wbrakman.nl

28 september 2001, Volkskrant

Als kunst nog iets is, dan is ze kritiek

Arjan Peters

Terwijl veel kunstenaars zich, als anderen, afvragen hoe hun houding te bepalen in deze verwarrende tijd die vraagt om massale actie, blijft Willem Brakman (1922) zich manmoedig weren. Binnenkort verschijnt zijn essaybundel Vrij uitzicht (Querido, f 47, 38) met stukken over Proust, Adorno, Sterne en anderen. Op stapel staan de romans Gesprekken in huizen aan zee en De gifmenger, en vanaf 24 november exposeert Rijksmuseum Twenthe zijn schilderijen en tekeningen. Veertig jaar schrijver, vijftig titels op zijn naam. Waar hij het vandaan haalt? Uit zijn jeugd. Monoloog van een bloemrijk nee-zegger, die pleit voor goed kijken.

'Laten we maar afspreken dat Vrij uitzicht een essaybundel is. Sommige stukken zijn bij een bepaalde gelegenheid geschreven, maar Goethe zei al: "De mooiste stukken zijn altijd gelegenheidsstukken." De spontaniteit waarmee je het opschrijft, vind ik belangrijk.

Ik schrijf een essay als ik een mineur-periode beleef die me zwaar valt. Hiermee bestrijd ik dreigende wanorde en onsamenhangendheden in mijn hoofd. Kijk, volgens mij moet de kunst chaos brengen in de orde, in dat wat te geordend is, in de werkelijkheid zoals veel mensen die wensen. Dus niet orde aanbrengen in de chaos, zoals sommigen beweren. Een essay is orde aanbrengen, en daarom grijp ik er niet snel naar, maar als ik het doe, weiger ik spontane invallen uit te sluiten. Er moet altijd iets van die chaos in, een speelsheid op de rand van het verbodene, die naar mijn mening meer waar en waard is dan orde. Het is het overwegen van mogelijkheden, van tastende intenties, koene hypotheses, exacte fantasieën, van omspelingen en configuraties. Kortom: van de vrijheid van de geest- iets waar ik graag op terugval als definitie van de kunst- contra de dwang der feiten. Dat is van een essay het verrukkelijke: dat het geluk schenkt, troost, orde brengt in de speelsheid, in deze losheid van de gewrichten. 'Ik ben hierin niet de eerste. Ter Braak spreekt over de essayist als "de superbe dilettant". Dat ben ik van harte met hem eens. De essayist is een homme de culture. Hij wordt strontvervelend als hij zich verlaat op zijn vakkennis, en hij wordt beminnelijk en straalt een zacht licht uit als hij daar speels mee omgaat. Het is niet weten, het is willen weten. En ik weet waar ik over praat, want al een leven lang ben ik lid van een filosofisch genootschap, met daarin verontrustend geleerde lieden die allesbehalve het doel hebben wereldbeschouwelijk te babbelen, maar die zeer streng de filosofie te lijf gaan. Begrip en waardering voor mijn kant van de zaak, die ik continu en onvermoeibaar aan de orde stel, is daar niet. Ze barsten in lachen uit. Vinden het prachtige verhalen, maar uiteindelijk waardeloos. Ik doe niet mee met de strengheid in het gebied waar het denken zich ophoudt. Daar heb ik nou weer de pest aan.

'Ik zie een essay als een strijd tegen het identificerend denken, zoals ik de filosofie van Adorno opvat. Tegen het denken dat zich meester maakt van de werkelijkheid, dat samenvalt met het begrip dwang. Ik zeg: dat wat niet mee mag doen, wat over het hoofd wordt gezien, dat is de werkelijkheid die eindelijk verlost is van de vloek, nuttig te moeten zijn. Dáár ben ik altijd op gespitst, en dat herkende ik meteen in Adorno. Die dialectiek is machtig: er is geen punt te bedenken of je kunt er kritiek op leveren. Mensen met vaste overtuigingen zijn onaanspreekbaar, waarbij ik echt niet alleen denk aan Bin Laden. Maar je kijkt naar zo'n kop en denkt: "Geef het maar op. Een beitel komt er nog niet doorheen." Dat is het einde van het denken. Je moet je openstellen voor het gelijk van een ander. Dan betreed je de regio van de waarheid.

'Als kunst nog iets is, dan is ze kritiek, een huzarenstukje dat zowel het totaal bepaald zijn door de samenleving omvat als de kritische distantie daartoe. Zeker is dat een kunstenaar die wil strelen, amuseren, onderhouden en aangename verpozingen schenken, niet serieus moet worden genomen. Meer dan tachtig procent is een verlenging van de krant. Is er een Golfoorlog, dan heb je een maand later de roman Habib klaagt aan in de boekhandel. In het huidige consumentenparadijs heeft de literatuur zich een afschuwelijke positie eigen gemaakt. Ik duik liever in de klassieken. Thomas Mann, Kafka, Djuna Barnes. Dat kleine beetje goede literatuur acht ik daarom zo kostbaar, omdat kunst niet zomaar in de ruimte lult om te amuseren. Zij is betrokken op waarheid. Dan zeg jij: wat is dan waarheid? Nou, dat kan ik niet definiëren, maar ik kan wel zeggen: waarheid is het wonderlijke vermogen van de mens dat-ie zowel kan zeggen "Wat is, dat is" als "Maar het is niet zoals het zou moeten zijn." En dát is waarheid. Niet te definiëren, maar te tonen. De filosofie duidt, de wetenschap verklaart, maar de kunst toont.

'Bijna alles wat er in de samenleving gebeurt, is toch fout? Om eens iets kleins te noemen: geluidsbandjes in musea. Vreselijk. Het wordt je belet je eigen brein te gebruiken. Wat is de massa-mens? Een figuur in wiens hoofd een ander denkt, maar hij heeft het niet in de gaten. Als er op de Belgische tv een film draait, komt er eerst een man met een kaal hoofd die alles uitlegt. Die passiviteit vind ik pathologisch, en typerend voor deze tijd. Elk jaar ga ik met mijn zoon, die econoom is, een weekje naar Londen. In de Tate Gallery zie ik de mensen een wandelingetje maken. Ze staan zelden ergens bij stil. Als je dát zou kunnen veranderen, werd de totaliteit van ons bestaan rijker en beter. De literator wil de wereld verbeteren.

'Ik zag laatst Henk Hofland op de televisie. Onze grootste essayist, zo werd hij aangekondigd. En wat zei hij? Dat World Trade Center in New York, dat gaf de kracht aan, de trots van Amerika. Het goede, hoorde ik zelfs. Maar het is anders: die torens waren cowboy-gestaltes waarin die enorme wriemelarij van revolvers verwerkt zat. Het waren overduidelijk fallische tekens. De erectie van Uncle Sam. Wie dat ontkent, heeft geen flauw benul van de structuur van de menselijke geest. Amerika is geraakt in een van zijn tederste delen. En het is ook diep doorgedrongen in hun taal. Bekijk een film waar Robert de Niro in meedoet, dan is één op de drie woorden fuck. Die aanslag van 11 september, dat is de ontmanning van Uncle Sam. In die torens heb ik altijd de puberale kwaliteiten van de cowboyfilm, van de zweterige jongensdroom herkend.

'De dynamische blik naar buiten en naar voren, die we bijvoorbeeld nu door Amerika geacht worden aan te nemen, die wantrouw ik, varend immers als ik doe op het kompas van de blik naar binnen en naar de herinnering. Je probeert de pijnlijke werkelijkheid te dichten, te genezen, door toen en nu te laten samenvallen. Zoals Proust deed. In mijn werk staat de jeugd centraal, niet uit slijmerige heimwee, maar omdat de jeugd beschikt over een groot ervaringsvermogen. Een volle jeugd- met geluk en angsten- heeft mij gestempeld. God is hoger dan de sterren, zei mijn vader. Dat vertaalde ik direct met: onbereikbaar. Dood zijn, begreep ik, was levend begraven worden. Geluk? Hou het uit het zicht van anderen, of er gaat een hak over. Liefde? Onvervulbaar. Al die stempels sissen het vlees in, vullen een heel leven met gloed en gloria, niet met het saaie geleuterpot van een gezond mens, maar met de blik en de taal van de abnormale. Degene aan wie iets niet klopt. Die de verveling die bij ziek-zijn, bij nutteloos zijn hoort, kent en benut. Er moet wrijving zijn tussen de mens en zijn omgeving. Díe zegt iets over de mens en zijn wereld.

'Er niet bijhoren is een kostbare bron van denken en voelen. Ik kan hier in de halflandelijke omgeving van Boekelo fietsen door die prachtige natuur- ik zeg dit zachtjes, anders wordt het gemeentebestuur wakker-, en dan heb ik heel fijn gezelschap aan mezelf. Deze tijd is niet goed, maar dat is juist een stimulans om door te schrijven. Ik ervaar veel, en wie veel ervaart, die moet zijn bek opendoen. Op de fiets heb ik geen ander naast me, maar ik heb wel een papiertje en een potlood. Ik moet het meedelen aan anderen. Dat is schrijven: onuitputtelijk bekennen. Van individu tot individu. Niks hype of top-tien, dat zijn bevelen van bovenaf.'

xhtml 1.0 | contact | disclaimer | copyright