wbrakman.nl

Onder de titel Brakman als Merlijn schreef de Utrechtse mediŽvist W. P. Gerritsen een beschouwing over Brakmans verhaal Artorius uit in de verhalenbundel Familiedrama. De beschouwing van Gerritsen verscheen in een bundel 'lichtvoetige essays in miniatuur' waarmee hij afscheid nam van de leerstoel in de middeleeuwse letterkunde die hij meer dan dertig jaar heeft bekleed.

Middeleeuwse toestanden. Essays in miniatuur verscheen in 2000 bij uitgeverij Bert Bakker in Amsterdam en is verkrijgbaar in de boekhandel. Familiedrama verscheen in 1984 bij uitgeverij Querido in Amsterdam en is alleen nog antiquarisch verkrijgbaar.

Brakman als Merlijn

W.P. Gerritsen

Willem Brakmans verhaal 'Artorius', opgenomen in de bundel Een familiedrama uit 1984, is een moderne versie van een eeuwenoude geschiedenis, een mythe die verhaalt hoe Artur, de latere koning van BrittanniŽ, in overspel verwekt werd. Brakman volgt de grote lijn van de gebeurtenissen zoals de twaalfde-eeuwse geschiedschrijver Galfredus van Monmouth die in zijn Latijnse Geschiedenis van de Britse koningen heeft vastgelegd. Galfredus vertelt hoe Koning Uther Pendragon van BrittanniŽ verliefd werd op Ygerna, de beeldschone vrouw van zijn leenman Gorlois, de hertog van Cornwall, hoe de tovenaar Merlijn Uther de gestalte en de gelaatstrekken van Gorlois liet aannemen, en hoe Uther in die gedaante een nacht bij de nietsvermoedende Ygerna doorbracht en zo Artur verwekte. Sinds Galfredus dit verhaal, waarvan hij vermoedelijk een aantal elementen aan Welshe mondelinge overleveringen ontleend heeft, rond 1135 een Europese bekendheid heeft gegeven, is het door tientallen schrijvers naverteld, ieder in zijn eigen stijl en ieder met zijn eigen bedoelingen.

Wie Brakmans vertelkunst enigszins kent, zal het niet verbazen dat het vooral de figuur van Merlijn is die hem in dit verhaal heeft aangetrokken. Hij blijkt heel wat over de Britse tovenaar gelezen te hebben, maar zijn visie op Merlijn lijkt toch vooral bepaald te zijn door de lectuur van The Sword in the Stone van de Engelse schrijver T.H. White uit 1938, dat in Nederland als eerste deel van de romancyclus Arthur, koning voor eens en altijd opgang heeft gemaakt. In dit boek, even geliefd bij jeugdige als bij volwassen lezers, vond hij een half-komische Merlijnfiguur die zowel met de natuur als met de cultuur verbonden is, en die trekken van de tovenaar-sjamaan en van de verstrooide geleerde in zich verenigt. White's Merlijn leeft van de toekomst naar het heden; de Merlijn van Brakman vangt stemmen uit de toekomst op. White's Merlijn kan zichzelf en anderen in allerlei dieren veranderen; die van Brakman is eveneens een specialist in gedaanteverwisseling, maar tevens een soort bosgod die het naar believen kan laten regenen en waaien en die copuleert met een wilg. Bij beide schrijvers draagt de tovenaar de traditionele puntmuts en een met bont afgezette hemelsblauwe mantel waarop de tekens van de dierenriem zijn geborduurd. Beiden maken gebruik van anachronismen en andere ironische vervreemdingseffecten, White om zijn didactische bedoelingen te verhullen, Brakman onder meer om zijn lezers attent te maken op de diepere betekenislagen van zijn verhaal.

Brakmans Merlijn tovert door het opwekken van dromen. Hij is het die de koortsige Uther een visioen bezorgt waarin Egyrne (Ygerna) verschijnt, hij is het ook die Uther zonder dat deze het zelf beseft de gestalte van Gorlois doet aannemen. Egyrne laat zijn stormachtig minnespel 'gelaten over zich heen gaan gelijk een matras die wordt opgeschud', maar herinnert zich later dat zij 'een blauwdoorschenen gestalte' (Merlijn in de rol van voyeur) voor het raam heeft zien zweven. Bij zijn tweede bezoek treft Uther Egyrne in het habijt van een non op haar sponde liggend aan. Met plat tegen zijn voorhoofd gedrukte oren en opengesperde, rozerood doorschenen neusgaten overweldigt hij haar in de schaduw van zijn immense vlerken. Buiten op een tak hurkend is Merlijn getuige van dit diabolische tafereel.

Wat hij daarbinnen heeft geŽnsceneerd, is niets minder dan een reprise van zijn eigen verwekking. Volgens de overlevering is Merlijn immers het kind van een non en een duivel. De details van deze geschiedenis vindt men bij de twaalfde-eeuwse Franse schrijver Robert de Boron. Deze verhaalt hoe de duivels, vervuld van rancune wegens Christus' verlossingswerk, besluiten tot een persiflage van de Menswording. Een van hen zal een kind verwekken bij een maagd. Hij laat zijn keus vallen op een jong meisje en heeft als incubus gemeenschap met haar terwijl zij slaapt. Maar door de vroomheid van het meisje mislukt de duivelse toeleg. Zij neemt haar biechtvader in vertrouwen en verkrijgt vergeving voor haar onopzettelijke zonde. Het kind dat negen maanden later ter wereld komt, wordt Merlijn gedoopt. Van zijn duivelse vader heeft hij de kennis omtrent alles wat in het verleden is voorgevallen; als tegenwicht heeft God hem de gave geschonken om de toe- komst te kennen.

Brakmans Merlijn is een tovenaar die met zijn fantasie menselijke gestalten creŽert, die ze bezielt met emoties en motieven, die hun daden regisseert en hun persoonlijkheden naar believen splitst, ineen laat vloeien of in lucht doet opgaan. Anders gezegd: zijn Merlijnfiguur is een metafoor van de schrijver, de schepper van personages, die heer en meester is over de tijd waarin hij zijn verhaal laat spelen. Op het diepste niveau is 'Artorius' een verhaal over het schrijverschap en het maken van verhalen.

xhtml 1.0 | contact | disclaimer | copyright