wbrakman.nl

Vrij Nederland, 12 januari 2002. Willem Brakman en zijn biograaf over elkaar

De biograaf als souffleur

Annemiek Neefjes

Zoals ooit Eckermann Goethe vergezelde, zo volgt nu Gerrit Jan Kleinrensink de schrijver Willem Brakman op zijn wegen. In de dubbelrol van vriend en biograaf. Opmerkelijk, want Brakman zegt dat hij biografien haat. Hoe verloopt de samenwerking? Een tweegesprek.

Ian Hamilton begon, nadat hij een biografie had geschreven over de Amerikaanse dichter Robert Lowell, aan een levensbeschrijving van een nog lvende schrijver: de in afzondering levende J.D. Salinger. Het werd een uiterst fatsoenlijk boek, vond de biograaf, maar Salinger, die hoe dan ook niet gecharmeerd was van een tekst over hemzelf, begon een rechtszaak. Hamilton had zijn lesje geleerd. 'Schrijf nooit een biografie van iemand die nog leeft,' zei hij een paar jaar geleden in een lezing.

De meeste biografen kijken inderdaad wel uit. Zeldzaam zijn de biografen die een levend 'object' kiezen. In Nederland heb je er slechts n voorbeeld van: Gerrit Jan Kleinrensink (58) en de schrijver Willem Brakman (79). Dit 'duo' wekt extra nieuwsgierigheid, want er is geen schrijver die zo mythologiserend over zijn eigen leven schrijft als Brakman, in nu al meer dan veertig boeken. Brengt Brakmans spel van Dichtung und Wahrheit de biograaf niet in verwarring? En: kan de schrijver zich wel verzoenen met Kleinrensinks eventueel ndere visie op zijn leven?

Brakmans vrouw verwelkomt Kleinrensink met een hartelijk 'dag ventje'. In de Boekelose huiskamer overhandigt de schrijver hem een plastic tasje met wat spullen voor zijn archief. Kleinrensink blikt er kort in en legt het tasje dan discreet terzijde. Het archief in zijn woning in Nijmegen neemt zo langzamerhand de hele zolder in beslag, en, sinds zijn dochters het huis uit zijn, ook hun slaapkamers, vertelde hij me eerder. Brakman: 'Ik geef Gerrit Jan de informatie die hij voor de biografie gebruiken kan, maar nooit zeg ik tegen hem: dit mt erin en dat moet je laten liggen. Ik laat hem totaal vrij, ik zou absoluut geen invloed willen uitoefenen. Zou hij een hoofdstuk willen inlassen: "Brakman als schoft", ik zou zeggen: dat moet hij dan maar doen.'

Bijna dertig jaar kennen ze elkaar nu. Toen Kleinrensink Nederlands studeerde, zei een vriendin: 'Ik ken een schrijver, zal ik je eens aan hem voorstellen?' Kleinrensink staat die eerste ontmoeting nog helder voor ogen. 'Het was machtig interessant wat hij me allemaal te vertellen had, niet alleen over zijn eigen werk maar ook over de wereldliteratuur wist hij zo verpletterend veel.' Ik herinner me dat vooral hj lang aan het woord was.' Met een lachje: 'Dat is eigenlijk nooit anders geworden.' Zoals ooit Eckermann Goethe vergezelde, zo volgt nu Kleinrensink de schrijver op zijn wegen: samen gaan ze naar lezingen of naar musea, soms maken ze een wandeling of een fietstochtje. En altijd draagt de biograaf, onopvallend, zijn notitieboekje bij zich. 'Een al te grote aanwezigheid van "daar loopt de biograaf en daar loopt zijn slachtoffer" kan ik niet verdragen,' zegt Brakman. 'Soms is Gerrit-Jan opeens weg. Dan zit hij op de wc en maakt er zijn aantekeningen.'

Na al die jaren is het logisch dat zich een vriendschap ontwikkelde. Maar wat is vriendschap? 'Hij is een begaafd luisteraar, ik een begaafder spreker,' zegt Brakman. 'Vergis je daar niet in, het is een kostbaar goed als je iemand naast je hebt die luistert, die je niet in de rede valt. Dan leer je iets wat je op geen enkele andere manier leert: formuleren.'

Omdat Kleinrensink heus wat te vertellen heeft, stelde hij voor om mij, voorafgaand aan de ontmoeting van biograaf en schrijver samen, telefonisch te spreken. De kennismaking met dit tweetal is een wonderlijke ervaring, want terwijl Kleinrensink zich buiten het gehoor van de schrijver van een uitgesproken kant laat zien, reageert hij in diens bijzijn juist omzichtig. Iets vergelijkbaars geldt voor de schrijver. Ook Brakman ontziet de biograaf, zijn vriend, althans hij doet zijn best: want hij zou hem niet kunnen missen.

Het doet allemaal denken aan Brakmans De biograaf (1975), waarin een souffleur een boek schrijft over de grote toneelspeler Dudok. De biograaf s een souffleur, zegt Brakman met dit boek, iemand die in de schaduw opereert, die letterlijk aan de voeten van de kunstenaar zit. 'Ik heb een periode gehad,' vertrouwt Kleinrensink me toe als Brakman is opgestaan om thee te zetten, 'waarin ik sprak en gesticuleerde als de schrijver zelf.'

Maar hoe schrijf je een min of meer objectief portret van iemand op wiens lip je zit? Je ziet dan wel de details, je kent de anekdoten van iemands leven door en door, maar overz je het nog? Kleinrensink gelooft van wel. Hij vertelt hoe hij Brakman in zijn biografie wil portretteren: 'Er bestaat een groot contrast tussen de jongen die opgroeide in een milieu waarin men neerkeek op kennis en de kunsten, en de persoon die hij later werd. Brakman beschikt over een enorme geestelijke rijkdom, daar zit iets van een inhaalslag in, van wraak ook, van: ik zal eens laten zien wie ik ben.'

Brakman humt instemmend; het is precs het beeld dat hij eerder in het gesprek van zichzelf had gegeven. Maar door de telefoon was Kleinrensink met een minder gewenst, en spannender antwoord gekomen. 'Ik kan me voorstellen,' zei hij toen met een zweem van bravoure, 'dat Brakman niet in alle opzichten blij zal zijn met mijn biografie. Ik heb, als voorloper op de biografie, de schets Willem Brakman. Een onverzoenlijk verteller geschreven. Dat boek had allang moeten verschijnen. Maar Brakman las het manuscript en had toen hier en daar wat kritiek. Zo kon hij zich niet vinden in de titel. Hij heeft een bepaald beeld van zichzelf waarin, geloof ik, die typering van "onverzoenlijk verteller" niet past. Hij wil juist als luchtig en humoristisch te boek staan, bereid tot uitleg aan de mensen. Als Willem Brakman de grote verzoener.'

Tot mijn verbazing zegt Brakman helemaal niet te weten dat hij bezwaar zou hebben gemaakt tegen die titel. Wie zit hier wie in de weg? Wil de biograaf niets publiceren als hij maar het flauwste vermoeden heeft van afwijzing door de grote schrijver? Of houdt Brakman de touwtjes strakker in handen dan hij wil toegeven? Dan laat Brakman zich ontvallen: 'Ik wil geen vernietigend oordeel vellen over de biografische schets, ik wil het werk niet uit de rails tillen. Maar ik maak bijvoorbeeld wl bezwaar als Gerrit Jan schrijft "kleine Wimpie". Dat kn niet, je schrijft ook niet over Vestdijk "kleine Siempie". Dat streep ik door. Maar dan zeg ik tegen mezelf: kijk uit, voordat je woest in die tekst tekeergaat.' Vrolijk vervolgt hij: 'Ja, in mij zit inderdaad wel een dwangmatig element, de zelfvoldaanheid om te willen overtuigen. Mijn vrouw klaagt er weleens over.'

Tien jaar werkt Kleinrensink, in het dagelijkse leven parttimeleraar Nederlands, nu aan zijn biografie. Ondertussen richtte hij ook nog de Brakman Kring op en maakte, samen met Brakmans zoon Steven, een website van de schrijver. 'Willem belde me op, hij zei: een biografie van mij schrijven, dat is misschien wel iets voor jou. Toen hij aanbood mij ook materiaal te leveren, ben ik ermee begonnen.' Kleinrensinks speurtocht naar bronnen is een langlopende geschiedenis van voorspoed en tegenslag - buiten Brakman om verteld, want hem kunnen, zegt Kleinrensink, 'de feiten niet zoveel schelen'. 'Brakman heeft geloof ik heel Zeeland van zich vervreemd, daar woont de meeste familie van hem. Het komt vooral door zijn eerste boeken. In Een winterreis (1961) bekijkt de verteller zijn vader als iemand die oud wordt en moe. Die ouderdom verwijt de zoon hem bijna, liever had hij een vader zoals hij die altijd heeft gekend: jong en vitaal. Brakman schrijft, misschien door zijn achtergrond als arts, vrij nuchter over allerlei ouderdomsverschijnselen. Hij komt dus niet met het beeld van "ik heb eerbied voor jouw grijze haren". Dat neemt de familie hem nog altijd kwalijk.

Van een tante van Brakman hoorde ik dat ndere familieleden weer kwaad waren om een passage in de roman waarin oom Arie, die nogal klein was, op blokken staat om bij de pisbak te kunnen, die stond in de jaren vijftig nog achterin de tuin. "Wat had Brakman ons nou neer te zetten in al onze armoede?"'

En dan is er nog een deel uit Brakmans leven waar de schrijver zelf niet over spreken wil. 'In de jaren zestig,' vertelt Kleinrensink, 'toen hij al getrouwd was, heeft hij een aantal jaren een verhouding gehad. Of twee, dat is me nog niet helemaal duidelijk. De hoofdpersoon in De opstandeling maakt een reis met een vriendin, ik neem aan dat dat autobiografisch is, dat boek is van 1962. Ook in 1974 schrijft hij, in Het zwart uit de mond van Madame Bovary, over een man die met een vriendin op vakantie gaat. Volgens mij is dat een ander, maar anderen beweren dat het dezelfde vrouw is. Wim wil er niet over praten. Hij zei laatst: "Ik vind het toch zo'n pijnlijke episode in mijn leven, ik kn er gewoon niets over zeggen, ook al zou ik willen."'

Nu, tijdens het gesprek, komt Brakman met een gelijkenis: 'Er was eens een journalist die voor zijn werk naar Parijs ging, hij kwam terug en diende zijn declaratie in. Zijn chef zei: vijf panty's, hoe kan dat? Dat schrap ik, hoor. Een paar maanden later moest de journalist weer naar Parijs, hij diende bij terugkomst zijn nota in, de chef zei: haha, geen panty's deze keer. Toen zei de journalist: you can't see them, but they are there. Zo is het ook bij mij. Ik praat niet over mijn escapades met vrouwen - ik heb wel veel van ze genoten, moet ik zeggen, het is prachtig volk. Vrouwen en alles wat daarbij komt kijken, is voor mijn verbeelding een kostbaar, stimulerend en creatief gebied. Laat je daar een ander toe, dan is de druk van de ketel. In mijn werk kun je het allemaal vinden, maar in vertekening en vermomming.'

U maakt het de biograaf niet gemakkelijk.

'Nu ja, dan worden het mijn stervenswoorden.'

Voor het zover is, heeft Kleinrensink nog het een en ander uit te spitten. En ding heeft hij in al die jaren vorsen door schade en schande geleerd: geduldig zijn. 'Geduld heeft mij meer opgeleverd dan welke andere aanpak ook. Brakmans vrouw zei tien jaar geleden tegen me: "Ik zal je alleen iets met toestemming van Wim vertellen." Ik stapte naar Brakman, maar die reageerde: "Moof moet zlf beslissen wat ze wil vertellen." De laatste tijd komt ze soms zomaar uit zichzelf met een verhaal naar me toe.'

Brakmans schoonzuster in Canada die ieder contact weigert, de geheime geliefde die Kleinrensink na n keer niet meer te woord wilde staan, de nicht van een tante die de deur bij een tweede bezoek voor zijn neus dichtsloeg: Kleinrensink blijft ze heel vriendelijk schrijven, in de hoop dat dat uiteindelijk iets oplevert. 'Straks overlijden ze, dan ben ik die bronnen kwijt. Nu en dan denk ik ook wel: donder allemaal maar op. Ik doe nu al een hele tijd pogingen om alles wat Brakman heet in Canada te spreken te krijgen. Dat schiet voor geen meter op. Dan stop ik er een paar maanden mee, maar daarna krijg ik toch weer zin.'

Kleinrensink gaat stug door omdat hij n ding niet uit het oog verliest: hij wil, zoals hij door de telefoon zei, inzicht krijgen in dat 'fascinerende hoofd' van Brakman. 'Hoe hij zijn autobiografische materiaal naar zijn hand zet, vind ik buitengewoon fascinerend. De enorme verschillen tussen zijn romans en de feiten zeggen veel over zijn belevingswereld. Van de vriendenkring van zijn broer bijvoorbeeld maakt hij in zijn romans een kleine studentengroep, het soort jongens van Voskuils Bij nader inzien. In de beleving van Brakman hadden die jongens het altijd over pozie, over Ter Braak en Du Perron. Ik heb een paar van die jongens gesproken, zij bleken nog nooit van Ter Braak te hebben gehoord. Brakman dicht ze dingen toe zoals hij die had willen zien: hij, de zwijgzame, gekwelde, observerende eenling, tegenover de wereldse vriendenclub van zijn broer.'

En de schrijver zelf? Verwacht hij dat Kleinrensink nieuwe gebieden voor hem openen zal? 'Ik neem zonder meer aan,' zegt Brakman, 'dat hij mij verrassingen bespaart.' 'Ik schrijf de biografie ook niet voor hem,' Kleinrensink kijkt verdedigend naar mij, 'maar voor de lezer. Een goede biografie is in staat de lezer nieuwsgierig te maken naar het werk van de schrijver.' 'Helaas staat dat haaks op hoe k erover denk,' zegt Brakman. 'Ik ben een hter van biografien. De biografie is een remplaant geworden, ze is niet de "vlucht" van de literatuur maar een "uitvlucht". Negen van de tien mensen zeggen: ik heb de biografie van Menno ter Braak gelezen, doorgebladerd, veel foto's gelukkig - maar nooit zullen ze n hand uitsteken naar zijn werk.' Waarom vroeg u Kleinrensink dan als uw biograaf?

Hij kijkt me verwonderd aan. 'Ik heb in mijn hoofd dat Gerrit Jan mj opbelde en zei: ik zweer bij het hoofd van mijn kleinkinderen dat ik een biografie van je zal schrijven. Toen vroeg ik: kun je dat? Hij zei: o ja. Daar geloofde ik in. En daar geloof ik nog in.'

Waar wacht Kleinrensink dan nog op? Afgezien van enkele onopgeloste raadsels is het materiaal verzameld, zegt hijzelf, dus je zou zeggen: aan het schrijven. Of vinden beiden het beter te wachten tot de dood van de auteur, zoals Hamilton meent? Kleinrensink zegt tegen Brakman: 'Als jij met schrijven bent gestopt, dat lijkt me een goed moment om met de biografie te beginnen.' Maar had hij in het telefoongesprek niet iets heel anders gezegd? 'Als ik de biografie tijdens Brakmans leven zou publiceren, zou dat weleens het einde van de vriendschap kunnen betekenen. Dat risico wil ik niet lopen.'

Brakmans reactie is net zo onpeilbaar in haar tegenstrijdigheid: 'Ik zeg weleens tegen Gerrit Jan: je moet op zeker moment op je gat gaan zitten en de pen ter hand nemen. Ik ben een werker, als k een roman schrijf, mag het nog zo stralend weer zijn, ik mag jarig zijn, ik sjouw door. Er bestaat zoiets als: ik wl dit voor elkaar krijgen. Dat mis ik weleens bij hem.' Tegelijkertijd gelooft hij, zegt hij op een ander moment in het gesprek, dat een biograaf het beste pas kan beginnen als 'begin en einde' er zijn.

'Tja,' peinst Kleinrensink, 'kan ik mij een leven zonder Brakman voorstellen?' 'Ik niet,' zegt Brakman.

'Het feit dient zich op zeker moment wel een keer aan,' wikt de biograaf. De schrijver: 'Ik moet zeggen: door mj heeft hij in ieder geval een boeiend leven gekregen.'

xhtml 1.0 | contact | disclaimer | copyright