wbrakman.nl

Dit is de vijfde Drienerwolde lezing, Stichting Literaire Manifestaties Enschede, 9 november 1996.

Allemachtig, wat een belastend verhaal is dat zeg

Tom van Deel

Dames en heren,

Verschillende keren heeft Willem Brakman met gevoelens van dankbaarheid over meester Oortmesse geschreven, die op de lagere school een onuitwisbare indruk op hem heeft gemaakt als voorlezer. Kennelijk kon de meester dat zo goed, dat zijn leerling jaren later, als hij zich dat voorlezen herinnert, erover spreekt als 'een van die momenten in het leven waarop men wordt gestempeld'. Het verhaal, zoals het uit de mond van de meester klonk, fuseerde met de werkelijkheid: de paarden uit het jongensboek Fulco de Minstreel liepen niet in een vreemde en verre omgeving, maar ze draafden door de zo bekende Scheveningse Bosjes. De eigen werkelijkheid van de jonge Brakman werd in dat voorlezen gevuld met een verhaal, en ook andersom, het verhaal werd doortrokken van de eigen werkelijkheid. Deze ervaring, de ervaring van de 'wonderlijke macht van het verhaal', ligt aan de basis van Brakmans schrijverschap en al zullen er nog wel andere factoren toe hebben bijgedragen, een dankbetuiging aan het adres van meester Oortmesse lijkt hier zeker op zijn plaats.

Wie eenmaal meester Oortmesse heeft genoemd, zal er moeilijk onderuit kunnen om ook meester Besteman in zijn besprekingen te betrekken. Deze laatste is zowat het tegendeel van de eerste geweest, in die lagere- schooltijd van Brakman. Hij vertegenwoordigde het boze oog, de straffende hand, het onrecht en in dat opzicht roept hij in de latere jaren bij Brakman wraakgevoelens op. In Een voortreffelijke ridder waarin hij optreedt onder de naam meester Bestevaer wordt hij door Don Quichot 'de man die mij zo groot onrecht heeft aangedaan' genoemd en vervolgens door de ridder onthoofd. Hoewel ik hem nooit zo duidelijk in verband heb gezien met Brakmans schrijverschap, geloof ik na herlezing van het verhaal De weg naar huis, het verhaal waarmee het oeuvre om zo te zeggen opent, dat meester Besteman minstens zoveel dank toekomt als meester Oortmesse.

Het betreft de affaire rond Met Pieter Pikmans het zeegat uit, een boek uit de schoolbibliotheek waarin scheuren zaten, zo groot dat het niet in de jongen opkomt, dat niemand ze zou hebben opgemerkt. Meester Besteman in eik geval gelooft hem niet als hij zegt dat deze scheuren al aanwezig waren toen hij het boek leende en wil hem tot een schuldbekentenis dwingen. Ten slotte, na veel schoolblijven en gemor van zijn ouders, die hem koppigheid verwijten, zegt hij plotseling in de klas tegen de meester: 'Ik heb het gedaan.' Deze terloopse bekentenis moet dan volgens aloude pedagogische principes, hardop voor de klas herhaald worden. Een schuldbekentenis bij afwezigheid van schuld voor het handenwrijvend tribunaal van de klas en met de meester als opperrechter.

Als meester Oortmesse aan de wieg staat van het vertellen, men zou kunnen zeggen: van de vorm van Brakmans verhalen, dan lijkt het gezien de geschiedenis met deze meester aannemelijk dat hij voor het vele schuldbekennen,

xhtml 1.0 | contact | disclaimer | copyright