wbrakman.nl

Nol Gregoor over Willem Brakman

Voor Gerrit-Jan Kleinrensink, Herfst 1983

Nol Gregoor

Met maar liefst drie boekhandelaars binnen bereik van mijn woonomgeving heb ik een afspraak, dat zij mij direct opbellen als de nieuwe Brakman binnen is. Wie de eerste en misschien ook de snelste is, heeft mijn klandizie. Met een half uur voor de verste of 10 minuten voor de dichtstbijzijnde, sta ik in de boekhandel en koop de nieuwe Brakman, wat het ook is. Meestal volgen kort daarop nog twee telefoontjes die voor mij te laat komen, ik ben al voorzien. Klantenbinding is een belang van de boekhandel waar ik geen rekening mee wens te houden. Ik betaal voor het boek en mijn belang is dat van de nieuwsgierige lezer die door de slechte organisatie van vooraankondiging en verschijningsdatum al het onnodige heeft geïnvesteerd in vergeefse tochten naar de boekhandel. Een uitvoerige bespreking die te vroegtijdig een geïnteresseerd lezer animeert het boek te gaan kopen is in dit land geen zeldzaamheid. Als ik goed ben geïnformeerd is dat in Engeland beter geregeld; als daar een bespreking in krant of tijdschrift wordt opgenomen, heeft de boekhandel het in de verkoop.

Ook op de nieuwe Brakman: "De reis van de douanier naar Bentheim", had ik, na de vermelding in lijsten met de najaarsuitgaven en de bespreking van Tom van Deel in het dagblad Trouw, weer langer dan mij lief was moeten wachten alvorens mijn leesindrukken met die van de bevoorrechte recensent te kunnen vergelijken. Niet dat het de schrijver om die vergelijking te doen is, maar de goede literaire criticus heeft toch zo iets als een bodempje bij de lezer als hij aandacht voor een boek vraagt.

Ook ditmaal was Tom van Deel, die al vele malen met bewondering over Brakman heeft geschreven, er in geslaagd een grote nieuwsgierigheid bij mij op te roepen voor de nieuwe Brakman. Op de kop van zijn artikel afgaande - 'De binnenkant van de verbeelding' - er is blijkbaar ook nog een buitenkant - viel er aan de novelle weer veel te genieten. De toon van de bespreking was bloedserieus en ik nam aan dat die toon op het serieuze karakter van Brakman's novelle afgestemd zou zijn.

Nu waag ik de veronderstelling dat er onder de bewonderaars van Brakman's werk geen ambitieuzer lezer te vinden zal zijn dan ik zelf mij mag of moet noemen. Mijn kennismaking met Brakman dateert van 40 jaar terug, om precies te zijn in 1944 in een armzalig Den Haag met de Hongerwinter nog voor de deur en dat kan men voor die tijd letterlijk nemen. Wim was een lezer en het zou nog jaren duren voor er een lezer én schrijver was die Willem Brakman heette. Met geen mens in mijn leven heb ik zoveel vaal eindeloze gesprekken gevoerd als met Willem Brakman. In die Haagse beginjaren bijna dagelijks. Soms waren het rustige, beschouwelijke gesprekken waaraan de vriendschap geen buil kon vallen; doch maar al te vaak konden in felle discussies de emoties hoog oplaaien. Waarover? Waarover niet!

Brakman werd arts en verhuisde naar Enschede. Getrouwd, twee kinderen. De gesprekken en discussies werden brieven, op gezette tijden afgewisseld met wederzijdse bezoeken. Ik had Den Haag verruild voor Doorn. Maar wat er ook aan omstandigheden veranderde: de veraf liggende woonplaatsen, de eindeloze discussies die het zoveel moeizamer tempo van de briefwisseling kregen, het kernbeeld bleef wat het was: twee karakters in een labiele relatie die zowel betrokkenheid als onuitstaanbaar kon inhouden. Het perspectief bij het klimmen der jaren is voorspelbaar.

Wat is beter: een verre vriend of een nabije schrijver?
Het is ongelooflijk, maar ik wilde alleen maar iets over het nieuwe boek van Brakman schrijven: "De reis van de douanier naar Bentheim". Ik wilde er vooraf mijn lezers op attent maken dat er in mij teveel van vroeger mee resoneert om een gewone Brakmanlezer te kunnen zijn, zomin als Brakman voor mij ooit een gewone schrijver - en dan doel ik hier niet op kwaliteit - zal kunnen zijn. Ik ken die stem, die zinswendingen, die beeldvondsten, die melancholie, die bitterheid, die humor. Daar staat het dan eindelijk: die humor.

Ik voel me misleid door Tom van Deel in wiens voorbespreking van "De reis van de douanier naar Bentheim" het woord humor niet voorkomt, noch iets wat daar op lijkt. Tom van Deel hadden ze moeten filmen tijdens het lezen van de novelle en hem vervolgens verbieden erover te schrijven. Hij, de bevoorrechte, heeft de in Brakman geïnteresseerde lezers op rechte stoelen doen plaatsnemen, stijf op visite, voor een ernstig gebeuren. 'De binnenkant van de verbeelding', dat wordt ernst mijne heren. Wie lacht gaat er uit! Ingenaaid 22, 50 gulden, gebonden 32,50 gulden.

En ik voel mij door Volkskrant-boekbespreker Willem Kuipers misleid, wiens bespreking ik las nadat ik de novelle had gelezen. Ook hij geeft Brakman's boek de hoge waardering die het toekomt en zijn analyse en samenvatting van het verhaal is zo mogelijk nog degelijker dan die van Tom van Deel, maar . . . ook Kuipers zet zijn lezers op die ouderwetse zware rechte stoelen waarop je niet onderuit kunt. En dan te bedenken dat een verrukkelijke humor de stijlbepalende factor is in deze novelle van Brakman. O, zeker, óók een verhaal met vele dubbele bodems; Brakman schrijft niet anders. Je moet erbij blijven met het koppetje. Tom van Deel en Willem Kuipers halen de ernstige toonzetting van hun bespreking wel ergens vandaan, maar waarom wijst geen van beide ervaren literaire boekbesprekers op de humor in "De reis van de douanier naar Bentheim"? Daar dient een goede boekbespreker zijn lezers toch over te informeren.

Brakman heeft, ten onrechte mijns inziens, de reputatie een moeilijk auteur te zijn. Hij dankt deze reputatie, die voor de verkoop van zijn boeken in zijn nadeel werkt, aan gemakzuchtige lezers. Daar zijn er heel veel van. Jammer voor een schrijver die meer te bieden heeft dan een rechttoe-rechtaan verhaal, maar ook de literatuur heeft democratische rechten.

Wat ik nu zo spijtig vind van die overigens van veel inzicht getuigende recensies van Van Deel en Kuipers is, dat ze door het onbesproken laten van de superieure humor in deze Brakman-novelle, een humor die men gerust vormbepalend mag noemen voor de stijl waarin hij geschreven is, het boek geen recht doen. Een dergelijk verzuim kan belastend werken en miskenning in de hand werken. En dat is nu wel het laatste wat het rijke aanbod van een zo getalenteerd en veelzijdig schrijverschap verdient.

xhtml 1.0 | contact | disclaimer | copyright