel mogelijk achterom.
Bang zijn, vooral bang zijn, dat is het veiligste, zo zit die stad in elkaar en niet anders, het is oppassen en bang zijn.

Uit: Keizerin van Europa, Achtentwintig schrijvers en dichters van Querido over Amsterdam, 1986.

Vuurwerkramp in Enschede.

'Tussen de fabrieken klinkt overal muziek'

door Kester Freriks, NRC, 10 mei 2001:

...Enschede vormt ook het decor in boeken van Jan Cremer en Willem Brakman. In romans als Kind in de buurt en Het doodgezegde park schetst Brakman een beklemmend portret van deze stad waar het veel regent, waar torenflats worden afgewisseld met afbraakterreinen. Er ligt iets onheilspellends over de stad, zoals in deze passage over de kunstenaar Oud naar zijn geliefde etablissement gaat: 'Het cafe lag aan de rand van de puinvlakte, bedreigd, al verdoemd maar nog gespaard'. Een zin die een omineuze lading krijgt...

De Stamboom van Willem Brakman

Klik HIER

Er moet gewoon een Brakman mee!

Uit de VN rubriek van 28 april, 2001, 'Naar Timboektoe' waarin schrijvers boeken noemen die ze mee nemen voor het geval ze naar Timboektoe in ballingschap worden gezonden.
Arie Storm schrijft:

'Er moet gewoon een Brakman mee. Hij heeft mij door mijn militaire diensttijd heengesleept. Ik heb toen al zijn romans tot dan toe gelezen. Uit verschillende werelden creert Brakman altijd een vreemde, fantastische wereld. Die Brakman-wereld droeg ik als een schil om mij heen. Dan keek ik nergens meer van op, en kon er de hele dag tegen.'

Willem Brakman over het mond- en klauwzeer probleem

Chris Rutenfrans

Monster Leviathan laat zijn buik zien

Boerentranen

Iedere dag zien we verdrietige boeren. Waarom huilen zij? Zelf zeggen ze dat het komt doordat ze er emotioneel niet tegen bestand zijn dat hun meestal nog gezonde koeien, varkens, geiten en schapen van overheidswege worden gedood. Maar de veeboeren hebben hun bestaan toch juist te danken aan het doden van dieren?

Voor het vee zelf maakt het weinig uit of het nu wordt gedood voor menselijke consumptie of om de verspreiding van het mond-en klauw- zeervirus tegen te gaan. Vergieten die boeren geen krokodillentranen? Huilen ze niet louter vanwege de financile verliezen die ze lijden?

De schrijver en huisarts Willem Brakman denkt dat er in het huilen van de Nederlandse boer veel schaamte schuilgaat. "Met deze massale diervernietiging komt aan het licht wat er al heel lang fout is in de manier waarop wij dieren fokken, in de overproductie van vlees die geen grenzen kent, in onze gier naar meer en meer. Alles hebben is ons niet genoeg. Dat blijkt nu, en daar schamen wij ons voor."

Brakman woont al vele jaren in het Twentse Boekelo. Tijdens zijn fietstochten werd hij enkele jaren geleden voor het eerst geconfronteerd met de mechanische vernietiging van dieren. "Ineens zag ik daar een kraanwagen die hele trossen biggen optakelde en iets verderop weer naar beneden donderde. Toen besefte ik in n klap dat er iets fundamenteel pathologisch aan de hand is bij onze fokkerij van beesten. Dat speurde ik in de lucht. Dan kwam ik onderweg een boer tegen met in de berm een dode zeug en dan vroeg ik hem: 'Wat heeft die zeug toch gehad?'. Dan zei die boer: 'Die heeft het aan het hart gehad.'

Brakman heeft zo zijn vrienden die hij regelmatig opzoekt. "Ik neem koekjes mee voor de paarden. Die voer ik ze dan, meer als voorwendsel om ze in hun ogen te kunnen kijken en om hun huid te voelen. Op een keer hoorde ik een boer roepen: 'Wat bent u daar aan het doen?' Ik zei hem dat ik de paarden koekjes voerde om hen te danken voor de enorme bijdrage die ze hadden geleverd aan de verheffing van onze cultuur. Die boer keek daar wat vreemd van op. Toen ging ik aan het uitleggen: de paarden hebben onze akkers geploegd, ze hebben de mijnen helpen uithollen, ze hebben de dokterskoetsjes voortgetrokken, en ga zo maar door. Dan zie je de vinger van zo'n boer langzaam gaan in de richting van zijn voorhoofd."

Maar het is Brakman ernst waar het gaat om 'de bulderende vervreemding en verdinging' van onze dagen. "Ik weet niet of u bijbels Bent, maar wat ik zie bij die diervernietiging is de Leviathan, het monster dat ligt in het diepste van de zee en dat op de Jongste Dag komt bovendrijven om door de gelovigen te worden gebraden en opgegeten. Maar nu is hij vr zijn tijd gekomen, en hij laat zijn weerzinwekkende onderbuik zien, draait zich dan weer om en laat zich weer naar beneden zinken."

Brakman in Den Haag

Zondag 25 maart jl. werd Willem Brakman in het Haags Gemeentemuseum genterviewd over Francis Bacon en over het Gemeentemuseum zelf. Hij las een deel van zijn verhaal 'Engel' voor en vertelde dat de gevallen engel in dat verhaal genspireerd is op het beeld van deze engel dat in de achtertuin van het museum staat. Het volledige verhaal Engel is te lezen (en de engel te bezichtigen) op Vier Verhalen van deze website. 'Engel' verscheen in 1978 in de verhalenbundel 'Zes subtiele verhalen' bij uitgeverij Querido. Voor de gehele bundel kreeg Brakman de Bordewijkprijs.'

Willem Brakman als dichter

MOORD

Het grootjongens moordenaarsboek.
Wenken voor spitten, delven en wegmoffelen.
De moordenaarsgids.
Wat een moordenaar weten moet.
De waarheid is vreemder dan een moord.
Herinneringen van een moordenaar.
Wij gaan een moord begaan.
Vis en fruit voor de moordenaar.
Tot moord ons scheidt.
Stegen, achterkanten, traphallen slapen nooit.
De oudere moordenaar.
De nobele kunst van het moorden.
Het mes voor beginners.
WAT?

Wat moet er van u worden
Als ik er niet meer ben?
Het zwijgen om Pascal,
De bloei en neergang van de eik,
Het trage sterven van Nietzsche,
De rigor mortisgrijns van Schopenhauer,
De angst van de aapmens,
Het geduld van de parel,
De melancholie van De Heiland,
Alles gekwetst.
Overreden,
Vertrapt,
Uitgeveegd,
Wat moet er van u worden
Als ik er niet meer ben?

Brakmans pozie

Twee gedichten van Willem Brakman verschenen in de op 11 maart in Den Haag uitgegeven bundel Van Haagse dichters die voorbijgaan. Deze publicatie was een onderdeel van het gedichtenproject: 'Dichters over den Haag'. De bundel werd samengesteld door Marinus van der Marel, Adriaan Bontebal en Harry Zevenbergen. Uitgeverij Bzztoh (www.bzztoh.nl) ISBN 90-5501-846-5, f. 25.-

Willem Brakman schreef in de jaren voorafgaand aan zijn prozadebuut in 1961 een aantal gedichten die hij zelf niet belangrijk genoeg vond om te publiceren. Toch gaf hij in de jaren tachtig toestemming om een aantal van die gedichten te bundelen. Ze verschenen in zeer kleine oplagen bij drukkers/uitgevers 'in de marge':

Met veel minder aarzeling verscheen in 1980 een duel in dichtvorm van Willem Brakman en Nol Gregoor uit het begin van de jaren vijftig

WILLEM BRAKMAN: "Writer's block",

'Soms zit een verhaal muurvast en ben ik puur wanhopig, maar ik verlaat mijn kamer niet vr de problemen zijn opgelost. Het kan lang duren, maar dan ineens schiet er een vlam uit het smeulend vuur'

Willem Brakman over Bacon.

Willem Kuipers (over Bacon's pastiche van Velzquez' portret van Innocentius X):

"Wat er allemaal aan de hand is kun je te weten komen als je dit schilderij op de zelfde manier benaderd als Willem Brakman. Hij had er een heel boek voor nodig om de stroom gevoelens die het werk van Bacon bij hem in gang had gezet te kanaliseren. Hij schreef De Vadersmoorders (1989). In dit boek wordt paus Innocentius vermoord. De afbeelding van Bacon geeft dit moment weer, Paus door Bacon waarop een van Scotland Yard gekomen inspecteur (Duck!) de dode paus in zijn zetel aantreft, achter een waas van tule.

'..natuurlijk wist Duck van het zakken van onderkaken van gestorvenen, maar deze onderkaak had een actieve stand, de mond had zich gesperd, en het was niet alleen maar doordat Duck daar toevallig een orgaan voor bezat dat hij zag hoe daar onder het gaas werd gegild zonder ophouden. Het was er werkelijk: een bloedstollend krijsen was het, alsof heidense folterknechten door de weekste ingewanden ploegden, niet te horen, maar des te erger, dat mede door de woedende houding van het kadaver een verschrikkelijke indruk maakte...'

Willem Brakman in het Duits

Momenteel werkt de Zwitserse vertaler Stephen Stahl uit Zrich aan een Duitse vertaling van Pop op de bank. Een autobiografie (1989) Wij mochten een proeve van zijn vertaling op onze voorpagina plaatsen en kozen het begin van de passage die op bladzijde 25 van het boek begint en die tot onderwerp heeft 'De Noormannen voor Dorestad'. Klik HIER om de vertaling te lezen.

Biografie

Door JAAP GOEDEGEBUURE

Over het wezen van de biografie is bij mijn weten nooit beeldender geschreven dan door Willem Brakman in de roman De biograaf (1975). Brakmans verteller is een voormalige toneelsouffleur die heeft gewerkt in dienst van de acteur Dudok. Na Dudoks dood neemt hij de taak op zich diens leven te beschrijven. Maar ook als biograaf blijft hij die hij was: een souffleur. Hij sist vanuit zijn hokje onder het podium de acteur de woorden toe waar die om verlegen zit en oefent zo macht over hem uit. Vanuit zijn ondergeschikte positie kreeg en krijgt hij Dudok te zien zoals het publiek hem nooit heeft waargenomen. Hij kijkt dwars door de kostuums, de schmink en het schmieren heen. Daarmee keren de rollen definitief om: hij verheft zich boven de man die hem vroeger de baas was en alle aandacht naar zich toe trok. Het is de soufflerende biograaf die de overleden persoon tot een personage maakt en zo opnieuw leven inblaast. Elke biografie is een theatrale krachttoer en het hangt helemaal van het souffleurstalent af of het levensverhaal 'echt', dat wil zeggen geloofwaardig overkomt. Voorwaarde is wel dat de souffleur zelf niet al te zichtbaar is of uit pure onhandigheid te hard fluistert. En eigenaardigheid valt nauwelijks te vermijden: het feit dat ook wij de held nu van onderaf bekijken en er getuige van zijn hoe hij omlaag gehaald wordt. Verkleining, en als keerzijde daarvan, vermenselijking, ze vallen de hoofdpersoon van een biografie onherroepelijk te beurt. Ook Paul Rodenko (1920-1976), wiens leven zojuist is beschreven door Koen Hilberdink, onttrekt zich daar niet aan. (. . .)*

* Lees de recensie van Goedegebuure verder in De Gelderlander van vrijdag 15 december 2000.

De biograaf van Willem Brakman verscheen in verscheen in 1975 bij uitgeverij Querido in Amsterdam. Herdrukken verschenen in de Salamanderreeks bij dezelfde uitgever (zie ook onder de rubriek Dubbeltalent: de eerste afbeelding is Brakmans eigen verbeelding van De Biograaf).

"Debuut 2000? Welk debuut maakte dit jaar de meeste indruk?"

Door Jaap Stam

Willem Brakman, auteur:
'Ik lees zeer weinig, ik schrijf veel. Ik wik en weeg mijn lectuur zorgvuldig en kom dan bijna altijd uit bij de Duitse klassiekers, de grote geesten. Ik zou geen debuut weten. Ik vind een debuut niet zo belangrijk, moet ik eerlijk zeggen. Voor mijn debuut, Een winterreis, kreeg ik de Van der Hoogt-prijs, maar eigenlijk is dat jammer. Schrijverschap begint pas bij boek drie. Dan pas blijkt of iemand iets heeft te zeggen. Debuutprijzen zijn slecht, ze beroven de schrijver van zijn vrijheid. Met zorg grijpt ie vervolgens naar zijn pen om zijn debuut te overtreffen. Ik had godzijdank mijn tweede boek klaar toen ik debuteerde.'

Het turbulente debuut van Willem Brakman.
Willem Brakman schreef in 1959 vijf verhalen en stuurde ze aan zijn vriend Nol Gregoor met het doel dat deze er een uitgever voor zou zoeken. Inmiddels voltooide hij in 1960 zijn roman Een winterreis. Toen hij in contact kwam met uitgeverij Querido gaf de toenmalige directeur Reinold Kuiper er de voorkeur aan om eerst de roman en daarna de verhalen te publiceren. In het najaar van 1960 verschenen twee van de verhalen in De gids en in het voorjaar van 1961 verscheen de roman Een winterreis. Inmiddels had Brakman ook zijn derde boek klaar, de roman Die ene mens. Deze verscheen in het najaar van hetzelfde jaar, 1961. De verhalen, die dus het eerst geschreven werden, kwamen pas voor bundeling in aanmerking in 1962 toen ze verschenen onder de titel De weg naar huis.

(Gegevens ontleend aan: Kees de Bakker, Mijn eerste boek. Dertig schrijversdebuten, Tiebosch Uitgeversmaatschappij bv, Amsterdam 1983 (eerste druk); de tweede herziene uitgave verscheen in 1999 bij uitgeverij Conserve, Schoorl)

xhtml 1.0 | contact | disclaimer | copyright